woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (2/12) - thriller
Gepubliceerd op: 17-01-2012 Aantal woorden: 1228
Laatste wijziging: 23-01-2012 Aantal views: 1770
Easy-print versie Aantal reacties: 3 reacties

De pot op! (2/12) - thriller

Manon


(De broers Serge en André leven al jaren samen. Serge moet medicatie nemen, en staat erop om die zelf te kopen zodat hij zeker niet vergiftigd wordt. Maar vandaag heeft Serge bij de apotheker zijn dokter ontmoet, en daar werd afgesproken dat de dokter voortaan de medicatie thuis zal bezorgen. Toen Serge dit aan André vertelde, is die er woedend vandoor gegaan.)


Serge voelde zich licht in zijn hoofd, uitbundig blij en onnozel. Het was net alsof hij een fles wijn had leeggedronken nadat hij al een kilo hasj had gerookt. Maar hij had niets gebruikt en toch danste zijn hele lijf inwendig van dolle vreugde.
Hij had geen idee waar André uithing, maar maakte er zich niet druk om. Hij kon nog even wachten, voorlopig liet zijn blaas niet van zich horen. Ondertussen zat Serge goed, hier in de auto. Die was geparkeerd in een afgelegen veldweg en Serge genoot van een uniek uitzicht over eindeloze valleien en beboste heuvels. Geen mens kwam hier ooit, tenzij af en toe een boer, als er koeien in de weiden stonden - maar nu stonden er geen.

Uit zijn zwarte regenjas diepte hij een pakje sigaretten op. Zijn borstkas zette zich uit terwijl hij inhaleerde. De geur, het inademen en langzaam weer uitademen, het ritueel alleen al bezorgde hem een onbeschrijfelijke voldoening. Serge inhaleerde nogmaals terwijl hij om zich heen keek. De prachtige kleurencombinaties van de velden onder de zon, de beweging van de wolken overvielen hem. Nooit eerder had hij opgemerkt hoe mooi het leven was. Nu voelde hij het in al zijn glorie: de mogelijkheid om te kijken, te horen, te ruiken, te voelen, te bewegen... Het was fantastisch dat dit mogelijk was. De wereld was buitengewoon, adembenemend, verrukkelijk!

En hij, Serge, hij dééd dingen in die wondere wereld. Zonet had hij een beslissing genomen! Helemaal alleen! Zelfstandig! Zeker, de beslissing was hem ingefluisterd geweest door de dokter. Die had hem ertoe aangezet. Uit eigenbelang. Maar niettemin. Voortaan zou de dokter de pillen thuisbezorgen, en dat was iets waar Serge al jaren naar verlangde.
Terwijl hij het nieuws verteld had aan André had hij er zelfs aan toegevoegd dat hij voortaan nooit meer naar het dorp zou gaan.
Dat had hij aangedurfd.
Dat te zeggen. Terwijl hij wist dat dit absoluut niet goed zou aankomen bij André. Serge juichte inwendig.

De verrassing had krachtig toegeslaan bij André. In al de jaren die ze samenwoonden had André nooit last gehad van een broer die zijn wil doordreef. Maar ditmaal had Serge, voor de eerste keer in zijn volwassen bestaan, iets beslist. En André kon er niets tegen beginnen. Dat besefte hij. De dokter zou de pillen brengen. Aangezien de bezoekjes aan de apotheker het enige was waarom Serge naar het dorp ging, hoefde hij daar voortaan niet meer naartoe.
Serge had iets essentieels in hun levenswijze veranderd.
Bij André was de mokerslag uitgemond in pure razernij, blinde woede.
Voor Serge voelde het aan alsof hij een goal gemaakt had. Een winning goal. De wedstrijd was nog maar net begonnen, en toch leek het alsof de hele match zo goed als gewonnen was.
Zonder iets te zeggen stapte hij in en startte de motor.
Serge speelde op veilig en zei ook niets. In gedachten was hij wel blij met de komst van zijn broer. Zijn blaas begon opnieuw duidelijke tekenen van hoogspanning te geven.

Aan veel te hoge snelheid slingerde André de auto over landwegen en door korte bochten.
‘Alles goed,’ mompelde hij tenslotte, nauwelijks verstaanbaar boven het gehuil van de motor uit.
Serge bleef zwijgen. Als ze over de medicatie begonnen, zou André sowieso aantonen hoe onverstandig het was om de dokter de pillen te laten thuisbezorgen. En wat een dommerik Serge wel was. André kon maar niet begrijpen dat Serge ook een eigen wil had, eigen verlangens, eigen behoeften. Net zoals hij nooit zelfs maar in overweging kon nemen dat hijzelf af en toe iets fout deed.
Volgens zichzelf had André zicht op de zaken en op de ziekte van zijn broer. Hij handelde juist en Serge moest zich daaraan aanpassen. Zo eenvoudig lag volgens hem hun samenleven.
Dat kon hij bovendien zo uitstekend uitleggen, aan de hand van onweerlegbare argumenten en interessante inzichten, dat Serge er meestal bij in slaap viel. En wanneer hij vervolgens zijn ogen weer opende, had hij alles bij het verkeerde eind en was hij bovendien meestal schuldig aan het hebben van een eigen wil.

‘Er was een begrafenis in het dorp,’ zei André uiteindelijk.
‘Heu?’
‘Je weet toch, die oude vrouw die bij het riviertje woonde en nog altijd kaas verkocht. Vroeger hadden ze een boerderij. Ze had nog enkele geiten.’
‘Oh. De oude Karla. Ja, wat is ermee? Is ze dood?’
‘Hier, het kaartje. Heb ik gekregen bij de kerk. Ter herinnering aan... diep bedroefd... het heengaan van Karla Struys, weduwe van... nog gezalfd met het heilig oliesel... plechtige uitvaartdienst... Ik was te laat voor de kerkelijke dienst, maar ik heb toch nog een kaartje gekregen.’

Het interesseerde Serge geen lor. Hij was niet bepaald in de stemming om rouwig te gaan doen. De wereld was betoverend mooi, het leven paradijselijk, en niets zou zijn stralende humeur kunnen teneerdrukken. Karla was dood? Serge grinnikte. Als André niet naast hem had gezeten, had hij vast en zeker uitgeroepen hoe subliem hij dat vond. Leven en dood! Wat een boeiend gegeven! Maar André zat naast hem en Serge onderdrukte zijn gegiechel.

Met zijn ogen volgde André de baan, maar ondertussen hoorde hij telkens weer de woorden van de begrafenisondernemer, alsof de man zich persoonlijk tot hem richtte.
‘Ik ben meegegaan naar het kerkhof,’ vertelde hij. ‘Veel mensen zijn na de dienst in de kerk onmiddellijk weggegaan. Dat vond ik zo lomp. Ze waren uitgenodigd voor de teraardebestelling! Maar alleen de begrafenisondernemer, haar zoon en de dichtste familie waren daar. Ik ben met die groep meegegaan naar de begraafplaats.’

Het was met overlijdensberichten net als met reclames die af en toe in de brievenbus vielen en persoonlijk aan André geadresseerd waren. Hij kon er niet aan weerstaan. Als hem een korting werd beloofd omdat hij zo’n goede klant was, dan moést hij iets gaan kopen. Als hij niets zou kopen met die kortingbon, zou de winkel hem misschien niet langer koesteren als goede klant, hem aanspreken als was hij een geliefde, hem cadeautjes toesturen. En wat moest hij dan nog? Wie anders gaf hem cadeautjes? André had geen vrienden, maar de winkel was zijn vriend, en André gebruikte alle gepersonaliseerde voordeelbons die hem werden toegestuurd, ook al had hij niets nodig.
Het kaartje dat hem persoonlijk aangereikt was geworden op het plein voor de kerk, had datzelfde mechanisme in werking gebracht bij hem. Zo had de uitnodiging naar de teraardebestelling van Karla dezelfde commerciële waarde gekregen als een voordeelbon in een winkel.

‘O ja, weet je wie daar ook was? Op de teraardebestelling?’ André nam een scherpe bocht in de weg wel heel erg nipt omdat hij zijn broer probeerde aan te kijken. ‘De dokter. Die vent aan wie jij gevraagd hebt om je pillen elke week naar huis te brengen.’
‘Hij heeft het voorgesteld,’ corrigeerde Serge.

(wordt vervolgd)

Manon @ 18-02-2012 11:32:38
Het verhaal is geschreven om in gedrukte versie te lezen, zo kan je het in één of enkele keren uitlezen. Dan zie je veel sneller de coherentie, valt de relevantie van de details op, en is er een andere spanningsopbouw. Misschien is dat een reden waarom je niet in het verhaal geraakt?

Aan de andere kant, ik heb op Facebook heel wat reacties van lezers die de trage opbouw in afleveringen juist heel leuk vinden. Ze vinden de karakters van de broers heel interessant, zijn zeer nieuwsgierig naar volgende ontwikkelingen en amuseren zich goed met dit verhaal.

Misschien ligt het verhaal jullie gewoon niet. Ooit vertelde iemand me dat hij 300 bladzijden had doorploegd van een verhaal van Maria Vargas Llosa. Hij vond dat hij een boek van zo'n grote schrijver goed moest kunnen vinden. Na 300 pagina's gaf hij het tenslotte op.
Het blijft waarschijnlijk dus ook erg persoonlijk of een verhaal iemand al dan niet aanspreekt.

In ieder geval bedankt voor jullie reacties. Zo hoor ik verschillende meningen, dat is zeker interessant.


Manon @ 19-01-2012 19:38:13
Hallo Manon, ook ik heb beide afleveringen gelezen en sluit me aan bij hetgeen Catarina hierover zegt.

Je beschrijft veel details en randverschijnselen. Mijn advies is dit alleen te doen als het echt relevant is voor het verhaal en anders niet. Het leidt anders alleen maar af.

groet van Adriaan


Catarina de Winter @ 19-01-2012 14:53:21
Hoi Manon, ik heb deel 1 en 2 gelezen, maar vind het moeilijk om er een reactie op te geven (alhoewel, nu doe ik het toch natuurlijk....)
Ik weet niet waarom dit verhaal mij niet pakt... Komt het doordat ik mij te weinig "herken" in de broers of in hun perikelen? Te weinig weet over hun leven, of waarom zij de dingen doen zoals zij ze doen? Ik heb de indruk dat je dit verhaal in het midden bent begonnen en dat ik een heel stuk ervan heb gemist. Ook de personages die je in dit stukje opvoert (de dokter, de oude Karla) zeggen me weinig. Enfin, dit alles maakt dat ik me niet kan inleven, begrijp je?
Toch vind ik je schrijfstijl levendig. Ik zie wel voor me hoe bijvoorbeeld Serge een sigaret opsteekt en inhaleert.
Ik hoop dat je iets aan mijn reactie hebt!



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens