woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (7/33)
Gepubliceerd op: 08-12-2011 Aantal woorden: 2460
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1351
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (7/33)

Manon


(Waar waren we gebleven? Iedereen op de camping heeft een foto bemachtigd van Piet toen die nog lange blonde krullen had. Maar die krullen zijn zo lang niet meer)


Zich volledig kaal scheren was een goed idee geweest. Het gaf een pittig, tonifirend gevoel. Nu pas viel het Piet op hoe kleverig, plakkerig, kleffig okselhaar wel was. Om te zwijgen van de wee zweetgeur ervan. En hoe fris het aanvoelde tussen zijn benen sedert dat kluwen schaamhaar verdwenen was.
Niet iedereen was deze mening toegedaan. Op weg naar de zonneweide las Piet tegenstand in tientallen paren ogen die van zijn kale schedel afdaalden naar lagere, eveneens kale regionen. Men aanvaardde deze naaktheid niet en om er niet te moeten op ingaan wendde men zich af. Soms hoorde Piet de voorbijgangers nog wat mompelen. Bloot, akkoord, maar zo bloot! Extremist!

Van zijn kant vroeg Piet zich dan weer af wat er met veel van deze heren aan de hand was. Ze liepen rond met fotootjes in hun handen alsof ze niet zonder konden. Piet kon niet zien wat er op de fotos stond, en echt nieuwsgierig was hij ook niet. Hij zocht niet eens naar een verklaring voor dat gedrag. Hij haalde zijn schouders op en dacht dat die mensen misschien fotos met elkaar uitwisselden. Hij genoot van zijn volkomen naakte naaktheid. Dat was meer dan genoeg.

Op de zonneweide kreeg hij Rar en Zhm in het oog. De rare kwasten. Ze woonden in een afschuwelijke caravan. Als Zhm voedsel in zijn mond stak, leek het wel of hij de schok van zijn leven te verwerken kreeg en van enkele glaasjes wijn was hij al helemaal in de wind. En nu... ze hadden allebei zon ontzettend bleke huid, met die blauwe schijn erop en ze lagen open en bloot te bakken in de zon, zonder enige bescherming. Met alle gevolgen vandien, natuurlijk. De blauwe schijn had plaats gemaakt voor het knalrode van een gekookte kreeft. Die mannen waren echt wereldvreemd.
Wereldvreemd?
Een tweede keer bleef het brein van Piet hangen bij dat woord.
Wereldvreemd.

Piet stevende recht op de twee ongelukkigen af. Zonder enige omzichtigheid liep hij over matjes, badhanddoeken en rakelings langs opklapbare ligzetels. Onderweg gleed hij uit over flesjes olie, hij vertrappelde tubes zonnecrme, struikelde over de reusachtige voeten van een kortgestuikt individu, liet zich de huid volschelden en kreeg allerhande verwittigingen. Pas toch op! Regarde o tu vas!
Hij bereikte de twee mannen en schudde ze wakker.
Tureluurs staarde Rar hem aan, alsof hij nog nooit een mens gezien had. Bonjour! zei hij uiteindelijk en trok onmiddellijk een pijnlijke grimas.
Heb je je niet ingewreven met zonnecrme? riep Piet, hamerend op elke lettergreep. Je-moet-je-in-wrij-ven-an-ders-krijg-je-een-zonne-slag!
Zhm en Rar bleven hem aanstaren. Wat een woordenvloed! Zhm begreep het woord crme want dat had hij daarpas geproefd. Het was ijskoud en lekker. Moest je je daarmee inwrijven voordat je in de zon ging liggen?
Piet wees naar zijn huid, dan naar de zon, dan weer naar zijn huid.
Zhm knikte moeizaam en las in de ogen van Piet een grote ongerustheid.
Vanwaar komen jullie toch?! Willen jullie dd misschien? Je dient te weten dat de zon je huid verbrandt als je haar niet beschermt! In de stem van Piet lag zowaar ook nog een tikkeltje boosheid.

Rar was ook boos. Op zichzelf. Als ervaren ruimte-expeditieleider en planetenverkenner had hij zich te pletter gestunteld. Hij had genoegen genomen met de wetenschap dat de dampkring hier gelijkaardig was aan die van zijn planeet. Maar op de thuisplaneet liep iedereen altijd rond met een laag body-paint over de huid. En nu voelde hij zich helemaal verbrand, alsof hij zojuist bedolven was geworden onder zestien ton zout dat door de duizenden porin naar binnen drong.
Naast hem probeerde Zhm niet eens om zich op te richten. Zijn hoofd brandde alsof raketmotoren er op volle kracht in ronddraaiden. Zijn maag zwalpte van links naar rechts, van boven naar onder, als een dobberende satelliet die tevergeefs een vaste baan zoekt. Uit alle macht probeerde Zhm te verhinderen dat het voedsel langs de niet gebruikelijke weg gevacueerd zou worden. Hij zou het zonde vinden om al die lekkere groentenhapjes, de wijn, de kaasblokjes en olijven weer vrij te geven. Hij durfde nauwelijks om zich heen te kijken. De omgeving leek troebel, alles zwalpte en kwam in tweevoud terug. Er waren twee Raren, twee Pieten en hij had vier benen...

Gedecideerd trok Piet hen recht. Je moet naar de caravan. Naar de caravan!
Caravan! Daar had je dat grappige woord weer. Zhm en Rar knikten en begrepen maar al te goed dat ze zo snel mogelijk naar Khasrol13 moesten. Naar Khasrol13... Kreunend kwamen ze recht en zetten zich waggelend in beweging. De groengrijze Zhm sloeg beide armen rond de schouders van Piet en hing erbij als een zak aardappelen. Hij voerde een soort stappende bewegingen uit die voor Piet van geen enkel nut waren - integendeel.

oOo


Met zijn hand drukte Rar op de wand naast de deur terwijl hij van onder zijn oogleden naar Piet gluurde. De deur zoemde open, tot grote verwondering van Piet. Van onder zijn oogleden gluurde Piet naar Rar. Hun blikken kruisten elkaar. Maar Piet had niet de tijd om het ultramoderne mechanisme van de deur nader te bekijken, want Zhm slaagde er niet in om zelfstandig het trapje te beklimmen. Piet greep zijn versufte lichaam onder de oksels en trok hem naar binnen.
Even later lagen de twee wrakken koortsig ziek in een soort kuipzetel.
De lamp. Hier boven mij, zei Rar.
Wil je dat ik de lamp aandoe? Hoe doe ik dat?
De sensor naast je vinger... gewoon even aanraken
Piet keek naar zijn hand en zag een klein, helder lichtvlekje naast zijn wijsvinger. Dat moest de sensor zijn. Hij raakte hem aan en de lampen boven de zetels floepten aan. Niet met het verblindende licht
dat hij verwachtte, wel met een zwak, groenig licht waarin ontelbare minuscule, spetterende rode vlekjes fonkelden.
Bedankt, Piet, zei Rar. Laat ons een halfuurtje rusten onder de lamp. Niet langer. Ondertussen snuffel je maar wat rond.
Zhm zei niets. Die lag al te slapen onder de groene trillingen en de rode stipjes. Ook Rar doezelde weg. Weldra hoorde Piet alleen nog de rustige ademhaling van de twee vreemde kerels. Hij keek hen bijna vertederd aan. Net twee slapende kwajongens. Hij wist niet dat de soezende Rar hem de hele tijd in het oog zou blijven houden, zelfs in zijn diepste slaap, van onder zijn half gesloten oogleden.

Piet liet hij zijn ogen rondgaan in die wereldvreemde caravan. Er waren de twee hypermoderne kuipzetels met hun lampen. De zetels konden gedraaid worden in alle mogelijke richtingen, ook helemaal naar de wand toe. Tegen die wand bevond zich zeer gesofisticeerde apparatuur, net een dashboard, die bestuurd kon worden vanuit de kuipzetels. Het dashboard zag er nog veel ingewikkelder uit dan dat van een Airbus 350. Maar er was geen venster om naar buiten te kijken, alleen een blinde wand. Daardoor had het geheel meer weg van de cockpit van een flight simulator.
De vloer was helemaal vrij. Hoewel... in het midden was een heel groot vierkant getekend. In dat vierkant bevond zich niets. Precies boven het vierkant op de grond bevond zich een identiek vierkant, op het plafond.
Her en der waren er ook wel ingemaakte kasten, maar nooit hoger dan een meter. Achteraan in de ufo was op heuphoogte een schuin tafelblad gemonteerd. Piet ging er vlakbij staan en zag dat het vol stond met sensoren zoals die boven de kuipzetels. Maar de tekens op de sensoren waren in een onbekende taal. Toch kon Piet zich niet bedwingen. Hij raakte een van de sensoren aan. Er volgde een zacht gezoem. Op de blinde wand voor hem verschenen allerlei formules, strepen, grafieken - alles in 3D en in kleur.
En onbegrijpelijk. Met zijn vinger gleed Piet over een van de tekens die opgedoken waren op de wand, en ineens veranderde het gezoem van toonhoogte. Piet schrok hevig.

Midden in de ufo, tussen de twee vierkanten op het plafond en op de grond, was een verbinding van licht ontstaan. Maar dit was slechts het begin. In de balk van licht doken de melkwegstelsels van de kosmos op... Traag en behoedzaam wandelde Piet om de lichtbalk heen en bestudeerde hem vanuit alle hoeken. Synchroon met zijn bewegingen veranderden op de wanden om hem heen formules, lijnen en kleuren.
Het was om gek te worden van opwinding. Die twee in hun kuipzeteltjes kwamen duidelijk niet van de planeet Mars, maar van veel, veel verder. En ze vertrouwden hem. Hem, Piet Geluck. Hij kon zijn geluk niet op.
De lichtbalk toonde de hele kosmos, in drie dimensies. Piet voelde de onbedwingbare drang opwellen om met zijn hand in het licht te duiken en een sterrenstelsel te grijpen. Aan die verleiding kon hij
onmogelijk weerstaan.

Zijn hand gleed de lichtbalk in. Meteen verschenen op alle wanden rondom hem nog meer formules, tekens, cordinaten... allemaal even onbegrijpelijk. Hij trok zijn hand terug, maar hoe meer hij zijn hand terugtrok, hoe groter en groter het aangeraakte melkwegstelsel werd.
Hij had als het ware n galaxie uit de kosmos gesoleerd. Zij vulde de hele lichtbalk. Toeval of niet, het was de eigen melkweg.
Het was dan ook niet moeilijk voor Piet om daarin de eigen zon en de eigen planeet te ontdekken. Zijn hand gleed opnieuw in de balk. Met zijn vinger raakte hij doelbewust de eigen, gekende zon aan. En jawel: wanneer hij zijn hand terugtrok zoemde de galaxie open tot de balk helemaal gevuld was met het eigen zonnestelsel, dat waar planeet Aarde in ronddraaide.
Vervolgens raakte Piet de Aarde aan tot ze de hele balk vulde. Daarna Europa. Dan Frankrijk. De plaats waar de camping gelegen was... En... op die plaats zag hij de ufo staan. De ufo waar hij thans in rondkeek. Uiteindelijk raakte hij met zijn vinger de ufo aan. Onmiddellijk vulde de ufo de volledige ruimte van de balk.
Piet ontdekte dat hij de ufo in de balk kon laten kantelen, naar links, naar rechts, hij kon hem draaien, ondersteboven keren... zo ontdekte hij wat hij eerder nog niet gezien had: de onderkant van de ufo.
Daar zat een ei. Iets groter dan een rugbybal.
Piet raakte de ovale vorm aan. De volledige lichtbalk vulde zich met het ei.
Op de schermen om hem heen verscheen een ritmische, zich steeds weer herhalende opeenvolging van blokken, elk blok met een eigen inhoud van onleesbare tekens. Piet bleef er even nadenkend naar staren.
Dan kreeg hij de schok van zijn leven.

De inhoud van de blokken kon hij niet ontcijferen, maar het ritme waarmee deze blokken opdoken en met elkaar relateerden, was hem welbekend. Ze verplaatsten zich telkens met eenzelfde ritme en op dezelfde manier ten opzichte van elkaar. Zoals het ritme van zijn eigen onderzoeksprogramma dat hij bij ESA had uitgedacht. Ook in zijn programma kwamen de formules steeds weer terug, en nog wel in exact dezelfde ritmes en opeenvolgingen als deze die op het scherm dansten.
Nu was zijn nieuwsgierigheid echt ten top gedreven. Het was alsof hij muziek had gecomponeerd die nu door een buitenaards orkest gespeeld werd. Piet wilde net zijn vinger in het ei brengen, toen hij achter zich een rustige stem hoorde: Niet doen, Piet. Afblijven.
Geschrokken draaide hij zich om. Hij staarde in de gezichten van twee gebruinde beach boys. Rar en Zhm.
Je gaat je neusje steken in ons besturings- en aandrijvingssysteem. Het ruimtetuig Khasrol13 waar we ons in bevinden heeft wel ruimtepech, en de takeldienst is al onderweg, maar we kunnen toch niet voorzien wat je allemaal zal aanrichten door in dat ei te gaan rondneuzen. vervolgde Zhm.
Bovendien zit er een automatisch zelfvernietigingssysteem in Khasrol13 en al kan niemand daar zomaar bij, toch is het veiliger om je enthousiasme wat te temperen en daarvan af te blijven, vulde Rar aan.

Piet moest gaan zitten. Ik zit in het besturingssysteem van jullie caravan? stamelde hij. Van jullie... ufo, bedoel ik?
Ja, het besturingssysteem van ons ruimtetuig. Het ei dient voor de aandrijving van Khasrol13, antwoordde Zhm.
Sommige elementen... van dit programma... ik meen ze te... herkennen... bracht Piet er aarzelend uit.
Nu keken Rar en Zhm verrast. Ze hadden gedacht dat ze Piet helemaal zouden overbluffen, maar het was hun beurt om overbluft te zijn. Wanneer ze op nieuwe werelden vertelden dat ze van een andere planeet kwamen, reageerden de wezens gewoonlijk met afwijzing, ongeloof en angst. Deze keer stonden de twee verkenners tegenover iemand die hen liet weten dat hij enig inzicht had in hun meest ingewikkelde mechanismes van aandrijving. En dat op een primitieve planeet waar de mensen bloot leefden en hoop en al een paar uur werkten per dag, en voor de rest... eten, slapen, in de zon liggen en keuvelen met elkaar.
Hoe komt het dat je niet van je stokje gaat bij het horen van dat nieuws? vroeg Zhm.
De ruimte is mij niet helemaal onbekend. Tot voor kort werkte ik bij de Europese ruimtevaart aan een project dat van dergelijk systeem gebruik maakt. Helaas vonden mijn bazen het programma te ingewikkeld, te snel, te moeilijk. Daarom hebben ze me enkele dagen geleden ontslagen.
Zhm keek nog verblufter. Enkele dagen geleden ontslagen? zei hij. En nu zit je hier, in een echt ruimtetuig, dat zich voortbeweegt op basis van jouw theorie?!
Piet knikte.
Daar stonden ze dan, alle drie. Ze wisten niets te zeggen.

Plots stak Rar zijn rechterhand uit naar Piet. Welkom aan boord, copain! Ik denk dat we elkaar nog heel wat te vertellen hebben. Laten we er gezellig bij gaan zitten.
Ze lieten Piet zijn hele verhaal doen.
Ik heb maar enkele elementen herkend hoor, begon Piet, het is niet meer dan een flard van iets wat ik meen te herkennen in jullie programma. Het programma dat, zoals jullie zeggen, te maken heeft met de aandrijving, evenwicht en stabiliteit van Khasrol13. Ik zag blokjes van symbolen, of van wat dan ook, die telkens terugkwamen, en ze deden dat in dezelfde volgorde, ze volgden hetzelfde ritme, vormden dezelfde relaties als de blokjescode van mijn eigen programma. Enkele dagen geleden zat ik, zoals iedereen bij ESA, in mijn bureau te wachten op de gegevens uit de ruimte. Ze zouden zo dadelijk binnenstromen...

(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: Camping Martinature

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Ren Claessens