zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (9/12) - thriller
Gepubliceerd op: 06-03-2012 Aantal woorden: 1203
Laatste wijziging: 06-03-2012 Aantal views: 1536
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (9/12) - thriller

Manon


(André is naar het dorp, en de dokter komt op huisbezoek bij Serge. De arts is toeterzat…)


Hij had natuurlijk altijd zijn aanstelling in het rusthuis nog, bedacht de dokter terwijl hij door de gang waggelde. Eerst gooiden ze hem buiten bij de jongeren, niet omdat hij niets uitvoerde, daar trok niemand van het tehuis zich wat van aan, en van het ministerie nog minder. Maar omdat die andere kerel het postje absoluut wilde. Die had goed begrepen dat je daar kon rentenieren op de kap van de jeugd. Als ze ziek waren, antibiotica, en als het nog erger werd, spoedgevallen. De rest van de tijd was je een vrij mens met een mooi loon. Maar dat was dus nu niet meer voor hem weggelegd.
Dan moest het rusthuis maar. Ook daar kon je je er vanaf maken zonder veel uit te spoken, vermoedde hij. Die mensen hun gebruiktelijke pilletjes voorschrijven, en bij klachten altijd doorverwijzen naar hun specialist. Dan was de specialist tevreden, en de ouderen ook, want ze werden ernstig genomen. Ondertussen kon hij een goede band met hen aangaan. Ervoor zorgen dat ze echt van hem gingen houden, dat ze naar hem opkeken omdat hij zo slim was... hij kon verhalen uit zijn studententijd opdissen, van die grote onderscheiding hier en die thesis daar... Een testament van hen lospeuteren zou misschien niet wettelijk zijn, maar er bestonden zoveel manieren om die wetgeving te omzeilen. Verscheidene collega’s hadden hem er al over verteld. Er konden onofficiële giften gedaan worden. Misschien werd het allemaal een meevaller. Misschien kon hij in het rusthuis nog véél meer verdienen dan in het jeugdhuis.


oOo


‘Hier, ik heb... iets voor jou.’ Bevend haalde de dokter de doos pillen voor Serge uit zijn dokterstas. ‘Een paar euro’s omdat ik je dit gebracht heb, en het is in orde,’ voegde hij eraan toe.
Serge antwoordde niet.
‘En dit hier. Je had vorige keer gezegd dat je broer nogal depressief en zenuwachtig is sedert je die badkamer hebt laten installeren in je keuken. En vermits jij het bent die kookt... als je dat door zijn eten draait... het zal hem tot rust brengen. Het kost slechts 17 euro.’
Opnieuw kreeg de dokter geen antwoord. Deze keer keek hij op. Hij zag niemand. Hij had tegen niemand staan praten. Tegen niets.
Dan hoorde hij iets.
Serge kermde en jammerde luid. Het kwam uit de keuken. Daar begon Serge te gillen.
De dokter strompelde hem achterna. Zuchtend, hijgend. Met bloeddoorlopen ogen. Hij wist dat hij een spuitje bij zich had dat hij Serge kon toedienen in geval van nood. Maar dan moest hij Serge wel eerst tot dichtbij naderen. Serge opende de deur naar de tuin en liep weg. De dokter meende dat Serge op hem wachtte. Hij volgde zwalpend. Zodra hij dichterbij kwam, liep Serge weer weg. Het leek wel een spelletje tikkertje.
Serge liep verder, jammerend, zijn armen hoog in de lucht geheven.
Struikelend over zijn eigen benen liep de dokter hem achterna. ‘Serge, kom hier, ik heb iets voor je, kom eens kijken...’
Het zag eruit alsof Serge op hem wachtte. Hij was gestopt voor een grote hoop aarde - daar waar de nieuwe septische tank moest komen.
Zodra de dokter bij hem was, schoot Serge op hem af. Hij wierp zich op de dokter en gaf hem een duw.
‘Serge, nee!’ riep de man. Schreeuwend stortte hij achterover. En dan werd het duidelijk. Tijdens zijn val duurden de seconden een eeuwigheid. In een onmetelijk lange flits zag hij de hele omgeving. De hele put. Hij begreep dat dit geen gewone septische put was. Iemand had een put gegraven in de put. En die tweede put had ongeveer de grootte van een mensenlichaam.
De vorm van een doodskist.
Van zijn grootte.

Dan smakte de dokter tegen de diepte. Zijn dikke buik, zijn gezicht en de palmen van zijn handen kwamen terecht in een laag modder. In een poging om aan lucht te komen, kromde hij zijn rug. Naast hem verscheen een hand. De hand van Serge. Ondanks alles hoopte de dokter nog altijd. Hij stak zijn hand uit om uit de modder geholpen te worden. Vervolgens besefte hij wat er werkelijk gebeurde. De vingers van de hand die hij zag zaten verstrengeld in de vingers van een andere hand vast, en allebei de handen waren geklemd om het houten handvat van een hamer.
‘Serge...’ De woorden van de dokter klonken gesmoord door de modder in zijn mond, en waren onverstaanbaar.
De hamer kwam een eerste keer neer. Enkele zware klappen waren meer dan voldoende. De dokter verloor voorgoed het bewustzijn. Serge hamerde nog in op de nek van de dokter, tot hij zeker wist dat die gebroken was. Dan draaide hij het gelaat diep in de modder. Maar er was geen gevaar dat dit lichaam nog zou willen ademen. Elke beweging, elk leven was eruit verdwenen. Het bleef volkomen roerloos liggen.

Serge schikte het lichaam netjes in de put die hij diezelfde ochtend gegraven had. Het graven was een heel karwei geweest en had uren van intense inspanning gekost. Nu moest hij het graf weer helemaal dichtmaken. Morgen kwam de loodgieter om de septische tank in de put te laten dalen - de loodgieter noch een van zijn hulpjes mochten iets verdachts merken. Serge legde eerst nog de dokterstas bij het lichaam. Daarna nam hij de spade en onmiddellijk vlogen de aardkluiten in het rond. Terwijl hij werkte, galmden flarden van wat de loodgieter gezegd had door zijn hoofd. ‘De dokter... oude of zieke mensen... testament...’ Serge had één van zijn slachtoffers kunnen zijn... ‘Karla... haar testament... hij heeft niets geërfd, geen halve frank...’ Maar Karla was wel dood! Hoe was ze gestorven? Een hartstilstand, ouderdom? Of had haar eigen hebzuchtige krankzinnige huisarts haar vergiftigd?! Geen enkele collega had het laten nakijken. Niemand had het erover. Niemand vermoedde iets verdachts. Alleen Serge wist hoe de vork aan de steel zat.
En nu had de dokter het hier geprobeerd. Hij was al begonnen met Serge langzaam te vergiftigen Tegen de tijd dat Serge het testament geschreven zou hebben, zou hij ook sterven. Dat was het scenario dat de dokter voor hem had opgezet.
Het was wonderlijk hoe Serge alweer alle vereiste energie en zelfs meer kon opbrengen om urenlang zwaar werk te verrichten, de opgegraven aarde over het lijk te strooien, over de put te verdelen, het graf te dichten tot alleen de put voor de septische tank nog zichtbaar was, net zoals toen de loodgieter vertrokken was.
Het zware werk was geleverd. Nu volgde de afwerking. De voetstappen van de dokter in de tuin bedekte Serge opnieuw met grond en gras. Hij reinigde de hamer grondig en veegde alles schoon zodat vingerafdrukken verdwenen. Tenslotte speurde hij naar de kleinste sporen van kleding, van enige activiteit van de dokter, om ze uit te wissen.
Uiteindelijk was Serge ervan overtuigd dat de loodgieter morgen, wanneer hij de septische tank zou brengen, niets zou merken.
En zodra die tank geïnstalleerd was, zou Serge op de dokter kunnen kakken.

(wordt vervolgd)

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens