woensdag 24 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De bamboefluit (9/11) - een poëtische thriller
Gepubliceerd op: 13-06-2011 Aantal woorden: 1095
Laatste wijziging: 13-06-2011 Aantal views: 1686
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De bamboefluit (9/11) - een poëtische thriller

Manon


(Wat voorafging: Marianne heeft de bamboefluit gevonden bij Bert, en is erop beginnen spelen. Plots overvalt Bert haar gewelddadig.)


Marianne hapte naar de weinige adem die ze krijgen kon, en onder het koortsige geroffel van Bert die haar dijen kapotsloeg, blies ze in het instrument. Zo hard als ze kon. En met het gewenste effect. Een stevige toon kwam uit de bamboefluit.
Ze wilde het ook nog uitschreeuwen. ‘Is dat het wat ik niet mocht, is het daarom dat je me zo toetakelt. Omdat ik je bamboefluit gevonden heb. Ik wéét dat Mart in het ziekenhuis ligt maar dat is geen excuus. Het is géén excuus om me zo te behandelen.’

Maar ze riep de woorden niet uit. De klappen waarmee Bert haar bestookt had waren gestopt. Hij vocht niet meer. Zijn dikke lichaam rolde van haar af. Ze had de kans om zichzelf te redden. Ze moest snel zijn, weg zien te komen voordat hij opnieuw zou opstaan. Marianne legde de fluit naast zich neer, stond op. Voor ze wegvluchtte gooide ze nog een blik op het lichaam van Bert.
Dan ging ze er toch niet vandoor.
Behoedzaam ging ze op hem af. Zijn lichaam bewoog nog steeds niet.
Hij kreunde.
Marianne haalde zo opgelucht adem alsof ze zonet zelf aan de dood was ontsnapt. Voorzichtig knielde ze naast hem neer. Wantrouwig, alert voor het geval dat dit een schijnmanoeuvre zou zijn.

Hij ademde. Een korte, oppervlakkige ademhaling, maar vrij regelmatig. Hij opende zijn ogen. Toen hij haar zag, begon hij onmiddellijk te schreeuwen.
‘Niet doen! Niet doen!’
In paniek staarde hij naar de bamboefluit. Marianne nam het instrument weer op. Ze draaide het om en om. De ijzeren haakjes. De angst in de ogen van Bert. Ze bracht het instrument naar haar lippen.
‘Niet doen!’ kreunde Bert. ‘Het is dodelijk. Marianne, ik smeek je.’
Marianne keek Bert recht in de ogen en richtte de fluit op zijn gelaat, als een revolver.
‘Niet blazen, Marianne, het is dodelijk.’
‘Dat weet ik.’
‘Alsjeblieft, Marianne... niet blazen. Alsjeblieft, ik smeek je. Wat moet ik doen, zeg het me...’

Bert, de man die haar nog geen minuut eerder van kop tot teen had afgerost, piepte nu als een muisje, angstig, in de war, op de vlucht voor de grote kat. Ze bleef hem recht in de ogen staren. Haar handen trilden niet terwijl ze de fluit op hem gericht hield.
‘Vertel me alles,’ zei ze. ‘Alles. Jij praat, ik luister. Als je zwijgt of als je ook maar iéts verzwijgt, dan blaas ik. En wees gerust. Ik weet wat dat betekent.’
‘Het was haar schuld...’ piepte de zware man. ‘Het was haar schuld, ik zweer het. Jij kan dat begrijpen, Marianne. Met al die vogels in je tuin. Jij hebt die vogels. Ik had mijn honden. En Mart had zo'n hekel aan ze. Ze heeft mijn honden kapotgemaakt. Toen ik dat ontdekt heb...’
Tranen stroomden over zijn wangen. Beelden van de dieren kwamen voor Mariannes ogen. In gedachten hoorde ze hun geblaf, gejank, het gedaver van hun poten als ze allemaal samen door de kennel raasden.
‘Nee, Mart heeft de honden niet gedood. Dat heb ik gedaan. Per ongeluk natuurlijk. Mart heeft de dieren niet gedood, maar ze heeft hen op een andere manier aangepakt. Dag na dag. Ze mengde kalmerende middelen door hun voeding. Hun prestaties werden altijd maar slechter. Hoe ik ze ook trainde en verzorgde, de honden waren futloos. Het was goed gezien van Mart, een slimme techniek. Ik begon al klanten te verliezen. Na verloop van tijd zouden er geen nieuwe meer bijkomen. De kennel zou vanzelf uitgestorven zijn.’

Hij keek Marianne aan. ‘De honden hadden geen enkele creativiteit meer, ze zaten daar maar, en er was zoveel moeite voor nodig om hen energie te geven... ik heb er zoveel voor gedaan. Ik wist niets van die kalmerende middelen, ik merkte alleen dat de honden duf werden. Zoals je weet werk ik ook met ultrasone geluiden. Ik had ontdekt dat er met de ultrasone geluiden stimulerende effecten konden worden toegepast op de dieren. Ik ben beginnen zoeken hoe ik die geluiden kon veranderen, versterken, en zo kreeg ik de honden toch weer tot leven. Maar iedere keer werden ze na een tijd toch weer even futloos als voorheen. Nu begrijp ik dat telkens wanneer de honden levendiger werden, Mart de dosis kalmerende middelen verhoogde. Maar toen had ik daar geen flauw benul van. Ik bleef verder zoeken naar manieren om op hun metabolisme in te werken. En zo ontdekte ik, bijna per toeval, een manier om hen te beïnvloeden met ultrasone geluiden op een manier die totaal anders werkt dan de klassieke manier en die heel, heel intens is. Veel te hevig, dat besefte ik eigenlijk al nog voor ik het systeem ontworpen had. Maar de honden waren zo futloos dat ik het toch op hen uitprobeerde.’
‘En ze stierven,’ zei Marianne.
‘Ze waren dood, allemaal!’ Bert zette het weer op een huilen, onbedaarlijk. ‘Mijn hele leven, de enige vriendschap, het enige plezier dat ik ooit gehad heb in het leven, het was allemaal in één klap weg.’

‘Hoe ben je er dan achter gekomen dat Mart de dieren verdoofde?’
‘Het is pas toen ze gestorven waren dat ik de veearts gevraagd heb hun magen helemaal te doorzoeken, hun bloed grondig te analyseren. Dat moest voor de verzekering. En ik wilde er ook zeker van zijn dat hun dood veroorzaakt was door de ultrasone geluiden, niet door iets anders, een virus, bijvoorbeeld. Dan vertelde de veearts me het ontzettende nieuws, dat wat het lab had ontdekt. De kalmerende middelen. Niet zomaar een beetje, hoor, het waren een soort barbituraten. Ik heb onmiddellijk alle kasten van het huis doorzocht, en op een plaats waar ik nooit kom, onder de nachtjurken en pyjama’s van Mart, heb ik allerlei producten gevonden. Er waren barbituraten, opiumderivaten...’
‘Hoe kon ze daar aankomen?’
Bert schokschouderde. ‘Je kent de apotheker in het dorp toch. Mart vertelde waarschijnlijk dat het voor de honden was, omdat die zo zenuwachtig waren. Zolang hij kan verkopen, stelt die man geen vervelende vragen.’
Marianne legde de bamboefluit naast zich neer. ‘En dan, toen je dat ontdekt had, toen dacht je...’
‘Toen dacht ik, het is haar schuld.’ Bert fluisterde. Hij sloot zijn ogen en lag helemaal zijn verleden opnieuw te beleven. Hierdoor zag hij niet dat nog twee figuren het huis waren binnengekomen, en nu in de deuropening stonden.


(wordt vervolgd)



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens