zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Laure rent (4/5)
Gepubliceerd op: 29-09-2011 Aantal woorden: 1173
Laatste wijziging: 04-10-2011 Aantal views: 1532
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Laure rent (4/5)

Manon


(Wat voorafging: Laure zit naast Wim in de trein. Ze heeft hem verteld over haar verlangen de erfenis van haar moeder aan te nemen, ook al wist ze dat haar moeder vooral veel schulden had. Wim is erg bang dat ze aan haar emoties is bezweken, en zegt dat ze dit niet mocht doen. Nu antwoordt Laure:)


‘Zo redeneerde ik uiteindelijk ook. Ik mocht niet ten onder gaan aan mijn emoties. Dat kon ik mezelf niet aandoen. Maar ik ging erg ver de andere kant uit. Ik vroeg niet om die boedelbeschrijving. Ik bleef bij mijn eerste idee: er was geen sprake van dat ik deze erfenis zou aanvaarden. Mijn moeder had geen geld, povere bezittingen, en ze had wel openstaande schulden. Een boedelbeschrijving vragen is niet duur, maar de erfenis gewoon verwerpen is nog goedkoper, en eenvoudig.’


‘Oef,’ zucht Wim naast me, oprecht opgelucht. ‘Alles is dus toch goed afgelopen.’

’Ik heb dat papier dus ondertekend. En vandaag heeft de notaris in mijn bijzijn een envelop geopend en een tekst voorgelezen. Daarom was ik daar vandaag terug.
Ik kreeg zo’n enorme kaakslag in mijn gezicht dat de wereld verging in mijn hoofd. Ik viel op de grond en verloor het bewustzijn. Toen ik bijkwam moest ik overgeven.'


Wim kijkt me aan, niet begrijpend.

‘Toen ik terug op straat stond, was ik niet armer.
Ook niet rijker.
En dat had nochtans gekund.
Blijkbaar had mijn moeder wel een spaarpot, en niet een kleintje maar een reusachtig spaarvarken. Een miljoen euro’s. Waardevolle aandelen. Winsten bij de vleet.’


‘Jouw moeder?’ vraagt Wim ongelovig.
Ik knik. Zwijgend.
‘Had jouw moeder dat allemaal? In deze moeilijke financiële tijden, met banken die crashen en de beurs die daalt?’ vraagt hij nog eens.
Ik knik opnieuw.

‘Nooit had ze mij er iets van gezegd.
Nooit had ze mij een deel van haar kapitaal willen overmaken, belastingvrij, voor ze stierf.
Ik kon voor mezelf geen appartement kopen, maar zij klaagde, iedere maand opnieuw, wanneer ze het envelopje met geld van mij kreeg. Ze mopperde dat het te weinig was, dat ze niet kon rondkomen, dat haar pensioentje zo miserabel klein was, dat het leven zo duur was.’


‘O neeeeee,’ zegt Wim.

‘Maand na maand deed ik mijn uiterste best om nog meer te geven, ik betaalde de huur van haar huisje, de dokter, de apotheker, de werkster, dat alles bovenop de envelop die ze maandelijks ontving.’

‘Dat doe ik ook voor mijn moeder,’ zegt Wim.

‘En ondertussen had ze honderdduizenden euro’s op de bank staan, aandelen en obligaties. Zonder dat ik er iets van wist.
Niets zeggen is liegen. Ik voelde me bedrogen, maar niet alleen in deze geldkwestie. In feite is het geld slechts bijzaak. Ik voelde me bedrogen tot op het bot. Ineens was alles, letterlijk àlles wat ze me haar hele leven gezegd had, onbetrouwbaar geworden. Snap je dat?’


‘O ja,’ zegt Wim. ‘Het is een schande. Vrouwen!!!’
‘Ja, dat dacht ik toen ook. Wat had ze me allemaal nog meer wijsgemaakt dat niet geloofwaardig was? Wat had ik allemaal aangenomen, alleen maar omdat mijn moeder me ervan overtuigd had? Ineens bleek dat moeders niet te vertrouwen zijn! En als die moeders vertellen dat mannen niet te vertrouwen zijn, wat moest ik dan nog denken?’
‘Ik weet het niet,’ gaf Wim toe. Dat was het leuke aan Wim. Hij wantrouwde niet alleen vrouwen, maar ook mannen. Op die manier konden we het eens raken. Hij wantrouwde iedereen, behalve zichzelf.
En zijn moeder, natuurlijk.

‘Daar stond ik dan, in het kantoor van de notaris. Een vrouw alleen, bewust ongehuwd omdat ze mannen niet kon, niet wilde vertrouwen. Ik strompelde naar buiten en keek om me heen om te zien of Bart me tot daar gevolgd was. Had hij daar gestaan, en had hij me op dat ogenblik ten huwelijk gevraagd, dan had hij een enorme kans gehad dat ik ‘ja’ zou zeggen.
Maar ik zag hem niet. Langzaam begon ik door het centrum van de stad te drentelen. In plaats van etalages zag ik steeds het hoofd van Bart verschijnen in de ruiten. Het hoofd dat ik afgewezen had door toedoen van mijn moeder. Naast zijn hoofd doken de andere hoofden op. Al de hoofden waar ik ooit ‘nee’ tegen gezegd heb.’


‘Je vader was dus misschien toch zo slecht niet,’ zegt Wim, die duidelijk verder denkt over het voorval.
‘Ja, mijn vader moet geweten hebben dat zij al dat geld op de bank had staan. Hij wist dat een paar euro’s meer of minder van de levensverzekering er niet toe deden voor haar.’
‘Hij wist dat hij jou, zijn dochter, niet tekort deed door te sterven zonder geld achter te laten. Geld was er genoeg.’ Wim glimlacht naar me. ‘Je bent je moeder kwijt, maar nu kan je beginnen van je vader te houden. Hij was helemaal niet zo erg. Hij was niet de man die zijn gezin in de steek heeft gelaten.’
Ik blijf een tijdje sprakeloos. ‘Inderdaad,’ zeg ik uiteindelijk. ‘Mijn vader kende haar. Hij wist dat geld ongelooflijk belangrijk is voor haar. Hij gunde het haar niet om nog meer geld voor zichzelf te hebben, om nog rijker te worden dankzij zijn dood. En daarom muisde hij er vantussen met een zelfmoord. Om dat mens, dat hij waarschijnlijk niet liefhad, en dat hem niet liefhad, te jennen.’
‘Hij moet geweten hebben dat ze alles voor zich wilde,’ zegt Wim.
‘Ze eiste al het geld voor zich op,’ zeg ik. ‘Helaas niet alleen het geld. Ze eiste ook mijn persoon voor zich op. Ze zorgde ervoor dat ik niet zou trouwen. Dat ik haar nooit zou verlaten. Dat ik haar zou verzorgen. En nu sta ik hier. Zonder haar fortuin. Zonder een echtgenoot. Verlaten door mannen en moeder.’
‘Vreemd toch,’ vindt Wim. ‘Dat ze niet heeft willen genieten van al die rijkdom.’
Maar dat was helemaal niet zo vreemd. Voor haar telden alleen de getallen, niet wat ze met dat bedrag allemaal kon doen. Daar had ze ook geen ideeën over. Ze was niet creatief. Ze wilde niet echt leven. Haar enige verlangen was meer geld.
‘En waarom heeft ze jou dan niet wat gegund van dat kapitaal? Je had bijvoorbeeld een mooi huis kunnen kopen.’
‘Zolang ze leefde kon ze me dat niet vertellen. Haar hele slachtofferrol van arme vrouw zou in het water gevallen zijn. Ze wilde haar geld, en ze wilde mij. Maar als ik geld had gehad, en zij ook, dan zou ik vrijer geweest zijn. Dan zou ik niet langer de dochter geweest zijn zoals zij die wilde. Ik zou iemand anders geworden zijn. Ze zou me kwijtgeraakt zijn.’
‘Ze wilde niet dat je je ontplooide. Ze hield niet van je,’ besluit Wim.
Die woorden kwetsen. Vernietigende woorden.
Helaas, ze zijn juist.
Ik vertel verder.

‘Ik liep langs de etalageruiten in de straat.
'Laure!’ hoorde ik ineens.’

(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens