woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - A post-it to oneself (5/8) - psycho/filosofische detective
Gepubliceerd op: 15-05-2012 Aantal woorden: 1145
Laatste wijziging: 22-05-2012 Aantal views: 1339
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

A post-it to oneself (5/8) - psycho/filosofische detective

Manon


(Katja Beernaerts heeft aan de politie gezegd dat ze aanwezig was op fuif waar een jongeman vermoord is. De volgende dag zal ze haar verklaring officieel gaan herhalen op het politiebureau.)


In gedachten ging Katja haar voorbije leven na. Haar voorbeeldige leven. Haar goede resultaten op school. Haar bijna onfeilbaarheid op het werk. Nooit had ze geklaagd, dag in dag uit had ze gedaan wat ze moest doen, nooit had iemand kunnen vermoeden dat ze weleens naar iets anders verlangde. Op het werk waren er verschillende betrouwbare jongens die nog niet getrouwd waren en haar wel zagen zitten, en ze had al bijna een keuze gemaakt.
Maar steeds vaker kreeg ze ’s nachts bizarre dromen. In die dromen zei ze niet romantisch ‘ja’ tegen de collega op haar werk die haar mee uit vroeg naar een klasse-restaurant. In die dromen ging ze haar eigen, betrouwbare huis uit. Ze sloeg de deur achter zich dicht, en dwaalde door de straten van de stad. Daar belandde ze soms midden in het uitgaansleven, het lawaai... hoe ze het ook vermeed in de realiteit, in haar dromen bestonden alleen de leuke kanten van het uitgaan, lachen, dansen, praten, zingen...

Als ze in haar droom de deur achter zich toesloeg, was het niet om een nieuw leven te gaan opzoeken. Ze ging niet naar fuiven om een man te ontmoeten, daarmee een gezinnetje te vormen. Het was de anonimiteit die haar interesseerde. Tijdens haar omzwervingen door de stad voelde ze zich zo ver weg van huis, dat ze rustig haar gang kon gaan en in alle openheid de wereld verkennen. Ze was zo ver weg van huis dat het leek alsof ze geen ouders had, geen collega’s, geen kennissen. Tijdens haar dwaaltochten waren er oppervlakkige contacten, ze sloot zich niet af van anderen, anders zouden ze haar maar al te gauw weten te vinden. Ze leefde tussen mensen, maar ze raakte niet besmet door hen, door hun woorden, hun gedragingen, hun meningen. Terwijl ze uitging in haar dromen, en de stad en het leven verkende, was ze zo ver weg van godsdiensten, culturen, mensen met hun ideeën en kennis, dat zelfs zijzelf zich niet kon vinden. (*)

De dromen maakten een grote indruk op haar. Wanneer ze die weerkerende droom nog maar eens had gehad, droomde ze er vaak een hele dag over. Ze ging op in de heerlijkheid die ze graag ook eens in werkelijkheid wilde meemaken, en voelde tegelijk hoe ze gekluisterd zat aan de angst om het ook echt te doen.
Na verloop van tijd was ze toch zo vermetel geworden om in de werkelijkheid de aankondigingen van fuiven te beginnen volgen. Konden haar dromen werkelijkheid worden? Kon ze alleen op stap gaan, los van al de bekende figuren die anderen vertellen wat ze moeten doen, zelfs zijzelf?

En dan was die knappe, vriendelijke, die heerlijke jongeman, gestorven.
Ze kon het niet aan. Een droom van een jongen. Iemand die dezelfde fuif had bezocht. Iemand die even avontuurlijk was als zijzelf, want hij ging naar dezelfde fuif. Iemand die haar met geen enkel oordeel had opgedrongen, maar die altijd neutraal was bij alles wat ze dacht. Bij hem kon en mocht alles. Hij was de zachtheid en de speelsheid in persoon.
En nu was hij overleden. Dat besef was té verschrikkelijk. Was William echt dood?
Nee, hij kon onmogelijk dood zijn.
Katja was niet langer gelovig, maar ze besloot voor deze ene avond te vergeten dat William gestorven was. Ze keerde terug naar het relaas dat ze de twee agenten had gedaan. Beleefde het helemaal opnieuw in haar gedachten.
William was niet dood. Onmogelijk. Sterker nog. Hij lag naast haar. Op dit moment. Ze kon hem voelen.
Ze soesde weg in een heerlijke, zachte slaap.

oOo


De volgende ochtend werd ze wakker in vuur en vlam. Ze ontwaakte met zijn strakke, stevige huid tegen haar armen. Ze rilde van plezier toen zijn lange, liefkozende vingers over haar borsten streelden. Haar harde tepels in zijn vingers. Zijn glinsterende ogen. Zijn zuchtende, verrukte stem. Hij had een erectie, hij drong diep in haar door, ze had nog nooit zo hevig genoten.
Ze liep met hem naar de badkamer en hij zeepte haar in onder de douche. Hij raakte in vervoering wanneer ze zich afdroogde. Ze koos dezelfde flower-power kleding waar hij ook van hield. Toen ze mascara wilde aanbrengen vroeg hij wat die briefjes op haar spiegel te betekenen hadden.
‘Gewoon, wat erop te lezen valt,’ zei ze.

Marc bellen.
Boeken naar de bib terugbrengen.
Planten gieten.


‘Maar het is een SPIEGEL,’ zei hij. ‘Een spiegel toont de persoon die je BENT. En de dingen die je gaat doen, dat is het toch niet wat je bent?’
Ze staarde in zijn donkere ogen.
Hij wist alles.
Ze haalde alle briefjes van de spiegel. En zag het gelaat dat bij haar persoon hoorde. Dan rende ze naar de keuken. Boodschappenlijstjes, die hoorden thuis in een notaboekje. Een herinnering om bier te kopen hoefde ze niet, zoiets vergat ze toch niet! Daar zou haar geheugen wel voor zorgen.

Ze verzamelde alle foto’s die ze van hem had. Ze zag zijn afbeelding naar haar kijken, lachend, zakelijk, vriendelijk, duister, donker. De foto van het lijk kon ze ook vinden, maar die negeerde ze.
Ze plakte de hele spiegel vol met zijn gezicht. Zijn stralende, vriendelijke, wijze gezicht keek haar aan wanneer ze naar de spiegel keek. Zo was het goed. Dat was het toch immers wat ze was? De Liefde.
Iets onmetelijk, oneindig. Want ware liefde eindigt nooit.

Even later hing ook de keukenkast vol foto’s van William. Niet de inhoud van haar kasten was wat ze bezat. Dat was goedkoop, vervangbaar, en vooral onbelangrijk als het erop aankwam. Katja was de gelukkige bezitster van een intense, vurige relatie. Het zag eruit alsof ze hem bezat, maar is dat dan geen liefde? Zij was helemaal van hem, dan was hij ook helemaal van haar.
Ze nam haar ontbijt, en terwijl ze op haar boterhammen kauwde en haar koffie dronk, staarde ze in het ingelijste gezicht tegenover haar aan tafel.
Eigenlijk was het helemaal niet nodig geweest om een foto van hem in te lijsten. Ze kon zijn aanwezigheid zo voelen, ze kon zijn ogen naar haar zien kijken. Net zoals ze zijn stem hoorde in haar hoofd wanneer hij tot haar sprak. William was niet dood.
Ware liefde eindigt nooit.



(wordt vervolgd)

(*) Gebaseerd op pagina’s 280-281 uit Jiddu Krishnamurti’s Notebook.
Oorspronkelijke titel: Krishanmurti’s Notebook.
De eerste Nederlandse vertaling verscheen onder de titel ‘Aantekeningen’.
Deze editie heeft de titel ‘Krishnamurti over Krishnamurti’, en verscheen in 2004 bij uitgeverij Synthese.
ISBN 90 6271 979 1


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens