zondag 15 juli 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De bamboefluit (4/11) - een poëtische thriller
Gepubliceerd op: 26-05-2011 Aantal woorden: 631
Laatste wijziging: 26-05-2011 Aantal views: 1550
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De bamboefluit (4/11) - een poëtische thriller

Manon


(Wat voorafging: Toen Marianne langskwam bij Bert, stond daar een ambulance. Zijn vrouw was onwel geworden en werd naar het ziekenhuis gebracht. Marianne is bij Bert gebleven om hem bij te staan.)

Bert keek haar aan, verwonderd, alsof hij haar voor het eerst opmerkte deze avond.
‘Wat doe jij hier?’ Hij keek om zich heen, zoekend, tastend.
‘Ik wilde net bij je langskomen toen ik de ambulance zag staan,’ zei Marianne.
‘Je wilde langskomen?’ Bert, Mart en Marianne kenden elkaar nauwelijks. Ze groetten elkaar als ze elkaar ontmoetten, maar daar bleef het bij.
‘Ja. Ik heb je al een paar keer horen spelen op een bamboefluit, en... en ik kwam vragen of je me hierover iets kon leren.’ Marianne kreeg niet de kans om haar zin af te maken.
‘Bamboefluit?!’ onderbrak Bert haar. ‘Bàmboefluit? Ik heb helemaal geen bamboefluit!’
‘Maar... het waren zo’n mooie klanken... ik heb ze gehoord... gisteren...’
Ineens stond Bert op. Hij torende hoog boven haar uit. ‘Dat was een cd. En ga nu mijn huis uit. Je hebt hier niets te zoeken!’
Ze werd bijna achterovergedrukt op haar stoel door de kracht van het zware, opgespannen lichaam voor haar. Toch speelde Marianne het klaar om op te staan. Ze stond nog niet goed recht of Bert begon nog luider aan het roepen.
‘Verdomme!!! Mijn vrouw is in levensgevaar en jij komt hier onzin verkopen! Dit is mijn huis! Eruit! Eruit!!!’
Marianne probeerde kalmerende woorden uit te brengen zoals ze het de verplegers had zien doen. ‘Bert... Kalm, Bert. Rustig. Je bent in shock, ik kan je helpen.’

Haar woorden hadden niet hetzelfde effect als die van de ambulanciers. Helemaal geen effect zelfs. Integendeel, misschien maakten ze Bert nog woedender. In een laatste poging om hem tot bedaren te brengen keek Marianne hem in de ogen en legde ze haar hand op de zijne. Ze wilde hem haar genegenheid laten voelen. De warmte van een andere mens. De rust die komt als je terug tot de werkelijkheid wordt gebracht en weet dat je er niet alleen voor staat.

Bert greep haar pols en draaide Mariannes hand achter haar rug. Hij dwong haar achteruit de gang in. Dan opende hij de deur. Voor ze het goed en wel besefte, stond Marianne op de tegels van het terras, buiten.
'En waag het niet om je hier opnieuw te vertonen!' gilde hij.
‘Bert... Ik kan je naar het ziekenhuis voeren. In jouw toestand mag je niet zelf rijden. Je kan dat niet aan.’
‘Ik roep wel een taxi!’
‘Neem een paar van die tabletjes op je salontafel,’ riep ze nog.
Hij had het niet meer gehoord. De deur was toegeslagen in haar gezicht. Ze was buitengegooid. En ze wist dat ze niets meer kon doen. Als ze aanbelde, zou hij haar niet binnenlaten.

Marianne draaide zich om en liep in verwarring het pad af naar de baan. Voor ze die opging, keek ze nog eens achterom. Geen beweging te zien in het huis. Ook rondom was alles stil. Ze liep langs het terrein met de kennel. Geen hond die blafte. Hoe vreemd. Na al die herrie.

Ze bleef even staan en luisterde. Vogels tjilpten nog altijd even gelukkig in de bomen. Een vink, een lijster, enkele blauwkopmeesjes, een roodborstje. Het geluid van de auto’s verderop, over de grote baan. Uit het café op de hoek kwam achtergrondmuziek.
Verder niets.
De straat was leeg.

Nu pas dacht Marianne eraan dat toen ze bij de vijver was geweest, en nog later, toen ze hier aan was komen rennen en de ambulance met zijn alarmsirene gehoord had, de honden ook niets van zich hadden laten horen.



(wordt vervolgd)



Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens