zaterdag 21 april 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De bamboefluit (6/11) - een poëtische thriller
Gepubliceerd op: 02-06-2011 Aantal woorden: 1055
Laatste wijziging: 02-06-2011 Aantal views: 1630
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De bamboefluit (6/11) - een poëtische thriller

Manon


(Wat voorafging: Mart is naar het ziekenhuis gebracht. Bert wil geen hulp aanvaarden van Marianne. Als ze weggaat sluipt Marianne langs de hondenkennel van Bert, en ze ziet dat hij leeg is. Een schim in het duister observeert haar...)


Ze begon te rennen, soepel en snel. Ze vluchtte zoals ze gekomen was, van boom tot boom, maar nu veel sneller. Af en toe keek ze achterom en na twee keer wist ze het zeker: er stond een figuur achter een boom te kijken. Maar hij volgde haar niet.

Bij de omheining vertraagde ze. Toen ze even later langs de vijver liep, was ze alweer kalmer en fladderden haar gedachten terug naar de lege kennel. En naar Mart, die in het ziekenhuis lag te vechten voor haar leven – als ze nog leefde.

Marianne verlangde ernaar om zo snel mogelijk naar huis te gaan, maar het besef dat Bert in shock was, dat hij zich vreemd gedroeg en in zijn toestand niet alleen kon worden gelaten - hij mocht zeker niet met de auto rijden - was sterker. Zelf kon ze hem niet meer helpen, maar misschien zou hij goede raad aanvaarden van zijn vriend, Bernard. Die woonde slechts een paar straten verder, ze kon er makkelijk te voet heen.

Om daar te geraken moest ze opnieuw langs het huis van Bert. Marianne draaide zich om en begon aan iets waarvan ze dacht dat het hardlopen was. Zonder op of om te kijken, zonder te denken aan het lawaai dat haar voetstappen veroorzaakten of te proberen stil en onzichtbaar te blijven, schoot ze ervandoor.
In een paar tellen was ze het huis van Bert voorbij. Ze holde verder, in volle vaart. Pas toen in de verte het huizenblok met Bernards huis zichtbaar was, minderde ze tempo. Hijgend kwam ze bij de deur en belde aan.

Linda, de vrouw van Bernard, deinsde terug.
‘Het is Ber... Ber...’ hijgde Marianne.
Linda snapte er geen woord van. ‘Bernard! Kom eens!’ riep ze.
Kauwend op enkele roosjes bloemkool stak Bernard zijn hoofd om de hoek.
‘Wat is er?’
‘Weet niet,’ zei Linda. ‘Marianne wil je iets zeggen.’
‘Ber... Bert...’ bracht Marianne uit. ‘Bert. Mart. Mart is in het ziekenhuis. Ze gaat dood.’
Wàt zeg je?’

Marianne was weer op adem gekomen en kon al meer woorden aan één stuk uitbrengen. ‘Ze is weggebracht met een ambulance. Ze is in levensgevaar. En Bert doet raar. Hij verkeert in shocktoestand.’
De bloemkoolroosjes van Bernard waren snel doorgeslikt. Hij verdween haast ogenblikkelijk. Slechts enkele tellen later hoorde Marianne zijn auto starten. Zijn grote, blauwe, vierdeurs Renault.

‘Verdomme,’ zei Linda. ‘Wat een verschrikkelijke pech hebben die mensen. Niet dat ze zo’n goed koppel zijn, maar nu zal hij wel totaal in shock zijn. Na wat er maandag gebeurd is.’
‘Maandag? Wat is er dan gebeurd?’
‘Zijn honden. Heb je dat niet horen zeggen in het dorp? Hij heeft ze ’s morgens in hun kooien gevonden. Ze waren dood. Allemaal. Hij heeft ze moeten laten weghalen.'
Maandag. Dat was vier dagen geleden. Het was sindsdien dat Marianne de honden niet meer had gehoord in hun kennel.
'Hij had geen idee wat er gebeurd was,' vervolgde Linda. 'Een of andere epidemie, dacht hij. Hij was er kapot van. De verzekering zal die honden wel terugbetalen, maar dat geeft hem de dieren niet terug. Of hij ze nu africhtte voor een ander, of het waren zijn eigen honden, dat maakte niet uit, hij zag ze allemaal even graag...’ Er speelde een droeve glimlach rond haar mond. ‘Onder ons gezegd, ik dacht dat Mart wel blij was met die hele toestand. Ze probeerde al een hele tijd om hem die hondenafrichting uit het hoofd te praten. Soms vertelde ze me dat ze kalmerende middelen in het voedsel van de dieren had gestopt, zodat ze minder lawaai zouden maken. Ze had er een hekel aan dat ze de hele tijd blaften. Het was niet erg standingvol hé, en Mart wilde altijd zo graag chic voorkomen. Haar huis inbegrepen. Maar ze gaf die honden geen dodelijk vergif natuurlijk. Sommige van die dieren kostten een fortuin. Ga dat maar eens terugbetalen aan de eigenaar, als het vergif teruggevonden wordt. Nee, dat zou ze niet gedurfd hebben, al had ze het gewild.’

Marianne herinnerde zich enkele flashes van beelden waar ze eerder niet op gelet had. Mart die door de voortuin liep met enkele kommen in haar hand. Waarschijnlijk had ze de honden dan te eten gegeven. Altijd groette Marianne Mart met een hoofdknik en een glimlach. Maar die keren kreeg ze geen glimlach terug. Vaak merkte de vrouw haar niet eens op en liep ze haastig verder. Ze zag er zo zenuwachtig uit dat het leek alsof haar gedachten even hard kletterden als de kommen die ze in haar handen klemde.

oOo



Marianne keerde niet terug langs het bos en het huis van Bert maar nam de omweg langs het dorp. Ze stapte tussen de wazige kleuren van enkele lantaarnpalen en het flauwe schijnsel van een kleine sikkelmaan en dacht eraan dat Mart ook in haar bijzijn af en toe signalen had laten vallen die aantoonden dat ze niet gesteld was op de honden. Ze droomde al zolang van een groot zwembad in de tuin, maar door de kennel was daar geen plaats voor. Ook house-party’s geven, met een barbecue, de mensen uitnodigen in een grote siertuin, dat had ze graag gewild en dat kon allemaal niet door die honden. Mart vond dat ze stonken en teveel lawaai maakten. Eigenlijk had Marianne Mart nooit positief over de dieren horen spreken.

Ze haalde haar telefoon boven en het deed haar ongewoon goed om een vertrouwde stem te horen. Eindelijk kon ze rustig vertellen wat er allemaal gebeurd was. Het gesprek luchtte haar zo op dat ze zelfs nog genoot van het laatste stukje van haar wandeling.
Maar haar verhaal had een grote indruk gemaakt. Tegen de tijd dat haar huisje in zicht kwam met alle vogelkastjes, voeder- en drinkbakken, stopte een auto met gierende banden naast haar. De deur ging open en ze vloog in zijn armen.
Sylvester had nog nooit van zijn leven zo snel gereden, zei hij.


(wordt vervolgd)


Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens