woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (19/33)
Gepubliceerd op: 01-03-2012 Aantal woorden: 2574
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1387
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (19/33)

Manon


(Martine, Piet, Buck en Chuck vinden dat de situatie erg gevaarlijk wordt, en gaan de hulp van de buitenaardsen inroepen...)

De spionnen toonden niet langer interesse voor de mislukte aanslag. Vreemd vonden ze het wel, zo’n aanslag gepleegd door Boloog. Naar een politicus werd al eens een granaat gegooid, dat was logisch. Of naar een politiebureau. Maar naar een frituur... Zoiets kon alleen het werk zijn van een halvegare, en vermits Boloog de aanslag gepleegd had leek hun redenering volledig te kloppen. Wat hen betrof was de zaak gesloten.
Ze soesden behaaglijk en merkten dat Martine haar dagelijkse ronde vandaag uitvoerde in het gezelschap van Buck, Chuck en Piet. Buck en Chuck zagen met genoegen hoe hun collega’s half versuft hun roes lagen weg te werken in de zon – een activiteit waar zij ook maar al te graag aan zouden deelnemen op dit ogenblik, al hadden ze geen roes te verwerken. Maar er was werk. In ieder geval was het geruststellend om te weten dat die collega’s met iets anders bezig waren dan met hun opdracht.

oOo


Râar en Zhîm hadden die ochtend enkele knallen waargenomen in de omgeving van de frituur, en het rumoer daarna was hen evenmin ontgaan. Hun computer had hen echter verzekerd dat er geen enkel rechtstreeks gevaar dreigde voor hen persoonlijk, en even later hadden de ufonauten kunnen vaststellen hoe juist dit was. Het dagelijkse leven op de camping had zijn gewone gang weer opgenomen.
Maar nu naderden vier mensen hun ruimtetuig - Piet, maar hij was in het gezelschap van Martine, en ook die twee stevige kerels die hen het sanitair blok hadden getoond waren erbij. Dat was ongebruikelijk. Op dit uur poetste Martine gewoonlijk de frituur, en voor die stoere mannen was dit het moment waarop ze gezellig onder de douche stonden. Dat deze vier mensen naar hun caravan kwamen, betekende iets bijzonders, dachten Râar en Zhîm. Ze gingen naar buiten en verwelkomden de vier mensen voor het ruimtetuig.

Het eerste wat Piet hen vertelde, was dat hij Buck, Chuck en Martine alles had verteld. Alles! Dat hun caravan een ufo was, en dat zij van héél ver kwamen. Buck en Chuck stonden er onwennig bij te kijken. Ze waren opgeleid tot geheim agent, maar ‘Hoe omgaan met buitenaardsen’ was niet echt een uitgebreid onderdeel van hun opleiding geweest. En zeker niet ‘Hoe een intieme samenwerking met buitenaardsen aangaan bij het vatten van een aardse misdadiger’. Maar de buitenaardsen vertrouwden Piet helemaal. Zhîm en Râar vermaakten zich best en kwamen algauw aanzetten met buitenaardse kuipzeteltjes voor iedereen. Omdat er toch geen andere mensen op de kampeerweide waren rond het ruimteschip, bracht Zhîm ook iets aan dat leek op een glazen tafelblad zonder poten. Hij plaatste het tussen de zeteltjes - ‘plaatsen’ was wel veel gezegd. Zhîm liet het tafelblad los en ogenblikkelijk begon het te zweven boven het gras. Het verplaatste zich van het ene zeteltje naar het andere. Wanneer het bij hen was, konden de gasten er een glas met een bizarre drank vanaf plukken. In de drankjes wemelden, krioelden en vlochten allerhande kleuren zich door elkaar. Een echte kleurenstorm. Ook verschillende geuren walmden door elkaar, alsof er een heuse orkaan woedde.
‘Net een storm in een glas water,’ vond Piet. Hij nipte aan zijn glas en de orkaan van geuren en kleuren ging verder in een orkaan van smaken.
‘Dat is beter dan mijn dagelijkse straffe koffie!’ vond Buck goedkeurend en hij nam nog een slok.
‘Toch jammer dat we nu, op deze schitterende ochtend, gezellig zittend in deze kuipzeteltjes, als vrienden onder elkaar, het moeten hebben over serieuze zaken, over dreigende moeilijkheden die ons boven het hoofd hangen,’ begon Piet.
Râar en Zhîm keken hem met grote ogen aan. ‘Al goed, al goed, Piet, draai niet zo rond de pot. Vertel het maar,’ spoorde Râar hem aan.
Buck en Chuck knikten instemmend.

Piet vertelde wat er de afgelopen uren allemaal gebeurd was, beginnend bij zijn nachtwandeling naar het meer en de ondervraging door de rabbis, imams en kanunniken. Hij had het over Boloog, in de struiken, met zijn fort, zijn geslepen mes en zijn angst voor aliens, en hij ging verder met de aanslag op de frituur. Tenslotte belandde hij bij het onderzoek van de caravan van Boloog. Piet legde het dagboek van Boloog op het tafelblad, dat meteen naar de buitenaardsen zweefde. Râar en Zhîm volgden de hele uitleg met bijzondere aandacht, en doorbladerden de documentatie van Boloog nauwkeurig. Tot nu toe was hun computer halsstarrig blijven weigeren om één enkel woord van zijn mening over ‘de agressieve menselijke soort’ terug te nemen, en hij beweerde te werken met een ‘100% onfeilbaarheid’. Tot vandaag had de aanwezigheid van Piet en Martine die onfeilbaarheid ongeloofwaardig laten overkomen. En plots bleek toch alles anders te zijn.
‘Blijkbaar zullen niet alle mensen op Aarde zich even hartelijk en gastvrij opstellen tegenover buitenaardsen,’ zei Zhîm.
‘Dat doen ze zelfs niet tegenover elkaar!’ beaamde Chuck. ‘Zijn jullie vreselijk erg ontgoocheld?’
Râar was een beetje teleurgesteld, maar glimlachte. ‘Ach, het is een beetje een schok, maar toch schrikken we hier niet echt van,’ zuchtte hij. ‘Onze computer had niet de minste twijfels over de zware agressie en gewapende conflicten op Aarde. Het zou naïef geweest zijn om te geloven dat de hele planeet even idyllisch is als deze camping.’
Martine aanvaardde dit als een compliment, maar besefte ineens ook hoe laat het al was. ‘Het loopt al tegen de middag! Ik moet echt wel terug naar de frituur,’ zei ze. ‘Ik moet nog een berg aardappelen schillen en tot frietjes versnijden. Ik moet er vandoor.’
‘Martine heeft gelijk,’ zei Piet. ‘We hebben hier een lekker aperitiefje gedronken, nu nodig ik jullie uit in de frituur... want ik beschik over nog meer informatie dan jullie vermoeden.’

Toen ze opstonden viel Buck de ufonauten in de armen. ‘Verdorie! Ik wist dat jullie het waren. Ik ben zo trots dat ik die foto’s in de frituur ontdekt heb, en het ruimteschip dat erop staat. Nog maar eens het bewijs dat Chuck en ik niet de zevenderangsspionnen zijn waar ze ons voor willen laten doorgaan bij de CIA!’
‘De CIA?’ vroeg Râar.
‘Defensie heeft iets ongewoons gedetecteerd in het luchtruim, en ze wisten niet wat het was en waar het geland was. Daarom werden wij erop uitgestuurd.’
‘Dat meen je niet,’ antwoordde Râar. ‘Als ze een ufo konden detecteren in de omgeving van de Aarde dan konden ze ook vaststellen waar die geland was.’
‘Toch niet. Want de installaties van Defensie hebben jullie wel ontdekt en gevolgd, maar de camera werd verstoord door een intense lichtflits.’
‘Flash!’ riep Piet.
‘Best mogelijk!’ lachte Chuck. ‘Hij gebruikt heel intens licht. Als zijn lichtflitsen toevallig op het juiste moment in de juiste positie gericht waren, konden ze de camera van de spionagesatelliet in de war te brengen.’
‘Daardoor raakten ze het spoor van Khasrol13 kwijt,’ lachte Zhîm.
Hij kon zich voorstellen hoe frustrerend zoiets moest zijn.
‘Nu beschikken ze over geen andere informatie meer dan de foto’s die ik voor ESA vanuit de ruimte heb laten nemen,’ zei Piet. ‘Maar ik heb iedereen hier ervan overtuigd dat op mijn foto’s niets te zien valt. De camera van de Amerikanen werd gestoord. De computers van ESA zijn alle gegevens kwijt. Niemand beschikt nog over informatie.’
‘Alleen wij,’ vulde Zhîm er opgewekt aan toe.

Langzaam slenterden ze naar de frituur. Ondertussen konden Buck en Chuck het niet nalaten de buitenaardsen even te polsen naar de muziek op hun planeet. Tot hun groot genoegen nodigden Zhîm en Râar hen uit om later eens te komen luisteren in Khasrol13.
Martine opende de deur van de frituur. Buck en Chuck hadden genoten van de buitenaardse kleur-geur-en-smaakmix, maar nu hunkerden ze naar een echte, aardse pint. Het vocht kende slechts één, gele kleur, maar niets kon beter de dorst lessen dan een aardse pint bier.
Piet stapte onmiddellijk naar de foto’s aan de wand. Martine zocht in een schuif en gaf hem de andere foto’s, die hij had laten liggen.
‘We weten al dat in het kasteel iemand woont die mentaal compleet ziek is, maar wel geniaal genoeg om wetenschappelijk technisch vergevorderde experimenten uit te voeren. Hij heeft een legertje idioten gekloond en wil het daarmee opnemen tegen ruimtewezens. Dat is allemaal te zien op de foto’s. Deze witte streep die jullie al kennen, is het ruimteschip. Maar er is nog meer. Martine had het goed gezien. Ook die rode vlek op de foto’s heeft een bepaalde betekenis.’

Hij legde uit hoe hij begonnen was de agressie bij de mens te onderzoeken. Vanuit de ruimte kon hij de hoeveelheid menselijke neurotransmitters en hormonen die te maken hebben met agressie, meten en vastleggen in een beeld.
‘De dieprode kleur duidt op de aanwezigheid van ontzettend veel agressie, de witte kleur duidt op de afwezigheid van agressie.’
Martine keek naar de foto waar het kasteel op stond. ‘Die vlek is niet zomaar een beetje oranje... hij is echt donkerrood. Ben je zeker, Piet? Dieprood betekent de aanwezigheid van echt zware agressie?’
Piet was heel zeker en hij kon bewijzen wat hij zei door de andere foto’s te tonen. ‘Het is grappig om te bekijken. Het Pentagon, de Knesset, het Kremlin, het Tien An Men plein, het Vaticaan, de moskeeën, synagogen, clubhuizen van marxisten en fascisten, parlementen, paleizen... alle organisaties waar belangrijke beslissingen genomen worden, zijn meestal in dat diepste rood gekleurd...’
‘Dat betekent dus dat er in het kasteel agressieve activiteiten gebeuren die een impact kunnen hebben op wereldschaal,’ zei Râar.
‘Met andere woorden, die kasteelheer is een echt zeer gevaarlijke vent,’ vulde Zhîm aan.

‘Daarom moeten we zijn kasteel doorzoeken, liefst als hij er niet is,’ zei Piet.
‘Maar hij is nogal honkvast. Hij komt zelden buiten, om niet te zeggen nooit,’ antwoordde Martine.
‘En dan zijn daar nog die Bologen,’ zei Zhîm.
‘Ja, maar die Bologen kunnen zelf geen initiatief nemen. Als de baron er niet is zijn ze niet zo gevaarlijk,’ antwoordde Chuck.
‘Kunnen we die baron weglokken uit het kasteel – die Hilaire de Bonnevalle...?’ opperde Martine. ‘Ik zou hem bijvoorbeeld kunnen uitnodigen om toch eens te praten over een eventuele verkoop van de camping. Voor zoiets komt hij zeker. Ik hou hem aan de praat tot jullie terug zijn.’ Ze keek de mannen aan, stond op en haalde van achter de toog enkele emmers gevuld met aardappelen. Ze plaatste ze midden op de tafel, en deelde aan iedereen aardappelmesjes uit.
Piet schudde zijn hoofd. ‘Ik twijfel niet aan je bekwaamheid, maar de duur van zo’n gesprek is te kort om het hele kasteel te doorzoeken. Bovendien heb ik liever dat jij meegaat naar dat kasteel. Jij bent daar al geweest... je weet wel.’
‘Dat was toen Hilaire nog verliefd op me was.’
‘Je kent toch een beetje de weg en in de doolhof van een kasteel is dat belangrijk.’
‘Je aanwezigheid zou ook belangrijk kunnen zijn om Bologen te misleiden,’ vervolgde Buck, die de klonen toch niet helemaal wenste te onderschatten.
Er volgde een lange stilte. Alleen het schrapende geluid van de schillende aardappelmesjes was hoorbaar.

Toen vertelde Zhîm stilletjes: ‘En ondertussen zitten wij met nog een bijkomend probleem. De takeldienst die ons komt halen, is al in de buurt van de Aarde. Het zal niet lang meer duren voor hij ons zal vragen waar hij moet landen, en we hebben nog altijd niet gevonden waar en wanneer hij dat ongemerkt zou kunnen doen. Het moet in de omgeving van de camping zijn, maar de takeldienst ziet er helemaal anders uit dan ons ruimteschip. Hij kan niet doorgaan voor een caravan en onopgemerkt op het terrein gaan staan. En met Hilaire de Bonnevalle in de buurt wordt de landing een riskante onderneming.’
Terwijl Zhîm aan het praten was, begon het gezicht van Buck meer en meer te stralen. Toen Zhîm uitgepraat was, zei Buck: ‘Dus, we moeten iets organiseren waardoor we mijnheer uit zijn kasteel lokken, en we moeten iets organiseren waardoor de takeldienst ongemerkt kan landen. Als we die elementen samenbrengen tot één gebeurtenis...’
Weer werd het volkomen stil. Alleen bij Piet ontstonden glinsteringen in de ogen, maar hij liet Buck uitspreken.
Buck keek naar Chuck en riep: ‘We’ve got to party!’

Het idee was onbegrijpelijk. De anderen staarden hem aan met een blik die de leegte van het heelal weerspiegelde.
Piet verklaarde: ‘We organiseren een science-fiction fuif! We nodigen baron Hilaire de Bonnevalle uit, en hij mag alle vrienden meebrengen die hij wil.’
Buck knikte frenetiek van ja. Dat was helemaal wat hij in gedachten had.
‘We kunnen de hulp inroepen van Flash de Flitser. Die beschikt over al het materiaal om de meest spectaculaire visuele en auditieve effecten te creëren,’ legde Piet uit. ‘En dan...’
In de ogen van de ufonauten lag een lumineuze glans. Hoe kan je iets beter verstoppen dan door het aan iedereen te tonen? Op een fuif met verwijzingen naar de kosmos zou een ruimtetakeldienst ongemerkt kunnen landen als special effect.
‘Ik denk dat we er een boeiend feestje van kunnen maken...’ zei Râar. ‘Zeker als we beschikken over de het materiaal en de vaardigheden van Flash. We zullen er hem over aanspreken.’
Chuck voelde de kriebels tot in de toppen van zijn vingers. ‘Ik kan het niet geloven... Mogen Buck en ik instaan voor de muziek?’
‘Buck en Chuck doen de muziek, Zhîm en Râar de special effects, en ze regelen ook de landing van de takeldienst. Martine en ik zorgen ervoor dat de kasteelheer komt. We bereiden de fuif voor en die avond doorzoeken we het kasteel. Maar er blijft nog één probleem: we weten niet wat er zich nu, op dit moment, afspeelt in het kasteel. Misschien bereiden de bewoners daar iets gevaarlijks voor dat zo dadelijk op ons hoofd kan vallen.’ Piet keek Buck in de ogen.
Buck voorvoelde waar Piet op aanstuurde.

Glimlachend ging Piet verder. ‘Als Hilaire iets tegen ons wil ondernemen, zou het hem weleens zuur kunnen opbreken. Er is immers iets wat de Bonnevalle niet weet, en dat is dat de camping krioelt van de geheime agenten.’
‘Het zijn wel agenten van het zevende knoopsgat,’ onderbrak Buck hem.
‘Dat is waar, maar het zijn toch spionnen, ze hebben een training gehad, ze hebben ervaring en ze kennen de knepen van het vak toch genoeg om het kasteel in de gaten te houden?’ vroeg Piet.
Buck knikte vastberaden. ‘Zeker. Chuck en ik kunnen iets regelen met onze collega’s. We zullen hen opdracht geven het kasteel geen seconde uit het oog te verliezen en alle verdachte bewegingen aan ons te melden.’
‘Laten we dat zo snel mogelijk doen,’ vond Chuck. Hij ledigde zijn pint in enkele grote slokken en even later waren de Amerikanen op weg naar het zwembad.

oOo


In de frituur staarde Piet voor zich uit. ‘Er is ook sprake van een zekere Daisy in het dagboek van Boloog. Ik zou toch willen weten wie zij is.’
Martine keek hem aan, enigszins ongerust.


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens