woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Manon - Camping Martinatuur (4/33)
Gepubliceerd op: 17-11-2011 Aantal woorden: 4229
Laatste wijziging: 27-07-2015 Aantal views: 1604
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Manon - Camping Martinatuur (4/33)

Manon


(Waar waren we gebleven? Wel, de ufonauten verkenden volop de heerlijkheden van het naturistenleven op aarde, en ook de geheime agenten ginfen op onderzoek uit. Naakt, en zonder wapens! Ondertussen lag Piet nog altijd in zijn tentje te snurken…)


Laag, vlak boven het gras aanschouwde een vrouwelijke mug de wereld in infrarood. Dat was haar manier om de wereld te zien, helemaal aangepast aan haar levensbehoeften. Met haar infrarode facetoogjes ontdekte ze gemakkelijk behaaglijk warme en vooral voedzame plekjes.
Ze was niet de enige mug. Er hing nog meer hoog trillend gezoem in de lucht. Een voor een streken de muggen neer op hun rijke maaltijd – twee bleke kuitbenen die vanonder een tentzeil uitkwamen. Ze prikten en zogen zich zat.

Vloekend trok Piet zijn benen naar binnen en begon zich fanatiek te krabben. Zo fanatiek dat hij met zijn hoofd tegen het lage dak van zijn tent botste. Door deze schok wankelde de hele constructie, waarvan toch al niet kon gezegd worden dat hij recht had gestaan. Hoe het kwam dat zijn benen buiten de tent waren geraakt terwijl die zo uitgestrekt en laag bij de grond was opgetrokken, was voor Piet een raadsel. Maar die verdomde muggen hadden dat wel gezien, en ze hadden hem heel
stevig beetgepakt.

Piet hield op met krabben toen hij merkte dat hij zijn hoofd niet langer kon bewegen. Zijn haar zat onontwarbaar verstrengeld in een mengelmoes van touw, kleefband, schoenveters en de ritssluiting van het tentzeil. Hoe meer hij probeerde los te komen, hoe minder hij kon bewegen. Hij leek de gevangene van een kleverige vliegenvangertape.
Zo hevig was hij verwikkeld in het gevecht om vrij te geraken, dat hij niet eens hoorde hoe buiten de tent twee Japanners met elkaar praatten. Nog minder merkte hij het enthousiaste geklik van hun
fototoestellen. Piet vocht dapper verder naar zijn vrijheid, maar na een tijdje moest hij wel beseffen dat hij door trekken, duwen en vloeken die vrijheid nooit zou bereiken – dat hij integendeel zijn vrijheid meer en meer aan banden legde.

oOo



Elke dag deed Martine de ronde van het kampeerterrein. Ze poetste het sanitair, gooide een oogje op alle tenten en caravans en ging na of er geen problemen waren. Gewoonlijk deed ze haar ronde niet meer dan één keer per dag, maar vandaag had ze hem al twee keer gedaan. Telkens was ze vertraagd bij de tent van Piet. Daar veranderde haar ochtendcontrole in een uiterst traag slenterwandelingetje. Haar blik gleed af naar de witte kuitbenen die onder het tentzeil vandaan staken, ze luisterde naar de lange ademhaling van een vredige, diepe slaper. Dan drentelde ze verder, langzaam, en nam ze zich voor om nog eens te komen kijken tijdens een volgende ronde.

Haar derde controletocht verliep anders. Twee Japanners die neerhurkten voor de tent van Piet trokken haar aandacht. Ze waren bloot, maar daar was niet veel van te zien: om hun hals droegen ze elk een heleboel fototoestellen met daarop nog een paar tele-objectieven, groothoeklenzen, lenzen voor micro-opnamen... En in hun handen klemden ze nog een fototoestel. Ze toonden een grote belangstelling
voor de laag uitgestrekte tent van Piet en fotografeerden hem vanuit alle hoeken.
Martine was woedend. ‘Ben je nooit eerder naar een naturistencamping geweest?’ riep ze terwijl ze kwam aanhollen. ‘Weet je dan niet dat het strikt verboden is om hier foto’s te nemen!!’
De Japanners glimlachten, stonden recht en maakten buiginkjes, maar hun kennis van het Frans was niet zo groot dat ze onmiddellijk stopten met fotograferen. Ze knikten en klikten lustig verder.
De tent van Piet was dan ook een bezienswaardigheid. Zijn diepe ademhaling was opgehouden en zijn witte kuitbenen waren verdwenen. In plaats daarvan verschenen steeds weer bizarre bulten en uitstulpingen in het tentzeil, geaccentueerd met gevloek, gemompel, gegrom.

Met alle denkbare en ondenkbare middelen probeerde Martine de Japanners duidelijk te maken dat ‘voyeurs’, ‘voyeurisme’ en ‘voyeuristen’ niet toegelaten waren op een domein voor naturisme.
Opnieuw knikten en glimlachten de Japanners beleefd, maakten ze af en toe een buiginkje, maar tussendoor bleven ze wel foto’s maken van de bewegende tent.
Martine probeerde gebarentaal en mimiek, met als enige resultaat dat de Japanners haar nu ook op film vastlegden!
Ten einde raad stapte Martine op een van de mannen af, griste het fototoestel uit zijn handen en haakte de andere toestellen een voor een van zijn nek. De man was verbluft maar hij liet haar begaan zonder te protesteren. Japanners zijn opgegroeid binnen een heel zware conditionering die hen aanleert steeds
beleefd te blijven en het nooit zichtbaar oneens te zijn met de gesprekspartner. Dus bleef de man beleefd glimlachen. Martine deponeerde zijn fototoestellen in de emmer die ze bij zich had en begon
daarna de tweede Japanner te plukken.
‘Zo!’ riep ze boos. ‘Als jullie je fototoestellen terug willen, moet je ze bij mij komen halen aan de receptie. Maar dan krijg je geen toegang meer tot het terrein!’
Het kon haar niet schelen of de mannen haar Franse woorden begrepen of niet. Ze moesten zelf de gevoeligheid hebben om te beseffen dat je geen foto’s van andere bezoekers kan nemen op een
naturistencamping. Zoiets behoefde toch geen uitleg?

Helaas, Japanners zijn verzot op foto’s en fototoestellen en dit westerse gedrag was voor hen een raadsel. Niet begrijpend hadden ze toegekeken hoe Martine haar emmer vulde. De laatste nieuwe digitale camera’s! De laatste Japanse snufjes! Het duurste spul van de wereld, speciaal gemaakt op de maat van de internationale inlichtingendienst van Japan, was hen zomaar afgenomen. En nog wel door een vrouw! Dat mens had de toestellen in een emmer gepropt alsof het plastic wegwerptoestelletjes waren! De Japanners stonden er totaal beduusd bij, nog steeds automatisch knikkend en buigend.
Plots werden ze een raar gevoelen van koude op hun borst en buik gewaar.
Ze voelden zich als een samoerai zonder zwaard.
Naakt.

oOo


Vanuit de struiken aan de overkant hadden twee Fransen van de Sûreté Nationale het toneeltje gadegeslagen met een brede, lachende grijns op hun gezicht en met schouders die kleine, schokkende
beweginkjes maakten. De grijns en de schokkende schouders verdwenen toen Martine ook hen strak aankeek. In haar houding lag nog altijd dezelfde woede.
‘En jullie daar! Zit niet zo te lachen en doe je radio uit! Je weet best dat die slechts lawaai mag maken binnen de tent of caravan, en dat hij onhoorbaar moet blijven voor de rest van de camping!’
Ze wachtte niet op een reactie en had geen zin meer in uitleg of onderhandelen. Ze liep op de struiken af en even later lag de in beslag genomen radio bij de fototoestellen in de emmer.
‘Merde!’ siste een van de Fransen tussen zijn tanden. ‘Dat ding hebben we nodig voor het werk! Om het bureau te bereiken via de geheime lijnen!’
Het lachen was hen vergaan.

Een beetje verder kruiste Martine twee Duitsers. Ondanks de hete middagzon had een van hen twee dekens om zich heen geslagen, hij rilde en klappertandde en was verzeild geraakt in een niet aflatende
niesbui, soms afgewisseld met hevig rochelend hoesten. In zijn hand droeg hij een emmertje voor wanneer het nodig mocht zijn. Dat herinnerde Martine aan haar assistent, Barnabé Blazy, die de dag
voordien ziek was geworden. Ook hij had de hele tijd lopen klappertanden en rillen, en hij had voortdurend moeten niezen, hoesten, rochelen. Hij had ook steeds een emmertje in de buurt gehad. Martine had niets meer van hem gehoord. Zou er een besmettelijk virus rondwaren op het terrein? Of was er hier iets waar sommige mensen allergisch voor waren?
‘Gaat het wel?’ vroeg ze bezorgd.
‘Sehr gut!’ antwoordde de gezonde van de twee.
‘K... k... k... kei... kein Problem!’ stotterde de tweede en hij dook met zijn hoofd in de emmer.

Plots richtte Martines aandacht zich op de twee Amerikanen, Buck en Chuck, die aangewandeld kwamen. Niet alleen de Japanners gedroegen zich bizar. Dat kon evenzeer gezegd worden van de
Amerikanen. Eén van hen hield iets in zijn hand geklemd waar hij om de haverklap een blik op wierp. Martine kon niet goed zien wat het was. Het leek een klein, rechthoekig ding. Martine wist dat sommige mensen het erg moeilijk hadden om naakt te lopen. ‘De kleren maken de man’ lag bij hen diep verankerd. Wanneer hun kleren wegvielen kregen ze de indruk dat ze tegelijk ook hun persoonlijkheid kwijtspeelden en gewoon niemand meer waren. Die mensen konden niet leven met de gedachte van naakt te zijn en als ze geen kleren konden dragen behingen ze zich toch nog met alle mogelijke juwelen en juweeltjes. Zo vielen ze weer op, hadden ze opnieuw een imago en differentieerden ze zich van de anderen. Maar bloot is bloot, en zich versieren als een kerstboom, dat kan niet op een naturistencamping. Eén juweeltje, tot daar aan toe, meer niet. En tegenwoordig was er alweer een andere rage binnengeslopten in de naaktheid: de tatoeages. Weer zo’n ersatz-product om je te laten voelen dat je bestaat en uniek bent.

Misschien kampte deze Amerikaan met een analoog probleem en liep hij niet rond met een juweeltje, maar met een soort talisman, net als de kleinste van de Simpsons met haar fopspeen. Of omklemde hij
een spiegeltje omdat hij anders de indruk had zichzelve kwijt te zijn in zijn naaktheid? Of was het een klein GPS toestelletje, om zijn weg niet te verliezen in de wildernis van het kampeerterrein?
Martine verwonderde zich over al die gekke ideeën in haar hoofd.
Maar de Amerikaan gedroeg zich dan ook nogal gek. Volgens een telkens terugkerend patroon gluurde hij in zijn hand, sloot zijn vuist, en tastte vervolgens de omgeving af met zijn ogen. Hand openen, hand bekijken, hand sluiten, rondkijken... het verliep net zo automatisch als de buiginkjes van die Japanners.

De andere Amerikaan had niets in zijn handen. Hij liet een alerte blik ontspannen om zich heen dwalen. Plots leek hij daarbij een interessante ontdekking te doen. Onwillekeurig volgde Martine zijn blik.
Ze zag het ook.
‘Nondidju! Wat hebben ze hier toch vandaag!’ riep ze luid. ‘Al die eerstejaars-naturisten! Wat zeg ik! Eerste-dágsnaturisten!!!’ Ze holde het grasveld over tot bij twee mannen die plat op hun buik onder een struik lagen. Met een verrekijker. Gericht op de Amerikanen. Daardoor kwam het ook dat ze Martine niet zagen aanstormen.
‘Wat moeten jullie hier met die verrekijkers?!’ brulde ze.
De twee schrokken zo hevig dat ze verward geraakten in het struikgewas en in hun eigen verwardheid.
‘Nortinologen... ortonilogen... euh… ornitologen! Wij zijn ornitologen!’ antwoordde de grootste. ‘Wij houden ervan om mooi gekleurde vogels te bestuderen. Van nabij!’
Martine volgde de richting waar de verrekijkers op gericht waren geweest. Door de lenzen moesten vooral de vogels van de twee Amerikanen vergroot zichtbaar geweest zijn.
‘Mag ik jullie erop attent maken dat twee van dergelijke vogels zich vlak binnen jullie handbereik bevinden. Laat dus de vogels van de anderen met rust!’ Ze rukte de kijkers uit de handen van de mannen. ‘Die krijg je pas terug als je de camping verlaat. Geobsedeerde voyeurs! Seksspionnen! Het is hier geen eroticabeurs!!!’

Net als kindjes die niet tegen hun verlies kunnen, wezen de mannen naar andere struiken: ‘En al die anderen daar dan? Kijk! Daar zitten ze ook met verrekijkers vogels te bestuderen. En daar! Daar! En daar!!!’ Boosaardig lachend wezen ze Martine al hun concurrenten aan. ‘Wij niet mogen, zij ook niet mogen. Eerlijk is eerlijk!’ was hun devies.
Opeens ontstond er een beweging van jewelste tussen de struiken van de camping. Overal poogden mannenkoppeltjes zich uit de voeten te maken en hun verrekijkers te verbergen - wat uiteraard erg moeilijk was in adamskostuum. Martine crosste in alle richtingen over het terrein, eiste de kijkers op en bleef ondertussen iedereen uitschelden voor voyeurs, sekstoeristen, obsédés, imbecielen.
‘Een tent hebben jullie niet eens, maar je zit wel de andere campinggasten te begluren met je kijkers!
Mislukte Papageno’s!’ Ze liet de opvliegende kant van haar zonnige karakter zozeer openbloeien dat niemand het waagde haar tegenstand te bieden.
Uiteindelijk keerde Martine terug naar de frituur sjouwend met twee emmers vol fototoestellen, verrekijkers en een radio. Nog net hoorde ze twee mannen fluisteren: ‘Nu zullen we verplicht zijn om dichter bij die twee Amerikanen te blijven.’
Blijkbaar stonden die Amerikanen in de algemene belangstelling.

Buck en Chuck hingen nog rond in de omgeving van de tent van Piet. In het voorbijgaan riep Martine over haar schouder: ‘Het lijkt wel alsof iedereen een bijzondere interesse voor jullie heeft. Zelfs met
verrekijkers zitten ze jullie op de hielen.’
Chuck wierp eerst een blik op Martine, dan op haar emmer, dan op Buck, en toen kregen ze alle drie de slappe lach. Chuck zelfs zo erg dat hij zich het ding in zijn hand liet ontglippen. De wind vond het grappig, nam het papiertje in beslag en dwarrelde ermee richting struikgewas.
Onmiddellijk ging Buck er achteraan. Nieuwsgierige Martine had net de tijd om het gezicht op het fotootje te herkennen. Een lachend gezicht van een man met lange, blonde krullen en onbezorgde gelaatstrekken.
Piet Geluck.

Buck kwam terug met de foto in zijn hand, maar met een doffe plof en ‘Holy shit!’ roepend belandde hij ineens op de grond. Eén haring verbond een netwerk van koorden met iets wat moest doorgaan voor een tent, en over dat netwerk was hij gestruikeld.
‘Wat een dikke kluns! Kan hij zijn haringen niet dichter bij zijn tent houden!’ Wrijvend over zijn voorbeen kroop de gevallen Amerikaan overeind.
Dat wat voor een tent moest doorgaan, wrong zich nog steeds in bulten en bochten, net een levend ding, een soort pop van waaruit een vlinder of kever tevergeefs probeert te ontsnappen. Het ding kermde en riep dingen als ‘Stomme mug!’ en ‘Dat is MIJN haar! Laat los! Geef terug!’
En dan stopte de beweging plots.

oOo


Hijgend speurde Piet de tent af. Hij had er genoeg van. Kleefband, touw, haar. Alles zat vast in een onontwarbaar kluwen en alles op zijn hoofd deed pijn. Helaas, de schaar waarmee Piet gisteren touwtjes had geknipt toen hij zijn tent opstelde, lag net buiten bereik. Maar hij rekte zich intens, en zo slaagde hij er toch in om de schaar tussen twee tenen te knijpen en behoedzaam tot bij zijn hand te brengen.
‘Hebbes!’ riep hij.
Nog één keer ondernam hij een poging om zijn hoofd van zijn ketenen te bevrijden.
Tevergeefs.
Zijn blonde krullen en het tentmateriaal hadden een wirwar van knopen aangelegd waar de meest
ervaren expeditieleider, wever of visser nog van zou kunnen leren. Haar en tent hadden zich met elkaar verbonden voor de eeuwigheid.
Resoluut zette Piet er de schaar in.
Meteen was hij vrij.
Triomfantelijk draaide hij zijn hoofd naar de paal. Er hing een hele toef goudblond haar aan, net een scalp. Dan kroop Piet door de tent, op zoek naar toiletgerief. Washandjes, anderhalve tandenborstel, twee flesjes after shave (een leeg en een vol), iets wat ooit een kam geweest was maar nu een nieuw gebit nodig had, een scheerapparaat… en daar, wat hij hebben wilde. Een spiegel!
Piet bekeek zichzelf.
Het was geen gezicht.
Daar moest iets aan gedaan worden.

oOo


Martine stond het hele gebeuren van buiten te bekijken zonder te weten wat voor raars er zich daarbinnen allemaal afspeelde. Net dan kwamen Râar en Zhîm voorbij, vriendelijk knikkend.
‘Bonjour!’ riepen ze, uit volle borst, iets te luid. Toch moesten ze het drie keer herhalen om Martine terug in de camping te krijgen.
‘Euh... vergeet niet om je te komen inschrijven deze namiddag,’ antwoordde ze tenslotte, iet of wat afwezig.
Râar en Zhîm knikten. ‘Komen inschrijven... deze namiddag! In frituur!’ spraken ze trots en ze keerden terug naar hun woning.
Verbaasd keek Buck hen na. ‘Wat voor een caravan hebben die twee. Vreemd geval. Het heeft zelfs geen vensters.’
‘Merkwaardige buurt!’ antwoordde Chuck. ‘Caravans zonder vensters en tenten die er niet uitzien als tenten!’
Martine reageerde nog altijd niet. Chuck omklemde opnieuw de foto, en in haar verbeelding zag ze steeds weer het lachende gelaat van Piet in de handen van die Amerikaan.
Er gebeurden rare dingen op haar camping.

Maar ze kreeg niet de tijd om daar lang bij te blijven stilstaan. De Amerikanen hadden hun weg vervolgd en waren vervangen door twee andere bezienswaardige figuren. Twee roodharige mannen met rode baarden en roodharig borsthaar wandelden langs Martine. Ze droegen kilts. Zeer pittoresk, dat wel, maar dat interesseerde Martine niet.
‘Je mag geen kleren aan op dit terrein bij deze temperaturen!’ riep ze.
‘We hebben alleen een kilt aan. Onder de kilt dragen we niets! Zoals altijd! Wij zijn permanente naturisten!’ Met een forse bekkenbeweging zwiepten de mannen hun geruite rokken de hoogte in en leverden daarmee het bewijs dat ze de waarheid spraken.
‘Het gaat er niet om dat je geen ondergoed mag aanhebben. Je mag geen énkel kledingstuk dragen!’
‘En die Duitser? Hij heeft twee dekens om zich heen geslagen!’
‘Dat is iets anders. Hij is ziek. Hij rilt, niest, hoest, rochelt, ziet geel, groen, grauw, paars, hij kotst. Zijn neus is zo incontinent dat het snot tot tussen zijn tenen druipt. Als jij zo ziek bent, dan mag je ook je kilt aanhebben.’
De Schotse roodharige mannen keken Martine niet begrijpend aan.
‘Eh bien, zut,’ zuchtte ze en ze droop af met haar emmers vol gluurtoestellen.
De Schotten waren tevreden. Voor de geheime agenten van de SSS, de Scottish Secret Services was de kilt een groot symbool, en hij had een binnenzakje waar ze hun flacon whisky in konden stoppen. Waar blijf je daarmee zonder kilt? Tegelijk stond een rokje natuurlijk zeer sexy, en dat kon voor een vierde, verborgen S van de SSS zorgen – de Sexy Scottish Secret Services.

Onderweg naar de frituur vroeg Martine zich af of ze er echt goed aan gedaan had om haar kampeerterrein om te vormen tot een naturistencamping. De camping was volgeboekt, ze had nu klanten te over, maar wat voor klanten! Zo vermoeiend! Voortdurend moest ze iedereen in het oog houden en ervoor zorgen dat ze zich aan de regels hielden.

En er waren haar nog dingen ontgaan. Tijdens haar controletochten had Martine niet gelet op de kortgestuikte figuur met bloeddoorlopen bologen en mayonaise in zijn borsthaar. Nochtans had Boloog al vier controletochten op de camping uitgevoerd. Met een groot mes in zijn handen geklemd, open en bloot, zichtbaar voor iedereen.

oOo


Terugkerend naar hun tent organiseerden de Amerikanen het verdere verloop van hun dag.
‘De tent die we van Martine huren is niet echt ideaal om in te slapen,’ vond Buck. ‘We moeten behoorlijk materiaal halen in de dichtstbijzijnde stad.’
‘Die bevindt zich op zo’n vijftig kilometer.’
‘Vlak bij de deur dus! Ik ga van alles kopen zodat het hier comfortabel wordt. Jij blijft op de camping en je houdt de oude Panhard van Geluck in de gaten.’
‘Als hij probeert te vertrekken, zet ik onmiddellijk de achtervolging in, okay?’ riep Chuck enthousiast.
‘Heb jij dan echt geen geheugen? Hij zal niet weggaan. Gisterennacht hebben we zijn auto onklaar willen maken en we hebben gemerkt dat die ijzerwinkel al definitief onklaar was, weet je nog?’
‘Ach natuurlijk, de gezonde buitenlucht speelt mij parten. Okay, ik zal bij de ingang van het domein blijven rondhangen en als Geluck komt aandraven om een en ander uit de auto te halen zal ik hem volgen en dan weten we waar hij overnacht.’
‘Dan hebben we de ruimtefoto’s die hij bij zich heeft in een ommezien te pakken…’
‘… en is de klus geklaard en kunnen we naar huis.’
‘Ja... Eigenlijk toch een beetje jammer.’
Instemmend keek Chuck hem aan. Er lag een schijn van spijt in de ogen van Buck, en ook Chuck zou er niet mee inzitten als die opdracht hier nog wat langer kon duren.
Buck ging zich klaarmaken om te vertrekken en Chuck liep fluitend de richting van de zonneweide uit.

oOo


Martine zag dat Buck kleren had aangetrokken en gezwind op weg ging naar de parking. De Amerikaan werd nog steeds gevolgd. Net als zijn vriend. Ze zag hoe verschillende koppels zich ontkoppelden. Van elk duo ging iemand Chuck achterna, de andere trok kleren aan en vertrok in de richting van de parking. Toen de Chevrolet van Buck vertrok nam hij een sliert andere wagens op sleeptouw. Een Porsche, een Lada, een Toyota, een Peugeot... elk land zijn eigen merk.
De achtergebleven delen van de duo’s rangschikten zich netjes rond Chuck op de zonneweide.
Chuck had zich een ideaal plekje uitgezocht op het voorste gedeelte van de weide. Martine wist dat dit zo ongeveer de enige plaats was vanwaar Chuck de Panhard van Piet kon zien glinsteren op de parking. Ze had al begrepen dat de Amerikanen achter Piet aanzaten en dat de andere figuren iets wilden van die twee Amerikanen. Maar wat? Het was een mysterie. Als Piet ergens opdook, zou Martine het hem op de man af vragen. Maar hij was er niet.

Het was echt allemaal onbegrijpelijk. Iedereen wilde iets afnemen van iemand anders, en tegelijk waren ze allemaal heel vriendelijk met elkaar. Het leek wel een samenzwering, maar de Grieken knikten glimlachend naar de Turken en die stamelden verlegen maar warmhartig ‘Kalimera’ terug. Iedereen liep vrolijk en opgewekt rond. Was die sympathieke blijheid echt, of was het slechts een spelletje dat ze speelden om te doen alsof ze echte toeristen waren? Of bevonden ze zich in een mutatiefase?
Haar intuïtie vertelde Martine dat beide ideeën juist waren.
Waarschijnlijk was deze hele vertoning van vriendschap opgezet spel, uit eigenbelang. Maar de gasten gaven ook de indruk dat ze werkelijk blij waren om hier naakt te kunnen ronddartelen en op elk moment grapjes te kunnen maken. Dat kon ze gewoon aan hen zien.
Alleen de Israëliërs en de Arabieren kregen geen glimlach over hun lippen. Wanneer die elkaar kruisten droop de haat van hun gezicht, van hun lijf en hun ledematen. En ze liepen rond met een emmertje. Ze klappertandden, ze rilden van de kou, ze niesden, hoestten, rochelden, vooral wanneer ze zich in elkaars directe omgeving begaven. Blijkbaar hadden zij nog meer last van dat bizarre virus of van de allergie die op de camping heerste als ze elkaar zagen.

Martine ging de frituur in, schonk zichzelf een glas rode wijn in, en uit een stapel cd’s diepte ze De Toverfluit van Mozart op. Ze genoot vooral van de aria van Papageno en dacht niet langer aan de dubieuze Papageno’s op het kampeerterrein.

oOo


Piet keek naar het beeld in de spiegel. Hij was vol afgrijzen. Een asymmetrisch kapsel kon best leuk zijn als er door een bekwame kapper vorm aan werd gegeven. Als het goed onderhouden werd met gel en een haardroger. Maar Piet was duidelijk geen bekwame kapper. Hij had zijn haar asymmetrisch geknipt, maar het had geen model.
Toegegeven, in die lage tent, liggend op de grond, was het niet makkelijk om haar te knippen. Maar er uitzien zoals hij er nu uitzag, dat was belachelijk.
Piet knipte en knipte en knipte, maar telkens viel de lijn anders uit dan hij had verwacht, en moest hij weer een nieuw model bedenken voor nog iets korter haar. Uiteindelijk zat hij voor de spiegel met een
berg blonde lokken naast hem. De spiegel toonde hem niet langer een asymmetrische haartooi, maar een symmetrische schedel bezaaid met stoppels en hier en daar een uitstekende dot haar.
‘Compleet origineel!’ riep Piet uit. ‘Zelfs de meest inventieve punker zou zoiets niet kunnen verwezenlijken! Helaas, het is niets voor mij. Nog liever ben ik een skinhead.’

Hij smeet zijn schaar weg en kroop terug naar zijn toiletzakje.
Gelukkig was de batterij van zijn scheerapparaat opgeladen. Luidkeels zingend zette hij zich aan het werk. Scheren ging veel vlotter dan knippen, en het was ook veel leuker: het model kon niet mislukken! En terwijl hij toch bezig was, kon hij evengoed het haar op zijn armen en benen ook verwijderen. Nog een laatste rondje over zijn borst en er bleef alleen nog zijn okselhaar en schaamhaar over... daarvoor gebruikte hij het scheermesje. Alleen zijn wimpers en wenkbrauwen liet hij staan.
Tenslotte was hij geen scheidsrechter en zijn naam was niet Collina.
Maar daarbuiten bleef geen haarspriet meer over.
Finaal afgelopen.
Hij was een perfecte smoothy.
Hij wreef zijn hele lichaam in met after shave. Het prikte hevig.
Even later stak hij aarzelend zijn hoofd buiten de tent. Er was niemand in de nabije omgeving. Hij kroop helemaal naar buiten en ging met blote voeten en bloot lijf rechtop staan in het gras.
Dat deed pas deugd. Zo kronkelend, laag bij de grond leven onder een veel te laag tentzeil, was niet ideaal. Maar buiten stond de zon hoog aan de hemel en de wind voelde heerlijk verfrissend om zijn
hoofd. Piet begon iets te vermoeden.
In het hete, zomerse Frankrijk zou een kale knikker ontzettend gezellig zijn.


(wordt vervolgd)



Op deze website kan je het volledige boek lezen.
De gedrukte versie van Camping Martinatuur kan besteld worden door me te contacteren op mijn emailadres.
Alle info met de nodige links vind je op mijn website, www.manonsite.eu.

Camping Martinatuur
Copyright 2008 Manon
manon@skynet.be
www.manonsite.eu
Omslag: Kaisan
ISBN: 9789079457014
NUR: 300
Vertaald naar het Frans onder de titel: ‘Camping Martinature’


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens