maandag 23 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Als de dooi intreedt (1/3) - voor Bob Gadeyne
Gepubliceerd op: 20-09-2012 Aantal woorden: 939
Laatste wijziging: 20-09-2012 Aantal views: 1431
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Als de dooi intreedt (1/3) - voor Bob Gadeyne

Manon



Een oog opende. Daarna het volgende. Ze keek om zich heen. De kamer was flauw verlicht, maar ze kon zien dat ze in een grote kamer met ziekenhuismateriaal lag. Om zich heen ontwaarde ze operatietafels. Daarop lagen lichamen. Niemand ademde. Niemand snurkte. De lucht voelde koud aan. Te koud. Ze wreef over haar spieren om ze op te warmen en liet zich op de grond zakken. Voor ze de kamer verliet, greep ze naar een map die naast haar lichaam gelegen had.



De volgende ochtend deed een internist een vreemde ontdekking in de dissectiekamer. Er was een lijk verdwenen! Op hetzelfde moment hoorde hij gestommel in de gang. Het personeel van de keukens vertelde dat er was ingebroken. Anderen meldden dat er kleding verdwenen was. Bij de ene ziekenhuispatiënt ontbrak een reistas, een andere had geen pyjama meer, geen tandenborstel of zeep. In heel wat kamers was geld ontvreemd.
‘Ze is gaan lopen,’ huiverde de internist.
‘Dat geloof je niet,’ antwoordde de anesthesist.
‘Het lichaam kon nog redelijk goed stappen,’ reageerde de chirurg.
‘Je gelooft het niet!’ herhaalde de anesthesist.
‘Stel dat ze echt rondloopt, dan zou ik haar graag terugvinden. Het moet wonderbaarlijk zijn om haar te kunnen bestuderen,’ mijmerde de neurochirurg.
‘Dat kan niet! Ze loopt niet rond!’ gilde de anesthesist. ‘Het moet een necrofiel geweest zijn die haar weggehaald heeft! Een gestoorde student in de geneeskunde!’
Ze belegden een spoedvergadering.

‘De houdbaarheidsdatum was verlopen,’ verzekerde de diepvriesspecialist hen. ‘Zo zitten leven en dood nu eenmaal in elkaar. Je kan een comateus lichaam wel invriezen, maar dan nog staat er een houdbaarheidsdatum op. Die lichamen hadden te lang in de diepvries gelegen. Ze waren nog slechts klompen vlees. Er zat geen mogelijkheid tot leven meer in.’
Zelfs in de diepste coma is het leven eindig. Daarom waren de lichamen ontdooid geworden en zouden ze gecremeerd worden. Een aantal lichamen was naar de dissectiekamer gebracht voor onderzoek. Daarvan was er nu een verdwenen.

Als dit bekend werd bij de bevolking was het hek van de dam. Sommige mensen zouden de theorie van een necrofiel verwerpen. Algauw zou iedereen geloven dat de ontdooide lichamen wel nog tot leven hadden kunnen worden gewekt. Het project om lichamen te ontdooien en cremeren zou in vraag gesteld worden. De maatschappelijk ethische problemen waren niet te overzien.
‘Hier mag niets over uitlekken,’ besloten ze kordaat. ‘Het lijk van de vrouw zal ooit ergens gevonden worden, maar niemand zal weten wie ze is. Ze zal in alle stilte begraven worden.’
De neurochirurg overwoog toch nog een andere mogelijkheid: ‘Ik weet dat het niet kan, maar veronderstel toch even dat ze wel uit haar coma is opgestaan, en nu hulp zoekt, mensen aanspreekt. Wat dan?’
De anderen haalden hun schouders op.
‘Lang zou ze niet overleven, daar was ze veel te oud voor. Ze zou ergens stilletjes wegkwijnen,’ meende de internist.
‘In het ergste geval komt ze bij zwervers terecht, die zouden haar doorverwijzen naar het centrum voor daklozen,’ zei de diepvriesspecialist. ‘Ach, wat maakt het uit. Niemand weet wie ze is.’
Iemand moest zich nog over haar dossier ontfermen. De vrouw aangeven als gecremeerd, en de zaak klasseren.
De neurochirurg keek ernstig. ‘Komt in orde. Daar zorg ik voor.’


oOo



Op goed geluk doolde ze rond. Op plaatsen waar er weinig licht was bekeek ze af en toe de papieren die ze meegenomen had uit het ziekenhuis. De foto’s in het dossier stemden overeen met haar spiegelbeeld in winkelruiten. Het ging dus over haar. Ze vernam dat ze Adèle heette. Ze had een tatoeage. Ze kende ook haar geboortedatum. Maar het vervolg van haar levensverhaal was erg verwarrend. Om het allemaal in zich op te nemen wilde Adèle een rustig plekje opzoeken. Tegelijk had ze geen idee waar ze dat kon vinden. De wereld zag er zo bizar uit. Ze durfde niet zomaar ergens binnenstappen om te lezen.
Toen na een aantal dagen de voeding opraakte die ze in het ziekenhuis had gejat, ging ze rommelen in vuilnisbakken van grootwarenhuizen om aan eten te komen. Daar liep ze een groep mensen tegen het lijf die haar herkenden als was zij een van hen: zwervers.

‘Niet te koud?’ De man had grijzend ros haar en een baardje. Hij stelde zich voor als Sem.
‘Vergeleken bij waar ik vandaan kom vind ik het hier nog meevallen. Daar leek het wel een koelkast!’ antwoordde ze.
Sem lachte en stelde haar voor aan een groepje daklozen.
‘Je hebt een vreemde manier om Nederlands te spreken,’ vond Robin. ‘Nogal archaïsch.’
Daar had ze geen antwoord op. Zij moest ook veel moeite doen om hen te begrijpen. Gelukkig deden de kerels niet moeilijk. Zwervers stellen geen vragen. Het voelde bevrijdend aan. Adèle wist nauwelijks wie ze officieel was, en toch kon ze helemaal zichzelf zijn.
De daklozen leerden haar waar ze de nachten kon doorkomen zonder dat naar haar identiteit gevraagd zou worden. Er bestond ook een instelling waar eenmaal per dag een gratis maaltijd werd uitgedeeld. Sommigen vertelden dat ze veel tijd doorbrachten in de bibliotheek. Het was er warm. Je kon er urenlang zitten lezen zonder dat anderen vreemd opkeken. De toegang was gratis. Een DNA-lezer volstond om er binnen te komen.
Sem bekeek haar pols en de zwervers floten. ‘Je hebt geen DNA-lezer! Dat doen je er niet veel na!’
‘Ik zou graag naar de bibliotheek gaan,’ bekende ze. ‘Ik heb een dossier dat ik graag zou doornemen.’
‘Een dossier? Gaat dat over jou?’ Onderzoekend keek Sem haar aan.

(wordt vervolgd)
www.manonsite.eu

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens