zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Laure rent (3/5)
Gepubliceerd op: 22-09-2011 Aantal woorden: 1020
Laatste wijziging: 18-04-2012 Aantal views: 1606
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Laure rent (3/5)

Manon


(Wat voorafging: Laure zit naast Wim in de trein. Ze vertelt hem over bezoeken bij de notaris, naar aanleiding van het overlijden van haar moeder. Laure kan de erfenis aanvaarden, of verwerpen, of…)


‘Ja, dat weet ik,’ zegt Wim. ‘Je kan ook een boedelbeschrijving laten maken, niet? En op basis daarvan beslissen of je de erfenis aanvaardt of verwerpt. Maar goed. In jouw geval was er geen probleem, veronderstel ik. Je kende de situatie van je moeder goed genoeg.’

‘Dat is net wat ik de notaris uitlegde. ‘Ze heeft niet veel geluk gehad in haar leven,’ zei ik. ‘Met mijn vader, die zo vroeg overleden is...’
‘Ja, dat weet ik,’ antwoordde hij.


‘Ik ook,’ zegt Wim.
Ik haal mijn schouders op. ‘Het is alsof iedereen daarvan op de hoogte is. Als het over geld gaat, weten de mensen ineens allemaal alles.’
‘Ik weet het omdat je het mij verteld hebt,’ zegt Wim.
‘Goed, dan vertel ik je nu het vervolg. Zodat je op de hoogte blijft van de roddels,’ grijns ik.

‘Ik legde het uit aan de notaris. 'Die zelfmoord van mijn vader... waardoor mijn moeder het bedrag van de levensverzekering misgelopen is. Zes maanden later zou hij een natuurlijke dood gestorven zijn. De kanker was kwaadaardig en kon niet meer genezen. Nog zes maanden, en hij zou overleden zijn aan de ziekte. Maar hij pleegde zelfmoord. Dat heeft ze hem altijd erg, erg kwalijk genomen. Het leven zou zoveel gemakkelijker geweest zijn voor haar met die paar honderdduizend euro’s die ze van de levensverzekering zou gekregen hebben. Maar hij sloeg de hand aan zichzelf en de levensverzekering komt niet tussen bij zelfmoord. Mijn moeder heeft het allemaal moeten rooien met dat weduwenpensioentje van haar, en dat stelde niet veel voor. Daarom heeft ze ook vaak schulden gemaakt.

‘Dat is ook niet veel hé, zo’n pensioentje?’ zegt Wim. ‘Ik weet er alles van. Mijn moeder moet ook rondkomen van een minimumuitkering.’
‘Ik heb altijd overgelopen van medelijden voor haar. Ze had zo hard gewerkt, haar hele leven lang, en dan werd ze zo gruwelijk in de steek gelaten door haar man.’
‘Ik kan begrijpen dat je mannen gaat haten met zo’n vader,’ zegt Wim, ietwat terughoudend misschien, maar hij zegt het toch. ‘Hoewel het natuurlijk ten onrechte is,’ voegt hij er haastig aan toe. ‘Mannen! Macht! Macho! Dat is het mooiste wat de natuur ooit geproduceerd heeft.’
‘Je bent een lapzwans,’ zeg ik, en hij lacht.

‘Maar je hebt wel gelijk. Door dat voorval, en wat mijn moeder erover vertelde, heb ik mijn vader altijd gehaat. Intens gehaat. En per uitbreiding alle mannen. Ik wees ze allemaal af. Maar voor mijn moeder ging ik door het vuur. Ik wilde het verschil maken, voor haar. Ik heb haar niet bedrogen. Nooit heb ik haar in de steek gelaten. Zodra ik ging werken heb ik haar betaald. Maand na maand heb ik bijgelegd bij haar weduwenpensioen, zodat ze voldoende had om comfortabel te leven. Ik zag erop toe dat haar schulden netjes afbetaald werden zoals voorzien, maand na maand, zodat ze niet in moeilijkheden zou geraken. Dat vertelde ik niet aan de notaris, maar jij mag het weten. Je weet het toch al. En je kunt je er iets bij voorstellen. ’

‘En of,’ zucht Wim, denkend aan zijn niet onaardige loon waarvan elke maand de helft naar zijn ouders gaat zodat hij amper voldoende overhoudt om te overleven. ‘Je had gelijk het niet aan de notaris te vertellen. Dat hoeft zo’n man niet te weten. Trouwens, waarschijnlijk kan hij het wel vermoeden.’

‘Bij mijn moeder was ik de man. Ik was de kostwinner. Ik zorgde overigens niet alleen voor geld. In alles was ik de verantwoordelijke persoon die voor haar zorgde. Als ze ziek was, bracht ik haar naar de dokter. Als ze moeite had om te stappen, deed ik haar boodschappen. Ik overtuigde haar om pilletjes te nemen tegen haar paniekaanvallen. Ik zorgde voor een werkster. Elke dag belde ik haar op. Ieder weekend was ik bij haar. Op het laatst, toen ze veel verzorging nodig had, was ik elke dag bij haar. Elke dag op en af naar de stad. Ik heb haar nooit in de steek gelaten.

‘Je bent dan ook geen man,’ grijnst Wim.

‘Je hebt dus twijfels of je de erfenis aanvaardt?’ vroeg de notaris toen.
‘De huur van het huisje waar ze in woonde, werd door mij betaald,’ antwoordde ik.’En ik weet dat ze redelijk wat openstaande schulden had. Met haar schamele bezittingen zullen die niet afbetaald kunnen worden. Ik moet de erfenis gewoon verwerpen, ook al zou ik hem wel willen aanvaarden.’
‘Het kan zijn dat ze schulden had. Maar het kan ook zijn dat ze daarnaast nog ergens een spaarpotje had waar ze je niets van verteld heeft. Sommige mensen doen dat. Het geeft hen een gevoel van veiligheid om een spaarpotje te hebben, en daarnaast maken ze dan schulden. Als je zekerheid wil, kan je de erfenis aanvaarden onder voorbehoud van boedelbeschrijving. Als die negatief uitvalt voor jou, dan aanvaard je hem eenvoudig niet. Wat doe je?’
‘Nee,’ zei ik beslist. ‘Dat hoeft niet. Een spaarpotje had mijn moeder in geen geval. Schulden wel.’
Hij keek me enigszins weifelend aan, maar hij moet natuurlijk doen wat de klant hem vraagt. ‘Ik moet het weten,’ zei hij nogmaals. ‘Als je de erfenis verwerpt, dan moeten er documenten opgesteld worden en naar de griffie gestuurd worden.’
Hij moest echt een handtekening van me hebben. Het moest heel officieel.’


‘Jah,’ zei Wim. ‘Zo gaat dat in die wereld. Zo is hun vak.’

‘Even heb ik nog geaarzeld. Het zou onverantwoord geweest zijn om haar erfenis zuiver te aanvaarden, zonder boedelbeschrijving. Maar emotioneel wilde ik het zo graag. Alles hebben wat van mijn moeder was geweest, ook al waren het schulden. Ik voelde iets door me heen gaan...’

‘O nee…’ zegt Wim naast mij, en hij verbleekt van angst. ‘Die erfenis aannemen? En zonder boedelbeschrijving? Dat heb je toch niet gedaan, hé?’


(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens