zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Laure rent (2/5)
Gepubliceerd op: 15-09-2011 Aantal woorden: 1162
Laatste wijziging: 15-09-2011 Aantal views: 1545
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Laure rent (2/5)

Manon


(Wat voorafging: Laure zit in de trein naast Wim en vertelt hem hoe ze, eerder die dag, is gaan lopen voor Bart, die haar achterna holde. Tegelijk vertelt ze ook over alle andere mannen die ze afgewezen heeft.)



‘De eerste was de moeilijkste, vond ik. In die periode was ik nog nieuwsgierig. Ik wilde mijn vrouwelijkheid ontplooien, ik wist niet wat dat was, vrouwelijkheid, snap je?’


‘Dat weet ik ook niet,’ grijnst Wim.

‘Ik wilde ontdekken hoe het voelt om aan iemand gebonden te zijn...’

‘Aan iemand anders dan aan je moeder.’

‘Ik reageerde op zijn avances. We gingen samen uit, fluisterden elkaar lieve woordjes toe, we verkenden seks... ik maakte het allemaal mee. En toen, na zes maanden, kwam het moeilijkste. Ik had geen enkele goede reden om nee te zeggen. Alleen die ene reden. Hij was een man. Vroeg of laat zou hij me in de steek laten. Dat is immers wat mannen doen. Dat heeft mijn moeder mij er met de paplepel ingeprogrammeerd. Mannen kan je nooit vertrouwen. En mijn moeder kon het weten. Ze sprak uit ervaring.’

Naast mij zucht Wim. Hij speekt me niet tegen. Is hij een even grote mannenhater als ik? Zelfs al behoort hij tot die gehate soort?
‘Moeders,’ verzucht hij tenslotte.

‘Na die allereerste, aantrekkelijke, ronde, blonde gelaatstrekken, verschenen er nog verschillende andere gezichten in het landschap, tussen de magere, verwinterende twijgjes van de struiken, op de witte berkenstammen. Soms werden ze belicht door een zonnestraal, dan weer doken ze op uit de schaduw van een duistere stam. Tal van gezichten gingen aan me voorbij, maar ze bleven nooit lang. Met die anderen ben ik niet eens het bed in gedoken. Dat hoefde niet meer voor me. Ik had het al eens gedaan. Ik wist hoe het voelde. Zelfs voor een one-night stand konden ze me niet strikken. Ik ontgoochelde hen ook niet. Heel snel leerde ik te tonen dat het ‘nee’ zou worden. Als je ze snel genoeg verwittigt, verspillen mannen geen tijd aan je. Dan houden ze afstand.’

Ondanks zichzelf bloost Wim. Dat mag. Ik bloos ook af en toe in zijn gezelschap. Uiteindelijk zijn we geen machines, al hoeven we de andere sekse niet. Zo omhelzen we elkaar steeds heel warmhartig wanneer we elkaar ontmoeten, en als we daardoor gaan blozen, dan glimlachen we zo’n beetje afstandelijk speels naar elkaar.

‘Uiteindelijk vond ik dat ik een gewoon loopritme kon aannemen. Toch durfde ik niet over mijn schouder te gluren. Stel je voor dat ik zou zien dat Bart me nog altijd volgde. Dan kon ik niet meer ontsnappen. Dat risico nam ik niet, maar ik ging wel over op een rustiger tempo. Mijn hartritme daalde, mijn ademhaling werd geleidelijk langer. Het voetgangerspad naast de velden eindigde in een netwerk van straten. Je kent die buurt wel, zeker?’

Wim knikt. Hij kent de buurt als zijn broekzak. Hij neemt elke dag de trein.

‘Er liep een jachthondje langs me heen, de schrale velden in. Ik ging in de richting van de stad. Heel rustig sloeg ik links af, daarna nam ik rechts, dan nog eens links. Tenslotte stopte ik bij een huis met nummer 32, het kantoor van de notaris.
Daar merkte ik dat ik onder de zweetdruppels zat.
Ik verspreidde een niet zo fraaie okselgeur.’


‘Oei!’
Wim is gevoelig voor die dingen. Op zijn werk wordt hij omringd door mensen die met uitgestreken gezichten, gehuld in kostuum met stropdas en manchetknopen, bevelen aan hem uitdelen terwijl ze hem uitdrukkelijk laten merken hoe hoog ze boven hem verheven staan in de rangorde. Van Wim verwachten ze een onberispelijke kledij die overeenstemt met zijn functie. Met andere woorden, ze verlangen dat hij zich kleedt op een uitermate saaie manier, zodat hij helemaal opgaat in de saaie omgeving.
Zo was ik vandaag ook uitgedost. Ik moest nu eenmaal op bezoek bij een hoogstaand figuur, en ik heb de verleiding om fluorescerend gele en roze kleren aan te trekken kunnen weerstaan.
Wim neemt me op van kop tot teen. Hij ademt diep in. ‘Het stinkt wel wat, maar al bij al valt het nog mee met die geur,’ vindt hij.
‘Wacht, je weet nog niet alles.’

‘Er hing een zware sfeer in dat huis. Een sfeer waar je maar al te goed mee bekend bent, van op je werk. Een sfeer van gewichtig zijn, van rijkdom en macht die al generaties lang gehandhaafd wordt.’

Naast mij rollen de ogen van Wim terwijl alweer een diepe zucht hem ontsnapt. Ik laat hem even de tijd om de beelden van zijn werk, waar hij door wordt bezet, te laten vervagen.

‘De meubels waren er echt antiek, de kamers waren zo stil dat ik er niet durfde te gaan zitten. Gelukkig was ik er eerder geweest. Ik wist dat de toiletten helemaal in overeenstemming waren met het dure interieur. Er was warm water, er lag een blokje zeep, er hingen handdoeken. Daarmee slaagde ik erin om de geur van mijn renpartij weg te werken, om de hevige kleuren op mijn gezicht om te vormen tot een gezonde uitstraling.’

‘Ah, is het dat wat ik ruik!’ lacht Wim. ‘Het was dus niet je zweet en je okselgeur! Het was de dure zeep van die chique lui! Altijd geweten dat hun zeep een zweetgeur had. Die mensen hebben altijd iets muffigs over zich. Maar je was er dus eerder geweest?’

‘Ja. Hij valt best mee. En al heeft hij iets uiterst saai over zich, hij is toch een heel vriendelijke man, weet je.’

Wim knikt. ‘Ja, ik heb hem eens ontmoet op een begrafenis, en hij gedroeg zich heel gewoon, zonder franjes. Geld en macht, de voornaamheid die hij uitstraalt, hebben hem zijn empathie voor andere mensen niet ontnomen..’

‘De vorige keer had hij me zijn deelneming betuigd enzo. Ik had wat zitten knikken. Ik had me ongemakkelijk gevoeld want ik wist wat er zou volgen. En het was toch niet de fout van mijn moeder dat ze geen geld had, nietwaar?’

‘Nee, dat is waar,’ geeft Wim toe.
Je kon moeders verschrikkelijk veel verwijten, maar niet dat ze geen geld hadden.
‘Zoals mijn moeder...’ vervolgt hij, dromend. ‘Slachtoffer van een faillissement... Ze heeft ontzettend hard gewerkt om de faling te vermijden, maar dat is niet gelukt. En dan bleef ze over met de lening die ze was aangegaan in de familie. Het is nobel van haar geweest dat ze het allemaal heeft willen terugbetalen. Ze was er niet toe verplicht. Op financieel vlak kan ik mijn moeder niets verwijten. En jij... met dat geval van je vader...’

‘De notaris had me toen de keuze gelaten. Hij had me gevraagd of ik de erfenis wilde aanvaarden of niet. Je kunt die ook verwerpen, en…’


(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens