donderdag 26 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (6/33)
Gepubliceerd op: 01-12-2011 Aantal woorden: 2361
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1433
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (6/33)

Manon


(Waar waren we gebleven? Hoe zat het nog met de Amerikaanse spionnen? Chuck lag op de zonneweide de auto van Piet in de gaten te houden, terwijl Buck naar de stad was vertrokken om er behoorlijk kampeermateriaal te halen…)


Op de zonneweide liggend en leunend op zijn ellebogen bestudeerde Chuck de gezichten om hem heen. Buck kende een gezicht perfect uit het hoofd zodra hij het één keer gezien had, Chuck niet. Voor hem was een foto een must, de enige manier om een gelaat langzaam, zeer langzaam in zich op te nemen. Het enige detail dat hij tot nu toe in zijn hoofd had opgeslagen van Piet Geluck, waren de lange blonde krullen.
De concurrent van de Sûreté Nationale beschikte evenmin over een uitgbreid geheugen. Ook hij had een foto bij zich en hij volgde hetzelfde rituele gedrag als Chuck: kijken in de handpalm, dan de blik laten dwalen over de omgeving. Zijn ogen gleden van gelaat naar gelaat naar gelaat, zonder evenwel de aanblik van enkele schaarse vrouwenborsten te ontwijken. Daar poseerden zijn ogen altijd voor
langere tijd, tot hij toch maar verderging, plichtsgetrouw.

Alles bij elkaar waren er precies vier geheime agenten op de camping die wisten wie ze zochten: Chuck en Buck hadden de foto gegapt tijdens het doorzoeken van het appartement van Piet Geluck en Jean en François, de twee Franse spionnen, hadden er een gekregen van de Sûreté Nationale. Alle andere spionnen moesten hun werk doen zonder de foto en zonder enige informatie over de persoon waar het allemaal om te doen was. Eigenlijk was het nogal grappig. Geheime agenten van alle denkbare landen waren hier aanwezig zonder te weten wat ze kwamen doen. Ze hadden de opdracht om iemand op te sporen, maar hadden er geen flauw idee van wie dat was noch waarom ze hem zochten. Het enige wat ze door hadden was dat de Amerikanen het profiel van de gezochte persoon kenden, en dat deze opdracht iets te maken had met eigenaardige waarnemingen van een ufo. Dat was wel het waanzinnigste van de hele situatie: geen van de geheime agenten geloofde in het bestaan van vliegende schotels of marsmannetjes.

Chuck kreeg er langzamerhand meer dan genoeg van om steeds weer naar dat hoofd in zijn hand te kijken en daarna naar de gezichten om hem heen. En het werd hem te heet onder de zon die langzaam naar het zenith klom. Verlangend keek hij naar zijn collega’s die regelmatig een frisse duik namen in het zwembad. Ja, hij moest de auto van Piet Geluck in het oog houden, maar daar begon hij ook stilletjesaan genoeg van te krijgen. Chuck vond dat het zeer, zeer onwaarschijnlijk was dat Geluck net zou opdagen op het ogenblik dat hij in het water dook. Daar bestond slechts een klein waterkansje voor. Dan was er nog veel meer kans dat er effectief een ufo op de camping zou staan.

Chuck stopte de foto van Piet onder zijn badhanddoek en sprong in het water. Hij trok lijntjes in schoolslag, crawl en rugslag tot hij een kilometer had gezwommen en ging dan over op lijntjes trekken onder water. Hij vond het altijd bijzonder komisch om andere zwemmers van onderen te bekijken, rompen zonder hoofd die stuiptrekkingen maakten met armen en benen.
Te lang kon hij zich dat plezier echter niet gunnen. Hij kwam weer boven water, kroop uit het zwembad en keerde terug naar zijn rustige plekje. Uitpuffend op zijn handdoek liet hij zijn huid drogen door een zacht briesje en door de warme zonnestralen. Genoegzaam sloot hij zijn ogen. Maar niet zijn oren, want rondom hem werden sommige geheime agenten loslippig. Chuck beluisterde hun roddels aandachtig.

Een Letzeburgse geheim agent vond het helemaal te gek om naar Marsmannetjes te zoeken rond het zwenbad van een naturistencamping.
Een Spaanse collega beschreef deze hele situatie vooral als zalig.In zijn eigen land had hij wel zon in overvloed, maar hier kon hij er pas echt van genieten. Hij geloofde ook niet in groene mannetjes.
Een Zwitser bekende dat zijn geloof niet verder reikte dan geloof in alpenhoorns, koekoeksklokken en raclette. Groene mannetjes, dat ging ook hem te ver.
De Duitser beweerde dat wie fantaseerde over groene mannetjes gewoon geen wetenschappelijke geest had. Und Schluss damit!
Van alle kanten werd er instemmend gegromd.
‘Je moet echt Amerikaan zijn om die fabels te geloven.’
‘Ze hebben zwevende gedachten.’
‘Ze geloven zoveel ongelooflijke dingen. Zelfs dat ze de heersers van deze planeet zijn.’
‘Met een president, zo gevaarlijk en zo dom dat je hem nog niet eens met waterpistooltjes zou laten spelen.’
‘Maar ik zal mijn bazen toch lekker niet overtuigen om me terug te halen!’ kwam de Belgische spion tussenbeide. ‘Weet je wel hoeveel graden het op dit ogenblik is in België? Hebben jullie er enig idee van hoeveel wolken daar nu hangen, in die vochtige streek? Hier is het zomer, maar in den Belgique kennen we alleen maar winter en herfst. Soms is het daar wel warm, maar dat duurt dan ocharme amper een week. ’t Is niet eerlijk! ’t Is niet just! Ik ga niet eerder terug dan dat ik moet!’
Opnieuw werd door iedereen zeer instemmend gegromd en geknikt.

Dan viel het gesprek helemaal stil. In de ban van de zaligheid van de naturistencamping doken de mannen weg in de gezellige warmte van het zuiderse klimaat.
Met een glimlach om zijn lippen liet ook Chuck zich wegzakken in een diepe ontspanning. Hij had gezwommen. Hij had collega’s overhoord. Net zoals hijzelf geloofden zij geen bal van het verhaal over een ongekend ruimtetuig dat hier ergens zou zijn neergestreken. De president als opgeblazen kikker, dat vond Chuck allesbehalve overdreven. Helemaal niet verkeerd. Eerder accuraat juist. Nee, Chuck geloofde ook niet in de geruchten over een ufo, maar één ding was zeker: zijn eigen ongeloof en het ongeloof van de anderen zou het werk er stukken makkelijker op maken. Geen van de aanwezige spionnen zou grote inspanningen leveren om het doel van de missie te bereiken.

Hij lag te soezen in de zon, liet zich meedrijven op droombeelden van eindeloze vakanties... ineens openden zijn ogen zich. Chuck graaide onder zijn badhanddoek. Zenuwachtig zocht hij tussen de grassprieten, hij tastte grondig de aarde af, nog grondiger, ging dan rechtop staan en trok de handdoek weg.
Hij vloekte luid.
De foto van Piet was weg.

oOo


Buck kwam terug uit de stad met een comfortabele, ruime tent, erg sterk en voor vier personen. Hij had ook isolatiematjes, slaapzakken, toiletgerief en zelfs kookmateriaal gekocht. Alles voor een heerlijke, lange vakantie en het bereiden van lekkere maaltijden was aanwezig.
Onder het grondzeil van de nieuwe tent begroeven Buck en Chuck hun wapens. Ze mochten er niet mee rondlopen op de camping, en op die manier bleven hun wapens onzichtbaar maar toch direct binnen handbereik. Het meer gesofisticeerde materiaal, laptops, printer, scanner… lieten ze in de brandkast van de auto.
‘We zullen al die spullen toch niet nodig hebben,’ glimlachte Chuck.
‘We hebben nog altijd geen ufo gevonden. Hoe zou men zo’n vliegende schotel ook kunnen verbergen op een naturistencamping! En hoe zouden die groene mannetjes hier in hun blootje kunnen rondlopen zonder op te vallen?’
‘Een ufo zullen we niet vinden, nee, en groene mannetjes evenmin. Maar we moeten die Geluck opsporen en de foto’s bemachtigen die hij vanuit de ruimte heeft gemaakt. Daar staat iets op wat onze ministers erg interesseert. En ik ben toch wel ergens nieuwsgierig of die Geluck hier eventueel meer over weet... zou mij niks verbazen, trouwens.’
‘Als alles meevalt, zal onze opdracht veel te snel voltooid zijn.’
‘Ja, ook voor mijn part mag die nog een tijdje duren,’ grijnsde Buck.
Chuck knikte. En repte met geen woord over de verdwenen foto van Piet.

oOo


Toen de nieuwe tent recht stond, zochten Buck en Chuck hun uitkijkpost in de zonneweide weer op. Vanop hun gloednieuwe, mollige badhanddoeken waar de prijs nog aanhing, hielden ze de oude Panhard in het oog. Daar stond geen prijs meer op.
Om hen heen lagen zoveel van hun collega’s dat ze zich bijna op een internationale meeting van geheime agenten waanden. Tussen al die collega’s lagen die twee verschrikkelijk bleke mannen in volle zon te slapen. Nog wat verder zat dat kortgestuikte individu, voorovergebogen, met grote bologen en open mond, rond te kijken.
Vanuit de frituur weerklonk het geluid van potten en pannen.
Maar nergens een blonde krullenbol.

Er viel Buck iets anders op dat hem vreemd voorkwam. Dat kortgestuikte individu met grote bologen, beslist geen spion, liep over de zonneweide met open en bloot in zijn ene hand een slagersmes en in zijn andere hand een foto. Van kilometers ver had Buck kunnen zien dat het de pasfoto van Piet Geluck was.
Bovendien gluurden alle collega-spionnen op de zonneweide steeds weer naar iets in hun toiletzakje of naar iets dat ze in hun handpalm hielden. Daarna keken ze om zich heen en namen iedereen goed in
zich op. Het was het gekende scenario dat de twee Amerikanen en de twee Fransen al de hele dag lang gevolgd hadden. Nu werd dat dansje ook door de anderen gedanst. Dat was nieuw.

‘Wat is dat? Waar zijn al die kerels mee bezig?’ Buck klonk hevig verontrust, maar hij kon onmogelijk vermoeden welke laaiende angsten op dit ogenblik door het binnenste van zijn collega raasden.
Chuck voelde nattigheid. ‘Ik moet plassen!’ riep hij en bolde af.
Als geheim agent was hij ervan doordrongen dat niemand ooit de waarheid sprak en dat liegen altijd beter was dan de dingen zeggen zoals ze waren. Hoe ingewikkelder hoe beter. Zich verschuilen achter
onontwarbare informatie, gejat van anderen, en zo als overwinnaar uit de bus komen, dat was de beste werkwijze. Als dat op een sisser dreigde uit te lopen en het echt te heet werd onder je voeten, dan bleef er maar één oplossing over: de plaat poetsen.

Nog voor hij de toiletten bereikt had, had Buck hem bijgebeend.
‘Ik denk dat je mij wat te vertellen hebt?’ vroeg hij.
Chuck, die nu werkelijk heel dringend moest, antwoordde snel. ‘De foto van Piet Geluck is gestolen terwijl ik was gaan zwemmen. Maar hier heb je er een kopie van.’ Hij duwde Buck een stuk papier in de hand en verdween in een van de toiletten.
Buck reageerde alsof een vlijmscherpe naald in zijn ballen was gestoken en bleef als versteend staan. ‘Wat? Wat zég je???!!! De foto is GEPIKT???? En uiteraard weet je niet door WIE?’
Hij realiseerde zich de domheid van de vraag, hij was immers omringd door dieven van de foto. Allemaal hadden ze hem van elkaar gejat. Of... Buck durfde er zelfs een ton Franse wijn op te verwedden dat het de Japanners waren die voor iedereen kopies van de foto hadden gemaakt, inclusief voor die rare Boloog. Dat leidde hij af uit de kwaliteit van de kopie. Die was beter dan het origineel.

Buck liep Chuck achterna en beukte op de deur van de wc.
‘Weet je wel wat dat betekent! Nu lopen al onze collega’s ook met de foto van Geluck rond! Straks vinden zij hem eerder dan wij, en als Geluck belangrijk materiaal heeft over buitenaardsen, gaan zij ermee aan de haal!’
Van op de pot begreep Chuck dat dit maar al te waar was, en ook dat Buck uiterst razend was. Zelfs de elementaire regel dat hij heel stilletjes moest praten omdat concurrenten hem anders konden overhoren zag hij over het hoofd.

Buck bleef op de deur bonken. Plots ging het toilet open. Een rosse vent met een kilt keek hem recht in de ogen. Eerst dacht Buck dat de persoon een dame was. Hij wilde haar erop wijzen dat ze zich in de
mannenwc’s bevond, maar dan besefte hij dat vrouwen geen baard dragen. En dat op een naturistencamping de scheiding tussen mannen en vrouwenwc’s niet eens bestond. De Schotse geheim agent toonde hem de foto van Piet Geluck in zijn hand. ‘Have you seen this guy?’
De Schot grijnsde breed en zonder op een antwoord te wachten liep hij door, een deuntje neuriënd, nasaal. Net een doedelzak.

‘Ik weet het,’ klonk het zuchtend vanuit het toilet van Chuck. ‘Het is jammer maar het is nu zo. De foto is weg en de Japanners hebben ons een nieuwe afdruk bezorgd. En laat mij nu kakken.’
Buck en Chuck kenden elkaar al zo lang, ze waren altijd vrienden geweest en waren het altijd gebleven. Chuck begreep niet waarom Buck zo ontzettend ontevreden was. Hij had hem tenslotte toch de ware toedracht van de zaak verteld, en dat was bijzonder dapper geweest. Moest een mooie vriendschap op zoiets stuklopen? Chuck voelde een krop in zijn keel opkomen tegelijk met de bevrijding van de ontlasting.
Op dat moment merkte hij tot zijn ontsteltenis dat er geen toiletpapier meer was in zijn wc.
‘Buck!’ fluisterde hij voorzichtig. ‘Kan je kijken of er hiernaast nog toiletpapier ligt en een rol doorgeven boven de deur?’
Het bleef even stil.
En dan kregen ze ineens door hoe belachelijk geïrriteerde ruziemakers zich kunnen gedragen. Tegelijk schoten ze in de lach.
Chuck ving de rol behendig op en Buck bleef maar lachen: ‘Bij tijd en wijle een stresserend beroep, spion zijn. Maar nooit zo erg als een toilet zonder wc-papier!’

oOo


Op de hele camping liepen concurrerende spionnen ongegeneerd en betekenisvol glimlachend rond met de foto van Piet Geluck.
‘Eén-nul,’ zei Buck. ‘Maar wie laatst lacht, best lacht. Want zelfs als onze concurrenten die Piet Geluck vinden, weten ze nog altijd niet wat ze ermee aan moeten. Wij zijn de enigen die weten waarom we hem zoeken.’
‘Trouwens, wij zullen toch de eersten zijn om hem te ontdekken,’
verzekerde Chuck hem.


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens