donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (9/33)
Gepubliceerd op: 22-12-2011 Aantal woorden: 2711
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1715
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (9/33)

Manon


(Waar waren we gebleven? Piet heeft zijn verhaal gedaan aan de ufonauten. Aan Râar en Zhîm nu om hun verhaal te doen…)

‘Voor jou klinkt het misschien totaal onaannemelijk, maar we doorkruisten zomaar verschillende kosmossen, op goed geluk...’
Onmiddellijk daarna begon Râar opnieuw. ‘Ach, laat ik het maar vertellen zoals het echt gelopen is, vanaf het begin, en je niet opzadelen met de officiële versie. Jij zal ons toch niet verklikken! In werkelijkheid doorkruisten Zhîm en ik verschillende kosmossen, maar niet zomaar op goed geluk. We stevenden willens en wetens rechtstreeks op deze planeet af. Eerder hadden we gegevens opgediept uit het bestand ‘Onbenullige Planeten’. In de onderverdeling ‘Gevaarlijke En Te Vermijden Planeten’ hadden we planeet Aarde ontdekt. Dat leek ons een aantrekkelijke bestemming en we zijn vertrokken.
Toen we de Aarde naderden begon de computer te spreken.
‘Verwittiging. Ik herhaal: verwittiging.’
Zhîm reageerde onmiddellijk: ‘Ik luister.’
‘Ruimtetuig Khasrol13 bevindt zich op de grens van een gevarenzone. Over deze grens wordt de situatie onbetrouwbaar. Het is aangeraden om het traject aan te passen.’
‘Al goed, al goed,’ antwoordde Zhîm.
We keken elkaar breed lachend aan en Khasrol13 vaarde rustig verder.

Een beetje later volgde de tweede verwittiging.
‘Verwittiging. Tweede verwittiging. Ruimtetuig Khasrol13 zal over enkele ogenblikken de gevarenzone binnenvaren. Ik vraag instructies om deze gevarenzone te contourneren.’
Vanuit mijn ooghoek gluurde ik grijnzend naar Zhîm. Hij amuseerde zich goed.
‘Ik vraag instructies om gevarenzone te ontwijken,’ herhaalde het ding.
‘Koers verderzetten,’ repliceerde Zhîm.
‘Instructie duidelijk ontvangen. Ik zal u de gevaren van deze zone voorlezen. Dit is bij wet verplicht.’

Ik hoorde een lange zucht. Op het scherm verscheen een tekst in een oud lettertype, met ouderwetse lay-out. Nog steeds dezelfde samenvatting over de Aarde als deze die we tien jaar geleden al voorgeschoteld hadden gekregen tijdens onze astronautenopleiding. Wil je hem ook eens lezen, Piet?’
Zonder op antwoord te wachten toetste Zhîm het scherm aan en de bewuste tekst verscheen - in het Frans nog wel.

!!!GEVARENZONE!!!
U bevindt zich in een gevarenzone.
Gelieve u strikt te houden aan volgende instructies: planeet Aarde vermijden en de koers hieraan aanpassen. In geen geval landen op deze planeet noch op de maan die rond de Aarde draait. De redenen van deze instructie volgt hierna, in een panoramisch overzicht van de planeet.
PLANEET:
Door de bewoners Aarde genoemd.
RUIMTEVAART: Primitief.
1. Enkele satellieten werden in een baan om de Aarde gebracht.
Hier werd zeer slordig mee omgesprongen en bijgevolg ontstaat er stilaan een ring van afval en schroot rond de planeet. Dit is voorlopig nog onzichtbaar, maar niet lang meer. Weldra zullen er rond planeet Aarde ringen te zien zijn zoals rond Saturnus, een van haar buren.
2. Enkele onhandige reizen naar de maan en de dichtstbijzijnde planeten werden ondernomen. Het doel was vooral om er een vlag te planten, de reizen gebeurden niet zozeer uit noodzaak of omwille van wetenschappelijk onderzoek.
3. Geen contacten met andere wezens uit de kosmos. Afgezien van enkele halvegaren heeft niemand interesse voor contacten met buitenaardsen, noch in de politieke wereld, noch in de religies, noch in de wetenschap. Bij gebrek aan interesse zijn de aardbewoners uiteraard ook totaal onbekwaam tot dergelijk contact.
BIOTOOP: Water, licht, lucht, planten, dieren en mensen aanwezig in een vorm die zeer dicht staat bij onze levensvorm. Verblijf op Aarde voor ons mogelijk zonder speciale fysiologische voorzorgen. Het biologisch evenwicht is ernstig verstoord door vervuiling, en dat onevenwicht wordt met de dag groter. De bestaande biotoop is voor de mens en voor ons vooralsnog leefbaar maar wordt zwaar bedreigd. Iedere dag verdwijnen talrijke soorten door de pollutie.
PSYCHOTOOP: Contact met de mensen van de Aarde wordt ten stelligste afgeraden en vereist een zware psychologische training als voorbereiding. De aardse mens is van de gewelddadige soort. Technisch is hij nogal sterk geëvolueerd, vooral op het gebied van wapen- en vernietigingskunde. Psychisch is de mens uitzonderlijk primitief gebleven. In een vroeg stadium van primitieve, intellectuele capaciteiten is de mensheid in een loop terechtgekomen, zodat de primitiviteit zich voortdurend herhaalt. Onze onderzoekers zijn er nog niet achter gekomen wat de oorzaak van deze cirkelgang is en beschouwt het als een bizarre kronkel van de natuur zonder enig echt nut. Niets wijst erop dat de mensheid in een nabije of verre toekomst deze loop zal ontgroeien. De combinatie van technisch gevorderd zijn en van psychologische achterstand maakt van de mensheid een uitzonderlijk gevaarlijke soort.
ONDERZOEK: De planeet wordt van op veilige afstand in de gaten gehouden zodat onmiddellijk kan worden ingegrepen wanneer de ruimteprojecten verder zouden reiken dan de eigen melkweg.


‘Tien jaar,’ zei Zhîm. ‘Tien jaar lang dezelfde tekst. Stel je voor!’
‘Hij is nog altijd actueel,’ grijnsde Piet. ‘Misschien zelfs meer en meer...’
‘Dat heb ik toen ook aan Zhîm geantwoord,’ antwoordde Râar. ‘De kloof tussen de psychologische achterstand en de technische vooruitgang kan enkel maar groter en groter worden in de loop der tijden. Dat betekent dat als de mensen nogmaals een even grote sprong voorwaarts maken als deze die ze gemaakt hebben toen ze van dynamiet tot kernbom kwamen, ze er dan toe in staat zullen zijn om niet alleen hun eigen planeet, maar ook een deel van hun melkweg op te blazen... Vanwege deze mogelijkheid wordt de evolutie van deze planeet nauwlettend gevolgd. Maar van op afstand – interesse om in contact te komen met dergelijke wezens is er niet.’
Piet lachte in zijn vuistje. Hij had alle begrip voor de redenering van de buitenaardsen.
Râar vervolgde. ‘Maar eigenlijk is die tekst het enige wat de computer weet over deze planeet. Psychische agressie en gevorderde techniek. Zhîm en ik staarden naar de computerbeelden, een mengeling van blauwe oceanen, oranje en groene zones. We scrollden verder door de informatie over de Aarde en ontdekten her en der toch nog enkele andere inlichtingen: ‘... grote verscheidenheid in de natuur... verfijnde biotoop... bewoonbare plaatsen met aangename temperaturen.. levensvorm gelijkaardig aan de onze... leven zonder speciale fysiologische voorzorgen mogelijk, zij het voor niet te lange tijd wegens vervuiling...’ Het werd bijna aanlokkelijk, die planeet… van op afstand,
dan toch.

‘Een dergelijk verfijnde biotoop kom je niet zomaar elke dag tegen in de kosmos,’ zei ik stilletjes tegen Zhîm.
Een paar dagen op Aarde verblijven... ik ben ruimtesociopsycholoog, en juist omdat er nog nauwelijks onderzoek ter plaatse was verricht op de Aarde, wilde ik er zo graag landen.
Maar Zhîm is de piloot. Hij heeft de verantwoordelijkheid voor het ruimtetuig, voor de vlucht en voor de landingsplaats.
‘Tja,’ zei hij. ‘Hopelijk komt Control Weetal hier nooit achter. Dat we in een gevarenzone rondzwerven en vanuit de verte naar de Aarde kijken, tot daar aan toe. Maar als we op de Aarde landen en Control Weetal ontdekt dat...’
Ik grijnsde. ‘Ach kom. Jij en ik, met onze ervaring. Weetal zal het nooit te weten komen - tussen haakjes, Piet, Weetal is onze basis, het controlecentrum.’
‘Dat vermoedde ik al,’ zei Piet.
‘En net op dat ogenblik gebeurde dat wat we konden missen als de pest. De computer gaf een noodsignaal. Op het scherm verscheen een stortvloed aan technische termen. Zhîm liet zijn blik er overheen glijden en besloot: ‘Ik heb het idee dat Control Weetal heel gauw zal weten waar we rondhangen.’
We hadden ruimtepech.
Vlakbij de Aarde.

De volgende minuten bestudeerden we de pechmelding van de boordcomputers, en we kwamen er snel achter dat we voor een dergelijk defect de hulp van de takeldienst nodig zouden hebben. De enige vraag die zich nog stelde was: waar zouden we wachten op de takeldienst?
We konden op de maan van de Aarde landen. Of, beter gezegd, we moésten - bij wet verplicht - op de maan landen.
Zhîm draaide onze telescoop naar de maan en observeerde het landschap. ‘Een bol vol gaatjes…’ zuchtte hij. ‘Zand, stenen, bergen,… Heel anders dan de Aarde. Zo hangen er duizenden klompen steen in het heelal.’
‘Kunnen we op de maan landen?’ vroeg Zhîm aan de computer.
Geen enkel probleem. Noodlanding mogelijk en veilig. Risicofactor nihil, zelfs met de technische problemen die Khasrol13 voor het ogenblik ondervindt.
Dat was precies het antwoord dat Zhîm verwacht had, het antwoord dat hij vreesde, het antwoord dat hem absoluut niet zinde. Hij keek nogmaals naar de maan en vond haar steeds grijzer en saaier.
Ondertussen ratelde de computer door over de mogelijkheid van een maanlanding. Wij luisterden amper en volgden de cijfers op het scherm al helemaal niet. De maan was doodsaai en de Aarde was spannend, levend.

We gluurden weer naar elkaar vanonder onze ooghoeken. Dan gaf Zhîm de instructies die gebruikelijk zijn bij een landing op een planeet waar de bevolking nog geen contacten met buitenaardsen gehad heeft: 'Zoek een landingsplaats op Aarde waar de bevolking ons ruimtetuig niet herkent als buitenaards. Een plaats waar de buitenkant van het schip bijna tot het milieu en het decor zou kunnen behoren.'.
De computer antwoordde, maar niet van harte: 'Begrepen. Instructies in uitvoering.'
Alles zat goed. Op planeet Aarde zou het wellicht een zootje worden, maar voorlopig verliep alles gesmeerd.
Langzaam daalden we af naar de Aarde. We waren al vlakbij, maar toch konden we niet veel van onze bestemming onderscheiden. Over het gebied waar we zouden landen hing een dikke laag donkere wolken, een zwarte, onvaste nevel. Af en toe verscheen een lichtflits gevolgd door een knal en gerommel. Onder ons woedde een onweer en daar moesten we doorheen, door al dat lichtgeflits en geknal en gerommel.

Khasrol13, een oud en tweedehands ruimtetuig, liep geen enkel gevaar. Het is even sterk als de meest moderne. En makkelijker met de hand te besturen wanneer alle computers zouden uitvallen. Een hitte-onweertje min of meer zou ons niet tegenhouden. Toch schrokken we van de hevigheid van de storm.
‘Onweer op landingsplaats,’ zei de computer.
Alsof we dat nog niet wisten!
‘Onweer gunstig voor instructies. Kans om opgemerkt te worden bij deze weersomstandigheden vrijwel nihil.’
Het ruimtetuig wobbelde van links naar rechts. Het kreeg heel wat turbulenties te verduren. Toen het gewobbel ophield kwam het volgende bericht:
‘Noodlanding geslaagd. Bevinden ons op terrein en gaan helemaal op in omgeving. Weersomstandigheden zachte zomer, onderbroken door een kort hitte-onweer op dit ogenblik. Temperatuur 27 graden, morgen wolkenloze zomerdag, temperatuur rond 30 graden.’

Dan haalden we drankjes bij Frè-Tadiqh en keken naar buiten.
‘Door welk raampje?’ onderbrak Piet het verhaal.
‘Raampje?’ herhaalde Zhîm. ‘Kijk zelf maar.’ Hij tikte een commando in. Een monotoon zinderen was het gevolg. Wanden en plafond verkleurden eerst naar grijs, dan van grijs naar melkachtig wit en uiteindelijk losten ze helemaal op. Ze waren volkomen transparant geworden.
Piet was totaal verbluft. ‘Doe alles weer toe!’ riep hij. ‘De mensen zullen jullie apparatuur opmerken!’
‘Het zijn one-way kijkwanden. Zien zonder gezien te worden.’
‘Echt?’ In de verte zag Piet Martine bezig, in de deur van haar frituurtje. ‘Goed, laat ze dan maar in de transparante modus,’ zei hij.
‘Zo zaten wij die ochtend ook naar buiten te kijken,’ vervolgde Râar. ‘En het was een mooi landschap dat zich ontplooide. De opkomende zon kleurde de lucht lichtblauw en roze. De bodem waarop Khasrol13 stond was helder groen - gras is een plant die we ook op onze planeet kennen. De grassprieten bogen onder de druppels van het voorbije onweer en van de ochtenddauw. Even verderop lag een smal, bruin weggetje. Het onweer had het versierd met kleine stroompjes water en grote plassen.
‘Ofwel is onze computer een genie, ofwel is hij het noorden kwijt,’ zei Zhîm.
‘Volgens mij is hij het noorden kwijt,’ zei ik.

Rondom ons stonden een drietal kleine, witte huisjes. Het enige verschil met Khasrol13 was dat ze wielen hadden, en venstertjes. In enkele huisjes brandde licht. Ze waren bewoond.
‘De computer heeft Khasrol13 laten landen temidden van een stam aardbewoners!’ zei ik. ‘Wat is er in hem omgegaan om zoiets uit te voeren?’
Zhîm begreep het evenmin. ‘Zelfs de stomste computer die draait met de simpelste programma’s zou ons niet laten landen in een kern van agressieve wezens, dunkt me.’
‘Wat wel opvalt is dat onze ruimtecapsule helemaal niet opvalt tussen die huisjes op wielen.’
‘Dat is waar. Khasrol13 past in het landschap. De ovale structuur lijkt op die van de andere huisjes. En waarschijnlijk glanst Khasrol13 eveneens goudgeel onder de opkomende zon, net als zij.’
‘Misschien zullen de aardbewoners nooit doorhebben dat onze capsule hier niet thuishoort en dat we van heel erg ver komen. Van verder dan wat zij maar kunnen bedenken.’
‘We zijn gewoon geland, pal in een van hun dorpen.’
‘Een prachtig dorp. Gras, bloemen. Een rotswand, verderop. En bomen. Veel bomen. Bossen.’
‘Een aantrekkelijke natuur.’
We keken naar de weerkaatsing van zonnestralen in de grote plassen rimpelend water. Alles maakte stilaan plaats voor de klaarlichte dag.

Khasrol13 had ondertussen de compositie van de atmosfeer gemeten en vond dat ze verse buitenlucht kon aanvoeren. We snoven de aangename, frisse geur van de Aarde op. We ademden diep. Het was prettig en vitaliserend.
Plots kwam uit een van de witte huizen een mens naar buiten. Bloot van kop tot teen. Anatomisch zagen mensen er ongeveer hetzelfde uit als wij. Helemaal hetzelfde, eigenlijk.
‘We zouden naar buiten kunnen gaan zonder body-paint. Met een beetje geluk nemen ze ons voor een stel aardbewoners,’ zei ik.
‘Het probleem van de klederdracht stelt zich dus niet. Gewoon onze body-paint afspoelen,’ antwoordde Zhîm.
‘Ik snap er echt niks meer van,’ zei ik. ‘Volgens het dossier omhullen mannen zich in dit gebied met iets wat ze broeken noemen, twee buizen in textiel, ontzettend warm en onpraktisch. Daar is niets van te zien. Blijkbaar dragen deze wezens het simpelste van wat een levend wezen kan aanhebben: niets.’
‘En er is nog iets wat ik niet snap,’ zei Zhîm. ‘Zie je hoe die mensen het pad aflopen? Hoe ze elkaar lachend groeten en dan verdergaan? Is dat die alomtegenwoordige, onbedwingbare agressie waar de computer ons voor verwittigt?’
‘Ze dragen zelfs geen wapens.’
‘Nee, en ze lijken ook geen aandacht te hebben voor Khasrol13. Ik denk niet dat ze zullen proberen om hier binnen te dringen en ons verrot te slaan.’
We lachten. Het was allemaal een uitnodiging om het avontuur verder te zetten.

Piet had hun verhaal met verbazing en met stijgend enthousiasme aanhoord.
‘En nu zijn jullie hier,’ zei hij. ‘Op de Aarde. Buren van een idioot die Piet Geluck heet. En die net als jullie gezellig zit te keuvelen over de meest onwaarschijnlijke gebeurtenis aller tijden.’
Nieuswsgierig liet Piet zijn ogen dwalen door het ruimtetuig, van de computerwanden naar Frè-Tadiqh, de keukenrobot, en naar de Easy Repair Chairs met hun koepels.
‘Wil je er onder liggen?’ vroeg Zhîm.
Piet aarzelde. Hij keek naar buiten. Bij de frituur bracht het kleine figuurtje met zwiepende zwarte paardenstaart een berg aardappelschillen naar een composthoop. Piets hart sloeg over en zijn maag knorde.
‘Ik heb honger,’ zei hij. ‘Een dikke friet, daar heb ik zin in.’ ‘En dicht bij haar zijn...’ dacht hij erbij, maar iets te luid.

oOo


Terwijl ze alle drie onderweg waren naar de frituur vroeg Piet aan Râar: ‘Wat is die minicomputer die rond je nek hangt?’
‘Een talisman,’ antwoordde Râar. ‘Gekregen van die kleine, kortgestuikte figuur met grote ogen, om me te beschermen tegen een inval van buitenaardse wezens. Geloof me of niet. En...’
Even bleef Râar verbluft staan. ‘En hij heeft gezegd dat er hier een buitenaardse rondloopt, een grote kerel met lang, blond, krullend haar...’ Hij keek Piet aan. ‘Gisterenavond had jij toch lang, blond gekruld haar?’
‘Als ik het goed begrijp dient die Manneken Pis rond je nek om jullie te beschermen tegen mijn aanwezigheid?’ vroeg Piet.
Ze barstten alle drie in lachen uit.
‘Wat gaan we nog meer meemaken?!’ vroeg Zhîm.
‘Het eten van een lekkere friet, en, wat mij persoonlijk betreft... het geven van een dikke smakkerd aan Martine!’ antwoordde Piet.


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens