zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (8/12) - thriller
Gepubliceerd op: 29-02-2012 Aantal woorden: 970
Laatste wijziging: 29-02-2012 Aantal views: 1423
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (8/12) - thriller

Manon


(Ondanks de weerzin van André is het beslist: de loodgieter zal een wc installeren in de keuken.)


André noch de loodgieter merkten op hoe Serge plotseling veranderde toen er over de dokter gesproken werd. Hij was lijkbleek, asgrauw, zijn ogen puilden uit hun kassen en keken afwezig. Zijn ledematen werden slap, zijn armen hingen zonder enige energie rond zijn romp.
‘Die dokter heeft nog in het jeugdtehuis gewerkt, je weet wel, die instelling voor sociale gevallen,’ sprak de loodgieter.
André en Serge knikten. Ze kwamen ook uit niet zo’n bijster geavanceerd milieu. Het had geen haar gescheeld of ze hadden ook enkele jaren van hun jeugd tussen die muren doorgebracht en zelf kunnen meemaken hoe het er daar aan toeging.
‘Het was algemeen bekend’ zei de loodgieter. ‘Iedereen wist het. Die dokter voerde niets uit in die instelling. Zo eenvoudig was het. En een slecht karakter! Hij was misschien niet met pedofilie bezig, maar het gebeurde regelmatig dat kinderen al huilend wegliepen bij hem. Als ze zeiden dat ze een probleem hadden, kafferde hij hen uit. Als het niet anders kon, schreef hij antibiotica voor, en dat was alles. Verder deed hij gewoon niks. Als er gemeld werd dat een kind een chronisch probleem had, deed hij alsof dat niet waar was. Hij liet die kinderen gewoon aan hun lot over, en verdiepte zich in zijn flessen alcohol... ja, zo ging dat in die instelling. Later werd de dokter vervangen door iemand anders, niet omdat die andere beter is, hij heeft alleen meer politieke macht om dat plaatsje in beslag te nemen, dat is alles. En volgens de laatste berichten heb ik vernomen dat de vroegere dokter van het jeugdhuis nu probeert een job te versieren in het verzorgingstehuis voor oude mensen. Daar wil hij vast nog een aantal testamenten lospeuteren van enkele demente bejaarden...’


oOo



Serge nam potten op en legde ze ergens anders neer. Dan nam hij andere potten en verplaatste die ook. Het was zinloos. Alles wat gedaan moest worden, was gedaan. Er was geen afwas meer. Het aanrecht was proper. Hij was al drie keer naar de wc gegaan. Op zijn pot. De wc die de loodgieter zou installeren stond er al, maar Serge mocht hem nog niet gebruiken. De septische tank in de tuin was bijna klaar. Morgen kwam de loodgieter alles afwerken. En vanaf dan zou Serge de pot op mogen gaan in zijn keuken.
Maar nu wachtte hem een zware opdracht.
Serge weigerde eraan te denken dat hij zijn pillen niet langer innam, en dat zijn onafgebroken negatieve gedachten daar weleens mee in verband zouden kunnen staan. Misschien had hij zelfs wel ontwenningsverschijnselen van de medicatie, waardoor zijn negatieve gedachten nog erger waren.
Nee.
Daar dacht hij niet aan.
De dokter moest komen, zoals iedere week. Serge was zo zenuwachtig, zo erg in paniek omdat hij wist wat een smerige vent die dokter wel was. De loodgieter had het nog verteld. De dokter hengelde nu naar een plaatsje in een bejaardentehuis. Daar wilde hij nog enkele contracten versieren. Die gedachten lieten Serge niet los. Karla was overleden, terwijl de dokter een testament had. Had de dokter haar… vergiftigd? Vermoord? Hoe langer het duurde, hoe heviger de gedachten in zijn hoofd gingen tollen.
Dan werd er gebeld.

Serge liet de keukenpot bijna uit zijn handen vallen.
Snel streek hij zijn zwarte hemd glad. Dan verscheen hij in de deuropening van de keuken. De woonkamer stapte hij kranig helemaal door, haastig maar zonder omkijken. Toen hij voor de deur naar de gang stond, leek het alsof iets in hem bevroor. Beelden van André kwamen boven. ‘André, André,’ riepen stemmetjes in zijn hoofd. Waarom was André er niet? Hij moest de deur openmaken!
Serge opende de deur naar de gang, schuifelde langzaam en aarzelend tot aan de trap. Dat kon hij nog opbrengen. Dan bleef hij staan.
De bel klonk nog eens.
Serge schrok zo hevig van dat onheilspellende geluid dat het hem in beweging zette. Die paniekreactie gebruikte hij om tot aan de voordeur te rennen. Hij maakte hem open op een kier en nog voor de dokter de deur had opengeduwd of hem gezien had, was hij alweer verdwenen in de woonkamer.
De dokter zag het meteen.
De zetel van Serge was verplaatst.
En Serge zelf stond naast de zetel.

De dokter kwam de kamer bijna zwalpend binnen. Hij kon makkelijk te voet komen tot bij Serge, en Serge was zo bang van alles, dat hij echt geen klacht hoefde te vrezen. Het werd alleen weleens tijd dat die jongeman hem iets ging beloven. Hij kwam net terug van de notaris van Karla, en dat was een buitengewoon onaangename belevenis geweest. Hij vroeg zich zelfs af of dat oude wijf het opzettelijk gedaan had. Met haar zoon, die alles waarvan hij dacht dat het van Karla was, al jaren in zijn bezit had en al de rest toch geërfd had. Geen halve euro hadden ze voor hem overgelaten... tenzij onder de vorm van schulden. Om die tegenvaller te verteren had de dokter dan maar een fles whisky gekocht.
En leeggedronken.
Daardoor had hij niet in de gaten dat Serge héél vreemd deed, veel vreemder dan gewoonlijk. De alcohol benam hem een helder zicht. Serge gilde niet, maar hij bewoog zich ongewoon. Een goede dokter zou meteen doorhebben dat Serge zijn pillen al een hele tijd niet ingenomen had, en onmiddellijk in zijn tas op zoek gaan naar een kalmerend spuitje, om desnoods vanop afstand toe te dienen.
Maar deze dokter was toeterzat en zou al heel tevreden zijn met zichzelf als hij tot aan de keuken geraakte.


(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens