woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De Ouwe Seeman (9/10)
Gepubliceerd op: 30-05-2013 Aantal woorden: 1102
Laatste wijziging: 30-05-2013 Aantal views: 1283
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Ouwe Seeman (9/10)

Manon


(Wat voorafging: De begrafenisplechtigheid voor Fons Gokke is afgelopen. Caroline heeft begrepen dat de goudstaven waarover tijdens de dienst gesproken werd, echt bestaan. Waar zijn ze nu?)



Nooit had de verpleegster voor een patiënt zo’n zoete wraak kunnen nemen als op dit moment. ‘Uiteindelijk heeft Fons betrouwbare organisaties gevonden die kleinschalige projecten uitwerken in het land waar het geld vandaan kwam, projecten die de inheemse bevolking ten goede komen. Zo ging het goud naar de mensen die het echt nodig hadden, en die er ook echt recht op hadden. Voor zichzelf heeft Fons niets overgehouden. Hij nam genoegen met zijn kleine pensioentje.’

Het gezicht van Caroline terwijl ze begreep dat er van al de goudstaven niets overbleef... dat alles weg was. Naar goede doelen. En niet naar haar! Een soort stille vreugde ontstond in het groepje. De priester was erbij gekomen en knikte innemend. Zoiets kunnen priesters. Al hun persoonlijke weerzin overwinnen en toch innemend blijven.
Caroline keek bedrukt. De verpleegsters en de priester vermoedden dat ze de familie verder niet hoefden te helpen en gingen verder met het ophalen van blijde herinneringen.

‘Dan gaan we maar,’ besloot Sebastiaan. Probeerde hij te besluiten. Wat met Caroline niet echt lukte.
‘Jij! Je moet het weer hebben van die matras waar je elke week mee afspreekt... ik regel altijd alles in huis zonder te klagen, nu is er eens iets waar ik me zorgen om maak en jij...’
‘Die wat? Hoe noemde je haar???’
‘Hoor eens, die goudstaven, dat gaat om miljoenen! We moeten een advocaat aanspreken. We moeten het spoor van die goudstaven opzoeken, en proberen om ons te doen gelden als de enige rechthebbenden op dat goud. Zodat die organisaties voor goede doelen het terug aan ons overmaken.’
‘Hoe noemde je Sandra daarpas?’
‘Ze is een hoer. Een dweil! Welke vrouw doet het met de man van een ander? Schaamteloos wicht. Wedden dat je haar geld geeft om...’
Sebastiaan stopte met gierende remmen, parkeerde de auto op de kant van de weg, greep haar vast en schudde haar door elkaar. Hij keek haar recht in de ogen.
‘Nu ben je écht te ver gegaan,’ siste hij.
Zelfs van Caroline stokte de adem.

‘Hoor eens, Caroline, ik ben het beu. Ik ben het écht beu. Je hele leven denk je alleen maar aan geld. Bontjassen, dure auto’s en etiquette. En zelfs als ik een vriendin heb om mijn emoties de vrije loop te laten, dan nog kom jij aanzetten met een uitleg over GELD. Je zegt dat ik haar ervoor betaal! Kun je echt niet inzien dat het mogelijk is om grààg bij iemand te zijn?!! Je kent niets anders dan geld en macht om alle gebeurtenissen in je leven te plaatsen. Caroline, ik heb het jaren geprobeerd met je. Omdat ik telkens weer hoopte dat je het zou begrijpen... dat het anders kan... ook omdat ik een lafaard ben. Nooit vond ik de moed om tegen je in te gaan. Maar nu heb je me de ogen geopend. Het is veel erger met je gesteld dan ik dacht. Als je naar een advocaat wil gaan om te vragen dat goede doelen miljoenen op jouw rekening storten, zul je alleen moeten gaan. En vraag die man dan maar onmiddellijk ook of hij tegelijk een echtscheiding kan regelen. Jouw echtscheiding. Good-bye.’

Hij griste zijn jas en stapte uit. Verpletterd keek Caroline hem na. Het silhouet van haar echtgenoot, gehuld in zijn donkerbruine regenjas, verdwijnend met een snelle pas, in de richting van het kleine station, was bepaald aantrekkelijk. Maar dat merkte ze niet op. ‘Sebastiaan, dat kan niet... het pensioen... de onderhoudskosten voor de villa... ik heb zelf niet genoeg... ik zou in een appartementje moeten gaan wonen... de schande... oh, the bitch! Nu gaat zij met de centen van Sebastiaan lopen! Ik zal haar vermoorden!!!’

Na enkele diepe ademhalingen had Caroline zichzelf alweer wat meer in de hand. Ze nam plaats achter het stuur en nu ze eenmaal in die positie zat, vond ze zichzelf snel terug. Ze begreep dat Sebastiaan niet zou terugkomen. Hij zou een trein nemen en rechtstreeks sporen naar Sandra. Maar het baarde haar niet langer zorgen. ‘Die slet... Ach, laat hem maar weggaan. Die goudstaven. De advocaten zullen het geld wel naar mij kunnen terugleiden. Fons was mijn broer. Daarmee heb ik geld genoeg. Ik zal rijk zijn. Dan komt Sebastiaan terug en is mijn eer ook nog gered.’


oOo



Uiteindelijk had Ferdinand gezwicht voor het gezeur van zijn kinderen.
‘Papa! Een heel mensenleven is hij zo’n supervent geweest en we hebben hem nooit gekend!’
‘Dat is jouw schuld! En die van tante Caroline!’
‘Hij is onze oom!’
‘We hebben het recht om onze oom te kennen zoals hij was!’
‘Dit is onze allerlaatste kans! Op zijn graf zullen we niets meer te weten komen!’
‘Het is nu of nooit!’
Assertieve kinderen... ze waren verdorie tien en twaalf jaar oud. Die zweem van zachtheid lag nog altijd in al hun daden. Toch kenden ze hun rechten.
Ferdinand was niet zo’n toegeeflijke vader. Maar in dit geval vond hij geen enkel argument om het ongelijk van zijn kinderen te bewijzen.
En zo zat uiteindelijk toch een deel van de familie croissants en koffiekoeken te eten, met op de achtergrond juke-box music, zeer swingend en vrolijk.

‘Ik vind dat héél erg,’ zei Elke. ‘Dat tante Caroline nu al het geld van die goudstaven terug zal opeisen langs haar advocaat. Oom Fons heeft het geschonken aan goede doelen. Goede doelen, dat vind ik érg belangrijk. En nu gaat zij al dat geld terugvragen, en zullen ze het moeten terugbetalen...’
Ferdinand legde uit dat zijn kinderen zich geen zorgen hoefden te maken. Geld dat geschonken is kan niet teruggevorderd worden, meende hij. Maar Frederic en Elke waren niet overtuigd. Tegen een kracht als tante Caroline kon niemand op. Zelfs niet de rechter van het hof van beroep of van cassatie.
‘En dat terwijl het organisaties zijn die kleinschalige projecten in die landen uitbouwen... zodat de mensen voor zichzelf kunnen zorgen...’ Elke keek sip, en ook Frederic was erg stil.

Een eindje verder luisterde een magere man glimlachend mee. Hij knipoogde de hele tijd naar de kinderen en schudde zijn hoofd. Het werd zo erg dat Elke uiteindelijk opstond, zogezegd om naar het toilet te gaan, en dicht bij hem kwam.



(wordt vervolgd)
Er is ook een toneelversier beschikbaar van dit verhaal. Aanvragen kan bij
manon@skynet.be
www.manonsite.eu

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens