woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De Ouwe Seeman (8/10)
Gepubliceerd op: 22-05-2013 Aantal woorden: 786
Laatste wijziging: 22-05-2013 Aantal views: 1587
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Ouwe Seeman (8/10)

Manon


(Wat voorafging: Het einde van de kerkdienst van de begrafenis van Fons nadert. De menigte in de kerk vat het lievelingsliedje van Fons aan.)


De ogen van Elke stonden vol lichtjes van plezier.
‘De ouwe seeman...’
Al van bij de eerste woorden verhieven sommige kerkgangers hun stem.
‘Ging naar de bar...’
‘De ouwe seeman...’

Bij de volgende woorden viel bijna iedereen in.
‘Zijn pint stond klaar...’

Het was niemand ontgaan dat de akoestiek in de kerk werkelijk verrukkelijk was. Het maakte niet uit wie of welke stem zong. Er was alleen muziek, klank. Hierdoor durfde iedereen tenslotte luid meezingen onder begeleiding van het orgel.
‘De ouwe seeman
Had zo’n verdriet
Zijn lieve meissie
Ze was er niet!’

Het voltallige publiek ging volledig op in de klank. Het liedje werd helemaal uitgezongen, en daarna hervat. Opnieuw, nogmaals, en nog eens. De mensen gaven elkaar een arm en wiegden van links naar rechts terwijl ze met zijn allen de klanken meezongen.


oOo



Op het plein voor de kerk was het ontzettend druk. Groepjes mensen stonden arm in arm, met een reusachtige glimlach op het gelaat, luid te zingen van ‘De ouwe seeman - ging naar de bar - de ouwe seeman - zijn pint stond klaar.’
Algauw antwoordde een ander groepje: ‘De ouwe seeman - had zo’n verdriet - zijn lieve meissie - ze was er niet!’
Elders weerklonk ‘Zie ik de lichtjes van de Schelde...’

Caroline zocht zich een weg tussen de lichamen. Een menigte mensen die een kerk uitkomt na een trouw mag best wat vrolijk kijken, maar een dergelijke vreugde na een begrafenis, dat was echt ongehoord. Zij trok als enige haar gezicht wel in een trieste plooi, zoals het hoorde.
Hierdoor viel ze echter op. Al wie haar herkende stuurde haar een blik vol walging en draaide vervolgens het hoofd.

Eindelijk had Caroline haar gevonden. De hoofdverpleegster stond met een groepje mensen herinneringen op te halen. Vanuit de verte hoorde Caroline flarden van zinnen...
‘Die wrede klootzakken van een walvisvaarders!’
‘Hun boot was beschadigd, net goed!’
‘Ik zou ook eerder de walvis geholpen hebben dan de walvisvaarders!’
‘Ik ook! Gelijk had hij, de Fons, om zich van die zinkende boot niets aan te trekken. Walvisvaarders zijn mensen zonder hart.’
‘... scheur in de staartvin...’
‘Het is een beschermde diersoort! De walvissen zijn aan het uitsterven!’
‘Hij moést hem wel helpen!’
‘Al de rum aan boord hebben ze opgebruikt om hem te ontsmetten!’
Een bulderend gelach steeg op uit het groepje. Ze zagen het helemaal voor zich, hoe de walvis tot aan de wal was meegesleept, hoe hij daar verzorgd was geworden, en vervolgens weer vrijgelaten.
Caroline staarde een hele tijd in de richting van de hoofdverpleegster, maar die merkte haar niet op. Of deed ze alsof? Met tegenzin maar vastberaden stapte Caroline dan maar op het groepje af.
Een kilte ontstond meteen.

‘Vond u het een mooie dienst?’ vroeg de hoofdverpleegster beleefd.
‘Euh... wel... enigszins bijzonder...’
‘Ja hé? Zo was Fons. Dat hebben we voor hem willen doen.’
‘We waren nogal verrast...’ begon Caroline. ‘Veel van die verhalen waren ons onbekend.’
‘Tja. Hij heeft ook zoveel meegemaakt. Hij kon niet alles vertellen. En als je hem slechts één keer per jaar ontmoet...’
Het klonk cynisch en zo was het ook bedoeld. Caroline besloot onmiddellijk ter zake te komen. ‘Dat van die... euh... dat verhaal van die goudstaven... ik dacht dat het goud van een dictator was...’
‘O ja! Fons was een fantastische man.’ De verpleegster had voldoende ervaring in haar werk in bejaardeninstellingen om te weten waar de familie in werkelijkheid om vroeg. Ze gaf meteen het antwoord, zéér vriendelijk glimlachend.
‘Fons wilde het geld niet teruggeven aan het land, want dan zou het in handen komen van een andere, een volgende, even corrupte macht die het volk zou onderdrukken. Dat wilde hij vermijden. Hij heeft het ons uitgelegd, het was een mooi gesprek.’
Al die internationale toestanden interesseerden Caroline niet in het minst.
De verpleegster wist zo goed dat families, als het om geld gaat, op identieke wijze functioneren als dictaturen. Caroline was duidelijk de macht van deze minuscule dictatuur die de goudstaven wilde beheren. De lichte opflakkering van hoop in Carolines ogen, de rug die ze rechtte in haar bontjas, en de vraag die ze stelde bevestigden dit allemaal. ‘Hij heeft die goudstaven dus gehouden?’


(de volledige tekst van het liedje De Ouwe Seeman kan je vinden in deel een van dit verhaal)
(wordt vervolgd)
Een toneeltekst van dit verhaal is beschilbaar. Je kan hem aanvragen bij
manon@skynet.be
www.manonsite.eu

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens