woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De pot op! (1/12) - thriller
Gepubliceerd op: 10-01-2012 Aantal woorden: 1201
Laatste wijziging: 10-01-2012 Aantal views: 1510
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De pot op! (1/12) - thriller

Manon


Schijnbaar zat André helemaal verdiept in een dikke catalogus over watercirculatiepompen in auto’s. Hij bladerde er niet in, maar las hem helemaal, van begin tot eind, alle kleine lettertjes inbegrepen. Soms viel zijn blik daarbij als bij toeval op zijn horloge. Dat wees erop dat hij zich veel meer bewust was van zijn omgeving dan hij wilde laten blijken.
Af en toe stak een warme bries op. Bladzijden die hij nog niet gelezen had waaiden dan om. André kon het niet hebben dat de wind spelbreker speelde en zijn lectuur verknoeide, maar het weer kon hij niet controleren. Telkens als de wind langskwam, werd hij verplicht om de bladzijden van zijn catalogus terug te draaien.
Van aan hun tafeltjes volgden sommige cafégangers grinnikend het toneeltje. Het schouwspel verbrak de verveling van de zondagochtend in een kleine Franse gemeenschap. André verwaardigde het zich niet om op hun ingehouden lachen te reageren. Hij had geen vrienden in het dorp. Hij keek op noch om en las verder in zijn catalogus.

Even later dook een lange, magere man op. Ondanks het hete zomerweer was hij gehuld in een zwarte regenjas. Ook zijn hoed en zijn broek waren zwart. Alleen in de omgeving van zijn rechterdij viel een witte vlek te bespeuren: in zijn rechterhand hield hij een plastic zakje met het logo van de apotheker op. De kerel liep tot aan het tafeltje waar André zat.
Maar al stond de donkere gedaante naast hem, André gedroeg zich alsof hij zijn aanwezigheid niet had opgemerkt. Rustig bleef hij een grote interesse voor zijn catalogus tentoonspreiden. Nauwlettend bestudeerde hij nu enkele afbeeldingen. Pas toen een volgende bries de bladzijden weer omsloeg, keek hij op.

‘Wel? Waar bleef je?’ vroeg hij.
Verwonderd staarde Serge hem aan. ‘Heu?’
‘Waarom ben je zolang weggebleven!’
‘O. Ik heb de dokter ontmoet. Bij de apotheker.’
‘Dat is geen reden.’
‘Heu?’
‘Je had al lang hier moeten zijn.’
‘Ik heb de dokter ontmoet,’ herhaalde Serge.
‘De apotheker ligt aan de overkant van het plein. Ik heb het hele dorp doorkruist om boodschappen te doen. Ik heb groenten gehaald en vlees, ik ben naar de bakker gegaan en naar de krantenwinkel. Daar ben ik zelfs langer gebleven dan gewoonlijk, want ik heb er deze prachtige catalogus over watercirculatiepompen in de automechanica uitgezocht in het aanbod. Vervolgens heb ik alles naar de auto gebracht en daarna ben ik hierheen gekomen. Jij hoefde slechts pillen te halen bij de apotheker, en dan het plein over te steken tot dit terras. Je had hier al lang moeten zijn.’ André grimaste minachtend en werkte zich verder door zijn catalogus heen.

Besluiteloos bleef Serge naast het tafeltje staan.
‘Ga nog even zitten,’ beval André tenslotte.
‘Heu?’
‘Ga nog even zitten.’
‘Ik wil naar huis!’
‘Nee, we blijven nog wat.’
‘Hé zeg. Al die mensen hier. Ik word er zenuwachtig van.’
André keek op zijn uurwerk. ‘Nog tien minuten.’
‘Jij wil altijd bevelen wat ik moet doen!’ barstte Serge uit.
Als op commando keek iedereen aan de andere tafeltjes zogenaamd onverschillig een andere richting uit.
'Ik moet plassen!' zei Serge.
'Ga dan naar het toilet.'
'Niet hier! Je weet dat ik dat niet kan.'
'Je kan vast nog wachten tot we thuis zijn.' André wenkte de kelner en bestelde een cola voor Serge. Dan vervolgde hij: ‘Ik wil gewoon nog even in deze catalogus kijken. Hij is schitterend opgesteld. Alles wordt vermeld, tot in de kleinste details. Als ik hem grondig doorneem kom ik erachter welke circulatiepomp voor mijn auto de meest geschikte is. Ik kan ook te weten komen hoe de toekomst van die technologie eruit ziet. Pas als je alle catalogi doorneemt, besef je hoeveel zo’n bedrijf in hun klanten investeert. Het is het echt waard. Zij doen dat voor ons, en dankzij al hun werk kan ik het beste voor mezelf uitzoeken.’

Er volgde een schijnbaar onuitputtelijke uiteenzetting over de verschillende soorten catalogi. Dikke en dunne, gedrukte en de gratis catalogi op het internet, allemaal werden ze met elkaar vergeleken, en het nut ervan werd omstandig uit de doeken gedaan. De woorden raasden over elkaar naar buiten, als een windhoos over een waterval.
Serge kende het fenomeen. André voelde zich persoonlijk aangesproken door alles wat reclamelui hem toewuifden, en voelde promotieteksten aan als vriendschapsbetuigingen. Af en toe knikte Serge, echter zonder aandacht te besteden aan de woordenstroom. Soms nipte hij aan zijn cola. Na verloop van tijd veranderde het ritme van de wervelwind. Ook het volume van de stem daalde. De stortvloed kwam enigszins tot bedaren. Er viel zelfs een korte pauze waarin André naar adem hapte en een slok van zijn pint nam. Serge wachtte tot André echt besloten had om er het zwijgen toe te doen, en liet pas dan zijn eigen stem weer horen.

‘Volgende week kom ik niet mee om inkopen te doen. En de week daarna ook niet. Net als alle daaropvolgende weken. Ik kom nooit meer mee naar het dorp.’
Totaal verbouwereerd staarde André zijn broer aan. Catalogi waren vergeten, net als de automechanica. ‘Dat kan niet. Je pillen. Je wil ze altijd zelf kopen. In hoogsteigen persoon. Daar sta je op.’
‘Heu...?’
‘Je wil zelfs niet dat ik eten kook of aan je maaltijden kom. Je wil altijd heel zeker zijn dat ik geen verdachte spullen door je voeding draai en dat je wel degelijk precies de pillen neemt die de arts je voorschrijft. Zodat je geen vergif naar binnen krijgt.’ Ineens veranderde de blik van André. Een zweem van zachte macht verscheen in zijn ogen. Onderzoekend keek hij zijn broer aan. ‘Ben je van gedachten veranderd? Vertrouw je me ineens wel?’ vroeg hij.
‘Heu...?’
‘Zal ik dus in het vervolg de medicatie gaan kopen voor jou?’
‘Ah. Oh. Nee, ik heb het je toch gezegd... ik heb de dokter gezien bij de apotheker. We hebben het geregeld. Hij heeft voorgesteld om de pillen thuis te bezorgen, tegen een kleine vergoeding. Hij komt toch elke week minstens eenmaal op huisbezoek.’
‘De dokter? Zal de dokter je de pillen brengen? Hij? Mij vertrouw je niet en hem... hem... hém vertrouw je wel?’

Serge moest toegeven dat de dokter niet echt een betrouwbare indruk maakte. Met zijn drankprobleem, zijn dikke buik, zijn versleten kleren en zijn lijfgeur... en al zijn terloopse opmerkingen over testamenten, giften, cadeautjes... een lompe, smerige schooier was hij.
‘Wel... nee... ja... eigenlijk niet, maar... Hij is nu eenmaal de enige dokter van het dorp. En ik wil ook niet veranderen voor een andere.’
André staarde Serge recht in de ogen. ‘En hij... hij vraagt er geld voor!’
‘Enkele euro’s. Per doos.’
‘Een dief is hij! Dat weet je toch ook!’
‘Ja... Tja...’
Het lichaam van André sidderde van top tot teen. Hij veerde recht uit zijn stoel. ‘Ik... IK zorg de hele tijd voor jou en jij… hij… jij... JIJ!!!’ Witheet van woede draaide hij zich om. Zijn pint was halfvol, de catalogus lag nog op de tafel. Hij vergat zelfs om af te rekenen. Zonder op of om te kijken liep hij het terras af en het plein over.

(wordt vervolgd)

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens