woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (20/33)
Gepubliceerd op: 08-03-2012 Aantal woorden: 2358
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1182
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (20/33)

Manon


(Martine, Piet, Buck en Chuck hebben de hulp van de buitenaardsen ingeroepen. Maar die hebben ook een probleem: de takeldienst die hen komt oppikken, moet hen ongezien kunnen kunnen bereiken...)

Die avond kookte Martine soep en af en toe draaide ze met een spatel door een wok groenten. Tegelijk bakte ze frieten, hield nauwkeurig de temperatuur van het frituurvet in de gaten... tussendoor slaagde ze erin om borden af te wassen en zelfs om Piet in het oog te houden. Die had het druk met het bedienen van de hongerige magen en de droge kelen. Ondanks die drukte en de vele bestellingen bewoog Piet zich elegant en ongedwongen tussen de tafels, zijn armen en handen vol goedgevulde borden. Aan ieder tafeltje bleef hij eventjes praten. Martine kon wel raden wat hij de gasten toefluisterde. Zowat alle campinggasten waren aanwezig, in de frituur, op het terras of op het gras rond de frituur. Het was een uitgelezen moment om de sf-fuif aan te kondigen.
De eerste reacties gingen duidelijk in de goede richting. Verbazing, grote ogen, en dan uitbundig gelach en blij geroep. ‘Yup, yup!’ en ‘Indeed! Extremely good idea!’ en ‘Jawohl! Grossartig, jawohl!’ en
‘Oui, oui, excellente initiative!’

Toen Piet weer achter de toog kwam, nam Martine hem bij zijn lurven en trok hem tot vlak tegen haar. Met zwoele stem vroeg ze: ‘Wanneer ga je het officieel aankondigen in plaats van zo tussendoor?’ Dan plaatste ze een welgemikte kus op zijn lippen.
Piet antwoordde: ‘Mmmm! Aaaaal je moooond aaallje... aaaljemoooond aan mijn ieppen!’
‘Wat zeg je?’ vroeg ze.
‘Haal je mond van mijn lippen, dan kan ik je wens in vervulling laten gaan. Ik ben al weg! Zorg maar dat je erbij bent!’ Hij stoof naar buiten voor de climax. Martine draaide haar frietketel op standby,
bediende zich van een glas water, en deed teken aan alle klanten in de frituur om haar te volgen naar het terras.
Piet was op een tafel gesprongen.
‘Goede avond iedereen!’ riep hij. ‘Ik heb een belangrijk bericht voor jullie. Overmorgen zal er een groot evenement zijn op de camping. Een gigantische fuif voor buitenaardsen. En wie zijn die buitenaardsen? Dat zijn wij! Jullie weten evengoed als ik dat het belachelijk is om te denken dat er hier een ufo zou neerstrijken, en dat er echte buitenaardsen naakt zouden rondlopen op deze camping. Als we buitenaardsen willen ontmoeten op de fuif, kunnen we er maar best zelf voor spelen!’
Het publiek barstte in enthousiast lachen uit.

‘Nou, daar zullen we dan wel effe voor zorgen!’ riep een vervellende Ollander. ‘Jullie zien het, ik ben een buitenaardse mutant!’
Piet ging verder. ‘We nemen twee dagen de tijd, en dan is het zover. Er komt een reusachtige barbecue. Lekker samen eten, zuipen, zingen, dansen…!’
‘Jaaah! Een groot feest met veel eten!’ klonk het. ‘Als we moeten helpen in de keuken, laat maar weten!’
‘Buck en Chuck zorgen voor prachtige muziek!’ riep Buck, dolblij.
Flash riep: ‘En ik zorg voor de belichting!’
‘Iedereen is welkom,’ bracht Martine ertussen. ‘Zélfs onze buur... Hilaire de Bonnevalle! En hij mag al zijn butlers meebrengen!’
‘Daar zijn we vet mee!’ klonk het uit de mond van een Belg, een man van Melle. ‘Een fuif zonder wijven!’
Zhîm staarde naar de lucht terwijl Râar zei: ‘Het zit er dik in dat er tegen dan wel een paar vrouwen hier zullen neerstrijken. Een paar, maar ze tellen voor tien, dat beloof ik!’
‘En wij zullen onze kilts aantrekken!’ riepen de twee Schotten van Edinburgh. ‘Dan zien we er ook uit als vrouwen!’
‘Jullie kunnen ons niet misleiden! Wij weten ook wel welk doedelzakje er bengelt onder die rokjes van jullie!’
‘We willen écht vrouwelijk schoon!’
Buck keek het gezelschap aan en zei: ‘Ik vraag me af... Ik heb zo een licht vermoeden dat er weldra ook een plaag van vrouwelijk schoon van overal op de wereld zal komen opdagen.’
‘Waarom denk je dat, Buck?’ fluisterde Chuck.
‘Ik denk dat op het centraal bureau onze chefs stilaan argwaan beginnen te krijgen over onze werkmethode,’ fluisterde Buck terug.
Chuck glimlachte.

‘Het wordt een extravagant gekostumeerd bal,’ zei Piet. ‘Het is zomer, en we zullen bloot blijven, maar we zullen ons wel versieren met allerhande accessoires die direct verwijzen naar onze buitenaardse afkomst.’
Iedereen begon te fantaseren. Het decibelgehalte steeg, het verlangen om te eten en te drinken ook. Piet voorzag dat de bestellingen voor wijn, soep en porties friet niet bij te houden zouden zijn en bedacht een oplossing. ‘Nog een laatste berichtje: vanaf nu moeten jullie zelf je bestellingen aan de toog halen. Zo kan ik wat rusten.’
Er volgde een stilte.
‘Daar tegenover staat dat iedereen elke avond een pak gratis friet krijgt. Martine trakteert. Want zij weet dat jullie ondertussen allemaal in dienst zijn getreden van Buck en Chuck en jullie tenten langs de grens van het domein van Hilaire de Bonnevalle hebben neergezet. Zodat geen enkele debiel ongezien de camping kan betreden.’
Temidden van het donderende applaus hoorde Piet heel duidelijk een vluchtige vloek gevolgd door zijn naam. Hij gluurde over zijn schouder en keek recht in de duistere blik en de tevreden glimlach van Martine. Ze zou de gratis frieten wel bakken. Het kwam haar goed uit dat de spionnen het kasteel in de gaten hielden en haar zouden verwittigen bij verdachte bewegingen op het domein van Hilaire de Bonnevalle. Ze voelde zich een heel stuk veiliger. Ze had een leger om de camping te verdedigen. Kom maar op, Hilaire!

Piet haalde een grote kan rode wijn en zeeg neer op een stoel aan de tafel waar Flash, Râar en Zhîm zaten te praten.
‘Mijn materiaal gebruiken op een science-fiction fuif!’ zei een glunderende de Flash tegen Râar en Zhîm. ‘Het wordt een grandioos spektakel, let op mijn woorden! Mijn lasers dragen erg, erg ver. Zo ver dat als er ooit buitenaardse wezens in de omtrek van de Aarde komen, de laserstralen niet onopgemerkt zullen voorbijgaan. Daarom sta ik daar trouwens elke nacht.’
‘Vreemd. Wij hebben die lasers toch niet opgemerkt toen we op de camping landden,’ flapte Zhîm eruit.
Râar gaf hem een harde trap tegen zijn enkel, maar Flash antwoordde heel serieus: ‘Jamaar, jullie zijn dan ook geen echte ufonauten.’
‘Zo is het,’ reageerde Râar snel.
Voor Râar en Zhîm was het duidelijk dat alle ufonauten die voorbij de Aarde kwamen, de signalen van de Flitser compleet zouden negeren. Dat hadden zij trouwens ook zelf gedaan toen ze de planeet naderden. Misschien had hun boordcomputer wel wat van de stralen geregistreerd, maar het was te onbeduidend geweest om er rekening mee te houden. Dat vertelden ze de Flitser natuurlijk niet. Ze hadden andere plannen.

Flash ratelde enthousiast verder. ‘Zie je, als er op een dag wezens zijn die tot in onze omgeving geraken dan zullen ze de boodschap wel begrijpen die ik op hen afvuur. Want als ze van op lichtjaren afstand tot bij planeet Aarde kunnen komen, zijn ze ontzettend intelligent. Op psychologisch, emotioneel en mentaal vlak zijn ze dan zeer ver geëvolueerd en dus zullen ze mijn signalen onmiddellijk begrijpen. En dan zullen we van hen heel erg veel kunnen leren.’
‘Je loopt wel erg hard van stapel,’ bracht Zhîm er toch weer tussen. ‘De mens is technisch geëvolueerd, maar psychologisch is hij een dwergje gebleven, een homunculus. Op andere planeten is het net hetzelfde, dat kan ik je op een...’ Hij kreeg een tweede trap tegen zijn enkel te verduren en hernam zich. ‘Ik bedoel... waarschijnlijk is het op andere planeten net hetzelfde.’
Piet schonk de glazen nog eens vol.
Flash ging verder. Hij kon Zhîm niet helemaal ongelijk geven. ‘Tja, de mens maakt de meest ingewikkelde motoren, hij reist naar de maan, naar Mars... maar psychologisch gunnen we elkaar het licht in de ogen niet. Misschien heb je gelijk... misschien is het niet omdat wezens technisch sterk geëvolueerd zijn, dat ze psychisch en emotioneel ook ver gevorderd zijn.’
‘Dus je kan wel denken,’ vervolgde Zhîm, ‘dat gelijkaardige wezens die technisch verder staan, hun technieken meestal zullen gebruiken om anderen te onderwerpen, net zoals de mens dat doet op zijn planeet.’
Râar trok zijn linker wenkbrauw hoog op en kneep zijn rechteroog dicht. ‘Als ik het goed heb ben je dus iets aan het proberen waar men op Aarde alleen maar last mee kan krijgen.’
‘Je wil wezens naar hier lokken die véél, héél veel slimmer zijn dan de domme aardbewoners,’ grijnsde Zhîm.
Piet kuchte opvallend luid. ‘Ach, we zijn al zoveel gruwelen gewoon. Een buitenaardse kan de situatie toch niet veel erger maken dan hij al is,’ grinnikte hij.

‘Hoelang ben je daar al mee bezig, berichten de ruimte in sturen?’ informeerde Râar.
Flash aarzelde. ‘Twee… nee, ik denk drie jaar…’
‘Elke avond?’
‘Ja... wel, niet echt altijd. Soms ben ik weleens ziek, en af en toe is er een familiefeest waar ik echt niet onderuit kan... dan laat ik mijn apparaten het werk alleen opknappen. Maar als het kan ben ik er altijd zelf bij.’
‘En er komt nooit een antwoord?’
‘Je moet geduld hebben in zulke zaken,’ zuchtte Flash. ‘Er moeten buitenaardsen in de omgeving zijn, anders kan het natuurlijk niet lukken. Het enige wat ik kan doen is altijd maar doorgaan, doorgaan, doorgaan. En dat doe ik.’
‘Ondertussen vallen de ufonauten wel op door hun afwezigheid,’ zei Râar.
‘Heel juist,’ antwoordde Flash.
‘Doorgaan, jongen, doorgaan,’ moedigde Zhîm hem aan. ‘Wie weet, misschien zijn ze wel dichterbij dan je denkt. En misschien hebben wij zelfs iets dat je zal toelaten om nog efficiënter te werken. We zullen het even uitleggen.’
Flash keek met grote ogen.

‘We beschikken over een computerprogramma en de daaraan verbonden speciale spots met, hou je vast... zwart licht,’ vertelde Râar.
Flash had de tijd niet gekregen om zijn grote ogen te vernauwen. Ze werden zelfs nog groter. ‘Zwart licht? Zeg direct dat je hier zwarte gaten wil installeren!’ Hij zag dat zijn wijnglas leeg was, vulde het bij en nam een grote slok. Vervolgens vroeg hij Martine om iedereen nog eens van drank te voorzien, op zijn kosten. ‘Rode vin, d’accord. Maar zwart licht... dat is onmogelijk. Zwart bestaat alleen doordat het alle kleuren absorbeert. Zonder kleur heb je geen licht,’ zei hij.
‘Bestaat dat echt of zitten jullie hier dingen te verzinnen?’ vroeg Piet.
‘Nee, nee, het is geen verzinsel. Het is niets dan de waarheid,’ verzekerde Zhîm.
‘Het is iets wat alle kleuren absorbeert,’ zei Râar. ‘Het is een enorme energie.’
‘Dus toch ergens een soort zwart gat?’ vroeg Piet.
‘Precies. Het is hetzelfde principe als bij zwarte gaten, maar dan in een zeer, zeer, zéér milde vorm,’ legde Râar uit. ‘Het zwarte licht absorbeert niet alles, alleen licht.’
‘Gelukkig maar,’ zei Piet. ‘Anders zou deze hele camping in de spot verdwijnen!’
Zhîm knikte. ‘Het is verschrikkelijk onmogelijk om uit te leggen hoe het werkt, maar we hebben er een programma voor, en ook de nodige spots.’ Hij keek naar de Flitser. ‘Als je die zou monteren tussen al de laserstralen die je uitzendt krijg je een veel indringender en duidelijkere boodschap voor de ruimtewezens.’
In het brein van Flash flashten alle neuronencellen gelijktijdig alle kanten uit.
Râar legde het uit. ‘In de kosmos vallen zwarte gaten op door hun afwezigheid van licht. Als je zwart licht gebruikt, spreek je dezelfde taal als de taal van die zwarte gaten. Ruimtewezens blijven daar
gegarandeerd nooit doof voor. Voor hen is zwart licht zo fascinerend dat ze niet kunnen weerstaan aan het verlangen om te antwoorden.’

Hij sloeg net niet tilt, de Flitser, en stelde geen verdere vragen want hij wist verdomd goed dat hij geen wetenschapper was, en absoluut niet op de hoogte van wat er allemaal mogelijk kon zijn in de nieuwe gebieden die de natuurkunde exploreerde.
‘Het is natuurlijk niet mogelijk om dat licht te zien,’ leerde Râar hem. ‘Daarom is het zwart licht. Maar toch is het er. En het reikt heel erg ver. Iemand met de juiste ontvangstapparatuur kan er niet naast kijken.’
‘Dat licht is bovendien zo stevig dat het zich niet laat vervormen, en daarom is het ongevoelig voor interferenties,’ zei Zhîm.
‘Na... nana... nanatuurlijk,’ stamelde de Flitser. ‘Het absorbeert alle storingen.’
‘Zo is het,’ zei Zhîm.
‘Encore du vin pour tout le monde! Chee… Chaa.... chame prochedure as last time, Miss Sophie!’ riep de Flitser naar Martine. En hij mijmerde voor zich uit: ‘Zwart licht, begot!’
Râar ging verder. ‘Je moet gespecialiseerd natuurkundig computerdeskundige zijn om het helemaal te kunnen begrijpen. Zelfs Piet zou het er moeilijk mee hebben.’
‘O ja?’ vroeg Piet losweg. ‘Ik heb nochtans alle specialisaties over ruimte-natuurkunde afgewerkt die maar mogelijk zijn op Aarde. Als je het goed uitlegt zal ik het vast wel begrijpen.’
Râar liet zich door hem niet afleiden. ‘Helemaal uitleggen wat het is kunnen we niet, maar wat wel kan...’
‘We kunnen het stante pede testen,’ vulde Zhîm aan.
‘Wat? Wat wat?? In de pra... in de praktijk? In mijn wei? Hier? Nu? Kan dat?’
‘Waarom niet?’ vroeg Zhîm. ‘Je kan al die laserstralen zo perfect bedienen. Het zwarte licht kan er ongetwijfeld bij, daar zijn we zeker van.’
Flash keek op zijn horloge. ‘Ik wilde er nu ongeveer aan beginnen. Als jullie zin hebben om mee te gaan... Zwart licht... ik zou er nog niet eens van gedroomd hebben, maar als het zou kunnen... Mijne heren, hiermee zijn jullie uitgenodigd.’
‘We moeten wel de juiste draadloze verbindingen tot stand brengen,’ zei Zhîm voorzichtig.
‘De flightcases in mijn camion puilen uit van alle mogelijke verbindingen, ook van draadloze. We vinden wel de juiste,’ antwoordde de Flitser.
Ze joegen de rest van de rode wijn door hun keel en verlieten de frituur om te verdwijnen in de schemering van de avond.

(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren via mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens