woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - A post-it to oneself (3/8) - psycho/filosofische detective
Gepubliceerd op: 01-05-2012 Aantal woorden: 1090
Laatste wijziging: 22-05-2012 Aantal views: 1395
Easy-print versie Aantal reacties: 3 reacties

A post-it to oneself (3/8) - psycho/filosofische detective

Manon


(Wat voorafging: William Rogge werd vermoord tijdens een vrijgezellenfuif. Een jonge vrouw werd met hem gezien terwijl ze samen de fuif verlieten. Tegen de politie ontkent ze dat ze daar geweest is.)


Het politiekantoor was slechts een kleine kilometer verwijderd van Katja’s flat, dus waren de inspecteurs te voet. Hoefden ze geen auto te parkeren. En het was ook aangenaam om buiten te zijn.
‘Wat een mens,’ zuchtte Rutten onmiddellijk bij het buitengaan. ‘Wat een onmogelijk mens is die Beernaerts.’ Kort en bondig, een duidelijke mening. Typisch Rutten.
Demeester glimlachte. ‘Wisselvallige emoties, maar is dat niet normaal als je onverwacht op zo’n manier met de politie te maken krijgt?’
Rutten keek hem aan. ‘Ik werd hels van dat mens. Nooit kon ik haar gedachten raden. Eerst dacht ik dat ze verlegen was. Dan ineens was ze geschrokken, en ze leek zelfs woedend te worden, alleen maar omdat we haar ervan verdachten dat ze naar een vrijgezellenfuif was gegaan. Vervolgens werd ze stil, romantisch, verdrietig... Dat alles in een halfuur.’
Demeester mijmerde verder. ‘Dit kan normaal zijn bij een brave maar angstige burger die plots politiebezoek krijgt. Aan de andere kant, soms gedragen mensen zich ook zo als ze iets mispeuterd hebben. Ze zitten dan met zoveel emoties, tegenstrijdige gevoelens… schuldgevoelens, angst, hoop, verdriet, blijheid...’
‘Kortom, je hebt geen idee of ze de hoofdverdachte is of niet,’ reageerde Rutten, nog steeds misnoegd.

‘Hoofdverdachte niet, verdachte blijft ze wel. Ze heeft geen alibi voor die avond en iemand beweert haar gezien te hebben op de fuif, met de man die later vermoord werd teruggevonden. Zij ontkent stellig dat ze op de fuif was. We kunnen niet zomaar aannemen dat ze de waarheid spreekt, maar tegen mij heeft ze niets losgelaten dat erop kan wijzen dat ze naar de fuif gegaan is. Jij bent rondgelopen in haar woonkamer en in haar keuken. Heb jij iets bijzonders opgemerkt?’
Abrupt stond Rutten stil. ‘Ik heb van alles in mijn grijze cellen opgeslagen. Wacht, dan schrijf ik het op. Wie weet waar overvallen ze ons allemaal mee als we op het bureau aankomen, en dan is er ineens zoveel drukte dat ik riskeer om een doorslaggevend detail te vergeten.’

Zorgvuldig noteerde hij in zijn boekje alles wat hij bij Katja had opgemerkt. De meeste informatie had hij gehaald van post-its die overal waren opgeplakt, tegen de muren, op haar telefoon, op haar keukenkast, maar er waren ook andere bijzonderheden. Hij schreef het allemaal op en borg zijn boekje weer op.
Ondertussen had Demeester zijn mobiel gecheckt.
‘Het moordwapen is gevonden,’ meldde hij.
Ruttens gezicht klaarde op. ‘Echt? En, zijn er vingerafdrukken? Van iemand die bekend is bij de politie?’
‘Ze zijn ermee bezig. Verder is er nog steeds geen andere getuige gevonden die mevrouw Beernaerts ook herkend heeft op de fuif.’
‘Het blijft dus haar woord tegen het woord van die getuige.’
‘Ook dat onderzoek loopt verder. Aanwezigen op de fuif worden verder ondervraagd. En wij zullen terugkeren naar de getuige die beweert dat ze daar was. Maar eerst zal ik je nota’s over wat je allemaal gezien hebt bij Beernaerts, grondig checken.’
Rutten gaf hem al meteen het notaboekje.


oOo



De volgende dag kwam Katja haar flat binnen, zodanig verdiept in een krant dat ze tegen haar eigen woonkamerdeur botste. De krant van vrijdag lag nog tussen al de rommel en had niet veel kans om gelezen te worden.
Van alle pulpkranten had ze één exemplaar gekocht, en ook een serieuze had ze meegenomen. Ze was nog niet uit haar jas, of ze wist al alles. Nu herlas ze alle artikelen nog eens tot in detail. De revolver waarmee de man vermoord was, was gevonden. Maar er waren geen vingerafdrukken of andere sporen van een dader op te vinden. Het onderzoek liep verder, op de plaats delict werd nog altijd intensief gezocht, buurtbewoners en fuifnummers werden ondervraagd, de familie reageerde ontzet en had geen idee waarom de man vermoord was.
Ze staarde naar haar terras, naar de meesjes die ondanks een opkomende sliert mist gretig van de vetbollen kwamen eten, en naar de planten die ze alweer niet had gegoten. De blaadjes werden langzaam geel en bruin. Van haar terras keerde ze terug naar binnen. Haar telefoon. Had iemand haar gecontacteerd? Natuurlijk niet. Ze nam niet de moeite erheen te gaan en het te controleren.
Ze besloot dat ze niet naar het verjaardagsfeestje van Dirk zou gaan.
Ze drentelde tot aan de keuken. De koffie was lauw. Ze opende de ijskast en vroeg zich af wat ze deze middag zou klaarmaken. De ijskast lag vol maar ze voelde een lichte misselijkheid opkomen. Ze sloot de deur. Keek in haar andere kasten.

BIER!

Waarom wilde ze zo graag bier kopen? Ze vond altijd dat ze het moest kopen en dan dronk ze het toch nooit.
Lijstjes van etenswaren.

Een rits voor de regenjas.
Een lepeltje voor de pot zout.


Een doffe hoofdpijn begon haar denkvermogen aan te tasten. Misschien moest ze maar een aspirine slikken en onmiddellijk in bed kruipen.
Terwijl ze zich omkleedde in de badkamer, zag ze zichzelf in alle dingen die ze nog te doen had. Alsof ze bestond uit alles wat ze nog niet gedaan had. Alsof het dat was wat ze was.

De bib.
Bellen naar Marc.


En als ze naar buiten keek, zag ze alleen mist.
Ze zag haast geen verschil.
De hoofdpijn werd erger. Ze hoopte dat ze zou kunnen slapen.


oOo



Toen Demeester en Rutten haar flat opnieuw betraden, gingen ze onmiddellijk rond de tafel zitten. Rutten bekeek ostentatief de papieren die er lagen. Er lagen wel héél veel kranten. Hij bladerde erdoor en merkte dat ze allemaal dateerden van de twee dagen na de moord.
Katja reageerde er niet op. Ze leek al wat vertrouwd te raken met de aanwezigheid van de twee heren, en bood hen een drankje aan.
BIER!
Daar had ze ineens heel veel zin in. Net goed om te drinken waar die twee stevige kerels bijzaten. In de uitoefening van hun job.
‘Voor mezelf neem ik een biertje,’ zei ze. ‘U mag dat nu niet nemen, zeker, tijdens de diensturen? Maar als u er toch eentje wenst...’
‘Nee, bedankt, een glas water is ruim voldoende,’ zei Demeester.
Rutten wenste niets.
‘Waarom bent u deze keer gekomen?’ vroeg Katja.


(wordt vervolgd)



@ 02-05-2012 20:44:36
Zonder het woord te kennen, doet mij mispeuteren absoluut niet denken aan neuspeuteren.

En al kende ik het woord niet, is wel meteen duideljk wat ermee wordt bedoeld.



Manon @ 02-05-2012 20:27:13
Lijkt op neuspeuteren, hé. Is dat ook iets mispeuteren?


Adriaan @ 02-05-2012 19:43:14
Hallo Manon,

Het gesprek tussen de politieagenten komt mij wat ongeloofwaardig over. Misschien had me dat in de vorige aflevering al moeten opvallen, maar het valt me nu pas op. Ongeacht hoe ze over haar mogen denken, zullen ze Katja anders hebben benaderd als ze mogelijk (hoofd)verdachte is. Er zou dan meer zijn doorgevraagd of mogelijk zouden ze haar hebben meegenomen naar het bureau voor een echt verhoor. In de context van het verhaal in dit stadium is ze toch eerder een mogelijke getuige. Mocht ze uiteindelijk toch de dader blijken zijn, zou ik in niet zo snel prijsgeven. Laat hierin ook de lezer zelf (ver)denken.

De agenten zijn naar mijn smaak ook niet bot genoeg.

Het woord mispeuterd kende ik niet. het klinkt charmant Vlaams.

groet van Adriaan






Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens