zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (7/12) - thriller
Gepubliceerd op: 21-02-2012 Aantal woorden: 1182
Laatste wijziging: 21-02-2012 Aantal views: 1618
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (7/12) - thriller

Manon


(Serge heeft zijn zetel in de keuken geïnstalleerd. Nu wil hij daar ook nog een wc. De loodgieter komt kijken of het kan. En dit alles draagt natuurlijk niet de goedkeuring weg van André..)


‘Hé, er loopt een poes rond in de tuin,’ zei de loodgieter.
Hij was een goedlachse, vriendelijke man. Al was de situatie zo gespannen, hij lachte nog. De vraag om een wc te installeren in een piepkleine keuken vond hij heel gewoon. De realisatie zou wel een beetje moeilijk worden, maar er waren mogelijkheden. De kleine berging achter de keuken, waar borstels en emmers stonden, kon gebruikt worden. De loodgieter zag het al helemaal voor zich. Hij was de ruimte aan het opmeten.
‘Een wc in een keuken. Een wc... een wc... een wc...’ Het leek alsof André zijn zin nooit zou kunnen afmaken, maar de loodgieter ontmoette wel meer vreemde mensen. Hij bleef geduldig wachten tot André uitgesproken was.
‘Een wc... een wc... een wc...’ Opnieuw hapte André naar adem. ‘Een wc moet een afgescheiden ruimte zijn. Anders is het niet hygiënisch. Punt uit.’
‘Ja, dat is waar,’ beaamde de loodgieter.
André kon het niet geloven. Hij kreeg gelijk! Helaas, de vreugde van de overwinning duurde niet lang.
‘Ik zal een schot moeten plaatsen tussen het gasfornuis en de wc. Dan is het hygiënisch wel verantwoord. En het is ook beter voor het zicht. Dan kunnen de mensen niet kijken terwijl je op de pot zit.’ Hij schoot in de lach. Serge vermaakte zich ook. Alleen André vond dit niet grappig.
‘Een schot, hier in de keuken. Dan wordt hij nog kleiner.’
De loodgieter bestudeerde de ruimte achterin, met de bezems en de emmers, en maakte een ruwe schatting. ‘Volgende keer zal ik het precies opmeten, maar zo op het eerste gezicht denk ik dat er zelfs nog plaats zal zijn om een douche te installeren naast de wc.’
Die uitspraak voelde voor André aan alsof elke beweging die hij deed om zich te bevrijden, ertoe leidde dat de strot rond zijn hals nog nauwer werd aangetrokken.

Er volgde een uitleg over oude mensen, die een wc en douche lieten installeren op de gelijkvloerse verdieping van hun huis voor het geval ze eens zouden vallen en de trap niet meer op zouden kunnen. Anders moesten ze verhuizen naar een appartement, of misschien zelfs naar een rusthuis, maar de meeste mensen wilden zo lang moegelijk in hun eigen huis blijven. Dat gevoel kon heel hevig zijn. Sommige oudjes pleegden nog liever zelfmoord dan te moeten verhuizen. Met zo’n sanitaire installatie op de gelijkvloerse verdieping was de toekomst van Serge en André verzekerd. Ze hadden een soort flatje in hun eigen huis, voor de dag dat ze de trap niet meer op konden.
‘Ik bén niet oud,’ wierp André tegen. ‘Ik ben nog maar dertig. En Serge is ook niet oud. We zullen wel zien, als we zeventig of tachtig jaar zijn.’
‘Het kan ook nuttig zijn voor enkele weken,’ vond de loodgieter. ‘Stel dat je je been breekt... en zo moeilijk is het niet. Ik heb al vaak dergelijke klusjes gedaan.’
Serge knikte. ‘Prima. Heel goed.’

‘Er is wel één probleem. Ik kan de wc niet op de stadsriolering aanleggen. Er moet een septische tank komen in de tuin.’ Hij legde uit hoe hij, om op de riolering aan te sluiten, onder het huis zou moeten graven, vertelde over allerhande wettelijke bepalingen, en besloot dat de enige oplossing erin lag dat er een septische tank in de tuin kwam. Hij kon collega’s oproepen die hem zouden helpen met het graafwerk.
Serge knikte alweer. Hij vond alles prima. Het zou allemaal iets duurder uitvallen dan verwacht, maar hij beschikte over spaargeld. Hij kon het best betalen.
‘Ik koop het materiaal niet. Ik breng dat niét aan,’ mopperde André.
Maar dat was natuurlijk evenmin een bezwaar. De loodgieter en zijn vrienden zouden alles brengen.
Ze gingen nog even de tuin in om een geschikte plaats voor de septische tank te zoeken.

‘Hé, daar is die poes weer,’ merkte de loodgieter op. ‘Komt ze hier vaak?’
Nors schudde André zijn hoofd. Wat hem betrof was het onderwerp daarmee afgesloten.
De poes naderde hen behoedzaam.
‘Ze komt wel erg dichtbij,’ vond de loodgieter. ‘Ze zal erge honger hebben.’
‘We geven haar niets,’ zei André, kort en duidelijk.
Toen ze hen tot op enkele meters genaderd was, ging de zwartbruine poes zitten, midden in het vochtige gras, en begon luidkeels te miauwen terwijl ze Serge recht in de ogen keek.
Het volgende ogenblik deed Serge alweer iets waarvan hij wist dat André het niet wilde. In de keuken opende hij de ijskast en tastte de inhoud af. Hij haalde er hetzelfde uit als eerder die dag. Worstjes, gehakt en allerhande vleeswaren voor bij de boterham. Even later keerde hij terug met zijn armen vol allerhande lekkers. De loodgieter nam een paar lekkernijen en gaf ze aan de poes, Serge gaf de rest. Ze keken toe hoe het wollige diertje tot bij hun handen kwam, gretig alles van tussen hun vingers wegpikte en gulzig opat, gehaast, bijna zonder eerst aan het eten te ruiken. Ze had nog altijd veel honger.
‘Ze eet àlles op!’ Serge lachte zich te pletter. ‘Ongelooflijk echt. Ik bedoel... die worstjes... dat is cipolatta. Vreselijk pikant! Zelfs dat eet ze op. Ze komt hier heel graag. Ze is echt dol op mij. Als ze zelfs zoiets eet. Ze vertrouwt me volkomen, ze houdt van me.’

De loodgieter besefte dat een hongerige poes alles zou opeten wat ze kon verteren. Het had niets met liefde te maken, wel met overleven. Maar hij vond het niet nodig om dat uit te leggen aan die lange man die al zo eenzaam en teruggetrokken leefde. ‘Ik vraag mij af of dat niet de poes is van de oude Karla,’ mijmerde hij. ‘Je weet wel, die vrouw die overleden is...’
‘En of ik dat weet!’ riep André uit.
‘Met die erfeniskwestie!’ voegde Serge eraan toe.
De loodgieter barstte in lachen uit. ‘Die dokter... wat een valsaard, hé? Dat mens had nog een zoon, en toch probeerde hij haar alles te ontfutselen wat wettelijk toegestaan was. Ik moest toevallig bij haar zoon langs want hij zal de boerderij omvormen tot een kaasboerderij. We zullen er grote werken beginnen. Hij heeft me verteld hoe zijn moeder en hij het hadden geregeld. Zijn moeder heeft dat testament voor de dokter louter geschreven om die man te bedotten, uit wraak voor zijn corrupte manier om met klanten om te gaan. Alles wat ze had, heeft hij willen inpikken, en heeft ze hem zogezegd nagelaten. Maar de dokter was nog maar net weg, of ze schreef al een volkomen nieuw testament, dat ze haar zoon overhandigde. Alleen een aantal schulden, die ze niet vereffend heeft, die heeft de dokter geërfd. Verder erft hij gewoon niets. Het is een administratief gebeuren, dat is alles.’
‘Een vreselijke mens, die dokter...’ zei Serge. Zijn stem leek wel die van een doodgraver.

(wordt vervolgd)

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens