zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (5/12) - thriller
Gepubliceerd op: 07-02-2012 Aantal woorden: 1324
Laatste wijziging: 14-02-2012 Aantal views: 1526
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (5/12) - thriller

Manon


(Wat voorafging: Serge heeft besloten zijn pillen tegen paranoďa niet meer te nemen. Uiteraard weet zijn broer André, waarmee hij samenwoont, hier niets van.)

Al twee weken lang had Serge zijn pillen niet meer aangeraakt. Die dokter met zijn pillen... Wat André gezegd had, was waar. Dat had Serge begrepen toen André over het testament van de oude Karla had verteld. Met Serge volgde de dokter identiek dezelfde strategie. Hij schreef angsten van Serge toe aan een of andere ziekte, maar dat was enkel een tactiek om te kunnen blijven huisbezoeken doen, geld verdienen en Serge ertoe overhalen om een testament voor hem te schrijven. Ondertussen diende hij Serge een langzaam vergif toe. Zo wilde hij nog van de erfenis genieten vooraleer hij er zelf aan ging. Die ouwe zatlap met zijn zucht voor geld. En drank. En drugs.

De mensen die beweerden dat Serge ziek was, praatten de dokter na. André beeldde zich dingen in als hij zei dat Serge waanbeelden had. Serge was helemaal zo angstig niet. Ja, af en toe, een beetje, maar dat overkwam iedereen toch weleens? Als de dokter op huisbezoek kwam wanneer André er niet was, speelde Serge het bijna altijd klaar om de voordeur te openen. Meestal rende hij daarna op een drafje terug tot in de keuken, maar het lukte bijna iedere keer om de dokter binnen te laten. Dus zo erg was het niet. In feite leefde Serge heel gewoon. Oké, hij ging niet graag naar het dorp, hij ontmoette niet graag mensen. Nou en? Hij bleef nu eenmaal graag binnen. Hij mocht leven zoals hij wilde.

Sedert Serge zijn pillen niet meer nam, voelde hij zich niet alleen niet ziek, hij voelde zich ook veel beter dan voordien. Van die gelulen had hij alleen maar bijwerkingen gekregen, besefte hij nu. Al die ongemakken die iedereen toegeschreven had aan zijn ziekte, gebrek aan energie, wisselende stemmingen, depressies, waren bijwerkingen van de medicatie geweest. Sedert hij die niet meer slikte, had Serge er geen last meer van. Geen depressie, geen wisselende stemmingen. En hij brandde als vuur, zoveel energie had hij nog nooit gehad! Dat was wel het beste bewijs dat hij helemaal niet ziek was.

De voorbije twee weken had de nieuwe energie bij Serge zich geuit als mega-creativiteit. Telkens als hij de pot op was gegaan, had hij in het gezicht van ‘Le Penseur’ van Rodin gestaard. Iedere keer had het beeld van De Denker zich vervormd, vermengd, afgewisseld met het gezicht van Camille Claudel, die zo mishandeld geweest was door haar dokters. Zij begreep hem. Zij stond hem bij in zijn problematische leven. Dag na dag fluisterde zij hem toe wat hij kon doen om het op te lossen. Langzaamaan haast ongemerkt, was dankzij haar tussenkomsten een plan gedaagd in de hersenen van Serge. Even langzaam en zacht als de armen van een liefhebbende vrouw om je heen, hadden tegelijk een permanente levensblijheid en geluk hun intrede gedaan in zijn brein, zijn lijf en zijn leden. Derpessies of onrust waren verleden tijd voor Serge.

Het plan dat zich had gevormd, was ambitieus, maar het was uitvoerbaar. Maar als hij het wilde realiseren, dan moest Serge het goed uitwerken voor hij eraan begon. Hij moest geleidelijk en bijzonder verstandig tewerk gaan, zodat André geen stokken in de wielen kon steken.
Dag na dag had Serge verder over het plan nagedacht, zich erop geconcentreerd, onder het toeziende oog van Camille Claudel. Toen hij alles helemaal had uitgestippeld, had hij geduldig afgewacht tot het juiste moment zich zou voordoen.
En dat moment was nu aangebroken.
André was vertrokken om de wekelijkse inkopen te doen. Eerst zou hij naar de verschillende winkels gaan, daarna moest hij nog naar de post, het gemeentehuis en de telefoonwinkel. Hij zou pas in de namiddag weer thuiskomen.

Serge betrad de salon en keek verheugd om zich heen. Zijn nieuwe energie raasde door zijn aderen van pure opwinding. Eerst verplaatste hij een aantal bloempotten, planten die in het begin van de keuken hadden gestaan. Hij bracht ze naar de veranda. In vergelijking met de beschikbare energie, stelde deze inspanning niets voor. Maar nu begon het moeilijke werk. Terwijl André niet keek had Serge het opgemeten, en hij wist dat nu de planten weg waren, er op de rand van de keuken plaats genoeg was voor zijn zetel. Een comfortabele leren zetel. Er lag een dekentje over de zitting en over de leuning hing een kanten doekje. Deze zetel kon in de keuken komen! Het logge meubel opheffen was geen makkelijke klus, maar de daadkracht van Serge was zo intens dat niets hem kon tegenhouden. Serge vermande zich en hief het kolossale geval van de grond op. Hij droeg het zware meubel een eindje en plaatste het even verder terug op de grond. Zo werkte hij een tijdje verder. Duwen, trekken, slepen, heffen, neerzetten. Niemand die hem bezig zag, zou hem een gebrek aan energie kunnen verwijten. Vandaag was hij ongewoon sterk.

Na een uur stond Serge helemaal in het zweet, maar hij glimlachte breed. De zetel stond waar hij hem hebben wilde. In de keuken. Voortaan hoefde hij zijn domein niet meer te verlaten als hij even wilde rusten. En niet alleen als hij even wilde rusten. Serge was van plan om ook de nachten in de zetel door te brengen. Hij jubelde innerlijk. Hij spurtte naar de gang en bracht een extra deken tot bij de zetel voor de koude nachten. Het resultaat was schitterend. Oneindig prachtig. Zoals de lederen zetel er nu bij stond, overdekt met een rood fluwelen deken en dat kanten doekje met afgewerkte nepgouden randjes op de leuning... Het zag eruit alsof alleen de koning in persoon erin zou mogen rusten - en hij was die edele koning. Hij, Serge.

Dit was nu echt zijn hoekje. Hij verhuisde nog het ladenkastje waar de dokter nooit langsging zonder er een hebberige blik op te werpen. Hierin zaten al zijn persoonlijke spullen opgeborgen. De dokter zou niet moeten proberen om een of ander van Serges favoriete meubelstukken onder zijn neus weg te kapen. Al was hij nog zo ziek en moest hij in de zetel zitten zieltogen, de dokter zou onmogelijk ongezien aan de haal kunnen gaan met de kast of de zetel. Hier op de rand van de keuken waren zijn meubels veilig. En was hij veilig.

Tevreden liep Serge heen en weer. Van de zetel tot verder in de keuken, van de keuken terug naar de zetel. Hij nam potten op, en legde ze ergens anders weer neer. Dan ging hij even rusten. Daarna deed hij de afwas. De zetel wachtte hem op om daar even van te kunnen uitpuffen. Vervolgens maakte hij groenten klaar. In de zetel strekte hij tientallen keren zijn benen en overdekte zich met zijn dekens, alsof het nacht was. De hele dag experimenteerde hij met rechtstaan in de keuken en eventjes gaan zitten.

Maar dit was slechts het begin. Serges plan was nog veel grootser. Hij nam al een hele tijd geen pillen meer. Hij had zijn eigen hoekje uitgebouwd. Alles verliep prima. Nu moest hij de kroon op het werk zetten. Daarvoor moest hij contact opnemen met de buitenwereld.
Dat kon hij niet.
Serge nam de telefoon van de haak.
Hij dacht aan zijn plan.
Het moest nu gebeuren.
Hij toetste het nummer in.
Hij hapte naar adem terwijl de beltoon overging.
Een vrouwenstem sprak hem toe, ze ging haar man halen, vroeg of hij even kon wachten.
Serge begon te zweten. De adrenaline gutste door zijn lichaam.
‘Hallo?’
Serge beefde en zag dat de telefoonhoorn schudde in zijn trillende hand.
Zijn stem beefde ook. Maar de man kon zijn woorden begrijpen. Hij maakte geen ruzie. Hij maakte een afspraak.
Even later legde Serge de hoorn op de haak en plofte uitgeput neer in zijn zetel.

(Wordt vervolgd)

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens