woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De Ouwe Seeman (5/10)
Gepubliceerd op: 02-05-2013 Aantal woorden: 992
Laatste wijziging: 02-05-2013 Aantal views: 1468
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Ouwe Seeman (5/10)

Manon


(Wat voorafging: op de begrafenis van Fons worden zo'n vreemde dingen verteld, dat de familie zich afvraagt of ze wel in de juiste kerkdienst zitten. Caroline friemelt in haar tas en zoekt naar de uitnodiging...)


‘Hier staat het. Zijn naam en geboortedatum kloppen. En het is wel degelijk in deze kerk,’ knikte Caroline.
‘Welke dienst? Hoe laat?’
Op dat ogenblik mengden de kinderen van Ferdinand zich in het gesprek.
‘Je hebt ons nooit verteld dat oom Fons zoveel heeft meegemaakt,’ zei Frederic verwijtend tegen zijn vader.
‘Hij... hij was helemaal geen leuke man... hij...’
‘Nee zeker! We hebben al zoveel prachtige verhalen gehoord! Wacht maar... het volgende komt eraan!’
‘Is het de juiste dienst? Het juiste uur?’
‘Absoluut.’ Caroline stopte de uitnodiging weer weg. ‘En zijn familienaam staat erbij. Fons Gokke. Geen twijfel mogelijk. Het gaat over mijn broer.’

De ene verpleegster na de andere besteeg het altaar. Daarna volgden de vrienden en medebewoners van de verzorgingsinstelling. En dat waren er heel wat. Fons moest wel een zeer populair iemand geweest zijn. Er leek geen einde te komen aan de stroom bekenden die een verhaal wilden doen over wat hem overkomen was, aan alle verhalen die hij hen verteld had en die hun leven hadden gekleurd.

De wanhoop nabij keek Sebastiaan op zijn horloge.
‘Zouden we niet vertrekken? Dat kan hier nog uren duren.’
Naast hem knikte Ferdinand instemmend.
Caroline begon ook te denken dat er nooit een einde zou komen aan deze belachelijke vertoning.
‘Ja,’ antwoordde ze. ‘Akkoord.’
De familieleden begonnen hun spullen bij elkaar te zoeken.
‘Kom nou!’ mopperde Frederic. ‘Waarom zou ik moeten opstappen! Het is de begrafenis van mijn oom! En hij was een heel intrigerende vent!’
‘Opstappen. Neem je jas en volg ons. We gaan naar huis.’

Ondertussen was op het altaar een volgend verhaal aan de gang. De priester vertelde het zelf.
‘Ik kende hem uiteraard ook heel goed. Wekelijks kwam ik met hem praten in het rusthuis, zoals met ieder van jullie. En Fons kon heel ver gaan in wat hij me toevertrouwde. Zonder zonden was hij niet. Hij was ook een beetje een zonderling. Ja, het is zelfs voorgevallen dat hij, in de periode toen hij kapitein was, zijn bemanning een vreemde opdracht gegeven heeft - een opdracht die helemaal indruist tegen de moraal en de ethiek van de mensen. Zijn schip heeft toen een jacht geramd en gekaapt.’

‘Ik wil helemaal niet gaan!’ protesteerde Frederic luid.
‘Jij hebt niks te willen, we gaan hier weg en daarmee uit,’ antwoordde zijn vader.
‘Het wordt juist spannend!’
‘Ik wil ook weten hoe dat volgende verhaal loopt...’ mopperde Elke.

‘De hele bemanning hebben ze overmeesterd, waarna ze het ruim hebben leeggehaald...’ sprak de priester.

Caroline trok haar jas aan en manoeuvreerde naar het gangpad. Haar echtgenoot en haar broer deden hetzelfde. Ferdinand moest Frederic een fikse duw geven om hem in beweging te krijgen. Tenslotte begon de stoet van vier mensen zich door de massa te wringen.

Op het altaar vertelde de priester verder.
‘Het ruim lag vol goudstaven...’

Caroline, temidden van een woedende menigte, spitste haar oren en bleef staan.

‘Die buit heeft de bemanning volledig meegenomen.’

Caroline vatte Ferdinand in zijn kraag zoals men een hond bij zijn nekvel grist.
‘Wat zou dat zijn?’ vroeg ze.
‘Wat?’
‘Die goudstaven. Heb je dat niet gehoord?’
‘Nee.’
‘Hij heeft heel veel goudstaven gevonden op een van zijn tochten. Luister...’

Maar de priester ging niet door over het geld.
‘Was het een zonde of was het dat niet?’ vroeg de man zich af. ‘Fons had over de boot en de lading goudstaven horen vertellen tijdens werken op de kade, in een ver land, waar een dronken matroos het geheim niet voor zich had kunnen houden. De goudstaven behoorden toe aan een rijke dictator. De regering van de man was omvergegooid, maar het geld dat hij van het land gestolen had, was daarmee niet terug. Die rijkdom was het land uit gesmokkeld en lag in het ruim van het schip. De ex-dictator was een christen geweest, en het is niet goed om te stelen, zeker niet van christenen. Maar wat kon ik Fons verwijten, ik die priester ben? We prediken in de kerk een jezus die zo arm was dat hij geen steen had om zijn hoofd op te leggen, en zelf rijden we rond in rijke auto’s en hullen we ons in rijke gewaden... Fons is een van de eersten aan wie ik heb durven toegeven dat dit volgens mij ook zonde is. Ik ken alle machtssystemen van binnenuit want in de kerk gedragen we ons ook zo. Ik heb hem dingen verteld over de kerk, die hem totaal niet verwonderden. Die dag was ik het eigenlijk die bij hem op de biechtstoel zat. Het deed mij goed om hierover te vertellen. Want uiteindelijk heb ik mijn hele leven gewerkt voor een organisatie die niet verschilt van de dictatuur van een klein land... misschien is dat evenzeer zonde...’

‘Als het nu toch eens allemaal waar is geweest?’ vroeg Caroline zich af. ‘Misschien heeft hij een deel van zijn leven voor ons verborgen gehouden...’
‘We hebben nooit veel contact met hem gehad, dat is zo,’ gaf Ferdinand toe, die ook niet vies was van een stapel goudstaven.
‘Misschien was de scheepvaart een hobby waar hij ons nooit iets over verteld heeft, misschien trok hij de zee in tijdens de vakanties, in de weekends, tijdens zijn vrije uren...’
‘Wat weten wij uiteindelijk van hem,’ vond ook Ferdinand.
‘Dan moeten die goudstaven nog altijd in zijn bezit geweest zijn toen hij stierf...’ mijmerde Caroline. ‘Rijk heeft hij niet geleefd... ze moeten er nog zijn...’
‘Zullen we maar weer gaan zitten?’ stelde Frederic snel voor.


(wordt vervolgd)
Deze tekst is ook beschikbaar als toneelversie. Je kan hem aanvragen via
manon@skynet.be
www.manonsite.eu

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens