donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De Ouwe Seeman (3/10)
Gepubliceerd op: 18-04-2013 Aantal woorden: 1190
Laatste wijziging: 18-04-2013 Aantal views: 1459
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Ouwe Seeman (3/10)

Manon


(Wat voorafging: Chique familieleden komen naar de begrafenis van hun onbenullige broer. Daar treffen ze echter een overvolle kerk aan, waar bizarre muziek gespeeld wordt. Eindelijk begint de begrafenisdienst. Er wordt in wel zeer lovende woorden over de overleden Fons gesproken.)


‘Mensen die hem liefhadden...’ ginnegapte Frederik.
‘Dat zijn er niet veel! Nul komma nul, dat is mijn schatting!’ gniffelde Elke. Ze begon het nog leuk te vinden ook.
‘Die priesters toch! Als er iemand is waar ze echt niets over te vertellen hebben, dan zuigen ze het maar uit hun duim. Het kan hen niet schelen wat, als het maar een halfuur vult,’ sprak Ferdinand geërgerd.
‘Dan mag hij nu wel afronden. Hij moet nog de mis doen,’ vond Sebastiaan.
Carolinge keek hem aan en knarsetandde maar zei niets.

‘... Ikzelf, als priester van het verzorgingstehuis, heb vele gesprekken gehad met Fons. Ik kende hem heel goed. Ook hebben de verantwoordelijken, het verplegend personeel, alle medebewoners en bekenden van Fons het beste van henzelf gegeven om de herinnering zo tastbaar te maken, zo levendig, dat het bijna zal lijken alsof hij hier aanwezig is in ons midden, alsof wij zijn aanwezigheid kunnen voelen. Verschillende mensen zullen allerlei herinneringen van zijn leven ophalen, ook de directeur van de instelling zal een woordje doen.’

‘Verschillende mensen...? Allerlei herinneringen...?’ vroeg Sebastiaan ongerust.
‘Hij hŕd geen vrienden!’ stijgerde Caroline.
‘Sssst!’ ‘Sssstttt!’ ‘Stilte!’ klonk het rondom hen.
Ditmaal hield Caroline haar hoofd geheven en wierp ze de menigte een venijnige blik terug. Maar ze schrok. De blikken die ze terugkreeg waren wel duizend maal venijniger. De mensen die haar zo indringend, dreigend aankeken, stonden rechtop in het gangpad. Een oud mannetje zwaaide vervaarlijk en veelbetekenend met zijn kruk, een vrouw draaide dreigend haar hand rond het handvat van haar paraplu. Het was duidelijk niet omdat ze in een instelling voor bejaarden woonden dat deze mensen hulpeloos waren. Caroline sloot haar mond en boog knarsetandend het hoofd.
Vanop de eerste rij stond een olijke jonge vrouw op en liep naar het altaar.
Ferdinand fluisterde: ‘Al die mensen op de eerste rij zullen toch niet een verhaal vertellen?’
‘Wat wil zo’n verpleegster trouwens vertellen!’ zei Caroline boos. ‘Over een onbeduidende nitwit die hele dagen alleen maar zat te zitten.’
Sebastiaan keek nogmaals op zijn horloge en fronste zijn wenkbrauwen.

De vrouw glimlachte de kerk toe alsof ze op een podium in een theater stond, en stelde zich voor als Sandrine, de verpleegster die verantwoordeljik was voor inschrijvingen en medische routine-onderzoeken. Zij was het die als eerste had kennisgemaakt met Fons.
‘Meteen toen hij binnenkwam en de eerste medische controles doorliep, zag ik het al: met deze man was iets bijzonders aan de hand. ‘Mijnheer Gokke...’ zei ik, maar hij onderbrak me en zei ‘Zeg maar Fons.’ Dus begon ik opniuew. ‘Fons, je bent wel een sterk gespierde en fitte mens hoor, voor jouw leeftijd.’
‘Dat komt door de training,’ antwoordde hij lachend. ‘Ik ben altijd schipper van de lange omvaart geweest. I am just Popeye!’

Caroline keek Sebastiaan vragend aan.
Hij haalde zijn schouders op en rolde met zijn ogen.

‘Fons keek zo vriendelijk en hij begon te zingen. Het liedje dat we later nog zo vaak samen zouden zingen. ‘I am Popeye the sailor man…’

‘Popeye!’ riep Elke.
‘Spinazie!’ riep Frederic.

Vanuit de luidsprekers weerklonk het liedje van Popeye the sailor man,. De muziek bleef zachtjes draaien terwijl de verpleegster haar verhaal deed over Fons, en vertelde wanneer het personeel te weten was gekomen hoe het kwam dat hij zo weinig bezoek kreeg van zijn familie.

‘Hoe bestaat het! Ik zal een klacht indienen!’ siste Caroline.
Maar omdat er toch veel waarheid in de woorden stak, voelden Sebastiaan, Caroline, Ferdinand, zelfs de kinderen ineens totaal geen behoefte meer om om zich heen te kijken en hooghartige blikken te werpen naar de omstaanders. Caroline hield haar handen gevouwen en het hoofd gebogen, en de anderen imiteerden haar.

‘In het begin vertrok hij uitsluitend voor korte boottochten. En nog vond zijn vrouw dat hij te weinig thuis was. Op een dag, toen hij terugkwam van een weekendreis, had zij het huis leeggehaald. Ze was er vandoor met een ander, ze had de kinderen meegenomen, en ook alle meubels. Fons had niets meer. Zijn vrouw kon het niet hebben dat hij gelukkig was, dat hij het leven leidde dat hij graag wilde leiden, een leven van avonturen tussen de woeste baren. Als hij niet wilde tekenen voor het grijze bestaan van een ambtenaar of een bediende in een of ander onbeduidend bedrijf, dan wilde ze niet verder met hem.’

‘Zijn vrouw? Hij was toch niet getrouwd?’ vroeg Sebastiaan.
‘Wat is dat hier allemaal!’ zei Caroline.
‘Oom Fons had toch geen vrouw?’ vroeg Elke ook.
‘Natuurlijk niet, wie zou er met zo’n onbeduidend ventje willen trouwen!’ antwoordde Ferdinand. ‘Fons zag er niet uit, en daarmee bedoel ik echt: niét. Hij zag eruit zoals een niemand eruit ziet. Geen enkele vrouw zou hem opmerken. En kinderen maken... daar was hij natuurlijk niet toe in staat!’
Frederic grinnikte luid. De idee alleen al dat oom Fons het zou kunnen doen met een vrouw... en dat daaruit een kind zou kunnen ontstaan. Niets kan onmogelijk iets produceren, toch? Maar dat verhaal van die boten, daar was hij toch nieuwsgierig naar.

‘Het verdriet van Fons was groot, natuurlijk. Hij had zijn vrouw altijd erg liefgehad, en hij wilde zijn kinderen kennen, maar zij hadden niets dan misprijzen voor een man die deed wat hij verlangde. Er was geen terugkeer naar zijn familie mogelijk. Vanaf dan is Fons schipper op de lange omvaart geworden. Hij was altijd op zee. Hij beleefde er de avonturen die anderen slechts in hun dromen meemaken, en in het havendok was hij de beste vriend van alleman. Zijn geliefde vrouw en kinderen was hij kwijt, maar zijn nieuwe familie lag in de zeemanswereld - en jaren later zou hij bij ons terechtkomen. De Fons... de geliefde mens die we allemaal zo graag zagen...’
Traantjes verschenen in de ogen van Sandrine, net als bij de meeste aanwezigen in de kerk.
‘Zijn verhalen over de zee...’ Sandrines stem stokte. ‘Hij liet ons de zee kennen...’

Ferdinand kon zich echt niet langer inhouden. ‘Potverdorie! Houden ze dan nooit eens op over die zee?’ fluisterde hij. ‘Fons is nooit naar zee geweest!’
‘Een keertje naar Blankenberge misschien, voor een wandeling op de dijk, maar meer niet, nee,’ antwoordde Caroline.

Rondom hen stoorde men zich veel minder aan hun gefluister dan enkele minuten geleden. Het liedje van Popeye the Sailor Man was op een hoger volume gedraaid. In de kerk zongen stemmen mee met de muziek. Eerst neurieden slechts enkele mensen her en der, maar geleidelijk werd het koor van de menigte groter en weerklonk het liedje met de prachtige echo en klanken die de akoestiek van een kerk kan produceren bij een volle bezetting.




(wordt vervolgd)
www.manoniste.eu
Er bestaat ook een toneeltekst van dit verhaal. Die kan aangevraagd worden via
manon@skynet.be


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens