woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - A post-it to oneself (8/8) - psycho- filosofische detective
Gepubliceerd op: 06-06-2012 Aantal woorden: 1203
Laatste wijziging: 06-06-2012 Aantal views: 1346
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

A post-it to oneself (8/8) - psycho- filosofische detective

Manon



(Wat voorafging: Katja doet haar verhaal aan de politie-inspecteurs. Ze bekent de moord op William Rogge te hebben begaan. Tijdens het gesprek wordt inspecteur Demeester onderboken.)


Het duurde een hele poos voor Demeester terugkwam. Toen hij eindelijk terug was kruiste hij zijn armen op de tafel en keek Katja strak aan.
‘Mijn collega heeft me zojuist medegedeeld dat ze de dader gevonden hebben,’ zei hij. ‘De moordenaar van William Rogge. Hij heeft zojuist bekend. U bent vrij, mevrouw Beernaerts. U kunt gaan.’
‘De dader?’ vroeg Katja. ‘De dader? Maar dat kan toch niet?! Ik heb zojuist...’
‘U was niet ons enige spoor, mevrouw Beernaerts. Mijn collega’s hebben een bekentenis kunnen afdwingen op basis van het sporenonderzoek. De gegevens kloppen perfect met het onderzoek van de technische recherche. Het motief van de moord, en wie de moordenaar is, dat is allemaal heel duidelijk.’
‘Het is niet te geloven... hij zal onschuldig moeten zitten, voor iets wat hij niet gedaan heeft! Waarom geloof u die mens, en mij niet?!’
‘Er is nog een bijkomend element, mevrouw Beernaerts,’ zei Demeester. ‘We hebben hier gegevens van een onderzoek dat vanmorgen werd uitgevoerd. We hebben toen nog geprobeerd u telefonisch te bereiken, maar u was niet thuis.’
‘Ik was in het bos... Ik wilde de plaats nog eens zien waar het allemaal gebeurd is... en nog eens op de plaats rondlopen waar William en ik elkaar hebben leren kennen...’
‘Een van onze speurders heeft u daar opgemerkt.’
‘Werd ik gevolgd?’

‘We wisten waar u was. En wat het onderzoek van deze ochtend betreft. We hebben uw moeder gesproken. Zij bevestigt dat u vrijdagavond bij haar was. Ze bedankt overigens voor het mooie boeket bloemen dat u haar hebt gebracht. En ze wist met zekerheid te zeggen dat u bij haar overnacht hebt, en pas de zaterdag terug naar huis bent gegaan.’
‘Mijn moeder? Maar ik... kent u mijn moeder?’
‘We hebben onderzoek gestart om te achterhalen of u werkelijk niet op de fuif was. Met dat onderzoek zijn we gestart toen u bleef ontkennen.’
‘Dat was toch niet meer nodig!’ riep Katja uit. ‘Ik heb toegegeven dat ik er was!’
‘Inderdaad, zodra u had toegegeven dat u op de fuif was, konden we eventueel het onderzoek stopzetten. Maar zekerheid is altijd wenselijk. En u daagde erg laat op voor de verklaring die u moest afleggen. We vroegen ons af hoe de vork werkelijk aan de steel zat, en gaven bijgevolg geen opdracht om dat onderzoek naar uw aanwezigheid op vrijdagavond te stoppen. En het is nu wel duidelijk. U hebt William Rogge niet vermoord. U hebt hem zelfs nooit gekend.’
Katja barstte in tranen uit. ‘Ik heb hem gekend! Hij was mijn partner! En ik heb hem vermoord! Ik was jaloers! Ik heb het gedaan! Ik heb het gedaan!’ schreeuwde ze.
‘Ik wil het gedaan hebben! Ik wil het gedaan hebben!’ was wat Rutten en Demeester hoorden.
Misschien zou Katja hier later nog iets over horen, omdat ze een moordonderzoek bemoeilijkt had. Misschien ook niet. De inspecteurs praatten hier niet over en begeleidden haar naar de uitgang.


oOo



Op de grond in de keuken, op de grond in de badkamer, overal lagen snippers van krantenfoto’s. De tranen stroomden over Katja’s wangen terwijl ze de restjes tape en papier van de keukenkast haalde. Bij de tafel lag een hoop glasscherven. Katja kon haast de woede voelen, zoals die een paar uur geleden bezit van haar had genomen. Hoe ze in een hysterische bui alle foto’s van de kastdeur en van de spiegel had gerukt, hoe ze de mooiste foto die ze gevonden had, de foto in de lijst, op de tafel aan diggelen had geslagen, het glas verbrijzeld had, de houten lijst had doen barsten tot hij uit elkaar viel, en hoe ze tenslotte de foto had verscheurd in duizenden stukken, die nu aan haar voeten lagen. De man waarmee ze zo’n wonderlijke momenten had beleefd. En die haar bedrogen had. Dat hij haar ooit had mogen aanraken! Zo’n bedrieger! Ze had hem kunnen vermoorden!

Ook in de badkamer haalde Katja de laatste snippers krantenpapier en de kleefband van de spiegel. Toen ze klaar was, zag ze haar spiegelbeeld. Een opgezwollen gezicht, op en neer bewegend onder de schokken van verdriet, overstelpt door tranen.
Ze bleef een hele tijd staan kijken naar het gezicht in de spiegel. Zag het beeld veranderen. Ze zag hoe langzaam de tranen afnamen, het bijgaande geluid van haar hoge stem nam ook af.
Langzaam ging ze naar het berghok in de gang. Ze bewaarde er een kist met de meest essentiële materialen om eenvoudige klusjes in huis op te knappen. De hamer die ze nodig had vond ze onmiddellijk.
Een paar tellen later stond ze weer voor de spiegel.
Ze was niet het geloof dat men haar had proberen aan te praten.
Ze was niet de activiteiten die ze deed.
Ze was niet de dingen die ze bezat.
Ze was niet de liefde, sensatie, verlangen, zoals ze die bij andere mensen zag.
Ze was ook niet de droom waarin ze zich verschool.
Ze was zelfs niet het beeld dat haar voorgespiegeld werd, het beeld van haarzelf dat ze zag.
Wat ze wel was, wist ze niet. Maar één ding was zeker.
Al het voorgaande was ze niet.
Wat onwaar was, moest verdwijnen. Niet om dat wat waar is te verkrijgen, maar omdat het onwaar was.
Ze omklemde de hamer met beide handen. Ze hief haar armen met al de kracht die ze kon oproepen zo hoog mogelijk de lucht in.
De spiegel spatte uit elkaar in duizend stukken.

Ze zou voortaan heel, heel ver weg van al deze denkprocessen moeten wegblijven. Ze had dit soort denken allemaal opzij gezet en bleef nu alleen, niet geïsoleerd of in een hoek gedrukt, zoals vroeger, maar alleen, omdat ze de onzin van culturele manipulatie en van zelfmanipulatie had gezien en er rustig, zonder enig gevoel van superioriteit, van wegwandelde. De zoektocht naar zekerheid en uitleggingen had afgedaan, het was dood, er was geen weg terug. Ze stond alleen, zonder de minste binding aan enige handelwijze, aan enig gedrag, aan welke ervaring dan ook. Dat was essentieel, want alleen dit bevrijdde het bewustzijn uit de slavernij van de tijd. Alle vormen van beïnvloeding zou ze verstaan en verwerpen, zodat het denken geen voortgang in de tijd kon krijgen. De tijd verwerpen is het essentiële van het tijdloze.

Katja keek uit vanop haar appartement. Ze wist dat in de tuin beneden de andere bewoners allerlei planten hadden laten weghalen omdat die teveel rommel gaven – afvallende blaadjes in de herfst, en vruchten in allerlei seizoenen. In hun plaats stonden nu overal identiek dezelfde altijdgroene struikjes.
Ze zag de bomen in de straat en hoorde het geraas van het verkeer.
Op haar terras zaten twee duiven te flirten. Ze stapten naar elkaar toe, gaven elkaar vriendschappelijke duwtjes en pikten in elkaars nek.
Niemand zou ooit kunnen verwoorden wat leven en dood, liefde of schoonheid is. Het onkenbare ervan was hun wonderlijke schoonheid.


Met dank aan de teksten van J. Krishnamurti in zijn Notebook (Krishnamurti over Krishnamurti).

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens