woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (3/12) - thriller
Gepubliceerd op: 24-01-2012 Aantal woorden: 1032
Laatste wijziging: 31-01-2012 Aantal views: 1423
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (3/12) - thriller

Manon


(Wat voorafging: Serge en André rijden in onmin naar huis. André vertelt over zijn frustraties en over de teraardebestelling van Karla waar hij heen gegaan is.)


‘Ik mag het niet doen. En de dokter... hij... hij wel! Ik doe zoveel... zoveel! Ik doe alles voor jou maar je medicatie halen bij de apotheek, ho maar! Denk je nu echt dat ik je zou vergiftigen? Zeg??? Ik moest er de hele tijd aan denken bij de begrafenis van Karla. Plots vertelde iemand me over de dokter, en waarom hij daar was.’ André keek zijn broer zijdelings aan en vervolgde dan: ‘Karla heeft hem een deel van haar erfenis nagelaten. Die dokter heeft haar zo gek gekregen dat ze een testament gemaakt heeft voor hem. Natuurlijk kon ze haar zoon niet helemaal onterven. Maar het andere deel van de nalatenschap is voor de dokter. Voor jouw dokter. Voor de man die jij meer vertrouwt dan mij.’

Een vreselijke engerd, die dokter. Iedere week als hij op huisbezoek kwam bij Serge liet die man hetzelfde liedje horen, het refrein van suggestieve opmerkingen. ‘Mooie kast heb je daar. Die zou goed staan in mijn huis. Het is dezelfde stijl.’ Ofwel wees hij naar de zetel... naar die buitengewoon mooie en comfortabele relax waarin Serge zo graag uitrustte. ‘En die zetel... zo elegant... zou ook wel passen in mijn interieur.’
Die smerige arts. Van in het begin had Serge hem gewantrouwd. Maar de diagnose luidde dat Serge leed aan waanbeelden en paranoïa. Daardoor had hij nooit kunnen inschatten of deze dokter echt onbetrouwbaar was, of dat dit alleen een indruk was die opgewekt werd door zijn zogeheten paranoïa. Nu, enkele jaren later, nu Karla overleden was en de dokter haar een testament ontfutseld had, wist Serge het wel zeker. De dokter wilde hem alles afpakken wat hij bezat.
En Serge zat ermee opgescheept.
Naast hem wachtte André op het enige mogelijke antwoord dat zijn broer volgens hem kon geven: ‘Goed, voortaan zal ik niet meer naar het dorp gaan, maar haal jij de pillen dan maar voor mij bij de apotheker... als je wilt... zou je dat willen doen... voor mij?’
Maar Serge sprak deze woorden niet uit. In plaats daarvan gebeurde iets totaal anders.
Heel snel en volkomen onverwacht.

In één klap gedroeg het lichaam zich anders. Het zakte in elkaar. Was oneindig vermoeid. De tinteling, het sprankelende, was duister, mat, futloos geworden. De verrukking, de blijheid, de lichtvoetigheid die hem daarpas hadden overvallen, waren weg. Het leven had grandioos geleken... volmaakt.
Maar dat was niet zo.
Het leven was niet volmaakt.

Serge schudde zijn hoofd. ‘Och. De mensen. Je kan echt niemand vertrouwen,’ bracht hij uit. Serge had het over de dokter, maar André ving de boodschap op alsof die aan hem gericht was. Serge vertrouwde hem niet. André mocht de medicatie niet halen bij de apotheker. En, sterker: Serge had vandaag zelfstandig een initiatief genomen zonder er eerst met hem over te praten.
André duwde het gaspedaal nog dieper in en volgde de baan aan roekeloze snelheid.



oOo



Eindelijk waren ze thuis. Serge voelde zich opgelucht. Allereerst omdat André onverantwoordelijk had gereden, alsof hij hen allebei in een dodelijk ongeluk had willen storten.
Maar ook omdat hij dringend zijn blaas wilde ledigen. Hij stoof naar boven, naar de badkamer. Toen de blaas leeg was, ging Serge er nog even gezellig bij zitten. Nu hij hier toch was kon hij net zo goed zijn darmen ook leegmaken.
Van op de pot keek hij recht in het gezicht van ‘le Penseur’ van Rodin. Met De Denker kon Serge zich vereenzelvigen. Zat hij hier niet net als die kerel te mijmeren, ergens op een rustige plek?
Achter De Denker schuilde ook Rodin. Telkens als hij aan Rodin dacht, dacht Serge meteen ook aan Camille Claudel, Rodins echtgenote en nog brilliantere beeldhouwster dan hij. Juist omdat ze geniaal was, werd ze krankzinnig verklaard. Paranoïde, net als Serge. Ondanks haar verzet werd ze geïnterneerd in psychiatrische ziekenhuizen. ‘Het is niet aan vrouwen om geniaal te zijn,’ schreef haar broer Paul Claudel hierover.
Camille had haar echtgenoot niet kunnen vertrouwen.
Haar familie niet.
En ook haar verschillende dokters niet.
Als een echte denker, gezeten op de pot en zijn hoofd steunend op zijn arm, staarde Serge naar de afbeelding tegenover hem.
Nu zou de dokter hem zijn medicatie bezorgen. Maar Serge kon de man absoluut niet vertrouwen. Helaas, van dokter veranderen was uitgesloten. Een andere arts zou van ver moeten komen, want de dokter was de enige van het dorp. Maar vooral, iedere vreemde dokter zou Serge zoveel schrik aanjagen dat hij onwel zou worden als hij hem zijn huis nog maar zou zien betreden. Serge bleef liever de patiënt van een man waarvan hij wist dat hij hem niet kon vertrouwen, dan van iemand die hij totaal niet kende.
En toch moest Serge ervoor zorgen dat hij niet mishandeld zou worden, zoals Camille. Mensen waren zo machtig. Ze deden elkaar pijn. Ze kwetsten. Verwondden. Vernietigden. Serge wist dat. In de nabijheid van andere mensen begon hij heel snel te zweten. Als hij noodgedwongen toch in hun gezelschap verkeerde, of in de tuin ging, werd het erg moeilijk. Het mocht niet lang duren. Na verloop van tijd moést hij gewoon gillen. Brullen. Bijten. Dom natuurlijk. Door te schreeuwen viel hij op, en dat wilde hij juist vermijden.
Serge wist dat de enige verstandige methode om mensen op afstand te houden erin bestond om zich af te schermen van de wereld, zich binnen te verschansen. En regelmatig pillen te nemen - dat laatste beweerde de dokter toch. Tot vandaag had Serge dit geloofd. Maar vandaag, zonet, in de auto, waren er twijfels gerezen.
Dokters hadden Camille Claudel onterecht medicatie toegediend. Dokters zijn niet de opperste waarheid in het leven. En al helemaal niet de dokters die op testamenten uit zijn.
Snel nam Serge de beslissing.
De tweede al, op één dag.
Tijdens de ontlasting klemde hij zijn lippen stijd op elkaar.
Voortaan zou hij geen pillen meer nemen.
Wat was het leven mooi!

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens