maandag 22 januari 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De bamboefluit (7/11) - een poëtische thriller
Gepubliceerd op: 06-06-2011 Aantal woorden: 913
Laatste wijziging: 06-06-2011 Aantal views: 1428
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De bamboefluit (7/11) - een poëtische thriller

Manon


(Wat voorafging: Mart gaf de honden in de kennel van Bert slaapmiddelen omdat ze teveel lawaai maakten. Een aantal dagen geleden werden alle honden dood teruggevonden. Gisteren is Mart onwel geworden en naar het ziekenhuis gebracht. Marianne werd buitengegooid toen ze Bert wilde helpen.)


De volgende dag praatte het hele dorp over niets anders. In de winkels, bij de kapper, in de kroeg, in de andere kroeg, daar tegenover. Mart en Bert. Iedereen ging langs bij Bert om te proberen nog meer weetjes of nieuws, vers van de pers, te krijgen. En om daar dan weer mee te kunnen uitpakken in het dorp.

De mensen zeiden dat het huis van Bert op enkele dagen tijd een oord van drama’s geworden was. Ze waren ervan overtuigd dat ze zelf iets dergelijks niet zouden overleven. Eerst al die honden eraan, dan zijn vrouw...

Over Bert zelf werd gezegd dat hij heel stil reageerde, maar vriendelijk. De shocktoestand waar Marianne getuige van was geweest was met nog meer kalmerende middelen en dankzij de onschatbare hulp van zijn goede vriend Bernard onder controle gehouden. Overal kreeg Marianne te horen dat ze beslist opnieuw eens bij Bert moest langsgaan, dat hij haar nu goed zou ontvangen.

Met haar rugzak vol groenten en een brood nam ze de kortste weg terug naar haar huis, langs het bos. Met aan de rand van het bos, de vijver, en het huis van Bert en Mart.
‘Hij zal blij zijn je nog eens te zien,’ had de groentenboer stellig beweerd. ‘Het doet hem deugd om mensen te zien, daardoor weet hij dat hij niet alleen in de wereld is.’
‘Je was erbij toen Mart werd weggebracht, je bent de laatste in het dorp die haar thuis gezien heeft. Dat was voor hem een heel emotioneel moment. Met jou zal hij goed kunnen praten,’
had de bakker gezegd.
'Hij zal kunnen goedmaken dat hij je toen zo onvriendelijk heeft buitengegooid. Je moet zeker eens langsgaan,' vond de vrouw van de ijzerwinkel.
Marianne stond voor de oprit van Berts huis en weifelde. Ook de krantenman had haar aangespoord om Bert nog even te groeten. ‘Ik kan nu niet gaan, ik moet op de winkel passen, maar ik vind dat we hem allemaal moeten steunen.’

Eigenlijk vond ze dat zelf ook. Wellicht had Bert haar alleen maar weggejaagd omdat hij in paniek was geweest. Wat volkomen normaal was in zijn situatie. Hij was overspoeld geweest door verwarde gevoelens van angst. De onzekerheid over hoe het met Mart zou verdergaan. En dat alles bovenop het recente verdriet over zijn gestorven honden.

Marianne ging het pad op naar zijn huis. De deur stond open. Ze belde aan. Niemand kwam haar tegemoet. Ze belde nogmaals, en wachtte. De open deur wenkte haar, alsof hij zeggen wou, 'Kom binnen, bellen hoeft niet'. Marianne ging binnen en klopte op de deur van de woonkamer voor ze er binnenkeek.
Niemand.

Misschien was Bert in de tuin. Misschien zat hij verdrietig alleen te zijn bij zijn lege dierenkennel. Ze kon hem later nog eens bellen. Of zou ze toch achterom gaan, om hem in zijn tuin op te zoeken?

Toen zag ze het kastje met de cd’s. De woorden van Sylvester, die de nacht bij haar had doorgebracht, galmden door haar hoofd. ‘Welke cd was het die je hoorde toen je daar voorbij kwam?'
Na een tweetal uur praten en een heerlijke, snel in elkaar gestoken brokkengroentensoep hadden ze dicht bij elkaar gezeten bij de achterdeur van de keuken, elk met een glas wijn in hun hand, uitkijkend over de donkere tuin. Sylvester had ondertussen alle details van het verhaal wel honderd keer gehoord. Bert speelde geen bamboefluit. Wat Marianne gehoord had, waren klanken van een cd geweest. Sylvester had gepoogd op de een of andere manier toch nog meer te weten te komen. ‘Welke cd was het die je hoorde toen je daar voorbij kwam? Je zei dat het zo klungelig klonk?’ had hij gevraagd, nieuwsgierig.

Ze was verwonderd geweest. Ze had het antwoord niet geweten. De muziek was stuntelig gespeeld. In haar hoofd had ze alle partituren afgetast die ze kende, maar wat ze toen gehoord had behoorde daar niet toe. Waarschijnlijk was het een improvisatie.
‘Ik dacht dat je alle cd’s met bamboefluit al had?’
‘Dat dacht ik ook.’
‘Dus is er toch nog een die je niet hebt.’
‘Mogelijk... Een nieuwe uitgave misschien...’


Vanwaar ze nu stond kon Marianne zien welke cd’s in het kastje van Bert staken. Een klein deel bestond uit verzamelalbums van populaire genres, van hard rock langs oldies en disco naar blues en Afrikaanse muziek. Dan begon een uitgebreide collectie van bizarre geluiden. Natuurgeluiden, muziekgenres die experimenteerden met klanken. Misschien gebruikte Bert die bij de africhting van zijn honden. Marianne wist dat hij ultrasone geluiden gebruikte en daar zeer geavanceerde trainingsmethoden mee had ontworpen. Hij kon er de honden ontzettend veel mee leren. Hij had een hele ultrasone taal ontworpen.
Maar nergens was een cd met muziek van een bamboefluit te bespeuren. Niet bij de muziek uit vreemde culturen, evenmin bij de natuur-cd’s of bij de experimentele cd’s.
Misschien lag de schijf nog bij de cd-speler? Met haar ogen tastte ze het apparaat af.
En zo ontdekte ze het. Verborgen achter een stapel papieren. Een houten ding. Een instrument uit de wouden van verre landen.
Een bamboefluit.
Een echte.


(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens