donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (13/33)
Gepubliceerd op: 19-01-2012 Aantal woorden: 1786
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1157
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (13/33)

Manon


(Na de flash-backs, terug naar het heden. Naar de frituur waar Râar en Zhîm geïnstalleerd zijn, samen met een heleboel spionnen, en waar Piet Martine helpt. Martine, aan wie hij zo graag een dikke smakkerd wil geven…)


Râar en Zhîm zaten aan een tafeltje bij het venster van de frituur. Ze waren mooi gebruind, als twee mannen die de hele dag goed van de zon hadden genoten. Ze dronken een glas wijn. Van achter de toog keek Piet vaak hun richting uit met een medeplichtige glimlach. Maar eigenlijk had hij meer aandacht voor zijn nabije omgeving Daar waren elementen aanwezig die zijn zintuigen veel intenser prikkelden dan twee knappe mannen van een andere planeet.
Martine hakte pepers in stukken, Piet sneed tomaten in schijfjes. Ze stonden heel dicht bij elkaar, en geen van beiden deed een poging om wat afstand te nemen. Integendeel, Piet schoof nog wat dichter tegen haar aan en wilde iets in haar oor fluisteren.
‘Mooi tafereeltje,’ grinnikte Râar.
Zhîm monkelde. ‘Misschien wil hij haar complimentjes geven. Over haar lijf. Over de gezellige warmte die ze uitstraalt. Of over haar mooie stem als ze zingt.’
‘Het zou ook kunnen dat hij haar stiekem een kus wil geven,’ vond Râar.
Op dat moment bestelde een jongeman van een jaar of twintig een pintje bier. Verbaasd staarde hij naar Piet.
‘Hé! Jij staat aan de verkeerde kant van de toog! Je hebt me de weg gevraagd, je was hier nooit eerder geweest, en ineens sta je hier te werken. Hoe kan dat?’

Verbouwereerd keerde Piet zich naar de kerel. De saboteur! Net nu hij Martine wilde vertellen hoe mooi hij haar wel vond en haar een stiekeme kus wilde geven, keek ze over haar schouder en zei ‘Hello, Flash!’ Haar oor was weg.
Piet trok zijn kusteutlippen in een glimlach. Hij antwoordde gespeeld uitbundig: ‘Halló! Als dat Flash Gordon niet is! Kom je hier overnachten?’
De Flitser glimlachte. ‘Ik heb zelfs geen tent nodig. Mijn camion is zo ingericht dat ik erin kan slapen, en van Martine mag ik hem gewoon op het gras zetten. Zo kan ik deze nacht verder flitsen en morgen zal ik uitrusten op de zonneweide. Er is hier al het comfort dat ik nodig heb, het sanitair, de frituur met friet en bier...’
‘Wat wil een flitser nog meer!’
Iemand uit de frituur keek vreemd op. ‘Flitser? Ben jij het die daar elke avond staat met die lasers en die spots?’
Flash merkte dat de man in zijn stem een spot legde die niets met licht te maken had en negeerde de opmerking compleet.

Martine begon aan een bestelling voor twee Grieken. Die keken nauwkeurig toe hoe ze het klaarspeelde om een Griekse sla te bereiden zonder fetakaas. Ondertussen proefden ze van een wijn die geen retsina was maar toch bijzonder in de smaak viel.
‘Deze camping is wel vreemd georganiseerd,’ meende een van hen. ‘Deze namiddag wilden we een stapje doen door de bossen en naar het meer gaan om wat af te koelen, maar we mochten niet. Het domein was afgezet met prikkeldraad.’
Zijn collega viel hem bij. ‘En niet zomaar wat prikkeldraad! Er stond verdorie stroom op!’
Een Belg aan een tafeltje had hen gehoord. ‘Hebben jullie ook geprobeerd over die omheining te kruipen!’ riep hij. ‘Ik ook! En dat was gewoon niet te doen! Dat was geen elektriciteit voor brave koeien in een wei, het was zéér stevige stroom! Ik stond er met mijn ballen boven toen er een stoot doorkwam - ik hou van andere stoten dan van die stroomstoten!’
Martine keek op van haar frietkom. ‘Heb je geprobeerd over die omheining te klauteren? Dat moet je niet doen!’
‘Het was zo warm en ik wilde een plons doen in het meer, ik was niet van plan me te laten weerhouden door een draadje elektriciteit. Maar de schok die ik daar gekregen heb, dat was om een hele kudde opgefokte stieren lam te leggen!’
‘Je frieten worden koud,’ zei zijn collega. Ineens toonde de Belg geen enkele interesse meer voor het gesprek, maar wel voor de aantrekkelijk grote portie friet en zijn pint bier. Hij goot een flinke scheut naar binnen maar die kwam in het verkeerde keelgat terecht. Hij keek recht in de ogen van een man die veel weg had van een uit de kluiten gewassen, afschuwelijke tuinkabouter. Met open bologen staarde de kortgestuikte hem aan. Zijn mond hing half open en zijn grote neusvleugels bewogen op het ritme van zijn ademhaling.
‘Komaan, je frieten worden koud!’ herhaalde de collega.
De Belg nam nog een paar forse slokken van zijn pint en gooide zich op zijn eten. Kortgestuikte Boloog verplaatste zijn aandacht en probeerde te volgen wat er zich verder achter de toog afspeelde.

De hele historie rond de prikkeldraad had Martine een gedaanteverwisseling doen ondergaan. Haar vrolijke, vriendelijke glimlach was verdwenen, haar ogen stonden scherp.
‘Dat is wel erg vervelend,’ zei Piet.
‘Ik kan er niets tegen beginnen. Dat stuk grond hoort toe aan de baron.’
‘De baron? Wie bedoel je daarmee?’
‘Hilaire de Bonnevalle, de eigenaar van het kasteel. Iemand van de lage adel. Wie hij eigenlijk is... weet ik veel. In het begin dat ik de camping had, was hij uiterst charmant, en zijn domein was vrij toegankelijk. Campingbezoekers mochten er rondwandelen, ze konden gemakkelijk tot bij het meer van hieruit. Hij was altijd erg vriendelijk met me. Soms dacht ik zelfs dat hij verliefd... érg verliefd op me was...’
Piet keek op van de tomaten en sneed zich in zijn vinger.

Martine vertelde verder. ‘En plots is de baron helemaal omgeslagen. Hij is zich gaan gedragen als een machtige grootgrondbezitter. Mij zag hij niet meer staan. Hij werd bars en autoritair en zijn domein werd helemaal afgesloten met prikkeldraad. Er kwam een verbod om daar te wandelen en hij vindt dat de bezoekers van de camping geen recht hebben om tot bij het meer te komen – en zeker niet langs de korte weg door zijn domein. Eigenlijk vindt hij dat ik geen recht heb om hier een camping te runnen.’
‘Hij heeft er toch geen last van?’
‘Zeker niet, het is hier altijd rustig. Muziek is niet toegelaten op het terrein, en mensen die hier verblijven houden allemaal van de natuur. Ze laten geen afval slingeren, en het bos verstoren door lawaai te maken doen ze ook niet. Trouwens, het gebied dat hij bezit is zo groot, camping of niet, voor hem maakt het nauwelijks een verschil. En toch wil hij mij hier weg.’
‘Ach, als je papieren in orde zijn kan hij niets tegen je ondernemen.’ Piet voelde zich boos worden en nam een flinke slok wijn.
Martine vervolgde. ‘Sedert zijn... euh... gedaanteverwisseling heeft hij al geprobeerd me om te kopen. Hij bood me een pak geld aan in de hoop dat ik zou vertrekken. Toen dat niet lukte heeft hij geprobeerd om mijn licentie ongeldig te laten verklaren.’

Het was stil geworden rond de toog. De twee Grieken en Piet staarden Martine aan.
‘Officieel kon hij niets tegen mij beginnen. Maar de campingbezoekers willen natuurlijk graag naar het meer gaan, en de prachtige boswandelingen in de directe omgeving van de camping verkennen. Hilaire de Bonnevalle heeft die wandelmogelijkheden afgesloten, en de directe doorgang naar het meer geblokkeerd. Daar kan ik niets tegen beginnen.’
‘Wat een klootzak,’ zei Piet en hij nam nog een slok wijn.
‘Als ik het goed begrijp wil die kerel alles voor zichzelf,’ zei de Griek. ‘En daardoor kunnen we van hieruit niet rechtstreeks tot bij het meer?’
‘Ja, daarom moet je die grote omweg maken langs het gehucht hier vlakbij. De korte weg langs het domein van Hilaire is precies 800 meter, maar langs het gehucht wordt het drie kilometer. Een kleine expeditite.’
De Griek hief zijn glas wijn. ‘Maak je geen zorgen. Die omweg maken wij graag. Zelfs met sirtaki-pasjes, nietwaar, makker?’
Zijn collega knikte ‘Geen probleem. Voor ons is dat een onbetekenende conditietraining van niks. Bovendien,’ grinnikte hij, ‘hebben we in ons koffertje nog een en ander aan materiaal. Het heet ‘tang’, het is heel scherp en het kan tegen een stootje. Zeker tegen een elektrisch stootje.’

Martine glimlachte dankbaar, maar haar ogen stonden wazig. Ze herinnerde zich een gezin dat een caravan op de camping had geplaatst, een vrouw, een man en twee kinderen. De kinderen waren te klein om de lange omweg naar het meer aan te kunnen, dus was de vrouw met hen langs het verboden terrein gegaan. Maar Hilaire de Bonnevalle had hen betrapt. Hij reed in een jeep door zijn grondgebied en zodra hij hen zag gooide hij het stuur om in hun richting. Pas op het laatste nippertje sloeg hij zijn remmen dicht. Hij brulde: ‘Hou die mormels bij je en vertoon je hier nooit meer! Volgende keer gebeurt er écht een ongeluk!’ Het was gruwelijk gedrag. De volgende dag was het gezin vertrokken.
Zo waren er talloos veel anderen geweest die de camping hadden bezocht. Meestal waren ze aanvankelijk heel enthousiast. Tot ze de omheining zagen en zich realiseerden dat ze niet konden wandelen in de bossen rondom omdat alles privé-domein was. Dat ze evenmin rechtstreeks naar het meer konden. Het liep altijd op dezelfde manier af. Ze bedankten vriendelijk voor de rondleiding en verdwenen daarna. Voorgoed. Slechts weinig mensen waren bereid de omweg erbij te nemen en te verdragen dat de bossen niet toegankelijk waren. Mensen die hier kwamen, kwamen voor de natuur. Als ze daar niet in mochten, hadden ze geen reden meer om te blijven. Alleen doordat Martine de huurprijs zo laag hield waren er toch enkele klanten. Helaas, het waren er veel te weinig…

Met een mes dat droop van de tomatensaus stond Piet achter Martine. Hij voelde haar verdriet, haar opstandigheid in al zijn vezels. Hij wilde haar een kus op haar schouder geven, toen Flash alweer de pret verbrak door een stuk chocolade te bestellen.
Martine had Piet vlak achter zich gevoeld, en ook dat hij een stapje achteruit had moeten doen. Ze bloosde terwijl ze de Flitser zijn chocola bezorgde. Hij bedankte en ging naar de deur.
‘Ik ga mijn kerstboom aanzetten,’ zei hij en groette vriendelijk. Even vroeg hij zich af waarom die twee gebruinde mannen, Zhîm en Râar, hoofdschuddend naar hem zaten te grinniken.

(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens