donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (10/12) - thriller
Gepubliceerd op: 20-03-2012 Aantal woorden: 850
Laatste wijziging: 20-03-2012 Aantal views: 1510
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (10/12) - thriller

Manon


(André en Serge kunnen hun dagelijkse routine weer opnemen. Ietwat anders georganiseerd, maar toch. Alleen, er is nog altijd die poes die rondwaart in de tuin…)


Serge ijsbeerde in de keuken. Hij wrong zich voorbij het schot en kwam uit bij een wc-pot en een douche. Hij snoof de nieuwe geur op en ging kakken in zijn nieuwe wc. Tegen het schot had hij de afbeelding van ‘Le Penseur’ van Rodin opgehangen. Zo kon hij lange tijd op deze plek blijven zitten, kijkend naar zijn mijmerende evenbeeld. Meteen was hierdoor ook zijn inspiratiebron, Camille Claudel, de mishandelde vrouw van Rodin, in zijn territorium meegekomen. Ze was bij hem. Ze begreep hem. Ze zou hem door het leven helpen.

Hij was opgelucht. Nooit meer hoefde hij zijn keuken achter te laten. Nooit meer zou hij moeten controleren of André er in zijn afwezigheid geweest was. Serge behield volledige controle. Hij was volkomen veilig en kon hier zijn hele leven lang blijven. Hij werd overmand door trots. Hij was de grootgrondbezitter van een keuken met wc, douche en zijn eigen persoonlijke zetel! Hij snapte niet waarom mensen kasten van villa’s kochten. Hij was zo overmatig gelukkig met deze uitbreiding van zijn domein, met een wc en een douche in zijn keuken. Dat volstond ruimschoots. Meer mocht het zelfs niet zijn, voor hem.

De poes kwam tot vlakbij de keukendeur. Haar schoteltje was leeg. Ze had alle brokken opgepeuzeld.
Ze wierp een blik naar binnen.
Serge opende de deur en ze betrad de keuken. Ze kwam naast hem staan terwijl hij in de ijskast snuisterde. Er waren nog een heleboel van dezelfde soort lekkernijen die de poes zo graag naar binnen had gewerkt, worstjes, hesp, kaas... Maar hij kon niet alles geven, anders zou André kwaad zijn.
Daar lagen nog enkele potjes yoghurt. Die at alleen hij. André lustte geen yoghurt. Zou Kamilla zoiets willen?

Serge haalde een potje uit de ijskast. Met een lepeltje ledigde hij de yoghurt op het bord van de poes. ‘Hier. Lekker. En het is door mij opengemaakt. Er zitten géén pillen in. Ook niet de viezigheid die de dokter mij probeerde te doen nemen. Maak je geen zorgen. Hij heeft me niet klein gekregen. Ik leef nog. Ik ben er. En zolang ik kan, ben ik er voor jou. Dat is beloofd.’
De poes die nu Kamilla heette, als eerbetoon aan Camille Claudel, proefde, vond het lekker, en at alles op. Achteraf keek ze Serge verwachtingsvol aan.
‘Het is op,’ zei Serge. Hij toonde het potje, zodat ze zou zien dat er niets meer in zat. Kamilla probeerde haar snoet erin te stoppen, maar dat lukte niet. De poot dan maar. Alsof haar poot een echt lepeltje was, graaide ze naar restjes yoghurt in de pot. Daarna bracht ze haar poot naar haar mond en likte alles af. Die bewerking zette ze verder tot het potje helemaal opgekuist was.
Ondertussen hield ze Serge goed in de gaten. Serge zag het duidelijk: zij hield van hem.
En hij hield van haar.
Dat kon niet.
Het mocht niet.

André vond dat ze buiten moest blijven, in de kou. Binnen zou ze alles omgooien. Ze zou in de woonkamer komen, en er alle Chinese vazen met haar staart de grond op vegen, als een borstel. In de keuken zou ze alle elektrische apparaten stukmaken.
Kamilla slingerde zich rond zijn voeten. Ze keek hem aan.
Serge bukte zich en streelde haar.
Ze begon te spinnen.
Een tevreden glimlach gleed over Serges gezicht terwijl hij zich in de zetel installeerde.
De poes kwam een tijdje naast de zetel zitten.
Dan, in één plotse sprong, zat ze op zijn schoot. Het ging allemaal zo snel dat Serge niets kon beginnen. Hij wilde ook niet. De poes hield van hem. Hij hield van de poes. Hij had zijn domein gemaakt in de keuken en directe omgeving, zij had haar domein uitgebreid van de tuin naar de keuken toe.
Hij aaide haar over de prachtige zwart en donkerbruine vacht. Met genoegen zag hij hoe haar pels glansde.
Kamilla was weer gezond.

Hij keek op toen André binnenkwam. Die had het meteen opgemerkt.
‘Wat is dat? Die poes hier. Binnen!’
‘Ja,’ zei Serge. ‘Ze heeft het graag lekker warm. Zoals iedereen. Ik heb haar Kamilla genoemd.’
‘Kamilla? Dat is geen naam voor een poes. Poezen horen Poessy te heten, of Molly of Tijgertje. Kamilla is een mensennaam!’
‘Ze heet Kamilla,’ zei Serge koppig. ‘Zoals de vrouw van Rodin. En ze mag in mijn zetel zitten.’
‘Altijd maar die poes!’ barstte André uit. ‘Als er iemand is voor wie je alles doet, is het de poes. Tel ik helemaal niet meer mee, nee? Nee?’
‘Dat wilde ik je nog vragen. Wil je straks kattenvoeding meebrengen? Ik geef haar nu het eten dat voor ons is, maar daardoor hebben wij minder. En ze heeft speciale kattenvoeding nodig.’


(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens