woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - A post-it to oneself (2/8) - psycho/filosofische detective
Gepubliceerd op: 24-04-2012 Aantal woorden: 1297
Laatste wijziging: 22-05-2012 Aantal views: 1389
Easy-print versie Aantal reacties: 3 reacties

A post-it to oneself (2/8) - psycho/filosofische detective

Manon


(Katja Beernaerts is op zoek naar zichzelf. Op een middag belt de politie aan. Waarnaar is de politie op zoek?)

‘Er is niets aan de hand met mensen van uw familie of zo,’ vertelde Demeester. ‘We willen alleen een paar vragen stellen. We zijn bezig met een onderzoek, en misschien kan u ons enkele aanwijzingen geven.’
Ze antwoordde niet, staarde de mannen alleen maar aan. Demeester verloor haar niet uit het oog. Rutten liet zijn collega aan het woord. Onbeschaamd, zoals het een geroutineerde speurder betaamt, las hij alle papieren die op haar tafel lagen. Ook de papieren die zij op de papieren geplakt had. En waarschijnlijk onthield hij elk woord dat hij las.

‘Er was gisterenavond een vrijgezellenfuif in de hoeve bij het bos. Was u daar aanwezig?’ vroeg Demeester.
Ze had van alles verwacht, behalve dat. Haar spieren spanden zich, haar armen sloten nauw tegen haar borst aan. Haar hoofd schudde snel van links naar rechts.
‘Ik?’ stamelde ze. ‘Op een fuif? Nee, daar was ik niet.’
‘We hebben aanwijzingen... er is iemand die beweert u gezien te hebben.’
‘Mij gezien? Dat kan niet. Die persoon moet zich vergist hebben.’
‘Hij heeft u gezien in het gezelschap van een lange, blonde jongeman. Hij zegt dat u met die man naar buiten gegaan bent.’

Katja kende zichzelf. Ze wist hoe snel en oncontroleerbaar haar stemmingen konden omslaan. Ze probeerde niet al te boos voor de dag te komen, maar kon niet verhinderen dat ze bijzonder intens reageerde. ‘Het kan niet. Ik ga nooit naar fuiven. Zoiets doe ik niet! Het... het hoort niet bij mijn leven. Ik doé die dingen niet. Het moet een andere vrouw geweest zijn.’ En hoepel nu op, wilde ze eraan toevoegen. Maak dat je wegkomt. En waag het niet om je hier ooit nog te vertonen!
Maar zoiets zeg je niet tegen mannen van de wet.
‘De naam van die man was William Rogge. Mevrouw Beernaerts, hij is deze ochtend teruggevonden in het bos. Hij had een kogel in zijn hoofd.’
‘Wat zegt u?’
Ze voelde het in haar hele lijf. De woede was weggesmolten, als sneeuw voor de zon. Haar spieren waren ontspannen. Haar hoofd was leeg.

‘William Rogge werd vermoord. De kleinste aanwijzing kan leiden naar de moordenaar. Als u informatie heeft over deze man, over de laatste momenten van zijn leven, kan dat van heel groot belang zijn voor het onderzoek. Dus als u aanwezig was op die fuif, is het belangrijk voor ons om dat te weten. En als u die man nog gesproken hebt... het kan van doorslaggevend belang zijn bij het opsporen van de dader.’
Katja staarde de mannen aan. Een hele tijd kon ze het niet opbrengen nog iets te zeggen. Tenslotte stelde ze enkele vragen. Waar was het precies? Wanneer? Wat was er allemaal gebeurd? Zij was het die de vragen stelde. De politiemannen vertelden wat ze mochten loslaten, wat iedereen mocht weten, en wat in de kranten zou verschijnen.

Een man van een jaar of dertig was rond zes uur deze ochtend aangetroffen in het bos. Zijn lichaam was verborgen geweest tussen de struiken. Een vroege voorbijganger die elke ochtend ging joggen in het bos, had hem gevonden. De jogger was gestopt met lopen toen hij een vos verraste die aan het snuffelen was tussen de struiken. De vos was weggelopen, maar de jongeman was gaan kijken waar het dier zoveel belangstelling voor had.
Dan had hij onmiddellijk de politie gebeld.
Katja luisterde alsof ze een horrorfilm bekeek in de filmzaal Die films vermeed ze zoveel ze kon. Ze waren veel te gruwelijk. Ze begon bijna te huilen van afschuw.
Het onderzoek werd onmiddellijk gestart. De vermoorde man had een ingangsticket van de vrijgezellenfuif in zijn jaszak. De uitbater van de hoeve wist een aantal namen te noemen van mensen die op de fuif waren geweest. Een van die aanwezigen had Katja herkend, en had haar gezien in gezelschap van het slachtoffer. Hij had hen zelfs samen naar buiten zien gaan, ondanks de verhitte sfeer in de hoeve, en de prachtige muziek die er gedraaid werd. Hij vertelde dat Katja en de man dicht tegen elkaar liepen en alleen oog voor elkaar hadden. Het was rond twee uur in de nacht.

Nu zag de inspecteur de ogen van Katja in de verte kijken, over haar terras heen, naar oneindig verre werelden. Terwijl ze naar het verhaal luisterde dat over haar en de man verteld werd, lag er ongetwijfeld romantiek in haar hele wezen.
Toen ze terugkwam tot de werkelijkheid, zei ze: ‘Het moet een vergissing zijn. Hoe zou iemand me kunnen herkend hebben? Heus, ik ga nooit naar fuiven.’

Ze vertelde er niet bij dat ze bijna fundamentalistisch christelijk was opgevoed. Tijdens het volwassen worden had ze begrepen dat haar opvoeding op leugens gebaseerd was. Ze was niet wat men haar altijd had voorgehouden. Ze was geen schepsel van god. Haar hele leven, al haar waarden en normen waren overhoop gegooid door dit besef. En ze kreeg het christendom niet zomaar uit haar levenswijze gebannen. Naar een fuif gaan was doodzonde voor meisjes, had men haar ingeprent. Die mogen zoiets niet doen. Echt naar een fuif gaan… het leek zo aantrekkelijk, maar tegelijk voelde het nog altijd zo verboden aan...
Katja probeerde er zo weinig mogelijk bij stil te staan. Ze concentreerde zich op haar bezittingen en op alles wat ze deed. Ze schreef post-its naar zichzelf om zich eraan te herinneren dat ze haar handelingen was. ‘Ik ben geen kind van god, ik ben wat ik doe,’ was haar motto tegenwoordig. Maar zo eenvoudig was het niet. Wat mocht ze doen en wat mocht ze niet doen? Naar een fuif gaan was een activiteit. Toegelaten of niet?

Inspecteur Demeester bleef zitten, zijn collega stond op en begon door de kamer te ijsberen.
Tenslotte zei Demeester: ‘Jammer dat u er niet geweest bent. Het zou het onderzoek een eind op weg kunnen helpen, want de persoon die met de man naar buiten is gegaan, is waarschijnlijk de laatste die hem levend gezien heeft.’
‘Ja, het is jammer. Maar ik kan u helaas niet helpen.’
Demeester knikte. ‘Ik wil er u nog even aan herinneren, als u toch iets zou weten, bent u verplicht het ons te vertellen. Waar was u overigens wel op de avond van die fuif? Hebt u een alibi?’
Ze zette grote ogen op. ‘Gelooft u me niet?’
‘Misschien was u inderdaad niet op die fuif. Als u een alibi hebt, kunnen we daar helemaal zeker van zijn.’
‘Ik was gewoon hier, thuis. Alleen. Toch kan u helemaal zeker zijn dat ik er niet was.’
‘Maar als u er wel was, dan hoeft u daar niet verlegen om te zijn. U mag in de eerste plaats geen informatie achterhouden. Als u die man gezien hebt en het voor ons verzwijgt, overtreedt u de wet.
De kwaadheid borrelde weer op, voelde Katja. ‘Ik was niet op de fuif. Het spijt me.’

Ondertussen was Rutten de kamer een paar keer op en af gegaan. Overal had hij rondgekeken, met diezelfde onbeschaamdheid als waarmee hij haar privé-papieren op de tafel had gelezen.
Inspecteur Demeester haalde een kaartje uit zijn portefeuille, met een adres, telefoonnummer en e-mail op. ‘Als u iets hoort in de buurt... als u iemand erover hoort vertellen... of u denkt ineens nog aan iets...’
Ze nam het aan zonder iets te zeggen. Zwijgen was een goede manier om niet in woede uit te barsten, wist ze.
Rutten kwam bij de tafel staan, waarmee hij te kennen gaf dat hij alles gezien had. Demeester stond op. Katja volgde hen naar de uitgang.


(wordt vervolgd)


Manon @ 30-04-2012 18:26:55
Ik heb er nu voor de duidelijkheid wel bijgezet: 'wat voorafging'. Internetlezers zijn soms zo snel dat ze niet doorhebben dat het gaat om een verhaal in meerdere episodes, en zo wordt hen dat duidelijk gemaakt.


Manon @ 30-04-2012 10:31:58
Hoi Adriaan, leuk dat je dit verhaal volgt. Misschien is voor jou die inleidende zin niet nodig, maar ik doe het elke aflevering opnieuw voor mensen die de vorige aflevering niet gelezen hebben. Of die alweer vergeten zijn waarover het ging, want met het drukke leven worden ze soms graag terug op het juiste spoor gezet. Groetjes terug! Manon


Manon @ 28-04-2012 22:30:18
Hallo Manon,

Wat mij betreft kun je de eerste (inleidende) zin weglaten. Deze voegt niets toe.

Benieuwd hoe het verder gaat.

groet van Adriaan



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens