woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - A post-it to oneself (1/8) - psycho/filosofische detective
Gepubliceerd op: 17-04-2012 Aantal woorden: 1095
Laatste wijziging: 22-05-2012 Aantal views: 1401
Easy-print versie Aantal reacties: 1 reacties

A post-it to oneself (1/8) - psycho/filosofische detective

Manon


Ze stond voor de spiegel maar ze zag zichzelf niet. Op de spiegel kleefden een heleboel kleine post-its.

Bellen naar Marc

O ja. Om het adres van Dirk door te geven. Zo kon Marc Dirk uitnodigen op zijn verjaardagsfeestje.

Bib. Woensdag ten laatste.

Kon ze meteen nieuwe boeken en cd’s uitkiezen. Ze had al een aantal titels in gedachten.
Enkele post-its haalde ze van het glas. De briefjes weggooien voelde even verkwikkend als de lauwe tonifiërende douche die nog op haar huid natintelde.

De was doen.
De verzekering betalen.

Dat was allemaal gebeurd. Mocht ze rustig verwijderen. Vergeten.
Nu de briefjes verdwenen waren, ontwaarde ze enkele stukjes van haar gelaat in de spiegel. Ze opende haar mond en zag haar tanden, handig bij het flossen. Ze kon ook haar hoofd zodanig bewegen dat haar wimpers zichtbaar werden. Mascara aanbrengen.
Om tenslotte een zwierig kettinkje rond haar hals te binden had ze geen spiegelbeeld meer nodig. Het was een ideaal juweeltje in combinatie met de fleurige flower-power jeans en de felgekleurde trui die ze had aangetrokken.
Nu ze zelfs geen stukjes van dat gezicht meer hoefde te zien, plakte ze er een aantal nieuwe briefjes op. Even later was het zicht op haarzelf weer helemaal gelijk aan het zicht op de activiteiten die ze zou uitvoeren. Dat was handig. Maar vooral: juist. Ze was toch niet een beeld van zichzelf? Nee, zij was meer dan dat. Ze was dat wat ze deed. Haar handelingen. Haar activiteiten. Dat was waaruit ze bestond. De zin van haar leven.

De koffiezet pruttelde prettig. Op het aanrecht stonden het schone kopje en het bord van gisteren nog. Ze opende de kast. Ze las de briefjes.

Natuurwinkel: zeezout – carob – groenten – bio-cola
BIER!

Niet vergeten bier te kopen. Daar hield ze van. Een vrouw zijn en bier zuipen. Af en toe was er toch nog iemand die dat bizar vond, en vroeg: ‘Drink jij BIER???’
Heerlijk.

Lepeltje voor zout

Hoe heette zoiets? Een plastic lepeltje waarvan de steel lang genoeg is om tot helemaal onderin de zoutpot te komen. Ze wist het niet maar had geen zin om nog langer met haar hand telkens te moeten wringen en wurmen om in en uit de pot te geraken wanneer het zout bijna op was.

Rits voor regenjas halen.

Ze glimlachte. De post-its hingen kriskras door elkaar. De bib en Marc in de badkamer, lepeltjes, ritsen en bier in de keuken. Toch zat er een lijn in. Boven hingen alle dingen die ze nog moest doen. In haar kasten vond ze alles wat ze bezat en alles wat ze niet bezat tegelijk. Dat maakte eveneens deel uit van de persoon die ze was: haar bezittingen. De zichtbare en onzichtbare, in de kasten. En er waren ook de virtuele bezittingen: haar bankrekening. Ze was haar bankrekening. Ze hield ook bij op post-its hoeveel er op haar zicht- en spaarrekening stond.
Dat alles, haar activiteiten en haar bezittingen, waren de aspecten die coherentie verleenden aan haar persoonlijkheid. En die coherentie hield ze in stand door hem steeds te benadrukken met post-its. Op die manier was ze zichtbaar. Geloofwaardig.

Ook op haar werk waren haar bureau en haar laptop bedolven onder de briefjes. Ze stond erom bekend. Vaak vond ze tussen haar eigen berichtjes een groet van een grapjascollega die was langsgekomen.

De koffiezet was klaar. De boterhammen waren gesmeerd.
Het liep al tegen de middag. Zo laat opstaan als vandaag behoorde niet tot haar gewoonten. Juist daardoor vond ze het fijn.

Haar telefoon. Had er iemand gebeld terwijl ze sliep? Nee, natuurlijk niet. Niemand belde haar ooit. Maar er zat wel een briefje op. Alweer een briefje op de juiste plaats. Mooi.

Rommel opruimen!

De rommel op de tafel in de woonkamer. Een catalogus... de krant van gisteren... facturen, officiële documenten, en zoveel oude rommel die niet weggegooid mocht worden maar nu echt eens in een of andere map in een kast moest verdwijnen.
Ze zuchtte. Al die activiteiten, al die bezittingen… het verleende haar een persoonlijkheid, maar tegelijk waren alle handelingen zo gefragmenteerd, dat de coherentie soms zoek raakte. Dan stak de twijfel over wat ze echt was toch even de kop op. Waarna ze hem krachtig onderdrukte door nog meer briefjes te schrijven.
Die rommel zou ze straks wel oprommelen. Eerst wilde ze de krant van gisteren lezen bij haar ontbijt. Ze haalde een kop koffie in de keuken. Voegde er een scheutje melk aan toe. Schreef nog snel een briefje.

Planten gieten.

Dat moest ze op de spiegel kleven.

Buiten zat een vogeltje van een mezenbol te snoepen. Een ander was een dennenpit aan het opeten op een plant op het terras. Dan fladderde hij weg. Zonder dat hij het ergens opgeschreven of gelezen had.
Ze keek hem na.
Ze hoorde de bel haast niet.
Er werd nog eens gebeld en ditmaal hoorde ze de lang durende toon als een dreun in haar hoofd. Ze holde naar de parlofoon.
‘Mevrouw Katja Beernaerts?’
‘Jazeker.’ Waarom vroeg die man dat. Hij kon dat toch lezen op haar bel.
‘Mevrouw, we zijn van de politie. Kunnen we even binnenkomen?’
Haar keel kneep zich toe. ‘Kom u maar boven,’ zei ze. ‘Het is de vijfde verdieping.’

Op weg naar de deur griste ze haar schoenen. In de deuropening bond ze de veters vast. Dan stonden plots voor haar twee stevige mannen in uniform. Ze toonden hun identificatie, maar dat hoefde eigenlijk niet. Hun uniformen imponeerden. En hun gelaat, hun hele gedrag straalde hun beroep uit. Ze waren ongetwijfeld twee politiemannen.
‘Komt u binnen,’ zei ze.
In haar appartement keken de inspecteurs nauwlettend om zich heen. Ze snoven de ruimte als het ware op.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ze. Haar stem klonk angstig en de mannen stelden haar zenuwen niet op de proef.
‘We willen alleen enkele vragen stellen,’ zei de grootste.
Ze leken te groot voor deze kamer, met hun brede schouders en zware schoenen. Ongevraagd namen ze plaats aan de tafel in de woonkamer. Daar waar al de rommel lag, de oude papieren zonder enige zin maar die niet weg mochten. De krant van gisteren, de catalogussen van firma’s.
‘Ik ben inspecteur Johan Demeester, en dit is mijn collega, Hans Rutten.’
De collega knikte.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ze opnieuw.



(wordt vervolgd)


@ 17-04-2012 21:20:33
Hallo Manon,

Eindelijk een verhaal dat begint en mij de gelegenheid geeft in te stappen.

Ik heb het met veel genoegen gelezen en ben ook benieuwd hoe het verder gaat. Het is alsof het beter past in mijn smaak dan de andere teksten van je die ik hiervoor globaal heb gelezen.

groet van Adriaan



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens