woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (32/33)
Gepubliceerd op: 02-06-2012 Aantal woorden: 2137
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1819
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (32/33)

Manon


(De bom werd uitgeschakeld door Martine. De buitenaardsen zijn opgepikt door de takeldienst. Flash is heel ver weg. En er is meer…)


De zware houten deur van notaire Félicien Beaubreuilh bonkte dicht.
‘Proficiat, nieuwe eigenares van het domein van Hilaire de Bonnevalle de Echte!’ Piet gaf Martine een dikke kus. Ze zag er nog altijd een beetje onthutst uit, maar ze straalde en glansde zodanig dat hij haar niet kon loslaten, niet met zijn armen en niet met zijn ogen.
Als volleerd chauffeur hield Babe de deur van de Chevrolet voor haar open.
‘Dat zou Hilaire de Echte ook graag voor je gedaan hebben,’ gniffelde Piet. Martine stapte vooraan in. Piet schoof achterin tussen Buck en Chuck. Buck zat te toetsen op zijn mobieltje.
‘Ik wist wel dat hij een boon voor me had,’ zei Martine. ‘Maar dit...’ Ze durfde het nog niet echt te geloven. Ze bekeek opnieuw de papieren die le Notaire Félicien Beaubreuilh haar had gegeven. En het stond er wel degelijk, zwart op wit. Martine La Gaillarde, erfgename van Hilaire de Bonnevalle.
Ze erfde het kasteel met het hele domein erbij. Het bos, de wegen, het meer en het hele landgoed rond het kasteel. Hilaire de Bonnevalle de Echte had echt van haar gehouden. Hij had gedacht dat het gebied bij haar in goede handen zou zijn en hij had ervoor gezorgd dat zij het zou erven als hij onverwacht zou komen te gaan.

De Chevrolet zweefde heerlijk zacht over de weg.
‘Hallo... Ja... Ze zijn net terug van de notaris,’ sprak Buck.
‘Met wie spreek je?’ vroeg Piet, maar Buck negeerde hem.
‘Ze erft het hele domein... het kasteel, het landgoed, het bos...’
Piet fronste zijn wenkbrauwen. Die verdomde ex-spion. Blijft een geheim agent een spion voor het leven? Met wie was hij aan het praten? Waarom gaf hij informatie van Martine door?
‘In orde,’ zei Buck en hij drukte op de stoptoets. Piet wilde vragen stellen, maar Buck liet hem de tijd niet. ‘Piet, je zal die notaris nog weleens terugzien, zeker?’
Piet keek hem niet begrijpend aan.
‘Wij denken dat jullie gaan trouwen!’ verduidelijkte Chuck.
‘Dat we gaan... wat?’ vroeg Piet.
‘Komaan Piet, en jij ook Martine, ooit zal je het toch onder ogen moeten zien. Jullie leven nog maar een week of twee samen, maar het is voor iedereen duidelijk dat daar niet gauw een einde aan zal komen.’

‘Wel... euh...’ bracht Piet uit terwijl Martine, vooraan in de auto, haar oren spitste. ‘Op arbeidsvlak zijn we elkaars gelijken, dat geef ik toe. Ik stink even erg naar de frieten als zij,’ zei Piet.
Martine keek achterom. ‘Stinken? Stinken?! We dragen beiden hetzelfde parfum! We hebben ook dezelfde vriendenkring... een zeer uitgebreide kring, trouwens, zowel in aantal als in ruimtelijke spreiding.’
Piet boog zich helemaal naar voren. Hij fluisterde in haar oor. ‘Ook erotisch en seksueel zijn we niet uit elkaar te halen. We zijn één pot nat.’ Tegelijkertijd hoorde hij Chuck zeggen: ‘Bovendien zijn jullie ook seksueel niet uit elkaar te houden!’
‘Da’s liefde...’ zuchtte Martine met een brede lach. Ze draaide zich om en sloeg haar armen rond de nek van Piet.

Achter het stuur koos Babe een nieuwe cd. Zachte backgroundmuziek dwarrelde door de Chevrolet. Over de gebogen rug van Piet keken Buck en Chuck elkaar diep in de ogen. Ze grepen elkaars handen. ‘Wij kunnen niet trouwen, tenminste niet in de States. De wetten veranderen er de hele tijd in functie van de machthebbers... Maar we zoeken uit of Amerikaanse homo’s in Europa kunnen trouwen... of zoiets,’ zei Buck.
‘Onze notaris helpt jullie wel in die zoektocht,’ zei Martine.
Buck en Chuck sloegen hun armen rond Piet en Martine.
Helemaal verdrongen onder Buck en Chuck erkende Piet dat hij het wel zag zitten om met Martine door het leven te gaan. Martine wrong haar hoofd onder de omhelzende armen van Buck en Chuck, dook tot vlak bij de mond van Piet en gaf hem een dikke kus. ‘Dat zie ik ook zitten. Maar bezint eer gij begint! Het wordt een zware dobber. Met het kapitaal dat Hilaire de Echte heeft nagelaten, kunnen de erfrechten voor het domein betaald worden. Maar dan... een kasteel onderhouden, dat zal wat kosten, en ik wil dat het de bologen aan niets ontbreekt. Het bos zal aardig wat onderhoud en materiaal vergen. Al is de camping aantrekkelijker geworden door de grootte van het domein, en al zal hij tijdens het mooie seizoen steeds volgeboekt zijn, ik vrees dat er toch geldproblemen zullen opduiken.’
‘Als je rijk wordt krijg je geldzorgen,’ lachte Piet. ‘Maar je hebt gelijk. De Bologen kunnen nog niet in hun eigen onderhoud voorzien, en ze hebben geen recht op een uitkering.’
‘Jullie zitten met een legertje illegalen,’ lachte Buck die samen met Chuck nog steeds Piet en Martine omarmde.
‘Ze zijn zelfs niet illegaal. Ze zijn administratief onbestaand. Een kluif voor het gerecht! Ze kunnen niet worden uitgewezen, want waar zou je ze naartoe sturen?’ vroeg Chuck.

Vanuit de ingewikkelde maar innige knoop van acht armen zag Piet op het dashboard van Babes auto een bruine envelop liggen. Hij kneep zijn ogen halfdicht, las het adres nog eens en werd helemaal zeker.
‘Die brief is aan mij gericht!’ riep hij terwijl hij een van zijn armen doorheen de andere doorwrong om de brief te grijpen. De knoop ontknoopte zich. Martine grabbelde naar de omslag. Er was een Amerikaanse postzegel op geplakt, en er was een grote stempel met de woorden ‘urgent - priority’.
‘O ja,’ zei Babe zakelijk van achter het stuur. ‘Die envelop. Die is inderdaad voor jou. Ik heb hem gevonden bij het doorzoeken van de auto van Buck en Chuck.’ Ze bloosde niet eens bij deze bekentenis.
‘Ze is echt wel goed,’ grinnikte Buck die nu eindelijk ook Chuck losliet.
‘Ze zal nog door haar examens geraken bij de CIA,’ schaterde Chuck terwijl hij Buck losliet.
‘Ik geraak nooit door mijn examens want ik vertik het om terug te keren naar de CIA!’ antwoordde Babe vastberaden.
Chuck zei tegen Piet, eveneens heel zakelijk: ‘Die envelop hebben we meegegrist toen we je appartement doorzochten.’
‘En dan zijn we hem glad vergeten,’ ging Buck zakelijk verder.

Piet las de afzender: het Pentagon. De envelop bevatte een aantal vellen prachtig, elegant papier, waarschijnlijk perperduur. ‘Het is een aanbod... Het Pentagon wil mijn Supersnel Computerprogramma voor Datauitwisseling kopen, en ook het programma voor het observeren van menselijke emoties vanuit de ruimte. Die programma’s behoren mij toe, en niet ESA. Ik heb ze nooit aan hen kunnen slijten.’ Verbijsterd las hij verder. ‘En de som... de som die ze ervoor bieden...’ Zijn adem stokte. ‘De prijs... die ze voorstellen... daar kunnen de topmanagers van de wereld nog een voorbeeld aan nemen!’
Gedraaid in haar zetel staarde Martine Piet aan. Hij stuurde haar een glimlach. ‘Voilà, Martine. Het is al opgelost. Met het grootste gemak zullen we je domein, het kasteel en de bologen kunnen onderhouden. Met dit duizelingwekkende bedrag onderhouden we gemakkelijk heel Frankrijk, het Elysée inbegrepen!’
Martine keek hem recht aan. ‘Nee,’ zei ze kort.
‘Wat bedoel je, nee? Je weet niet over hoeveel geld het gaat.’
‘Nee,’ zei Martine opnieuw, onverbiddelijk.
‘Maar met dit bedrag kunnen we...’
‘Met het geld van het Pentagon? Nooit!’ zei Martine.

Toen daagde het ook bij Piet. Het Pentagon... Een van die vele dieprode vlekken op de blauwe planeet. Een van de plaatsen waar beslissingen werden genomen die een invloed hadden op het onwelzijn van alle mensen van de wereld. Een van de plaatsen waar bijna uitsluitend mensen rondliepen die onmiddellijk strontziek zouden worden als ze in contact kwamen met de energie van het ei, het ei
waarvoor valsheid een ononverkomelijke hindernis was... Als deze dieprode vlek de hand kon leggen op het computerprogramma dat Piet gemaakt had, zou dat programma onmiddellijk worden ingezet tot het uitwerken van de meest hatelijke strategieën.
‘Nee,’ zei Piet. ‘Je hebt helemaal gelijk. Dat doen we niet. Nooit.’
Intens kauwend op bubble-gums keken Babe, Buck en Chuck alle kanten uit.

Babe draaide de Chevrolet de parking van de camping op. Ze parkeerde naast een Toyota Prius met twee inzittenden. Er kwam een klein mannetje uit te voorschijn, smetteloos uitgedost in kostuum en das. Hij stevende recht op Piet af en boog vanuit zijn bekken, als een knipmes.
‘Meneel Piet Geluck, aangenaam. Ik ben velheugd u te ontmoeten.’
Volkomen verrast liet Babe haar bubble-gum balonnetje in haar gezicht ontploffen. ‘Die lijkt beter geïnformeerd te zijn dan de inlichtingendiensten van alle landen van de wereld,’ grinnikte ze. ‘Hij weet heel zeker dat de persoon die voor hem staat Piet Geluck is. En toch is Piet kaal!’
‘Geen twijfel mogelijk. Die Jap komt uit de zakenwereld. Daar zijn ze bij de tijd,’ stemde Buck fluisterend in.
Piet stond op het punt om zijn hand uit te steken en naar de identiteit van de man te vragen, maar de Japanner wachtte daar niet op en vervolgde onmiddellijk. ‘Ik ben hiel in naam van de dilecteul-genelaal van de Japanse multinational Nominoichi Int. Wij Japannels beoefenen de kunst van oligami, maal we hebben in u onze meestel gevonden.’
‘Oligami?’ vroeg Buck zich af.
‘Origami,’ antwoordde Martine. ‘Heeft Piet een of ander servetje zodanig opvallend en vernieuwend geplooid dat de Japanse spionnen op de camping het opgemerkt hebben? Willen ze hem uitnodigen om een lezing te geven op een cursus origami in Tokio?’

De Japanner lette niet op hun gefluister en wendde zich uitsluitend tot Piet. ‘We zijn enolm geïntelesseeld in uw patent ovel het openplooien van zonnepanelen. Ik velbind u onmiddellijk dool met de dilecteulgenelaal.’
Als Piet er ditmaal een woord had willen tussenbrengen, zou dat weer niet gelukt zijn. De tweede Japanner was erbij komen staan en toetste op een mobiele telefoon terwijl zijn collega Piet vriendelijk
maar dringend verzocht om plaats te nemen in de Toyota. Martine, Buck, Chuck en Babe volgden het toneeltje met tientallen vraagtekens op hun gezichten.
Uit de jaszak van Buck dook een idioot dromerig deuntje op. Buck pakte zijn GSM. ‘Hallo? Nee... Maak je niet ongerust. Martine en Piet opteren ook voor een samenlevingscontract... We worden opgehouden door een stelletje Japanners... Ja...’
De vraagtekens op het gezicht van Martine werden alleen maar groter.

In de Japanse auto stond een groot plasmascherm. Daarop verscheen het hoofd van nog een Japanner. Algauw zat Piet met het Japanse hoofd te praten. Hij maakte daarbij allerlei gebaren met zijn handen, alsof hij vliegtuigjes van lucht zat te plooien en ze vervolgens de lucht in gooide. Het gesprek duurde een hele poos, maar leek te verlopen in de beste omstandigheden. De Japanner en Piet praatten ongeveer evenveel, ze knikten veelvuldig naar elkaar, en tegen het einde toe werd er zelfs gelachen. Het hoofd op het scherm hief tenslotte een glaasje sake de hoogte in en riep: ‘Kampai!’
Een van de Japanners duwde Piet een glaasje sake in de hand. Piet hoefde het alleen de hoogte in te heffen. Luidkeels riep hij: ‘Kampai!’

Zodra het hoofd van het plasmascherm verdwenen was, stak Piet zijn hoofd uit de deur van de auto en riep: ‘Martine, voor de rest van je leven hoef je je geen zorgen meer te maken om geld! We zullen het domein kunnen onderhouden!’
Met zijn glas sake in zijn hand kwam hij bij haar staan en legde het uit. ‘Vlak nadat ik ontslagen was en vlak voor ik naar Frankrijk vertrok, heb ik de mechaniek van het openplooien van een papieren vliegtuigje snel op papier uitgetekend als een concept voor het openplooien van zonnepanelen in de ruimte. Daar heb ik een patent op genomen. Tijdens mijn reis naar Frankrijk heb ik de brief in de eerste de beste brievenbus gegooid, zonder er verder nog aan te denken. En dat heb ik net aan de Japanners verkocht.’
‘We denken dat we midden in de natuur zitten, ver van alles, een leven aan de rand van de maatschappij, maar blijkbaar weten alle Japanners ons hier te vinden,’ zei Martine. Toen draaide ze zich om naar de bezoekers. ‘Jullie zullen wel honger en dorst hebben na zo’n lange reis. Kunnen we je iets aanbieden in de frituur? Frietjes, bijvoorbeeld?’
De Japanners glimlachten en bogen, en van hun gezichten viel oprechte blijheid af te lezen. ‘Flites flançaises! Wat een genoegen voor ons om dat te leren kennen!’
Buck en Chuck gingen er stilletjes vandoor zonder een woord te zeggen.

(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren via mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens