zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Wat de dag niet kan zien, weet de nacht (1/4)
Gepubliceerd op: 22-08-2012 Aantal woorden: 969
Laatste wijziging: 29-08-2012 Aantal views: 1852
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Wat de dag niet kan zien, weet de nacht (1/4)

Manon


Onhoorbaar glijden drie vleermuizen aan de rand van het bos. Een aankomende auto verbreekt de rust. De vleermuizen duiken weg tussen de bomen. Remmen piepen. Het gebrom wordt zachter, en stopt tenslotte. Achter het stuur trekt een zwaarlijvige man aan de handrem en draait de contactsleutel om.
Even zindert het voorbije lawaai nog na, vervolgens keert het bos terug naar zijn duistere ingetogenheid.

Jack wil het uitschreeuwen maar bedwingt zich en produceert een stemgeluid tussen fluisteren en gewoon spreken in. 'Daar! Ik vermoed iets. Zie je ze?'
'Natuurlijk niet. Het is donker en je koplampen zijn niet aan.' Anna praat ook stil.
'De nachtkijkers. Snel.'
De nachtbrillen liggen op de achterbank, het zijn helmen met ingebouwde infraroodcamera’s. Hiermee ontdekken Anna en Jack het landschap in groene en gele tinten.
‘Kijk, daar,’ fluistert Jack.
Twee schaduwen. Soepel, behendig laveren ze tussen de bomen. Met de camera’s zijn hun bewegingen zijn makkelijk te volgen. Hun warme voetsporen blijven nog een tijd zichtbaar wanneer ze al verdwenen zijn.
'Zonder die bril kan je ze onmogelijk ontdekken,' fluistert Jack. 'Ze gedragen zich even alert als bedreigde dieren in de nacht.'
'Ginds, nog twee.' Anna wijst de bewegende vormen aan.
'We moeten ze zo ver mogelijk volgen.'
Dat lukt niet lang. De schimmen laten de gewone paden links liggen en verdwijnen in het struikgewas.
'Vandaar zullen ze afdalen naar de vallei, hé?' vraagt Anne.
'Klopt,' antwoordt Jack.
'Knap dat je ontdekt heb dat ze hier verzamelen.’
'Ik ben hoofdinspecteur, Anna. Ik heb deze zaak verschillende maanden opgevolgd.' Er ligt een onmiskenbare trots in Jacks gefluister. 'We hebben ze dus zien afdalen naar de vallei... '

'Er komen er steeds meer. Ze hebben nauwelijks kleren aan. De mannen steken in een minuscule short, de meisjes dragen korte rokjes en een topje.'
'Een groep mensen in het donker, nagenoeg zonder kleren... we weten wat ze van plan zijn, hé?'
‘Ik heb wel zo’n idee.'
'De viezeriken! Ze zullen dat verfoeilijke ding doen. Hierdoor ontwrichten ze de maatschappij.'
'Jack, overdrijf je niet een heel klein beetje?' zucht Anna.
'In geen geval! Stel dat brave burgers met dit ongedierte in contact komen... met dit uitschot... wat ze doen is walgelijk, verderfelijk en illegaal. Wij zijn hier om hen ervan te weerhouden dit nog meer te doen. Heb je ze kunnen volgen na het struikgewas?'
‘Ze zijn afgedaald tot in die hele grote open plek, met het meer dat er centraal ligt.’
‘Mooi! Komaan dan, actie, zoals gepland. We naderen hen door de bomen tot op een tiental meter van het dal en slaan vandaar hun activiteiten gade. Als mijn verdenkingen juist zijn roep ik de versterking op.’

Anna kijkt Jack aan, die met zijn 114 kilo niet bepaald grote fysieke inspanningen aankan. Zelf is ze de voorbije maanden heel wat afgevallen, maar ze is nog steeds volslank. Fysieke inspanningen vergen veel van haar hartspier. 'De afdaling tot in de vallei zal misschien niet zo eenvoudig verlopen,' verwittigt ze. 'De mensen die we willen arresteren gaan daar huppelend heen, maar kunnen wij dat wel?'
Jack haalt zijn schouders op. 'Als je valt zal ik je helpen. Kom, actie.'

Het sluiten van de portieren van de auto levert twee doffe klappen. Kiezelsteentjes knerpen onder hun bottines. Een uil komt in scheervlucht een oogje op hen gooien, daarna verdwijnt hij gerustgesteld tussen de bomen.
'Hierlangs,' fluistert Jack.
Het valt niet mee om door dit sombere natuurgebied te trekken zonder dat hun wankele, plompe lichamen het evenwicht verliezen. Jack en Anna hebben veel tijd nodig om te bepalen waar ze hun voeten zullen neerzetten. Ze vorderen langzaam en ademen zwaar. Bij elke pas die Anna doet breken er bovendien takjes onder haar schoenen.
'Stiller, Anna. Plaats je voeten op de zachtste plekken, op aarde, gras, of op rots.’
Anna probeert die plaatsen te vinden, en het gaat beter. Hun voetstappen worden haast onhoorbaar, lossen op in de klanken van ritselende diertjes. Ondanks de zware inspanning brengt Jack een glimlach op. Hij begint dit zelfs leuk te vinden. En zijn assistente klaagt niet één keer. Ze is echt een pareltje.

'We zijn er,’ puft hij uiteindelijk. ‘Van hieruit kunnen we de schaduwen observeren door de takken van de bomen, zonder dat zij ons opmerken.’
Jack duidt een plek aan waar Anna op de uitkijk kan staan. Hijzelf posteert zich een halve meter naast haar.
'Het is... verbazend,' vindt Anna.
'Het is slim bedacht,’ antwoordt Jack. ‘Helikopters kunnen daar niet landen omdat er een meer is, maar de misdadigers die deelnemen aan dit nachtelijke vergrijp beschikken wel over erg veel ruimte. Ze kunnen er zo ongeveer alles uitspoken wat ze willen.’
'En dan te bedenken dat er overdag zoveel mensen hiernaartoe komen met de bosbusjes,' grinnikt Anna. 'De toeristen gaan bloot in de zon liggen, bij het meer. Ze babbelen, lachen, vrijen, lezen boeken, volgen het internet. Ondertussen verbruiken ze natuurlijk ook kilo's van al die spullen die de industrie speciaal voor hen produceert, chips, chocolade, zoetigheid, drankjes... '
'Heb ik zelf ook vaak gedaan,' mijmert Jack. ‘Met een meisje. Op ons notebook konden we lezen, schrijven en internetten, en tussendoor lagen we in elkaars armen, we zoenden, we neukten…’
‘Neukten? Was dat niet te vermoeiend?’ vroeg Anna.
‘Nou ja. Elkaar overal aanraken, beetje beffen, spelen met haar tepels en met mijn piemel, daar namen we meestal genoegen mee. Maar het was zeer de moeite waard.’ Jack raakt in de ban van zijn herinneringen. Echter, een tiental meter onder hen, in het diepste dal van de vallei, is er iets aan de hand.
'Jack!' fluistert Anna.


(wordt vervolgd)
www.manonsite.eu

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens