woensdag 17 oktober 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - Dromen over voetbal... kan de droom werkelijkheid zijn?
Gepubliceerd op: 11-07-2011 Aantal woorden: 1224
Laatste wijziging: 11-07-2011 Aantal views: 2053
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Dromen over voetbal... kan de droom werkelijkheid zijn?

Manon



In de kamer van een klein jongetje hingen posters van grote voetballers aan de muur. Sommigen voetballers hielden de beker van de World Cup in hun handen. Her en der hing een foto van een spits die net dat ene doorslaggevende doelpunt had gemaakt. Het jongetje dat ik was, staarde iedere avond naar die afbeeldingen, voor ik ging slapen. Dan soesde ik wegÖ



En vervolgens, de hele nacht lang, was ik de voetballer. Als een bezetene liep ik over het veld, gesteund door de beste coaches. Ik was een geboren talent en vorderde snel. Nooit, nooit kreeg ik een gele kaart. Laat staan een rode! Ik hielp mijn ploeg aan belangrijke doelpunten waardoor we konden doorstoten tot in de Champions League. De voetballer die ik was werd overal gewenst, hij werd gekocht, verkocht. Hij was de lieveling van het publiek. Elke nacht opnieuw beleefde ik ze weer, de schitterende overwinningen.
Of Jonas en Thomas van de overburen ook dergelijke dromen hadden toen ze klein waren, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ze het voetbalspel hebben meegemaakt in de 'werkelijke wereld'. Van de regen die tijdens een voetbalmatch op hun hoofden druppelde, werden ze nat. Het glibberige gras, de modder als iemand van de andere ploeg hen had getackeld maakte hun knieŽn echt vuil. De bekers in hun handen waren tastbaar.


Jonas

Vooral Jonas was goed. Hij was een spits en het wonder geschiedde: op een dag scoorde hij dat ene hoogstnodige doelpunt waardoor de nationale ploeg mocht deelnemen aan de Wereldbekerwedstrijd. Tijdens dat toernooi maakte hij nog enkele beslissende doelpunten waardoor zijn ploeg tot in de kwartfinale geraakte. Jonas werd internationaal opgemerkt, hij werd op handen gedragen, gekocht door grote, sterke ploegen. Hij was pas tweeŽntwintig en al een zeer grote internationale voetballer. Na de wedstrijden parelde het zweet over zijn hoofd terwijl hij de pers te woord stond.
Af en toe heb ik hem teruggezien. Hij vertelde me dan over zaken die hij niet aan de pers kwijt kon. De minder mooie kantjes, de innerlijke kantjes van voetbal. De frustratie die je ervaart wanneer iemand je tegen de grond duwt. Het overweldigende gevoel van overwinning dat zich vermengt met een gemeen gevoel van wraak als er zich daarna een strafschop aandient. Maar ook hoe hij zelf vals speelde. Laten vallen, doen of je gekwetst bent. Trekken aan truitjes, elleboogstoten geven. En de onverantwoorde blijdschap die er toch steeds is als de scheidsrechter het niet gezien heeft en de ploeg onverdiend wint. Die onsportieve gevoelens, die verziekte wereldÖ ook ik kende die frustraties, maar dan 's nachts. Mijn droomwereld was er niet een van alleen maar roze wolkjes. Er waren ook gewone dromen, en nachtmerries. Een por in mijn ribben die de scheidsrechter niet gezien had. Of ik was in de fout gegaan en had me laten vallen voor de show. Ik had woest aan truitjes getrokken. Ik was erbij geweest toen het publiek mensen van mijn ploeg voor apen uitschold omdat ze zwart waren. En ook ik stond ondanks dat alles elke nacht vol eigendunk over mezelf te praten tegen microfoons van over de hele wereld.
Als ik de kranten erop nasloeg en de verslagen van de wedstrijden las, stond daar telkens weer de foto van Jonas bij, met zijn naam eronder. De goede en slechte momenten van de match werden blootgelegd. Maar ik begreep niet goed waarom Jonas een ťchte voetballer genoemd werd, en ik niet.


Jonas, Thomas en ik

Ook Thomas deed het ondertussen best wel goed. Ook hij speelde professioneel. Op nationaal niveau weliswaar, maar toch. Ook hij werd gekocht, verkocht. En hij was trainer geworden van een ploeg jonge voetballers waar mijn zoontje toe behoorde. We keken toe hoe de kinderen oefenden. Ik wist dat mijn zoon het goed deed en was behoorlijk trots. Al mijn dromen kon ik op hem projecteren. Misschien zat in mijn zoontje de kiem voor een nieuwe Jonas?
Uiteindelijk vertelde ik Thomas alles over mijn nachtelijke voetbalescapades die begonnen waren toen ik kind was. Ik had het niet verwacht, maar Thomas luisterde aandachtig. Achteraf zuchtte hij, en antwoordde dat hij evenmin begreep waarom Jonas de echte voetballer zou zijn en ik niet. Want Jonas was evenzeer de hele tijd aan het dromen geweest. Nu nog speelde hij alleen maar om achteraf met die beker in zijn handen te kunnen staan en aan de hele wereld te tonen wat hij kon. Als hij tijdens de match geduwd werd, droomde hij ervan om de ander te wurgen, en als hij een doelpunt scoorde, droomde hij weg op ideeŽn over zijn grootsheid. Zijn hele carriŤre verliep als een droom... dromen over de trainer, nachtmerries over een blessure aan zijn knie, gedachten om de kerels van de andere ploeg de nek om te draaien, dromen over de media en het verlangen een wereldster te zijn. Zijn leven was ťťn grote droom. Als die zou wegvallen, zou Jonas ongelukkig zijn.
Leefde Jonas wel echt, vroeg Thomas zich af. Hij kende het plezier van de kick als je wint, maar kende hij de aanwezigheid, de levensvreugde om heel geconcentreerd, fysiek en sociaal bezig te zijn op een veld? Besefte hij nog dat voetbal een spel is? Een tactisch, sportief samenspel van lopen, dribbelen, ballen doorgeven, ballen missen, ballen scoren en... lachen? Speelde hij wel met de bal, zoals Thomas dat deed? Of had hij al die tijd alleen maar met zijn eigen voeten gespeeld, en met de voeten van de anderen?
Waarschijnlijk was er niet veel verschil geweest tussen Jonas en mezelf. Ik in mijn bed, hij in de zogeheten echte wereld... we hadden allebei onszelf voor de gek gehouden. We waren Grote Voetballers maar uitsluitend in onze droom. Al heette de droomwereld van Jonas de realiteit en de mijne de wereld van de fantasie, er was niet veel verschil.


Thomas

Hij was in de eerste plaats een gelukkig mens. Die gelukkige mens leefde voluit en speelde voetbal, maar had het voetbal niet nodig om gelukkig te zijn. Het had hem nooit geÔnteresseerd of hij een grote of een kleine voetballer zou worden. Als hij een fout had begaan die de scheidsrechter niet gezien had, ging hij het hem persoonlijk melden. De boosheid van de trainer interesseerde hem daarbij niet. Het kon hem niet schelen of hij ontslaan zou worden of niet, zou winnen of verliezen. Het interesseerde hem zelfs niet of dat wat hij deed voetballen genoemd werd. Hij had plezier, van de eerste minuut tot de laatste, met een mislukte pass evenzeer als met bliksemsnelle, onverwachte reactie. Er waren geen waanbeelden in zijn hoofd. Hij had geen nachtmerries. Hij was gelukkig en in die openheid ontplooide zich de vreugde van voetballen. Maar als voetballen niet kon, dan zou de gelukkige mens die hij was wel iets anders doen. Vanuit levensvreugde.


En nog iemandÖ

We keken naar de jongetjes die elkaar de bal toespeelden. We zagen hoe mijn zoontje een makkelijke bal net miste. Vroeger zou ik ontgoocheld, onthutst, boos gereageerd hebben. Nu keek ik alleen maar. Ik zag hoe mijn zoontje heel hard begon te lachen om zijn fout. Alle andere jongetjes schoten ook in de lach.
Op het gelaat van Thomas en mij tekende zich een brede glimlach af.

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en Renť Claessens