zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (8/33)
Gepubliceerd op: 15-12-2011 Aantal woorden: 3467
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1877
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (8/33)

Manon


(Waar waren we gebleven? Piet zat in de ufo, bij Râar en Zhîm, en vertelde hen zijn verhaal, zijn rampzalige carričre bij ESA…)


... Enkele dagen geleden zat ik, zoals iedereen, in mijn bureau te wachten op de gegevens uit de ruimte. Ze zouden zo dadelijk binnenstromen. Om de tijd te doden plooide ik papieren vliegtuigjes die ik dan rondjes liet vliegen doorheen de ruimte van mijn kantoor. Dat is een van mijn hobbies. Je staat versteld van wat je allemaal aan soorten vliegtuigjes kan plooien. Driehoekjes, vierkantjes, schijven... Soms doen ze ook zeer bizarre en onverwachte dingen, en net op dat moment gebeurde er zoiets. Bij de landing ontvouwde een van die vliegtuigjes zich opnieuw tot een open blad van A4 formaat. Dat was zo ongelooflijk dat ik het papier precies in dezelfde plooien terugvouwde, en daarna probeerde ik het nog verscheidene keren opnieuw. Telkens vouwde het papier zich majestueus open tot zijn oorspronkelijke vorm van A4-formaat bij het contact van de landing. Ik legde dat opengevouwen blad direct onder de scanner. In gedachten was ik al bij een nieuw systeem voor het openplooien van zonnepanelen in de ruimte.
Op dat ogenblik kraakte de intercom.

‘Geluck! Waar zit je?! De gegevens van de satelliet kunnen elk moment binnenlopen. Je moest hier al zijn!’
Papieren vliegtuigje en zonnepanelen waren vergeten. Ik stormde de gang op en liep naar de controlekamer.
De ruimtebiologe, poëtisch, lyrisch als altijd, was bezig over ‘het blauwe planeetje met haar witte wolkjes’ dat zo dadelijk op het scherm zou verschijnen. De projectmanager, nuchter als altijd, antwoordde dat het planeetje ‘zijn vervuilde rivieren en opgewarmde aardkorst in alle glorie zou tentoon spreiden’. De flight director, psychotisch als altijd, lachte hysterisch.
De eerste gecodeerde computergegevens kwamen binnen. De biologe drukte op een knop en de beelden werden vertaald naar mensentaal en mensenbeelden. Bergen en rivieren verschenen op het scherm. Continenten, zeeën en oceanen waren herkenbaar. Maar alles was gekleurd in geel, oranje, rood. Blijkbaar antwoordde de satelliet op een andere vraagstelling dan deze van natuurgetrouwe weergave.

‘Wat hebben we nu?!’ schrok de projectmanager.
Zonder iets te zeggen gleed de ruimtebiologe met haar hand tussen de armen van de directeur, in de richting van de knoppen, om nogmaals de opdracht tot decodering te geven en bij te sturen. Ze slaagde er niet in om de kleuren op het scherm te veranderen. De beelden bleven hetzelfde, alle gegevens werden vertaald in wit, geel, oranje en rood. De Aarde was net een rode planeet, concurrent van Mars.
Iedereen zat verbluft te kijken – ik ook. Mijn hart begon sneller te kloppen. Ik was buiten mezelf van opwinding want ik wist wat er aan de hand was. Ik wist wat de anderen niet wisten: de verkregen beelden waren de respons op de vragen van MIJN onderzoeksprogramma. Alles functioneerde prima. Het was gelukt!

Ik riep het uit. ‘Moet je zien! De gegevens van mijn onderzoek!!!’
De beelden volgden elkaar in snel tempo op. ‘Kijk toch eens! Die beelden tonen het percentage van neurotransmitters en hormonen in de mens die zorgen voor agressie. Is dat niet FANTASTISCH! De Aarde toont de concentraties van die stoffen in de mens die verantwoordelijk zijn voor haat en geweld. De witte regionen zijn perfect, ok - niets aan agressie. Geel is nog niet te slecht... maar daar liggen de potentiële brandhaarden voor een verre toekomst. Oranje, dat is een gevarenzone, daar waar de agressie in de nabije toekomst tot een bloedbad zou kunnen leiden. En rood... dat zijn de plaatsen waar het brandt, waar haat en agressie het leven bepalen, in het openbaar of ondergronds.’
Triomfantelijk draaide ik mij naar de anderen. ‘Kijk hoe rood Irak en Iran eruit zien! En Ierland! En Israël! Sudan! Zimbabwe! Myanmar! Het Vaticaan! De grens tussen de Verenigde Staten en Mexico! De neuronencellen-dialoog van agressie wordt hier in kaart gebracht! Begrijpen jullie wat dat betekent?! Stel je voor! Als we dit onderzoek wat uitbreiden kunnen we op termijn de agressie zien groeien lang voor zij in oorlogen uitbarst! De kleurveranderingen kunnen bijvoorbeeld gemeten worden tijdens een nieuwsuitzending, zo zal men het impact van het nieuws op de kijkers kunnen volgen. Het grote spectrum, van wit tot rood, laat ons toe om de agressie bij mensen te detecteren lang voordat de mensen zelf beseffen dat die in hem aanwezig is...’ droomde ik enthousiast luidop.

Ik liet alle binnengelopen foto’s afdrukken. Ondertussen vertelde ik honderduit hoe een minuscuul, compact, nietig maar uiterst snel doorstuur-en reduceerprogramma dat ik had uitgedacht en zelf had aangebracht in de satelliet, ervoor zorgde dat de foto’s zo scherp, gedetailleerd en aan zo’n snel tempo werden doorgestuurd. En dat ik zeer blij was dat deze keer mijn onderzoek niet afgeketst was geworden, dat ik hen allemaal zeer dankbaar was, uit het diepst van mijn hart, dat ze mij die enkele nog vrije megabytes in de satelliet hadden gegund.
‘Zo komt het dat er voor het eerst in de geschiedenis van de wetenschap een onderzoek naar de emotionele toestand van de mens wordt uitgevoerd vanuit de ruimte. Ingewikkelde biochemische gegevens en processen, precies waargenomen en in beeld gebracht vanuit een baan om de Aarde! Ongelooflijk!’

Ik stopte pas met praten toen ik de kwade, sombere blikken en de elektrisch geladen sfeer om me heen waarnam. Heel even maar dacht ik dat het om verwonderde bewondering ging. Er hing een grote dreiging in het lokaal. Als de satelliet op dit moment van deze plaats foto’s had genomen, dan zouden de beelden dieprood gekleurd zijn geweest.

De projectmanager verbrak de ijzige stilte met snijdende stem. ‘Als ik het goed begrijp hebt u een speciaal soort programma gemaakt en gebruikt om enorm veel gegevens sneller door te krijgen?
Een minuscuul, maar gesofisticeerd programma van luttele megabytjes?’
‘Precies! Een speciaal programma… Het werkt helemaal anders dan de doorsnee programma’s... het is door mij ontworpen... het werkt bijzonder, super, super, super, SU-PER snel.’
‘Het gaat dus om dat supersnelle programma dat u al eens aan ESA aangeboden hebt, en dat toen geweigerd werd?’
‘Heel juist!!! ESA heeft het toen geweigerd omdat alle andere apparatuur te traag was en dat alles zou moeten aangepast worden om niet in de war te raken door dit snelle programma.’
‘En dat programma hebt u deze keer wel de ruimte ingestuurd?’
‘Weer juist!!! Informatici van ESA hebben het goedgekeurd. Het is allemaal volgens het boekje verlopen. En het is een prachtig programma. Het zorgt voor overvloedige gegevens, haarscherpe beelden, en dat alles aan een enorm hoog tempo...’
De manager sprak tergend langzaam: ‘Mijnheer Geluck, uw programma werkt inderdaad zo supersnel dat geen van de andere onderzoeksprogramma’s nog de tijd krijgt om er zich tussen te wringen. Ik hoop dat we uw programma kunnen uitschakelen. Want anders kunnen we de rest van de proeven die we willen doen op onze buik schrijven.’

Zelfs ik, een groentje in de wereld van de ruimtevaart, wist hoe belangrijk het was dat hun onderzoeken slaagden. Anders kregen mijn collega’s geen geld meer van de sponsors en konden ze hun baantje vaarwel wuiven. Maar nooit had ik kunnen vermoeden dat hun programma’s zo ontzettend traag waren dat ze geen enkele boodschap meer zouden kunnen doorsturen naar de Aarde. Mijn programma legde de hand op de hele informatiestroom vanuit de satelliet.
Aarzelend zei ik dat ESA over geen enkel interventieprogramma beschikte om opnieuw controle te krijgen over de informatiestroom. Maar ik stelde me kandidaat om er zo meteen een te ontwerpen. Het
hoefde niet erg groot te zijn, en niet ingewikkeld. Het was kwestie van enkele uurtjes werk.
De projectmanager luisterde niet en eiste de tussenkomst van de Drie Goeroes.

De eerste, de Dikkerd, was zelf nauwelijks nog in staat tot enige lichaamsbeweging maar hij kon een computer alle kronkelingen laten aannemen die hij wilde. De tweede, een Schriel Blondje, jaagde alle bugs zo’n angst aan dat ze ogenblikkelijk in het niets verdwenen als zij er was, en de derde, de Piraat, kraakte moeiteloos elk bestand, kon alles superonzichtbaar maken en zelfs de meest hopeloos verloren verwijderde mappen of gegevens terug op het scherm toveren.

Eerst was ik blij dat ze er waren. Ik hoopte eindelijk te kunnen praten op mijn niveau, met mensen die mijn methode van werken zouden begrijpen. Ik legde het allemaal uit. ‘Het materiaal van ESA is traag, en daardoor overheerst mijn supersnelle experiment,’ begon ik.
De Drie Goeroes stonden er zwijgend, starend bij. Ongelovig volgden ze wat ik hen vertelde en vooral ook wat zich ondertussen op de verschillende schermen afspeelde. Mijn collega’s verwachtten gegevens over de vervuiling van de Aarde maar ze kregen de vervuiling van agressie te zien. Washington D.C. was mooi om te zien. Die zone was helemaal rood, agressie was er buiten alle proporties aanwezig. Het Witte Huis, Bloed-Rood! Dat was eveneens het geval met het Pentagon, wat te verwachten was. Zowat alle beslissingscentra van de wereld kleurden hoogrood.

Ik vond het echt fantastisch om de verspreiding van wereldse haat zomaar op het scherm te zien verschijnen en ik lachte en trappelde met mijn benen terwijl ik door alle beelden scrollde.
En er was nog veel meer mogelijk! Ik wilde de aanwezigheid van nog andere hormonen en neurotransmitters meten. Deze die instaan voor liefde, voor angst, voor vreugde, voor ontspanning... om uiteindelijk te komen tot een soort grote leugendetector. Inherent aan het mechanisme van meten was, dat het vanuit het open luchtledige zou moeten gebeuren, vanop de Aarde zou het niet functioneren. En dat kwam goed uit. Je zou alle gegevens kunnen raadplegen op het internet, zoals dat nu gebeurt voor ozonconcentraties, weerstoestanden en allerhande vervuilingen. Je zou een planeet-omspannende infobank krijgen. Je zou kunnen inzoomen op het huis van je buur, of op je bankfiliaal, en nagaan in hoeverre de mensen daar betrouwbaar en eerlijk zijn. Het was de mogelijkheid tot een wereldwijde eerlijkheid en ontspanning.

Niemand deelde mijn enthousiasme. De Piraat keek me strak en kil in de ogen.
‘Hou op met dat gegiechel en gewiebel, jongeman. Leg ons de technische gegevens van je programma uit en toon hoe we het kunnen vernietigen.’
Ik keek hem ontsteld aan. ‘Vernietigen?’ zei ik. ‘Dat hoeft helemaal niet. Ik schrijf simpelweg een interventieprogramma en alles komt in orde.’
‘Niks van! JIJ RAAKT DE COMPUTER NIET MEER AAN,’ riep de Piraat. ‘Leg het programma uit. Daarna beslissen wij zelf wel wat er verder moet gebeuren.’

Ik wist dat ik bekwaam was om het probleem efficiënt op te lossen, maar ik was verplicht om te doen wat ze me opdroegen. Ik zuchtte diep, haalde mijn schouders op en begon aan de technische uitleg. Ik hield het zo eenvoudig mogelijk, en toch hadden de Drie Goeroes, de supertechneuten, het niet makkelijk om mijn gedachtegang te volgen. Ook zij waren te traag.
Geconcentreerd zaten ze voor de schermen, als levende computers die met elektronische computers dialogeerden. Ze deden erg hun best, dat geef ik toe. Even vroeg ik me zelfs af of ze toch niet zo verwaand en betweterig waren als ik had gedacht, en hoopte ik dat ze mijn uitleg hadden begrepen.

Die illusie duurde niet lang. Plots begon de Piraat te toetsen. Hij deed net wat absoluut niet mocht.
Ik schreeuwde het uit. ‘Wat doe je nu! Je verminkt de inkomende gegevens en je verwijdert de reeds binnengelopen gegevens!’
‘Juist. Dat zijn bijkomende gevolgen van het programmaatje dat ik invoer om jouw programma te wissen.’
‘Maar heb je nu nog niet begrepen dat als je in mijn supersnelle programma inbreekt en er jouw destructiecode invoert, deze met de snelheid van mijn programma ook alle andere programma’s van de satelliet zal wissen! En dat we dus elke verbinding met de satelliet zullen verliezen!’ raasde ik.
Maar het was te laat.

‘Geen beeld meer!’ riep het Schriele Blondje.
‘Juist,’ antwoordde de Piraat. ‘Ik heb het programma van Piet uitgeschakeld.’
‘Je hebt álles uitgeschakeld!’ tierde ik, ziedend van woede.
Het Blondje probeerde zich weer toegang te verschaffen tot de satelliet, maar die antwoordde niet langer.
De Piraat werd lijkbleek. ‘Hij is weg. Spoorloos. Alsof hij daarboven niet ronddraait.’
Ik wilde ingrijpen om nog te redden wat er te redden viel maar de Dikkerd had het gezien. Dreigend kwam hij naast me staan en ik voelde er niets voor om langs die kwabberige, vette massa heen te kruipen. Dat zou weleens een megacrash voor al mijn botten en ingewanden kunnen inhouden.

Ik gaf het op. Temidden van alle herrie glipte ik naar de printer en haalde er de dertien foto’s van mijn project op. De haarscherpe beelden waarop de verdeling van neurotransmitters van agressie op de planeet te zien was vanuit de ruimte. Die foto’s waren het enige wat nog overbleef van het experiment.
Prachtig. Prachtig. Ze waren prachtig.

Toch was ik niet zo blij. Als die valse geleerden me dat kleine interventieprogramma hadden laten schrijven waren alle problemen opgelost geweest, terwijl er nu door hun fout een massa aan gegevens verloren ging – een hele satelliet verloren ging. Maar nooit, nooit ofte nimmer zouden de Drie Goeroes toegeven dat ik de situatie had kunnen oplossen en dat zij alles in het honderd hadden laten lopen. Integendeel, ze zouden met gemak iedereen kunnen overtuigen dat alles mijn fout was. Iedereen zou hen geloven, want iedereen dacht hen nodig te hebben.
Op dat ogenblik wist ik al dat mijn toekomst er niet echt rooskleurig uitzag. Hij was somber. Donkerder dan een nacht zonder maan en zonder sterren. En dat wil wat zeggen voor iemand die bij de ruimtevaart werkt!’

oOo


Râar en Zhîm lachten.
‘Het is maar goed dat je ontslagen bent, Piet. Anders zat je daar nog te knoeien, elke dag, elke week, elke maand, elk jaar, tussen die primitievelingen. Van negen tot vijf. Tot op je pensioenleeftijd. Terwijl je hier zit in the real thing!’ grijnsde Râar en hij showde zichzelf en Zhîm.
Pas dan besefte Piet waar hij de hele tijd naar had gekeken.
‘Râar… Wat is er met je gebeurd?’
Naast Piet zat een knappe jongeman. Lang, slank, met een open blik en in goede gezondheid. En vooral met een prachtige, diepbruine huid. De roodpaarse tint, de blauwachtige glans waren spoorloos verdwenen. Zijn gefronste wenkbrauwen, zijn hoofdpijn, zijn doffe ogen waren weggewerkt. Er bleven zelfs geen huidschilfers over van de zonneslag. Râar zag eruit alsof hij elke dag een halfuurtje in de zon had gelegen en zijn huid langzaam had laten wennen aan de straling.
Piet zelf voelde geen enkele seksuele opwinding bij het zien van die figuur, maar hij besefte wel dat elk meisje machteloos zou staan tegenover deze kerel.

Hij keek met grote ogen. Op een vreemde manier was het feit dat daar een knappe Râar zat die straalde van gezondheid veel moeilijker om aan te nemen dan alle beelden van de ruimte die de lichtbalk had getoond. Melkwegen, planeten, zonnen, sterren, de motor van een ruimteschip bestuderen, het was allemaal fantastisch maar het leek vrij normaal in vergelijking met deze lichamelijke metamorfose die de twee buitenaardsen hadden ondergaan.
Verwonderd draaide Piet zich naar Zhîm. Die zag er even goed uit. Zijn lichaam vertoonde geen enkel spoor van verbranding meer. Zelfs zijn opgezwollen buik was verdwenen. Als Piet niet beter wist, zou hij denken dat Zhîm klaar was voor een volgende uitgebreide maaltijd. Zhîm geurde fris en gedroeg zich opgewekt en fit. Hij lachte om de verbazing van die aardse mens.

‘Jullie zijn genezen?’ vroeg Piet, totaal overbodig.
‘Tiptop, helemaal,’ antwoordde Zhîm. ‘Dankjewel. Alles goed.’
‘Jullie zien er… hoe zal ik het zeggen… jullie zien er zelfs... een beetje aardser uit dan een uur geleden…’
De mannen knikten. ‘Dat komt door de Easy Repair Chair,’ zei Râar. ‘De trillingen ervan maken ons weer gezond. Ze herstellen ons evenwicht door een systeem dat… Ach, het is te lang om nu uit te leggen. Kort gezegd, als we in de Easy Repair Chair onder de lamp gaan liggen, wordt het evenwicht in het lichaam hersteld en daardoor geneest elke ziekte en elke wonde. Maar de Easy Chair werkt niet op zichzelf. Hij heeft energie nodig, en die haalt hij uit de omgeving waarin hij zich bevindt. Op die manier werkt de omgeving dus mee aan ons fysieke evenwicht, en daardoor komen we als vanzelf ook meer in evenwicht met de biosfeer van de planeet waar we verblijven. We spelen in dezelfde symfonie.’

‘Blijf gezellig zitten,’ zei Zhîm tot de verblufte Piet. ‘Dan vertellen we je alles. Ik haal drankjes.’
‘Een buitenaards drankje!’ glunderde Piet. ‘Iets lekker fris uit de kosmos?’
‘Ik maak je een tovercocktail,’ beloofde Râar.
‘Let op, Piet!’ zei Zhîm. ‘Râar heeft de bizarre gewoonte om een soort vloeistof te bereiden waar allerlei ingrediënten van een bizar chemisch recept aan worden toegevoegd. Mij smaakt het afgrijselijk.’
‘Volgens alle anderen die het ooit geprobeerd hebben is het dat ook,’ grinnikte Râar. ‘Maar dat komt omdat al die figuren slechte smaakpapillen hebben. Ik drink het ontzettend graag, en bovendien voel ik me fit als ik dat chemische wondermiddel gedronken heb.’
‘Wat drink jij meestal graag?’ vroeg Zhîm aan Piet.
‘Als ik geen alcohol neem, drink ik meestal een glas water. En in de zomer kap ik nogal wat zelfgemaakte gemberbiertjes naar binnen.’
‘Gemberbier? Hoe proeft dat?’
Piet begon aan een beschrijving van een pikante, frisse drank van mineraalwater vermengd met gember, rietsuiker, citroen en verse munt die heerlijk was om te drinken op hete zomerdagen. ‘Het heeft een heerlijk pikante, zure smaak. En het moet absoluut ijskoud opgediend worden,’ besloot hij.
‘Niet slecht,’ zei een geďnteresseerde Zhîm. Hij ging naar een kast, opende die, en Piet hoorde hoe zijn beschrijving van een gemberdrank herhaald werd aan Frč-Tadiqh, de keukenrobot. Die begon meteen te zoemen.

Het duurde niet lang of ze zaten gezellig samen, Râar met zijn tovercocktail, Piet en Zhîm met de pikante limonade die ‘Buitenaards Gemberbier’ gedoopt werd. Nieuwsgierig volgden de ufonauten de reacties van Piet toen hij zijn lippen aan zijn glas zette.
‘Wauw! Echt pikant! Niet te zoet! Perfect gemberbier!’ riep hij blij.
Zhîm proefde ook, en zijn ogen lichtten op. Râar werd wat afgunstig en mocht een slokje nemen van het glas van Zhîm. Onmiddellijk daarna ging hij opnieuw naar Frč-Tadiqh en vroeg om een nieuwe portie gemberbier, ditmaal voor hemzelf.
‘Het probleem met gemberbier is dat het meestal niet sterk genoeg is omdat er veel teveel suiker aan toegevoegd wordt. Daarom maak ik het mijne altijd zelf,’ legde Piet uit. ‘Maar jullie keukenrobot is niet de eerste de beste! Hij kent er beslist ook wat van!’

Tevreden kwam Râar terug. Nu had hij twee glazen, een tovercocktail en een glas vol ijsblokjes en gemberbier. Drinkend van die twee werelden vroeg hij aan Piet waar de foto’s gebleven waren die vanuit de ruimte genomen waren. Râar en Zhîm plooiden dubbel van het lachen toen Piet vertelde dat ze in de frituur achtergebleven waren, en dat sommige opgehangen waren tussen de posters van blote mannen en vrouwen op naturistencampings.
‘Als je ze sterk zou uitvergroten zou je op heel wat van mijn foto’s deze camping kunnen zien. Alleen jammer...’

‘Jammer... wat?’ vroeg Râar.
‘Wel, op de foto’s staat ook steeds een kleine, wazige, witte streep... ik heb me de hele tijd afgevraagd hoe dat kwam. Het is geen vliegtuig, geen satelliet, geen meteoor...’
‘Een witte streep?’ vroeg Zhîm.
‘Als we die streep zeer sterk zouden uitvergroten zouden we waarschijnlijk een ovale vorm zien.’
Zhîm en Râar barstten in lachen uit. ‘Een ovale vorm waar we op dit ogenblik in zitten te drinken en te lachen! En dié foto’s hangen in de frituur?’ vroeg Zhîm.
‘Ik heb ze geschonken aan Martine. Het was een... ruiloperatie. Als ik ze zou terugvragen, zou dat niet erg mooi overkomen. En ach, wat geeft het. Ze zitten onder de vlekken frietsaus. Die witte vlek van de ovale vorm valt niet meer te onderscheiden van de spatten mayonaise.’
‘Laat ze maar,’ zei Zhîm.
‘Die foto’s hangen daar goed,’ zei Râar. ‘Ik zal er wel eens naar gaan kijken, want nieuwsgierigheid is mijn grootste deugd.’
‘Soms verberg je iets het best in het openbaar.’ Met een panoramische zwaaibeweging toonde Zhîm het hele ruimtetuig dat open en bloot onopvallend op het kampeerterrein stond.
‘Tijd voor jullie verhaal!’ zei Piet en hij nipte nog eens aan zijn glas gemberbier.
‘Voor jou,’ begon Râar, ‘klinkt het misschien totaal onaannemelijk, maar we doorkruisten zomaar verschillende kosmossen, op goed geluk...’


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens