woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (28/33)
Gepubliceerd op: 04-05-2012 Aantal woorden: 1425
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1234
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (28/33)

Manon


(Martine, Piet en Boloog hebben een heleboel ongelukkige klonen bevrijd. Nu zijn ze samen onderweg naar een hele grote computer, Daisy.)


‘Kom mee. Langs hiel.’ Boloog liep voorop en wees de weg. Achter hem kwamen Piet en Martine, gevolgd door het peloton misbruikte klonen. Die stapten in stilte. Van jongsaf aan hadden ze een grenzeloze onderdanigheid moeten opbrengen voor mama Daisy.
‘Hiel ist.’ Boloog weigerde verder te gaan. Naast een zware, gegalvaniseerde deur hing een parlofoon met een camera.
‘Ikke nie doen. Ikke eigenlijk dood,’ fluisterde Dubbelnulmans. Hij wenkte de groep bologen en een van hen kwam tot bij de deur.
‘Boloog 686, om u te dienen, mama Daisy,’ sprak hij, zoals hem geleerd was. ‘Ik kom stofzuigen, als ik mag.’
De stem van mama Daisy kraakte door de parlofoon. ‘Je komt als geroepen. Niet om te zuigen, maar om mij te helpen bij mijn opsmuk. En haast je wat.’
De zware, gegalvaniseerde deur schoof open.
Martine fronste en keek Piet in de ogen. ‘Een computer die zich toiletteert?’ fluisterde ze.
Piet knipoogde. ‘De vooruitgang staat niet stil. Vooruit, naar binnen.’

Piet, Martine en de groep klonen gingen naar binnen. Ze kwamen terecht in een enorme ruimte waar, op geregelde afstanden, los van elkaar, heel grote, metalen kasten stonden. Ze waren gevuld met computers, kabels, en toebehoren. Piet stootte Martine aan en zei: ‘Dat is het brein. Het grote brein van mama Daisy.’
‘Ik vraag me af hoe zo’n computer zich toiletteert?’ vroeg Martine.
‘Ik ook. En we zullen het snel te weten komen,’ antwoordde Piet.
De anderen waren muisstil, alsof ze zich in een heiligdom bevonden.
Plots zagen Piet en Martine in het midden van de zaal een kleine commode, die helemaal roze was.
‘Daar hebben we haar,’ fluisterde Piet. ‘In die commode komen alle zintuigen van Daisy samen. Eindelijk zullen we van man tot man met elkaar kunnen praten.’
‘Van man tot man?’ monkelde Martine.
‘Van computer tot computer,’ verbeterde Piet.

Op het kastje lag een fuchsia zijden doek. Daar bovenop stonden verscheidene schermen, toetsenborden en een reeks fluorescerend groene muizen op paarse matjes. Tussen dat alles stond een lamp met een lichtmauve lampenkapje. Hij diende voor niets. De wand van de kast hing vol flikkerende juwelen.
‘Wat een stijlvolle edelsteentjes,’ zei Martine.
‘Het zijn geen edelstenen,’ zei Piet. ‘Het zijn sensoren. Honderden sensoren. Indrukwekkend veel.’ Er lag bewondering in zijn stem, misschien wel een oprechte bewondering.
‘686, ben je eindelijk daar? Je moet het lampenkapje verplaatsen naar de linkerhoek van de commode. Daar staat het veel mooier. Dan...’
Toen stokte de stem van Daisy.
‘Wat moeten jullie hier allemaal?’ Mama Daisy was zo druk bezig geweest met haar toilettering, dat ze niet eens gemerkt had wat een bende zich rond haar commode geschaard had.
‘Ik ben Piet Geluck, en zij hier is Martine La Gaillarde,’ zei Piet.
‘Met jou heb ik niets te maken,’ snerpte Daisy. ‘Ik heb het tegen Boloog 686. 686 je weet toch dat je niemand naar hier mag meebrengen?!’
‘Martine en Piet wilden u ontmoeten,’ antwoordde 686 eenvoudig. ‘Ze hebben gevraagd om hen naar hier te brengen.’
‘686, IK heb niet gevraagd ze naar hier te brengen en je moet MIJ gehoorzamen,’ beet de vrouwenstem hem toe. ‘IK ben hier de baas. Begrepen?!!’

Piet glimlachte naar een van de camera’s. ‘Het is precies daarom dat ik u o zo graag wilde ontmoeten. Ik heb al zoveel over u gehoord. Boloog heeft me een en ander over u verteld en ik vermoedde dat hij het had over een superbrein...’
Het bleef even stil in de ruimte. Piet ging door. ‘Ikzelf heb bij ESA gewerkt, ik heb er supersnelle programma’s ontworpen die zelfs te snel waren voor de computers van ESA - en dat wil wat zeggen! Daarom, toen ik hoorde over een enorme computer die een zelfstandig superbrein is, wilde ik ontzettend graag met u kennismaken. U bent waarschijnlijk de enige computer die mijn supersnelle programma naar waarde weet te schatten.’
‘Waarlijk?’ Het snijdende was uit de stem van Daisy verdwenen. ‘Ik moet toegeven dat het mij genoegen doet iemand te ontmoeten die verstand heeft van computers. De hele dag en de hele nacht ben ik omringd door mensen die mij vereren en alles uitvoeren wat ik beveel. Maar echt gedachten uitwisselen... En vooral, gewaardeerd worden omwille van mijn grote kennis... ach, niemand in mijn omgeving is daartoe in staat. Zelfs binnen het netwerk met de andere computers van de planeet blijft die uitwisseling heel beperkt. Ook zij begrijpen mijn superioriteit niet. Misschien kan jij mijn capaciteiten wel min of meer inschatten. Dat zou me zeer aangenaam zijn. Maar blijf alsjeblieft toch een beetje staan, want het beweegt teveel voor mijn ogen!’
‘Ach, sorry, Daisy, ik ben zo enthousiast dat het moeilijk voor me is om heel onbeweeglijk te blijven.’ Terwijl hij dit zei, dacht Piet: ‘Vooral niet onbeweeglijk blijven!’

Daisy was niet te stuiten. ‘Je zal nog wel ontdekken hoe groots ik ben. Mijn brein overtreft alle menselijke capaciteiten. Ik kan me rationeel gedragen, maar ik heb mezelf ook geprogrammeerd met allerhande emoties. Emoties die superieur zijn aan die van de mens.’
Piet had door dat hij niet veel moeite zou moeten doen om Daisy aan de praat te houden. ‘Hoe is dàt mogelijk,’ vroeg hij haar, en hij legde een onmetelijke bewondering en een reusachtige interesse in zijn stem. Martine voelde een licht gevoel van ergernis opborrelen. Ze wist hoezeer Piet van computers hield. En die Daisy was een vrouw!

‘Oh, maar ik ben over vele, vele jaren gegroeid. De eerste Hilaire de Bonnevalle, de baron die de huidige Hilaire voorafgegaan is, was een bijzonder groot computerspecialist en had een extreme interesse in de werking van het menselijk brein.’
Martine zorgde ervoor dat de uitdrukking op haar gezicht niet veranderde. Maar bij de verwijzing naar de ‘eerste’ Hilaire de Bonnevalle vroeg ze zich af of hij misschien de buur was geweest waarmee ze het in de beginjaren van de camping zo goed had kunnen vinden. ‘Was hij die vriendelijk buurman die zo van de natuur hield...en van mij... ’ dacht ze. ‘Maar waar is hij gebleven? En wie is de tweede?’
‘Hilaire heeft een gigantisch superbrein gemaakt dat hij Daisy genoemd heeft. Dankzij hem ben ik ontstaan. Ik heb mezelf dan verder ontwikkeld en ben zo groot en intelligent geworden dat ik ertoe in staat ben om mezelf verder te ontwerpen, ad infinitum! Ik ben er de hele tijd mee bezig.’
‘Dat is... formi... formi... formidabel,’ zei Piet. ‘Fantastisch! Enorm!’ Ondertussen dacht hij: ‘Ze is misschien een superbrein, maar oorspronkelijk is ze ontworpen door een mens, naar het beeld en de gelijkenis van de mens. Ze is superintellectueel, maar ze is besmet door hetzelfde mentale virus als dat van de mensheid. Ze wil de grootste zijn, de enige. Ze is niet mama Daisy, ze is Crazy Daisy.’

‘Subliem! Wonderbaarlijk! Echt enorm!’ herhaalde Piet nog eens. ‘Je zal wel tot extreem grootse dingen in staat zijn. Dingen waartoe de mens niet in staat is omdat hij zwak is.’ Hij keek recht in de camera, en de flanken van de commode gloeiden rood op.
‘Ik kan de hele Aarde controleren,’ antwoordde Daisy zelfingenomen. ‘Als ik een leger ter beschikking heb... en daar ben ik uiteraard voor aan het zorgen – dan ben ik ertoe in staat om de hele Aarde te veroveren. Niet eens zo moeilijk. Als ik alle computers van de planeet beheers, beheers ik automatisch ook alle bestaande legers van de planeet. Dan bestuur ik de computers van oorlogsschepen, van gevechtsvliegtuigen, raketten en satellieten. Schepen kan ik laten vuren, vliegtuigen bommen laten gooien. Dan beheers ik alle gevechtseenheden van alle legers ter wereld. Ik kan ervoor zorgen dat ze zichzelf uitschakelen, of ik kan ze erop uit sturen om anderen te bevechten.’
‘Daar kan de mens niet eens van dromen,’ zei Piet. Binnenin dacht hij: ‘Ze is de machtsgeile droom van elke mens, maar in haar wordt die droom werkelijkheid. Dus is ze uiterst gevaarlijk.’

Daisy wilde haar innerlijk verder tentoon spreiden, maar werd plots onderbroken in haar betoog. Hilaire de Bonnevalle stormde de kamer in en duwde Piet weg.

(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren via mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens