woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (14/33)
Gepubliceerd op: 26-01-2012 Aantal woorden: 2763
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1162
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (14/33)

Manon


(Door toedoen van Flash heeft Piet Martine nog altijd niet kunnen kussen. Ondertussen willen spionnen nog altijd zijn foto’s van de ufo bemachtigen…)


Wijn smaakt altijd lekker, maar deze nog ietsje meer. Had Martine een van haar betere wijnen geopend om hem te bedanken voor zijn hulp, of proefde hij lekkerder omdat Martine in de buurt was?
De frituur liep stilaaan leeg. De Belgen hadden Martine gefeliciteerd met haar lekkere frieten. Zhîm en Râar hadden Piet uitvoerig een goede nacht toegezwaaid voordat ze terug in hun Khasrol13 kropen. De Grieken waren nog vol lof geweest over de Griekse sla die allesbehalve Grieks was geweest en de Schotten hadden zich zodanig aan de wijn tegoed gedaan, dat ze zowaar hun kilts hadden uitgetrokken. Ze hadden er gordijntjes mee gemaakt voor de kleinste venstertjes van de frituur en nu voelden ze zich als herboren. Echte naturisten.

De dag was voorbij en Martine zag eruit alsof ze met een bezem bijeengeveegd kon worden. Ze verlangde maar één ding meer: een bed om te slapen. Ook Piet voelde de vermoeidheid. Na deze ongewone dag lonkte de rust van zijn eenzame tentje verleidelijk. Toch voelde hij nog een sterkere drang. Zou hij Martine vooralsnog verrassen met de kus die hij haar de hele avond al probeerde te geven? Terwijl hij hierover stond na te denken, werd hijzelf plots verrast. Hij voelde haar lippen.
Op zijn mond!
In een reflex sloeg hij zijn armen om haar heen en trok haar zeer dicht tegen zich aan. Haar grote borsten tegen zijn naakte huid. In de lagere regionen was het Martine die bij hem wat kon waarnemen. De vermoeidheid was vergeten. Martine lachte guitig, haar heldere blauwe ogen blonken opnieuw intens.

oOo


Als verdronken in een vat wijn keerde Piet terug naar zijn tentje, dansend, waggelend, telkens net op tijd zijn evenwicht herstellend. Enkele mensen zaten nog te praten voor hun caravan of tent achter een klein, flakkerend vuurtje. Vanuit zijn zevende hemel merkte Piet daar helemaal niets van. Evenmin merkte hij iets op van de twee gedaanten die wat verder onbeweeglijk in het duister stonden, leunend tegen de dikke stammen van sparren aan de grens van het kampeerterrein. De mannen bewogen zich niet en spraken geen woord. Ze stonden daar. Tussen hen in lag een stevige metalen gasfles. De tent van Piet lag niet veraf.

Piet kroop in zijn tent maar kwam onmiddellijk weer buiten langs de andere kant, met een blikje pils. Bijlange niet zo lekker als de wonderbaarlijke wijn die Martine hem had aangeboden, maar een supplementair slaapmutsje kon hij best gebruiken. Hij was er absoluut niet zeker van dat hij de slaap zou kunnen vatten.
Achter de tent zat hij voor zich uit te kijken, de stille avond in. Het was relatief lang geleden dat hij rechtstreeks van het nachtelijke firmament had genoten. Meestal had hij er alleen maar contact mee gehad langs wiskundige formules en grafieken. Deze avond was het echt, de heldere sterrenhemel, de melkweg, de nabije en de verafgelegen zonnen, een onmetelijke schoonheid... Martine, Zhîm en Râar, de sterren... het was allemaal fantastisch.
Piet nam nog enkele slokken uit zijn blik bier en vond dan dat hij genoeg had. Hij wierp nog een blik op de kosmos en kroop in de enge ruimte van zijn tentje.

oOo


‘Enfin! Ik begon eraan te twijfelen of hij ooit nog in zijn tent zou duiken, die late opblijver, dedju!’ fluisterde Jean.
‘Het leek er even op alsof Geluck de nacht onder de sterrenhemel wilde doorbrengen!’ beaamde François. ‘Maar eindelijk is het zover. Onze tijd is gekomen en zijn uur heeft geslagen.’
‘Ik twijfel of we veel zullen vinden in zijn tent. De Amerikanen hebben hem al doorzocht.’
‘We hebben Buck toch gezien toen hij buitenkwam? Niets in zijn handen. En aangezien hij bloot was, ook niets in zijn mouwen. Misschien was er iets in de tent dat hij niet kon meenemen. Of anders heeft hij slecht gezocht.’
‘Kan best zijn. Amerikanen moet je nooit overschatten. Maar let wel, het is in hun domheid dat verrassingen schuilen.’
‘In ieder geval, als er een aanwijzing was in de tent, dan is die er nu nog.’
‘Alle andere spionnen weten onderhand ook al dat Buck de tent heeft doorzocht.’
‘Zodra Piet morgen zijn tent verlaat zullen alle spionnen van alle nationaliteiten zich erop storten. Dan is het te laat. En dus,’ besloot François, ‘moeten we onze slag nù slaan. We moeten handelen terwijl Piet in zijn tent is. Dat is de enige mogelijkheid om iedereen te vlug af te zijn.’
Hij knielde neer bij de fles met slaapgas. Jean nam het uiteinde van een meterslange plastic slang en vertrok, richting tent van Piet. De hele camping lag er stil en donker bij.

oOo


Jean en François waren als twee broers. Bij de Sûreté Nationale werden ze Jean-François genoemd. Toch leken ze erg weinig op elkaar. François was lang, slank, pezig en onhandig, Jean was gedrongen, kort, krachtig en vooral kortzichtig in zijn denken. Hij was als een bulldozer zonder hersenen, Françios was als een brein zonder handen. De ene had net genoeg neuronencellen om te begrijpen dat hij niet veel begreep, de andere begreep alles maar wist niet hoe hij het kon uitvoeren. Bij de Sûreté vonden ze les frères Jean-François de ideale combinatie, een brein en een handige spiermassa, precies wat er nodig was voor een onderzoek naar ufo’s.

Met gebogen rug, om zich heen glurend als een dief in de nacht, bereikte Jean de tent. Hij zocht naar de ideale plek, dacht die gevonden te hebben en ging gehurkt zitten.
Plots was er beweging onder het zeil. Jean zette het op een lopen, de slang nog steeds in zijn hand. Hij liep naar de donkerste plek in de omgeving en dook languit in het gras. Het duister van de zwarte plek slorpte zijn bleke, naakte huid volledig op. François had de bewegingen opgemerkt en begon vragen te stellen via zijn kleine micro. Jean, in het donker, hoorde hem in zijn oortje, 5 op 5.

‘Jean? Wat gebeurt er?’
‘Hij is uit zijn tent gekomen met een rol wc-papier. Hij moet eerst nog... kakken!’
François had moeite om niet in lachen uit te barsten terwijl hij in zijn micro sprak. ‘Wacht tot hij terug is. Blijf liggen waar je ligt. Je bent compleet onzichtbaar in het donker.’
Dat was waar, maar voor het lichaam van Jean, met al zijn adrenaline, was het stil liggen wachten een foltering. Gelukkig kon hij zich afreageren op een zwerm muggen.
Van onder de sparren fixeerde François het pad naar het sanitair. Uiteindelijk verscheen het silhouet van Piet opnieuw. François en Jean zagen hem onder het zeil kruipen. Jean kwam recht, wreef zoveel mogelijk de klamme aarde van zijn lijf en sloop terug naar de tent.

Het bleef stil tot hij vlakbij was. Dan volgde alweer gestommel.
Opnieuw kwam Piet zijn tent uit.
Automatisch dook Jean weg in zijn ondertussen vertrouwde donkere schuilplaats in het gras. Hij bleef onbeweeglijk liggen. ‘Hij is weer buitengekomen!’ fluisterde hij in zijn micro.
‘Waarom nu weer?!’
‘Hij spant het zeil aan... nee... nu trekt hij het weer losser... of nee, toch, nu spant hij het weer aan.’
Piet haalde haringen uit de grond, stak ze er weer in op andere plaatsen, bedacht zich en veranderde de opstelling nog een keer. Daardoor veranderde de slordig opgestelde tent in een zuiver gedrocht dat niet recht stond en niet plat lag. Het was een heel ingewikkelde structuur waar niemand uit wijs zou raken, laat staan Jean.
‘Die tent is een verschrikking, ze staat ongelooflijk wankel,’ zei hij ongerust.
‘Dat maakt het alleen makkelijker voor jou,’ antwoordde François. ‘Je zal met gemak een opening vinden voor de slang.’

Piet was opnieuw naar binnen verdwenen. Jean stond op en wreef andermaal kluiten aarde van zijn lijf. Nauwgezet volgde hij alle geluiden in de tent. Het geflapper van verschillende stukken stof die over elkaar wreven bleef hoorbaar. Er volgden matte bonken. Beukgeluiden. Een snelle, hijgende ademhaling.
‘Jean, milledju! Slaapt hij?’ hoorde hij in zijn oortje.
‘Hij is aan het rukken!’ grinnikte Jean.
François werd ongeduldig. ‘Kan me niet schelen. Begin maar.’
Jean greep het uiteinde van de slang en koos een openinng dicht bij de grond, op de hoogte waarvan hij dacht dat het hoofd van Piet zich bevond. Het was makkelijk te lokaliseren, want Piet was net aan zijn orgasme begonnen.
‘Klaar! Operatie slaapgas kan beginnen!’ fluisterde Jean in de micro.
Onder de sparren ontving François het signaal. Hij opende de kraan en het gas stroomde door de slang. Jean wachtte gespannen af tot Piet zou beginnen geeuwen, een eerste teken dat hij in een diepe slaap zou vallen.
Stomverbaasd was hij toen hij in de tent een luide schaterlach hoorde, zo verbaasd dat hij eerst niet kon reageren. Een tiental kostbare seconden bleef Jean gewoon zitten, verlamd, alsof er een hartstilstand was opgetreden. Pas toen Piet de ritssluiting van zijn tent begon open te prutsen, holde hij naar zijn zwarte plek in het gras.

‘François! Hij is wéér buitengekomen!’ siste hij in zijn zendertje.
‘Wat?!’
‘Ik denk dat hij nog eens moet... of nee, hij heeft zijn rol wc-papier niet bij...’
‘Wacht, ik zie hem ook... hij heeft de slappe lach, verdorie. En nee... hij gaat niet naar de toiletten... hij neemt een andere weg... de omweg naar het meer!’
‘Gaat hij naar de bossen? Naar het meer?’ vroeg Jean, totaal verbouwereerd. ‘Op dit uur?’
‘In dat geval zal hij een hele tijd wegblijven!’ riep François enthousiast. ‘Dit is een unieke kans! Begin maar met de tent te doorzoeken. Ik kom eraan!’
François was zo gehaast dat hij vergat de kraan van de gasfles te sluiten.

oOo


Piet had wijn en bier gedronken, hij had heerlijke seks bedreven, met zichzelf weliswaar, maar ook met zeer aangename beelden in zijn fantasie en zachte gevoelens in zijn herinnering, en daarna was een orgasme gevolgd zoals hij er nog nooit een had meegemaakt. Hele galaxieën sterren had hij zien dansen. Allemaal in de vorm van Martine La Gaillarde. Zo blij en energiek als hij zich voelde nadat hij met zijn slang gespoten had, zo vrolijk en lacherig... Zijn lijf sidderde, bibberde en stak propvol adrenaline. Martine had wel héél veel indruk op hem gemaakt, vond hij.
Het was nu wel zeker dat hij onmogelijk de slaap zou kunnen vatten. Een bovennatuurlijk wonder was geschied. Na seks viel hij gewoonlijk in slaap, nu was hij klaarwakker, fit en fris. De waaktoestand was bovendien een wonderbaarlijk rijk vol van sublieme belevenissen, en niets in zijn lichaam wilde deze toestand verlaten door in slaap te vallen.

Piet rook de geuren van de warme nacht in de wind. Even vroeg hij zich af of zijn buitenaardse buren, die vreemde wezens met zoveel bizarre gewoonten, aangename nachtelijke praktijken beoefenden zoals hij? Zoals Sherlock Holmes en Watson? ‘Poking the fire’ bij het haardvuur? Wie weet welke plezieren de buitenaardsen kenden tijdens de nacht? Hij keek in de richting van het ruimtetuig, zilvergrijs onder het maanlicht, maar er waren geen nachtelijke bewegingen aan de gang. Alles was rustig in de ‘caravan’. Zijn makkers sliepen, net als de hele camping... Of zaten ze toch te gluren, de gluiperds? Voor alle zekerheid wuifde Piet even naar hun caravan.
Een nachtwandeling naar het meer was het enige waar hij nog naar verlangde. In de ruimte van het licht van zijn zaklamp betrad hij de rotsige bosweg en daalde de flank van de heuvel af.

oOo


Toen François de ingang van de tent bereikte hoorde hij niet alleen het bulderende gelach van Jean, maar hij hoorde twéé stemmen, drie, vier... allemaal verzopen in een daverende schaterlach.
François kroop ook in de tent... het kriebelde onmiddellijk in zijn neus. Zijn lippen trokken zich eerst in een glimlach, en dan barstte ook hij in uitbundig lachen uit.
‘Zeg, wat doen wij hier eigenlijk?’ brulde een Brit lachend. ‘Wat doen jullie hier? Wat doen WIJ hier?’
‘We kronkelen in de tent van die Geluck!’ hikte Jean. ‘Geluck is ervandoor en nu wil iedereen zijn tent doorzoeken, weet je?’
‘Nu je het zegt! Maar er hangt hier een raar geurtje. Slaapgas, als je het mij vraagt. Jullie hebben slaapgas in de tent gespoten!’
Jean gierde het uit. ‘Jahaaaaahahaaaa! Hahahaaaa! Slaapgas! En het heeft niet gewerkt! In plaats van te gaan slapen begint iedereen te lachen!’
Ook François gierde het uit. ‘Een slechte mélange! De dosering was niet perfect en dan krijg je dit effect! Niet te geloven! Ik persoonlijk heb die fles klaargemaakt! En weet je, ik kan echt NIETS met mijn handen!’ Hij rolde over de grond van de pret.

Tot ver buiten de tent was gelach hoorbaar. Het slaapgas stroomde nog steeds toe, het ontsnapte langs alle openingen van de tent en kreeg ook de overige spionnen in haar macht die de tent van Piet wilde doorzoeken en naar de tent toe slopen. Hoe dichter de spionnen de tent naderden, hoe harder ze begonnen te lachen. Het gras krioelde van bulderende, schokkende lijven van geheime agenten van over de hele wereld.
‘Ik ben vergeten de gaskraan dicht te draaien,’ lachte François. ‘Nu hangt de hele omgeving vol met die verkeerde mélange! Die lachmélange!’

Ze amuseerden zich te pletter. Het leek wel alsof de hele aardbol zich schudde en wentelde in het lachgas. Het lawaai was zo hevig dat boven de frituur een raam openging. Het silhouet van Martine werd zichtbaar.
‘Kan het een beetje stiller,’ riep ze. ‘Ik begrijp best dat jullie je willen amuseren, maar ik moet morgen vroeg op en ik zou willen slapen. Trouwens, na tien uur mag er geen lawaai meer zijn op de camping.’
Het was stil. Een hele korte fractie van een kleine seconde. En dan barstten de agenten opnieuw uit in een onbedwingebare, onstuitbare lach die tot in de verste uithoeken van het heelal waarneembaar moest zijn.
Martine begreep er niets van. Er moest iets mis zijn met de fantasie van die mannen. Ze sloot het venster en keerde terug naar haar bed. Langzaam maar zeker loste het gas op in de lucht. De mannen werden kalmer en genoten na in een ontspannen en verheugde stemming.

‘Het is hier toch wel reusachtig leuk,’ zei een Turk. ‘Op missie vertrekken en dan gezamenlijk, in je blootje, liggen lachen in het gras... en nog wel ’s nachts.’
‘We zijn een grote bende vrienden geworden!’ riep een Ier enthousiast. ‘Weg met de onderlinge concurrentie!’
‘Dat moeten we vieren!’ lalde een Belg.
‘Uitstekend idee! Laten we een groot feest bouwen!’
‘Maar niet nu. Ik heb veel teveel slaap.’
De mélange van de gasfles had uiteindelijk de werking van echt slaapgas gekregen. Uithikkend van hun lachpartij vielen de mannen vast in slaap, hun roes uitsnurkend rond de tent van Piet.

oOo


Pas toen viel het knorrende gelach in de struiken op. Twee grote bologen hadden, zonder naderbij te komen, het hele gebeuren nauwkeurig gadegeslagen tot iedereen in een diepe slaap weggezakt
was. Eindelijk was het uur van de kortgestuikte gekomen.
Voorzichtig kroop hij van onder de struiken, af en toe vervallend in zijn knorrende manier van lachen. Dat was een teken dat de lachmélange toch nog niet helemaal omgezet was in slaapgas.
Boloog trok een groot slagersmes uit zijn riem en knipte een krachtige elektrische toorts aan. Niet eens voorzichtig of bedachtzaam ging hij rechtstreeks op de slapende mannen af. Het mes hoog boven zijn hoofd geheven scheen hij de geheime agenten één voor één recht in het gezicht. Echter zonder te vinden wie hij zocht: de buitenaardse met de blonde, gekrulde lokken.
Zijn knorrende gelach maakte plaats voor een knorrend gebrom.
In de tent van Piet werd hem alles duidelijk. Het grondzeil lag bezaaid met grote lokken blond, gekruld haar. De alien had zich vermomd als kaalkop.
Knorrend gebrom maakte opnieuw plaats voor een heimelijk, knorrend lachen.
Zonder nog een seconde te verliezen trok Boloog de bossen in. Hij volgde de weg naar het meer, de weg die de kale Piet even voordien bewandeld had.


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens