zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Don Quichot en Rocinant
Gepubliceerd op: 20-12-2011 Aantal woorden: 786
Laatste wijziging: 20-12-2011 Aantal views: 1210
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Don Quichot en Rocinant

Manon


Net toen de man Leuven binnenreed brak een enorm onweer los boven de stad. Hij stapte van zijn paard en samen gingen ze schuilen in een bushokje. Daar stond ook een meisje met in haar armen een bibberende hond die bang was voor onweer.

‘Ik wilde een goede friet gaan eten in Leuven,’ sprak de man. ‘Maar als ik om me heen kijk, durf ik niet zo goed. Het lijkt me hier de gevaarlijkste stad van heel België. Bliksems bij de vleet. En al die windmolens overal! Hun wieken staan reusachtig hoog! En draaien dat ze doen! Je zou zweren dat ze onoverwinnelijk zijn! Het probleem is, zie je, onoverwinnelijke windmolens, daar begin ik niet aan. Ik heb al één keer een klap van de molen gekregen, dat is genoeg.’
Voorzichtig legde hij zijn lans op de grond. ‘Die leg ik altijd neer bij onweer,’ vervolgde hij. ‘Eén keer hield ik hem de lucht in terwijl het bliksemde… wat een doef heb ik toen gekregen! Gelukkig had ik een harnas aan.’

‘Wie ben jij?’ vroeg het meisje.
‘Quichot, Don. En van mijn ros is Rocinant de naam. Weet je, dat was een goed harnas. Zelf in elkaar geknutseld. Het materiaal daarvoor heb ik nog in Leuven gekocht, in de fabriek van Marie Thumas.’
‘Kan best zijn, maar hier in Leuven mag je je lans tegenwoordig zo hoog houden als je wenst. Een bliksem zal er niet op inslaan.’
De man luisterde nauwelijks. ‘Gelukkig zie ik ook andere molens staan… zonder wieken. Die zijn dus al verslaan. Kortom, het moet mogelijk zijn om te winnen van de windmolens. Ik zal het proberen. Dan kan ik daarna in alle veiligheid een friet gaan eten in de stad.’

‘Die andere palen zijn geen overwonnen windmolens,’ legde Lisa uit. ‘Het zijn een soort reusachtige bliksemafleiders. Op de palen slaan de overgaande bliksems in. Onder elk van hen ligt een kleine elektriciteitscentrale waarin de vrijgekomen energie van de bliksems opgeslagen wordt. Daarna wordt die stroom verdeeld over de hele stad. Zo hebben die palen twee voordelen: blikseminslagen zijn geregeld. Modems, telefoons, mensen met lansen in hun handen, niemand ondervindt ooit nog schade door invallende bliksem. Maar vooral, het belangrijkste natuurlijk: door de opgevangen energie krijgen alle straten, cafeetjes, de huizen en bedrijven in Leuven stroom. Alles in de stad werkt op elektriciteit. Zelfs de bussen rijden op elektriciteit. Allemaal spotgoedkoop.
‘O, ik snap het. Die palen zijn grote bliksemafleiders en makers van energie…’
Onderzoekend bestudeerde Don Quichot de lucht. ‘Maar die echte windmolens, kunnen die verslagen worden?’
‘Met hen ga je beter geen gevecht aan,’ lachte Lisa. ‘Het zijn niet alleen de bliksemafleiders die Leuven van stroom voorzien. De windmolens helpen mee. Als je die uitschakelt, zal er onvoldoende energie zijn en dan kunnen de frietketels niet meer functioneren.’

‘Rare stad is dat hier. Vijanden die ervoor zorgen dat de frieten gebakken worden… En ze hadden me gezegd dat Leuven groen is. Maar dat is niet waar, hé. Kijk, de daken. Al die spiegels die daarop liggen!’
‘Dat zijn zonnepanelen. Ieder dak is ermee bedekt. Ook zij helpen mee met de energiewinning. Bliksemafleiders, windmolens, zonnepanelen, samen brengen ze zoveel op dat Leuven volledig onafhankelijk is voor energie.’
‘Erg groen kan je die zonnepanelen toch niet noemen, hoor,’ repliceerde Don Quichot. ‘Vroeger was er mos op de daken. Dat was pas groen! Maar wat doet het ertoe. Ik hoef dus niet meer te werken vanavond want mijn vijanden de windmolens zijn hier dus mijn vrienden. En kijk, de bus is daar, we kunnen vertrekken. Ken jij soms een goede frituur in Leuven?’
‘Heel veel. Maar met je paard zal je niet in de bus mogen.’

De bus stopte. De deuren openden. Dan sloeg de motor af. Na verscheidene pogingen kreeg de chauffeur hem nog niet opnieuw aan de praat.
‘Sorry,’ sprak hij. ‘Ik heb motorpech. Net als een benzinemotor kan ook een elektrische motor weleens pech krijgen. Gelukkig rijden we niet met een kleine ingebouwde kernreactor, want als zoiets pech krijgt… Maar dus, ik kan nu niet verder rijden.’
‘Geen zorg!’ antwoordde Don Quichot. ‘Ik help jullie uit de brand!’
In een mum van tijd had hij Rocinant voor de bus gespannen. Gewillig, en geholpen door de frisse lucht en de negatieve ionen na het onweer, trok het sterke ros de bus van de ene halte naar de andere. Het hondje van Lisa mocht meerijden op zijn rug.
‘Ha!’ glunderde Don Quichot. ‘Kijk eens naar dat paard van mij. Als dàt geen groene energie is!’


Geschreven voor het klimaatproject 'LeuvenOvermorgen'. Gebruikt in de tentoonstelling 'LeuvenOvermorgen' in Museum M te Leuven van 22 december 2011 tot 12 januari 2012.

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens