donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (31/33)
Gepubliceerd op: 24-05-2012 Aantal woorden: 3812
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1359
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (31/33)

Manon


(Op het einde van het vorige hoofdstuk zei Martine: ‘Te laat, Daisy. Je bommetje zal niet ontploffen…’ En de bom ontplofte niet.)

‘Mag dat radioactieve ei hier zomaar op de toog liggen?’ vroeg Piet in het voorbijgaan aan Râar.
Râar wilde antwoorden maar Piet was al doorgelopen en bedeelde de tafel even verderop met de nodige porties frieten. De bologen stortten zich erop. ‘Piet en Martien echt goed!’ riepen ze. ‘Piet en Martien geen aliens!’
Piet liep terug met lege handen en kwam opnieuw langs Râar, die nu zijn handen vol goed gevulde glazen had. ‘Het kan geen kwaad, Piet,’ zei die. ‘Het ei absorbeert alle energie, maar slaat ze niet op. Die energie, die kernenergie, die radioactieve energie is nu echt wég. Nul. Niks meer. En de bom van Daisy is niet veel meer dan een roestig stuk metaal. Alle kracht is eruit verdwenen, opgelost in het niets.’
‘Het zal nog even duren voor ik alles begrijp over zwarte gaten en zwart licht, en over dat ei waar jullie happily mee door de ruimte tuffen,’ antwoordde Piet.
‘Maar uiteindelijk is het niet het ei dat ons het leven gered heeft,’ zei Râar.
‘Hoezo, niet het ei?’
‘Vraag maar aan Martine!’ lachte Râar en hij haastte zich naar de tafel waar de Bologen tumult maakten.

‘Râar niet raar! Râar geen rare vent! Goeie vent!’ schreeuwden ze terwijl ze hun drankjes aannamen. ‘Râar géén alien! Râar en Zhîm heel goed! Geen buitenaardsen!’
‘Neenee, wij zijn geen aliens, zeer zeker niet. En alle Menschen werden Brüder!’ beaamde Râar terwijl ondertussen Tambina en Thelussa de hemel werden ingeprijsd omdat ze zout, mayonaise en tientallen andere sauzen aanbrachten.
‘Tambina en Thelussa ook geen aliens! Zij ook goed!’ juichten de Bologen. Ze smulden zoals ze nooit eerder hadden gedaan. Dit was pas voeding. Veel beter dan witte bonen uit blik, appelmoes en worst uit blik, pizza met een dikke laag deeg en alleen een dun velletje saus. Voor hen was de frituur van Martine een vijfsterrenrestaurant.

Achter de toog stond Martine in haar groene schort en met zwiepende paardenstaart zelf een bakje frieten te verorberen.
Piet keek haar vragend aan. ‘Hoezo, Martientje? Wat bedoelde Râar? Als het ei het niet gedaan heeft, wie of wat heeft die bom dan onschadelijk gemaakt?’
Net toen Martine de frieten in haar mond had doorgeslikt en wilde antwoorden, vielen Buck en Chuck binnen in de frituur.
‘De dokter en de begrafenisondernemer zijn net weg,’ zei Buck.
‘De kramp waarin kloon Hilaire is terechtgekomen toen de aftelling van de bom de nul bereikte, werd zijn dood,’ zei Chuck.
‘Het einde lag in de nul,’ zei Buck en hij vroeg zich af of hij plots filosoof was geworden. Of toch zoiets.
‘Hij ligt opgebaard in het kasteel,’ vervolgde Chuck.
‘We zullen morgen de gemeente verwittigen dat Hilaire de Bonnevalle gestorven is,’ zei Martine praktisch. In gedachten was ze bij twee Hilaires tegelijk, de echte Hilaire die jaren geleden vermoord was, en de kloon die nu in het kasteel opgebaard lag.

Piet staarde haar aan. ‘Maar ik vraag me nog altijd af... hoe werd die bom onschadelijk gemaakt?’
‘Dat willen wij ook graag weten,’ zei Chuck. ‘Wij stonden elkaar daar met zijn drieën innig te omhelzen, in afwachting van de ontploffing. En die ontploffing liet erg lang op zich wachten! Hij hield zich niet aan de regels. Nul is nul!’
Babe grinnikte. ‘We bleven maar kussen en knuffelen, zelfs toen we doorhadden dat de computer helemaal uitgeteld was.’
Martine werd er vrolijk van. Haar bakje friet was leeg, en ze schonk zich een glas wijn in. ‘Ik bestuur hier alles! De frietketels en de frigo, de treintjes en de couveuse,’ zei die mama Daisy. De trut. De hele tijd stond ze daar met zichzelf te pronken. Uit pure verveling keek ik naar mijn voeten en naar de vloer waar we op stonden. Het lag er vol elektrische kabels die naar de commode van Daisy leidden - niet echt interessant om verveling weg te werken. Alhoewel... Een van die kabels was bijzonder dik en groot, en er was een zelfklevend etiket rond gedraaid. Dat had ik al eerder opgemerkt, in de gangen. Ook daar waren op regelmatige plaatsen etiketten rond een kabel gekleefd, alsof die heel bijzonder was. En er stond iets op die etiketten geschreven, heel onhandig, in drukletters, duidelijk door Bologen gedaan. Debeum. Maar ik begreep niet wat dat betekende.
Het getater van Daisy werd ik zo grondig moe dat ik haar het liefst met een bijl te lijf zou zijn gegaan. Maar er was een bom in het spel, en als ik zoiets deed konden de gevolgen verschrikkelijk zijn. Ik moest het werk wel aan Piet overlaten. Dus bleef ik maar kijken naar het label rond de kabel, en voor mezelf herhaalde ik steeds opnieuw de tekst die erop geschreven stond...
DEBEUM...
DEBEUM...’

Aan de andere kant van de toog keken Piet, Buck, Chuck en Babe haar aan.
Martine las het ongeduld in hun ogen en verhoogde de spanning. ‘Debeum... dat klonk mij niet helemaal onbekend in de oren. Waar had ik dat nog gehoord?’
Piets ogen gingen wijd open. Zijn hele gelaat trok open in een brede lach.
‘Juist, ja,’ zei Martine. ‘In een film van de Pink Panther, met Peter Sellers. Ik heb die films allemaal gezien, meerdere keren zelfs. En daardoor drong het tot me door... Debeum... De Beum... De Bom... aan het andere eind van die kabel zat de bom. De A-bom!!!’
‘Kateu, this wire will lead us to the reum with the beum.’ Piet barstte in lachen uit. Buck en Chuck en Babe schaterden.
‘Ik begon weer hoop te krijgen voor ons leven,’ vervolgde Martine. ‘In de herrie rond de zakagenda van Babe kon ik ongezien wegkomen, en in de lange gangen volgde ik de kabel met het label ‘debeum’. Onderweg kwam ik een stel buitenaardsen tegen. Râar en Zhîm hadden zich ontdubbeld, ze waren met vier!’

‘We hadden onze zintuigen supergevoelig ingesteld,’ zei Thelussa. ‘Met ons reukorgaan kunnen we indien gewenst zelfs het spoor van een individuele mier volgen, met onze tastzin sensen we iemand van honderden meters afstand. Om van andere zintuigen maar te zwijgen. Zo was het niet moeilijk om Martine te vinden. Ze vertelde over een superbrein dat zichzelf mama Daisy noemde. Râar en Zhîm keken ons sterk geamuseerd aan. Een aards superbrein... wat zou dat voorstellen? Het was duidelijk dat ze er niet bang voor waren.’
‘Maar dat veranderde enigszins toen we de A-bom zagen,’ zei Martine. ‘Râar had het ei bij zich en zag hoe dat reageerde. Onmiddellijk leidde hij daaruit af dat de bom op scherp stond, klaar om te doen wat een A-bom doet. Daisy was misschien niet het super-superbrein waar ze zichzelf voor liet doorgaan, maar die bom was een echte bom en hij kon de hele omgeving verwoesten.’

‘Toch voelden we ons nog niet al te sterk bedreigd,’ vertelde Râar. ‘Ik had het ei, dus ik snelde tot vlakbij de bom en richtte het ei erop. Het absorbeert alle radioactiviteit uit de omgeving. De bom zou haar radioactiviteit helemaal verliezen.
Maar er gebeurde niets.
Het werkte niet.
Om zo’n eenvoudige bom te kunnen ontmijnen, was het ei veel te gesofisticeerd.’
‘Shit, shit, shit,’ zei Buck, die vol spanning luisterde.
‘Holy shit,’ zei Chuck. ‘Het moet hard aangekomen zijn. Dan sta je daar, met al je technische snufjes. En je kan er niks mee aanvangen!’
‘Precies. We stonden daar maar naar die bom te kijken. Niemand wist wat we moesten doen. Het was echt griezelig. Net zoals wanneer we pas op Aarde waren aangekomen, en Martine ons in de douches moest tonen hoe je kraantjes kunt opendraaien.’

‘Maar uiteindelijk werd de bom toch uitgeschakeld.’ Piet keek Martine ongeduldig aan.
‘Ja, ik heb de stekker uit het contact getrokken.’
‘Wŕt heb je gedaan?’ vroeg Piet.
‘Als ik mijn frietketel onschadelijk wil maken doe ik dat ook zo: gewoon de stekker uit het contact trekken.’
‘Ach. Het leven kan zo eenvoudig zijn,’ zuchtte Piet.
‘Zodra die stekker eruit was, probeerde ik het ei nog eens,’ zei Râar. ‘En toen ging het vanzelf. Alle radioactiviteit verdween uit de bom.’
‘Zo stuitend eenvoudig,’ hernam Tambina. ‘Râar en Zhîm, jullie hadden het probleem van Khasrol13 gewoon aan Martine kunnen voorleggen. Wie weet hield ze nog zo’n aards trucje achter de hand.’
‘Ik vrees dat jullie geen stekkers en ook geen kraantjes hebben in Khasrol13...’ lachte Martine.

Op de achtergrond klonk het vrolijke geroezemoes van de smakkende en voluit babbelende bologen.
‘Wat we van de camping gezien hebben, leek ons veelbelovend,’ zei Tambina terwijl ze de laatste slok van haar glas wijn nog even uitstelde. ‘Als jullie mensen het goed vinden, dan regelen we onze vakantie volgend jaar zodanig dat we hier kunnen kamperen tijdens het mooie zomerseizoen.’
‘Is het mogelijk om nu al een ‘emplacement’ te reserveren voor een ruimtetuig, volgend jaar, zo rond deze tijd?’ vroeg Thelussa.
Martine zocht haar agenda en merkte dat die niet zover reikte als volgend jaar. ‘Natuurlijk,’ zei ze. ‘Eén plaats voor caravan-ruimtetuig. Met stroom?’
‘Zonder stroom. Wij kennen stekkers noch stopcontacten,’ gniffelde Thelussa.
Martine noteerde het helemaal achterin de agenda. Ze genoot ervan om reservaties te kunnen noteren. ‘Dat is dik in orde. Zijn er nog meer reservaties op te nemen?’ Ze liet haar blik over de andere buitenaardse campinggasten gaan.
‘We moeten nu dit heerlijke oord verlaten, maar we hebben tenminste een paradijselijke vakantie voor de boeg,’ besloot Tambina.

Thelussa maande Râar en Zhîm aan om hen te volgen naar het takeltuig. De twee mannen maakten zich klaar om afscheid te nemen.
Geschrokken keek Martine hen aan. ‘Zo snel? Moeten jullie echt nu meteen al weg?’ vroeg ze.
‘Helaas, deze camping is zeer aantrekkelijk, maar we kunnen geen eeuwigheid blijven,’ antwoordde Thelussa. ‘Wij zijn pechverhelpers, en ruimtevaarders kunnen elk moment een beroep op ons doen. We staan altijd paraat. We kunnen niet, zoals Buck en Chuck, op kosten van onze firma...’
‘En Babe,’ vulden Buck en Chuck aan. Babe zat blij te knikken.
‘We kunnen niet zoals Buck en Chuck en Babe, op kosten van de CIA, hier eeuwig en drie dagen blijven,’ glimlachte Thelussa. ‘Er staan nog depannages op het programma. We moeten opstappen.’
‘Ja, natuurlijk, ik moet ook altijd paraat staan als ik wil dat mijn camping goed loopt. Een ruimtetakeldienst zonder depannageschepen zou niet erg rendabel zijn. Maar ik bedoel... Kan jullie vertrek niet even wachten? Een paar uur misschien?’

Piet zag Martines blik naar de tafel van de boloogjes gaan, en begreep wat er in haar omging. ‘Ik heb haar verteld over de Easy Chair in Khasrol13,’ legde hij uit aan Râar en Zhîm. ‘Ik heb haar verteld hoe doodziek jullie waren na het zonnebaden, en hoe stralend jullie erbij liepen, een halfuur na de Easy Repair Chair.’
‘Ben je ziek?’ vroeg Râar bezorgd aan Martine.
‘Nee, maar al die boloogjes... zoals ze er nu aan toe zijn worden ze geplaagd met allerlei tekortkomingen. Ze zijn maar half geslaagde klonen. Ze zullen de hele tijd ziek zijn, en, zoals alle klonen, erg snel verouderen. Ik weet ook niet of ze officieel recht hebben op medische verzorging. Administratief bestaan ze niet eens.’
‘Administratief bestaan is bij ons een voorwaarde om degelijke medische verzorging te kunnen krijgen,’ legde Piet uit.
Râar keek met een nadenkende blik naar de bologen, met hun puisten, hun vettige haren, hun lompe ledematen. ‘Als ze allemaal op de Easy Repair Chair moeten kan dat wel een tijdje duren want de energie zal moeten ingrijpen op hun DNA-structuur. De takeldienst kan zich zo’n lange vertraging niet veroorloven.’

Martine keek zwaar teleurgesteld en merkte niet hoe Piet en Râar een blik van verstandhouding met elkaar wisselden. Ondertussen speelde Râar betekenisvol met de ovale vorm in zijn handen. Thelussa en Tambina deden net alsof ze niets hadden gemerkt. Hun oren waren gesloten en hun neus bloedde.
‘Wij gaan alvast naar Khasrol13 en zweven haar met de veiligheidsmotor tot bij het takeltuig,’ zei Tambina.
‘We zien elkaar terug op de feestweide,’ riep Zhîm hen glimlachend na.
‘Buck, Chuck en Babe, als jullie de frituur in het oog houden, dan kunnen Martine en Piet ons komen uitzwaaien bij de takeling,’ zei Râar. Dit was zo expliciet gesteld dat Buck, Chuck en Babe meteen het juiste antwoord gaven.
‘We zorgen voor de bologen,’ beloofde Buck. ‘Er is trouwens niet veel verzorging aan, ze beginnen stilletjes in te dutten.’
‘Dan nemen we nu afscheid van elkaar,’ zeiden Râar en Zhîm.

oOo


Voor buitenaardsen was deze nacht een uitstekend moment om ongezien van de Aarde te vertrekken. De meeste tenten stonden roerloos en donker onder de volle maan, en het gesnurk dat eruit opsteeg liet vermoeden dat de bewoners in geen geval gestoord wilden worden. Zelfs niet door een buitenaardse takeldienst die een caravan-ufo met pech kwam halen. Van onder een enkel tentzeil klonk nog de simpele melodie van Close Encouter, belabberd, compleet vals en vermengd met een luide, beschonken lach. Van onder andere zeilen kwam nog een zacht gegibber en gekreun, teder maar vermoeid. Fuivers die elkaar in slaap hadden gesekst.

Terwijl Thelussa en Tambina Khasrol13 gingen oppikken, liepen Piet en Martine met Râar en Zhîm te voet naar de feestweide waar de ufo van de takeldienst geparkeerd stond. Râar toonde hen het ei in zijn handen. ‘Dat is de energiebron van Khasrol13. Het is ook die bron die ons geneest of ziek maakt. Als de bologen erop gaan zitten, worden ze gezond, net zoals bij de Easy Repair Chair. Ook hun verouderingsproces zal dan normaal verlopen.’
Martine nam het ei met grote omzichtigheid aan.
‘Je mag het laten vallen, je mag het zelfs op de grond gooien, het zal niet kapot gaan,’ zei Râar. ‘Maar de energie is wel eindig. Wanneer je alle bologen een beurt van een uur gegeven hebt, zal alles op zijn.’

‘Krijg je geen moeilijkheden als je het aan ons geeft?’ vroeg Martine.
Zhîm lachte. ‘Theoretisch mogen we dit niet weggeven aan... euh... aliens, ik bedoel aan wezens die niet op onze planeet leven. Theoretisch mochten we ook niet landen op de Aarde. Theoretisch mochten we ons niet tussen jullie begeven. Theoretisch mogen we hier geen vakantie nemen.’
‘Als we de geschiedenis van ons leven bekijken, hebben we alleen die dingen gedaan die theoretisch niet mogen,’ grinnikte Râar. ‘Grappig uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat we administratief geen bestaansrecht hebben. Maar we hebben de administratie niet alles verteld. Als het minder goed liep, zeiden we dat we pech hadden gekregen. En theoretisch kan je dat hebben.’
‘We maken ze daarginds wel wijs dat er iets mis was met het ei en dat we het ergens hebben moeten dumpen,’ zei Zhîm.

Op dat ogenblik zweefde de caravan van Râar en Zhîm in volkomen stilte voorbij. Hij zweefde geluidloos op ongeveer een meter boven het gras van de weide. Khasrol13 ontweek behendig de stellingen en de camion van Flash, de tafels van het koude buffet, de muziekapparatuur van Buck en Chuck en parkeerde zich net naast de takeldienst.
‘Thelussa en Tambina mogen niet weten dat we jullie het ei gegeven hebben,’ zei Râar.
‘Natuurlijk weten ze het wel,’ vulde Zhîm aan.
Martine draaide het ei om en om in haar handen.

In de grote driehoekige vorm die het ruimtetuig van de takeldienst was, ontstond een reusachtige opening. Voor hun ogen werd Khasrol13 als door een reusachtige magneet het ruimteschip binnengezogen. Het hele gebeuren duurde slechts enkele minuten en verliep volkomen geluidloos.
Piet besefte dat als hij nog vragen had, hij er nu mee op de proppen moest komen, anders kon hij ze naar de sterren seinen. ‘In de computer van Khasrol13 heb ik dingen herkend van mijn eigen programma dat ik gemaakt heb voor ESA. Staan die elementen in verband met het ei?’ vroeg hij.
Râar knikte. ‘Ja, er zijn zeker parallellen tussen beide programma’s. Het programma dat jij gemaakt hebt, en dat te krachtig was voor ESA, is de aanzet tot het programma dat wij gebruiken. Het is een programma dat op de universele energie van toepassing is – de basisenergie van alle universums is dezelfde. Jullie mensen komen daar al vrij dichtbij met de snarentheorie.’
‘Met mijn programma kunnen vanuit de ruimte emoties gemeten worden,’ zei Piet. ‘Die rode vlekken op de foto’s toonden duidelijk waar de agressie op Aarde te vinden was.’
‘Het ei gebruikt min of meer dezelfde metingen, alleen veel uitgebreider, en met veel meer manieren om op de basis van trilling in te werken,’ antwoordde Râar.

‘Er is wel één probleempje mee,’ legde Zhîm uit. ‘Het ei werkt in op alle energie en brengt die weer in evenwicht. Maar wie echt vals is, bij wie alle energie sowieso al in verkeerde banen loopt door een mentale valsheid, zelfs als hij het niet weet, daar zal het probleem verergeren door de energie van het ei. Die energie kan geen kant meer uit, want er zijn alleen valse, verkeerde banen. De energie van het ei stapelt zich op en veroorzaakt steeds zwaardere obstructies. Er komt een mentale en fysieke paniekreactie. Zo iemand wordt zieker en zieker en zieker. Hij gaat kotsen en rochelen en hijgen...’
‘Ja, dat kennen we,’ zei Piet.
‘De Bologen!’ schrok Martine. ‘Hoe kunnen we zeker weten dat bij hen alles in orde is... ze werden zeer slecht opgevoed. Ze werden psychisch en lichamelijk mishandeld. Misschien zijn ze al teveel verknoeid en zullen ze verkeerd reageren op het ei?’
Zhîm schudde geruststellend zijn hoofd. ‘Dat zit heel goed met die bologen. Heb je gemerkt hoe alle lastige mensen, de azijnpissers, de echt vervelende mensen die hier aankwamen, steeds ziek werden en heel snel van deze camping verdwenen?’
‘Natuurlijk weet ik dat nog!’ zei Martine. Ze zag ze voor zich, een voor een, om te beginnen haar lastige assistent, Barnabé Blazy, die doodziek was geworden. Dan de autoritaire Duitser die Sauerkraut und Wurst eiste. De islamiet die haar een onverdraagzame racist noemde omdat ze geen rundsvlees serveerde, terwijl er nooit vlees verkrijgbaar was in haar frituur, geen rundsvlees, geen varkensvlees en geen ander vlees.
‘Ik begreep er niets van,’ zei Martine. ‘Al de moeilijke mensen werden ziek en namen de benen, de anderen bleven maar al te graag.’

In gedachten zag Piet de mannen die aan het meer hadden geprobeerd hem de daver op het lijf te jagen. Drie onder hen hadden rondgelopen met een emmer. De volgende dag waren die drie vertrokken naar de thuisbasis om hun chefs in te lichten. De andere, die veel gematigder waren, waren op de camping gebleven. Officieel moesten ze proberen om zoveel mogelijk in de gunst van de buitenaardse Piet te komen, maar de magerste kanunnik en de assistent van de imam waren vooral in elkaars gunst komen te staan en woonden nu al een tijdje onder hetzelfde tentzeil. En de gematigde rabbi die gebleven was, had zijn blik helemaal niet afgewend van de mooie vrouwen die op de fuif verschenen waren. Hij had zich kostelijk geamuseerd.
‘En ook levensgenieters als Buck en Chuck voelen zich hier prima!’ zei Piet.
‘Alle azijnpissers, alle fundamentalisten werden ziek door de nabijheid van het ei. Maar de meeste geheime agenten waren best wel oké. Daarom verbleven ze hier ook zo graag. Er was sociaal contact op de camping, het meer, de zonneweide... ze hadden plezier in het leven en ontdekten meer en meer aspecten van zichzelf waarvan ze eerder niet wisten dat ze bestonden,’ zei Martine.
‘Dat kon waarschijnlijk omdat ze maar zevenderangsspionnen zijn,’ meende Chuck. ‘De Strebers van eerste categorie zouden het hier zelfs geen kwartier uitgehouden hebben!’

‘Daardoor kwam het dus dat kloon Hilaire zo ziek werd op de dansweide,’ zei Buck.
‘Dat vond ik ook al verdacht. Dat kon niet alleen van het dansen met Babe zijn,’ zei Zhîm.
‘Dat zal Babe niet zo graag horen, denk ik,’ antwoordde Râar.
‘Maar daardoor weten we ook zeker dat het in orde is met de bologen. Ze hebben zich vanavond rond gegeten, maar geen van hen is ziek geworden. Ze hebben zelfs geen indigestie gekregen. Nochtans lag het ei op de toog, vlakbij hen! En vergeet Dubbelnulmans niet. Hij heeft lange tijd op de camping verbleven en is nooit ziek geworden, zelfs niet toen hij een aanslag pleegde op de frituur. Martine kan de bologen in alle rust een behandeling met het ei geven. Ze zullen er alleen maar beter van worden.’

Plots ging de takeldienst enkele meters de hoogte in en bleef daar hangen. Het roodoranje licht, onderaan in het midden van de driehoek, maakte zich los van het grote tuig en zweefde naar hen toe, anderhalve meter boven de grond, zonder geluid te maken. In de rode bol zaten Thelussa en Tambina.
‘Ik denk dat het nu wel echt tijd gaat worden...’ zei Zhîm.
Piet, Râar en Zhîm begonnen aan de afscheidsomhelzing.
Ondertussen kroop Martine in de rode bol waar ze afscheid nam van Thelussa en Tambina. Toen ze er weer uit kroop, werd ze afgelost door Piet die ook wenste innig afscheid te nemen van de buitenaardse meisjes terwijl Martine de buitenaardse mannen omhelsde.

Uiteindelijk bevond iedereen zich waar hij zijn moest, Martine en Piet buiten de bol, de vier buitenaardsen in de bol. In een regen van ‘Au revoir, ŕ bientôt!’ kleefde de bol zich weer vast aan de ufo. Dan gingen de drie heldere witte lichten onder het driehoekige ruimteschip aan. Piet en Martine zagen de grote, donkere driehoek geluidloos hoger de lucht ingaan. Heel even kantelde het ruimtetuig naar één zij, alsof het groette. Dan kwam het weer horizontaal en schakelde het over op een andere, heel snelle versnelling.
‘Flash!’ riep Martine. Ze keek naar de stellingen met de spots. Flash had zijn apparatuur netjes afgezet, maar niet terug in zijn vrachtwagen opgeborgen. De camion stond naast de apparaten. ‘Waar is Flash?! Hij heeft geen afscheid kunnen nemen. Dat is jammer! De ruimte en ruimtewezens zijn die jongen zijn lust en zijn leven!’

Piet liep naar de auto van de Flitser. De deuren waren niet op slot en de sleutel zat op het contact, maar van Flash was geen spoor. ‘Ik heb zo de indruk...’ glimlachte Piet, ‘... dat die drie minuscule witte lichtjes daar boven, met in het midden iets roods, een verstekeling aan boord hebben.’
Martine en Piet staarden nog een hele tijd naar de ruimte boven zich. Er waren alleen nog de sterren, de maan, af en toe een vliegtuig, en soms een satelliet.


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren via mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens