zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De Ouwe Seeman (2/10)
Gepubliceerd op: 10-04-2013 Aantal woorden: 832
Laatste wijziging: 11-04-2013 Aantal views: 1442
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De Ouwe Seeman (2/10)

Manon


(Een onbeduidende kerel, de broer van de trotse Caroline en Ferdinand, is overleden. Ze verwachten een vlug afgehandelde begrafenismis, waar niemand opdaagt. Maar als ze aankomen zien ze tot hun verwondering dat de kerk barstensvol zit. De verwondering van Caroline en haar echtgenoot Sebastiaan, Ferdinand en zijn twee kinderen, stijgt nog meer wanneer ze een inleidende muziek horen die hen niet echt heilig voorkomt...)


Caroline, Ferdinand, Sebastiaan staarden elkaar aan, zonder een woord te zeggen. Het orgel veranderde niet van melodie, blijkbaar was er geen fout in het spel. Caroline keek over haar schouder. De andere aanwezigen in de kerk, oudjes en verplegend personeel, luisterden in vervoering. Sommigen neurieden zachtjes mee.
‘Misschien is het een deuntje van de bejaardeninstelling,’ fluisterde Ferdinand.
‘Of een plaatselijk gebruik,’ suggereerde Sebastiaan.
Caroline verbeet haar ergernis. Ze boog opnieuw het hoofd, staarde naar haar voeten gehuld in zware zwarte schoenen van een duur merk. Pas toen het orgel stopte richtte ze haar blik terug naar het altaar.

De priester zag er noch ernstig noch verdrietig uit. Met een hartelijke, bijna blijde glimlach op zijn gelaat had hij samen met het publiek geluisterd tot de bizarre melodie geëindigd was. Caroline zei tot zichzelf dat dit het typisch moderne gedrag was van gelovigen die niet kunnen inzien hoe belachelijk ze zich gedragen. Een formele begrafenismis, voorgegaan door een priester die een rouwig gezicht trok, slijmerige taal sprak en het gebeuren snel afhandelde, dat was het wat de familie wilde, en niet van die vreemde melodieën en tevreden glimlachende priesters.

Door zijn witte bril bekeek de priester de papieren op zijn staander. Hij sloeg enkele bladzijden om, leek niet te vinden wat hij zocht, liet tenslotte de staander voor wat hij was en begon te praten.

‘Beste mensen, allereerst, van harte bedankt voor uw talrijke opkomst. De aanwezigheid van zovele vrienden en kennissen op het laatste eerbetoon aan Fons, dat is het grootste plezier dat we hem nog konden meegeven. We hebben Fons allemaal goed gekend, hij zette voortdurend activiteiten op touw en meestal waren we zelf ook van de partij op zo’n evenement - het deed er niet toe wat hij organiseerde, als hij het deed, dan gingen er altijd ontzettend veel mensen naartoe. Zo verwonderlijk is het dus niet dat we ook op zijn uitvaart zo talrijk aanwezig zijn, en het doet deugd te weten dat Fons zeer, zeer gelukkig zou zijn geweest als hij had geweten dat wij hier allen samen zijn. Overeenkomstig zijn voortudrende betrachtingen zullen wij ook proberen om er een mooi evenement van te maken, een gebeuren waardoor de verdrietige aangelegenheid van zijn sterven kan uitmonden in een vredige gebeurtenis, een vreugdevolle herinnering aan Fons, en vooral, zoals hij dat graag zag: een waardevol samenzijn tussen mensen, een bijeenkomst waar bij iedereen het sociale zozeer wordt aangewakkerd dat alle onbenullige dagelijkse beslommeringen erbij in het niets verdwijnen en dat het vanzelfsprekend is om vrienden onder elkaar te zijn. Elke bijeenkomst was voor Fons een feest van liefde, en dat zal hier vandaag niet anders zijn.’

‘Allemaal clicé-teksten, zeker?’ fluisterde Elke naar haar vader in een poging zich te gedragen als een volwassene.
‘Euh... ik weet niet... het is nogal grootsprakering... Misschien is dat hier de traditie...’ weifelde Ferdinand.
Caroline luisterde met gefronste wenkbrauwen en zei niets.
Haar echtgenoot Sebastiaan haalde zijn schouders op. ‘Het duurt vast niet lang.’
Zijn vrouw wierp hem een onderzoekende blik toe en zei niets.
Opnieuw wierpen mensen om hen heen vernietigende blikken in hun richting. En aangezien dit blijkbaar niet voldoende was, maanden sommigen de familie aan met ‘Ssst!’ en ‘Stil!’

‘Toch blijven we nederig. Want er is één ding. En dat is natuurlijk vreselijk, dood-jammer, zullen we maar zeggen,’ vervolgde de priester.

Er weerklonk een licht gegrinnik in de kerk.
‘Wat...’ schrok Sebastiaan.
‘Hoe durft hij!’ siste Caroline.

‘Misschien verwachtten velen onder jullie dat Fons voor ons allen zijn uitvaartplechtigheid geregeld zou hebben voor hij stierf, zodat zelfs die laatste activiteit met alle zekerheid bijzonder aangenaam en mooi zou worden. Maar dat heeft hij niet willen doen, al hebben we het hem gevraagd. Integendeel, geheel volgens zijn opgewekte natuur heeft hij tot op het laatste moment het volste vertrouwen gesteld in alle mensen uit zijn omgeving, en daarom heeft hij de organisatie van zijn uitvaart overgelaten aan diegenen die hem liefhadden. Wij hopen dat we zijn vertrouwen niet zullen beschamen, maar we zijn ons ervan bewust dat wij niet over dezelfde mogelijkheden beschikken, over dezelfde onuitputtelijke bron van vrolijkheid, ernst, helderheid, filosofie, humor en cabaret die zo typisch was voor Fons.’

Er was nauwelijks plaats in de kerk, het was moeilijk geweest om een zitplaatsje te vinden, maar toch vielen de kinderen van Ferdinand bijna naast hun stoelen van het lachen.
‘Ze gaan hier toch geen cabaret geven, zeker!’ zei Elke.


www.manonsite.eu
Dit verhaal is ook verkrijgbaar als toneeltekst. Je kan mij hiervoor contacteren via manon@skynet.be

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens