woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Partner van een transgender (2) - De verwarde psycholoog, en andere
Gepubliceerd op: 14-01-2013 Aantal woorden: 812
Laatste wijziging: 15-01-2013 Aantal views: 1446
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Partner van een transgender (2) - De verwarde psycholoog, en andere

Manon


‘Hij draagt mijn slipjes!’ ‘Mijn rokjes!’ ‘Een panty!’ Steeds weer haalde de psycholoog zijn schouders op.

Deze column zet een stapje terug in de tijd. We gaan naar de periode waar mijn partner nog als man door het leven ging, en volgen het ontstaan van Mauranne. Toevallig was ik in die periode in behandeling bij een psycholoog voor angstgevoelens die ik onder handen wilde nemen en die niets te maken hadden met mijn relatie, maar hun oorsprong elders hadden.


De eerste psycholoog, iemand met veel ervaring, was een ramp! Gelukkig niet helemaal. Ik had last van angst. Daarmee heeft hij me echt geholpen. Ik ontdekte de oorsprong van de angstgevoelens, die in mijn prille jeugd lag. Maar ze werden niet opgelost.

De psycholoog was wel een ramp als ik het had over mijn relatie met Mauranne, die toen nog mijn man was. Wat ik daarover ook vertelde, ik kreeg steeds dezelfde reactie: ‘Wanneer alles in orde zal zijn met jou, zal dat ook allemaal in orde komen. Vanzelf.’
Nochtans waren er reële problemen in onze relatie. We hielden van elkaar, en toch wilde ‘iets’ niet lukken. We hadden het fijn samen, en toch waren de erotiek en seks tussen ons beiden niet ideaal. Maar volgens de psycholoog was mijn angst het enige probleem. Daarom deed ik heel erg mijn best tijdens de therapie.

Toch bleef ik op de relatie terugkomen. Ik vertelde over de blik van mijn partner naar meisjes en vrouwen. Dat gefascineerde kijken. Daar had ik jaloers van kunnen worden. Of misschien wel moeten worden, toch? Maar dat werd ik niet. Het waren dan ook geen blikken van verleiding. Mijn liefste wilde die vrouwen niet in bed krijgen. Dat voelden zij ook, en daardoor waardeerden ze de interesse en hielden ze van hem.

Was alles nu echt alleen toe te schrijven aan mijn angstgevoelens? De psycholoog bleef erbij: ‘Als alles in orde zal zijn met jou, komt het goed.’ Die vreemde relatie was niet langer alleen maar een probleem, maar ook mijn schuld. Om de muren van op te lopen!

Koppig bleef ik tijdens de sessies therapie niet alleen aan de angst werken, maar ook het relatieprobleem ter sprake brengen. ‘Hij draagt mijn slipjes!’ ‘Mijn rokjes!’ ‘Een panty!’ Steeds weer haalde de psycholoog zijn schouders op. Mijn partner vertelde me dat hij die kleren aantrok om er mooi uit te zien, en als hij zich omgekleed had, zag hij er ook écht uit als een plaatje. Ik was ruimdenkend en vond het best. En hij was blij dat het mocht. Maar van het woord ‘transgender’ hadden we nog nooit gehoord.

Pas later ving ik de woorden ‘travestie’ ‘transgender’ en ‘transseksueel’ op, en vertelde er mijn partner over. We zochten op wat de woorden precies inhielden en een wereld ging open. Samen ontplooiden we ons tot ‘Mauranne en Manon’ en de verwarring verdween uit onze relatie. Eindelijk! Twee jaar lang was alles afgeremd geworden door de psycholoog. Eén keer zei hij daar nonchalant over: ‘Ja, daar heb ik een fout gemaakt.’ Een fout gemaakt? Dik gebuisd. Een dubbele nul!

Tijd voor vernieuwing dus. De tweede psychologe – jong, fris, pas afgestudeerd – zat niet gevangen in een strak denkschema. Ze was een pareltje. Daardoor kon ik het met haar hebben over de werkelijke, diepere angst in mij, en kon ik die geleidelijk aan oplossen, week na week, maand na maand, jaar na jaar. Over Mauranne hoefde ik haar niet zoveel te vertellen. Het beetje dat ik aanbracht, was voor haar voldoende om de situatie te begrijpen. Als ik er langere tijd weinig over had verteld, checkte ze even of alles op dat vlak vlot liep. Ze kon zich goed voorstellen dat de situatie verwarrend kon zijn voor mij en spoorde me aan voldoende aan mezelf te denken. Ondertussen kreeg Mauranne de kans om geleidelijk en in alle rust het gender te verkennen. Zelf had ik de therapeute op de achtergrond, als een soort veiligheid. Mocht er iets mislopen, dan kon ik het haar meteen melden.

En dan was er de derde psycholoog. Hij maakte deel uit van een studieproject waaraan ik meewerkte. Om de zoveel weken had ik een gesprek met hem. Hij bleek erg nieuwsgierig naar transgenderisme. Soms vroeg hij na de therapie: ‘O, die transgendere partner van jou…’ Hij wilde weten hoe het voelde, voor Mauranne en voor mij. Hoe het kwam dat we zo weinig echte problemen hadden. Boeide het transgenderisme hem als studieobject? Of worstelde hij misschien met zijn eigen gevoelens? Had hij mensen in therapie die in dezelfde situatie zaten? Pas later ben ik me bewust geworden van zijn ongewoon grote interesse voor transgenderisme. En daarmee is de cirkel rond.


(Eerder verschenen in ZiZo magazine, 18de jaargang, nummer 111, februari 2011)
www.manonsite.eu
Facebook Manon Coppens


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens