zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (25/33)
Gepubliceerd op: 12-04-2012 Aantal woorden: 1702
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1533
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (25/33)

Manon


(Martine en Piet zijn doorgedrongen in de onderaardse gangen van het kasteel. Ondertussen, op de feestweide, waar de sf-fuif doorgaat…)


Op de feestweide bleef het volk toestromen. Uitsluitend vrouwen. Een Italiaanse, een Griekse, een Franse, een Spaanse, een Finse... zoals iedereen kwamen ook zij heel snel in de ban van de swingende muziek, van het lekkere buffet en van de kleurrijk bewegende spots van Flash. Te midden van al die kleuren doken ook nog totaal andere lichten op, drie witte en een rood. Maar dat ontging de fuivers. Niemand realiseerde zich dat hij of zij aan het dansen was in de directe omgeving van een landende ufo. Râar en Zhîm wisten dat wel, natuurlijk. Het ding dat zich boven de weide voortbewoog werd door hen geleid.


oOo



In dat ding zaten Thelussa en Tambina, twee vrouwelijke, lichtpaars getinte wezens. Het zwarte licht dat hun toestel leidde was bijzonder helder en hun ruimtetuig kon er zich makkelijk op oriënteren. Zo makkelijk zelfs dat de bestuursters niets hoefden toe te voegen aan de automatische besturing van hun ruimteschip. Ze konden het laten landen met hun ogen toe, maar dat deden ze niet. Ze keken hun ogen uit.
Over planeet Aarde hadden ze tegenstrijdige berichten doorgekregen, gaande van kwaadaardigheid van de gewelddadigste soort (beschreven door de computer) tot een onuitputtelijk vat van de meest begerenswaardige geneugten, prachtige natuur, heerlijke voeding, opgewekte, vriendelijke bewoners (volgens Zhîm en Râar). Hun nieuwsgierigheid was dan ook tot het uiterste geprikkeld. Ze wierpen een grondig onderzoekende blik op het gebied waar ze over vlogen.
‘Die wezens, die mensen, ze zien er verschrikkelijk primitief uit,’ vond Tambina. ‘Ze kronkelen en springen in hun blootje. Geen likje body paint kleeft er aan hun huid, laat staan een kledingstuk!’
‘Als wij naakt lopen lijken we erg op hen,’ glimlachte Thelussa.
‘Aha, daarom verblijven Râar en Zhîm hier. Omdat ze in hun blootje niet opvallen tussen de mensen. Slim gezien!’
Nog nieuwsgieriger gluurden ze naar beneden.

‘Er is wel érg veel volk samengestroomd op de landingsplaats,’ zei Tambina.
‘Zhîm en Râar staan erom bekend dat ze betrouwbare, bekwame ruimteverkenners zijn en ze hebben ons verzekerd dat we niet zouden opvallen,’ antwoordde Thelussa.
‘Ja, maar te midden van zo’n massa aardbewoners zal het wel erg moeilijk worden om onopgemerkt te landen. Het is daar beneden een enorm gebeuren, met heel veel spots en licht.’
Dan had Thelussa het door. ‘Al die lichtjes. Natuurlijk! Juist daardoor merken die mensen onze lichten niet op. Die ‘pechvogels’ laten ons landen temidden van een fuif!’
Ineens kregen de kronkelingen en het springen van de massa een andere betekenis. Het ging om enthousiaste fuifnummers. Thelussa en Tambina waren even enthousiast.
‘Dat kan toch niet waar zijn? Die twee zijn echt wel op hun hoofd gevallen, de clowns!’
‘Creatief in hun eigenzinnige gekte!’
Tambina keek Thelussa schalks aan. ‘Ik voel het al in mijn botten dat we zullen meefuiven,’ zei ze.
‘Zeker en vast, Tambina. Maar geef even je aandacht aan de landing. De finale fase is begonnen,’ gaf Thelussa als antwoord.


oOo



Flash had het niet kunnen laten om zijn nachtelijke seinpartijen ook deze nacht verder te zetten. Zijn gebruikelijke kleur- en ritmecodes, aangevuld met de spots voor zwart licht, stuurde hij zelfs tijdens de fuif nog de ruimte in. Je kon nooit weten dat juist op het moment van de fuif een ufo in de omgeving van de Aarde zou komen, had Râar gezegd. En daar was hij het volkomen mee eens.
Maar het was anders. Deze avond werden zijn boodschappen geďntegreerd in een enorm geheel van waaiers van licht die Flash onafgebroken over de feestweide liet zwaaien, zwieren, dansen en flitsen.
Tussen al die lichtpatronen doken opeens drie ongelooflijk heldere, witte lichten op. Die hoorden er niet te zijn. Hij had ze niet geprogrammeerd.

Tambina kon niet wachten om aan de fuif deel te nemen. ‘Laten we met onze spots dezelfde lichtpatronen volgen als de lichtpatronen daar beneden,’ stelde ze voor.
‘Nu al onder de invloed van de gekte waar Zhîm en Râar aan leiden?’ vroeg Thelussa.
Toen begonnen ze er alletwee aan.


Voor de ogen van Flash doken ineens nog meer nieuwe lichten op. Waaiers van lichten. Net als de zijne. Als een echo herhaalden ze de ritmes van de Flitser. Groen-geel-rood-blauw van zijn installatie. En dan... groen-geel-rood-blauw... van wie weet wie. Hij durfde het niet te geloven. Het kwam niet van zijn spots. Daar was hij absoluut zeker van.
‘Een fuo... een tofu... een fo... euh... ufooo,’ stamelde de Flitser, vol ongeloof en overgoten door een immense vreugde. Hij begon te improviseren met het ritme van zijn eigen spots. Hij speelde nieuwe ritmes, voerde andere lichtcombinaties in en stuurde dat alles de lucht in. Verwachtingsvol.
De spots die zeker niet van hem waren imiteerden onmiddellijk zijn combinaties.
De ufo antwoordde!
Tussen dat alles knipperden onafgebroken de drie heldere, witte lichten. Die bleven gestadig hun eigen ritme volgen. Geleidelijk werden ze groter en groter.
De ufo kwam dichterbij.
De Flitser componeerde nieuwe ritmes om te programmeren. Hij had niet veel tijd voor inspiratie, het moest erg snel gaan.
‘Sorry voor Chuck en Buck,’ mompelde hij, ‘maar ik zal even hun muziekinstallatie overnemen.’ Hij had het tegen zichzelf. Hij vloog naar het bedieningspaneel en sloot de luidsprekers op zijn klankorgel aan.

Chuck en Buck fronsten de wenkbrauwen.
‘Onze Flash heeft ons lam gelegd,’ grijnsde Buck.
‘Ik heb een stil vermoeden dat de jongeman iets gemerkt heeft,’ antwoordde Chuck.
‘Iets dat niet van deze wereld is...’ zei Buck.
Dan speelde Flash een nieuw ritme op zijn instrumenten. Deze keer met de klank erbij. Hij had niet veel inspiratie. Daarom viel hij terug op de patronen van zijn lievelingsfilm, het thema van Close Encounter of the Third Kind. Tegelijk bediende hij het lichtorgel.
Een enorme oceaan van pulserende lichten overspoelde de feestweide. Heel vreemde timbres trilden over de weide, alles in de opeenvolging van de tonen van Close Encounter, d-e-c-c(octaaf lager)-g... d-e-c-c-g... De melodie was welbekend bij het publiek en ideaal voor een sf-fuif. Vanuit de weide klonk luid applaus en geroep.
‘Good show! Good show!’ De fuivers zongen de klanken mee. D-e-c-c-g... d-e-c-c-g...
‘Beautiful!’ klonk de stem van Babe achter Buck en Chuck. ‘Wat een vertoning! En helemaal in de stijl van Close Encounter. Hoe hebben jullie dat klaargespeeld?! Dat moet een fortuin gekost hebben! Nee echt, Chuck, Buck, jullie zijn ongetwijfeld nog altijd even grote artiesten als vroeger - maar hier, ik moet het toegeven, jullie overtreffen jezelf. Buitenmatig! Buitenaards!’
De menigte zong uit volle borst mee op de klanken van de trillende tonen en werd begeleid met het ritme van de kleurflitsen. Als vanzelf bedacht ze daarbij ook een nieuwe dans en voerde die uit met een uitbundig enthousiasme. Dit was pas een echte science fictionfuif. Ze gingen uit de bol.

De Flitser stond met open mond te kijken. Zijn eigen spots en luidsprekers maakten klanken en lichtflitsen, maar hij gaf ze geen enkel bevel. De bediening van zijn apparatuur was overgenomen door de ufo. Verdwaasd leunde hij op zijn mengpaneel. Plots was het alsof de ufo de hik kreeg. Het ruimtetuig gleed af naar een flank, hobbelde op en neer, inclineerde, verloor het evenwicht, wankelde en hikte dan een andere kant uit.
Zonder dat hij het wist, hield de Flitser enkele knoppen ingedrukt - precies die knoppen die hij absoluut niet mocht aanraken van Râar en Zhîm.
‘Flash! Haal je vingers van die knoppen!’ riepen Râar en Zhîm gelijktijdig. ‘Daar komen ongelukken van!’
Flash hoorde niets. ‘Een ufo! En hij is vlakbij!’ riep hij.
Kordaat sloegen Râar en Zhîm hem opzij en namen zelf plaats achter het bedieningspaneel. Ze waren wel verplicht om de besturing van de spots met zwart licht manueel verder te zetten, anders zou de landing uitmonden op een crash van de takeldienst.
Ondertussen schalden over de weide allerlei variaties op het thema van Close Encounter, nog altijd luidkeels meegezongen door de verrukt dansende massa.
‘Het lukt!’ zuchtte Zhîm opgelucht. ‘Ik heb alles weer onder controle.’
‘Dat zie ik,’ zei Râar. ‘De landing verloopt zelfs mooi.’

Flash bleef het niet kunnen geloven. Het onmogelijke gebeurde, hier, voor zijn eigen ogen.
‘De zwarte spots geven de coördinaten voor de landing aan het ruimtetuig door,’ legde Râar hem glimlachend uit. ‘Ze zoemen als het ware de ufo naar de landingsplaats.’
‘Het zal precies tot op de millimeter kloppen,’ zei Zhîm.
‘Maar... maar... het zijn die spots met zwart licht.... Jullie... wisten dat al lang dat er een landing zou plaatsvinden...’
Ineens klonk er een krakende stem achter hen. ‘Kwistet! Kwistet! Kwistet! Jullie wisten et! Een invasie! ‘t Is een invasie! De bom! De bom! Zo snel mogelijk! De bom!!!’
‘Holy Shit! Hilaire de Bonnevalle!’ zuchtte Buck.
‘De baron!’ riep Chuck.
‘Jullie hebben mij in de val gelokt en mij ziek gemaakt met die drankjes van het buffet! Want strontziek ben ik! Maar ik geef het jullie op een bordje! Jullie zullen niet ontkomen! De bom, godverdomme! De bom! Daisy! Daisy! De bom! Vlůg!!!’
In volle vaart rende hij weg, richting kasteel. Hij liep erg snel, voor een zieke.
In geen geval konden Zhîm en Râar weggaan van hun apparatuur. Flash had de commando’s verstoord en nu moesten zij de takeldienst tot de allerlaatste meter helpen bij de landing.
Maar Buck en Chuck waren al weg. In volle vaart zetten ze de achtervolging in – een tweetal meter toch. Dan struikelden ze over het netwerk van hun eigen muziekinstallatie, waarvan de bedrading nooit ordentelijk gelegd werd, en deze keer evenmin. Ze raakten compleet verstrengeld in de elektrische leidingen.
Het was Babe die hen kon ontwarren. Zodra ze vrij waren zetten de mannen de echte achtervolging in. Babe rende met hen mee in de donkerte, naar het kasteel.

(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren via mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens