zondag 19 november 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Judith - Schoonouders
Gepubliceerd op: 21-05-2011 Aantal woorden: 2303
Laatste wijziging: 30-04-2017 Aantal views: 1922
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

Schoonouders

Judith


Danny keek naar zijn vrouw Carry en begreep maar niet, dat Rotterdam zo iets moois had kunnen voortbrengen. Ze zaten al een poosje op een terrasje langs het meertje in Tivoli, het wereldberoemde pretpark, midden in de binnenstad van Kopenhagen. Het met vele, veelkleurige lampionnen omzoomde meertje bood een uiterst feeërieke aanblik, maar kon de concurrentie met de blonde, voluptueuze schone aan de andere kant van de tafel met geen mogelijkheid aan. Al starend naar haar mooie, volle borsten dacht hij aan haar bazige, oudere zusters en haar nog veel baziger moeder en hij deed dat voor het eerst sinds zijn trouwdag met enige genegenheid. Om hun bemoeizucht te ontlopen was de toen vierentwintigjarige Carry van der Steeg in 1989 naar Amsterdam verhuisd en als zij er niet waren geweest, was Carry dus gewoon in Rotterdam blijven wonen. Dan was zij - o, gruwel - vast met een fanatieke Feyenoord-fan getrouwd.
Zijn haat jegens Feyenoord was door haar overigens geheel verdwenen. Niet omdat zij zo'n fanatieke Feyenoord-fan was, maar omdat hij alles wat hij met haar kon associëren, ineens zeer was gaan appreciëren. Hij had het kampioenschap van Feyenoord van het vorig jaar dan ook hartstochtelijk gevierd. Samen met zijn schoonvader met wie hij op een zeer goede voet stond. Carry was altijd het oogappeltje van haar vader geweest en de goede man had haar gepruts in de liefde door de jaren heen met groeiende wanhoop aangezien. Pas toen zijn jongste dochter vlak voor haar achtentwintigste verjaardag met die knappe, maar ook uiterst vriendelijke Amsterdammer was komen aanzetten, was het ook voor de oude Van der Steeg toch nog goedgekomen.
De heer Van der Steeg had het meteen gezien: deze vent was heel anders dan die lapszwanzerige, ex-vriendjes van haar. Deze vent reageerde op Carry's uitbundige, uiterlijke charmes, zoals elke man op die charmes zou moeten reageren: met volharding, een volledige overgave en een onvoorwaardelijke toewijding. Tijdens het kampioensfeest van Feyenoord had zijn schoonvader Danny met dubbele tong gevraagd, hoe vaak hij het met Carry deed en het op ietwat besmuikte toon gegeven antwoord, "Elke dag, Pa! Elke dag!", had een instemmend geknik en een ferme klap op Danny's schouder tot gevolg gehad. Na het antwoord op de vraag hoe hij zich daarbij doorgaans gedroeg, had de oude Van der Steeg hem zelfs twee natte kussen op de beide wangen gegeven en was hij bijna in snikken uitgebarsten.
Danny woog zijn ietwat pocherige woorden van toen, "Als een beest, Pa! Als een beest!", en vond ze niet eens misplaatst. Ze waren alleen niet precies genoeg. Hij nam haar doorgaans als een heerszuchtig, tot de monogamie bekeerd haantje. Dat laatste was hij zelf namelijk ook. Het kostte hem geen enkele moeite, vooral omdat die onvoorwaardelijke trouw ditmaal ook wederzijds was. De keerzijde van die trouw was natuurlijk evident. Het verlangen naar haar was soms zo sterk, dat het pijn deed. Dit was dus zo'n moment. Om zijn gedachten wat af te leiden vroeg hij zich af, wat er zou gebeuren als hij haar op deze plek gewoon maar zou nemen. Dit was het vrijgevochten Denemarken, nietwaar? Hij zou er misschien nog wel mee wegkomen ook. Een vrijend paartje op een lange, brede cafétafel in Tivoli, wie zou daar nou aanstoot aan kunnen nemen?
Carry keek hem een beetje spottend aan. Zij leek wel te beseffen, wat er door hem heen ging en zou hem misschien ook wel ter wille willen zijn. Misschien niet hier op de tafel, maar misschien wel in een van de bosjes in het naburige Ørstedpark. Het was een onzinnige gedachte, al was het alleen maar, omdat hun hotel op een steenworp afstand van Tivoli lag. Hij zag, hoe haar handen onder de tafel gingen en zich met de jarretelles van haar donkerbruine nylonkousen begonnen bezig te houden. Een paar minuten geleden had zij ze losgemaakt; nu maakte zij ze één voor één weer vast. Het was waarschijnlijk het teken, dat zij weg wilde gaan. Misschien was het ook wel tijd om naar het hotel te gaan. Morgenochtend zou de trein naar Amsterdam al om acht uur vertrekken.
Hij verlangde eigenlijk wel naar huis; ze hadden hierna nog twee weken vakantie en die vijftien, in ledigheid door te brengen dagen waren natuurlijk iets om naar uit te kijken. Ze hadden maar één afspraak voor die twee weken: overmorgen zouden ze bij haar ouders gaan eten. Hij keek ook daar wel naar uit, vooral naar het after-dinnergesprek met zijn schoonvader in diens werkkamer, als zijn schoonvader voor hen beiden een goed glas Hennessy-cognac zou inschenken en zichzelf bovendien op een ferme Bolknak zou trakteren. Hoe beter hij zijn schoonvader leerde kennen, hoe meer hij zich afvroeg hoe die intelligente, wat rauw ogende, maar fijngevoelige man het al zo lang met zijn leeghoofdige, en luidruchtige vrouw had kunnen uithouden.
Carry had inmiddels haar kousen weer vastgemaakt en keek hem nu vragend aan. Niets of niemand kon hem er meer van weerhouden om haar van haar stoel te trekken, haar bij de hand te nemen en met haar naar het hotel aan de Helgolandsgade te lopen. Toch deed hij dat niet. Uit de luidspreker, die schuin boven hun tafeltje hing, was namelijk een door en door romantische soul-ballad te horen, waarvan hij onmiddellijk in de ban raakte. Hij kende het nummer niet, maar vermoedde wel, dat het een nieuw, en relatief onbekend nummer van Ray Parker jr. was. Het nummer duurde te kort om iets van de tekst op te nemen, maar het hoefde eigenlijk ook niet. De tekst had misschien wel afbreuk gedaan aan de impact, die de muziek op hem had, want hij voelde zich ineens weer wonderlijk gelukkig. Het was zijn zoveelste, om Michael Palin maar weer eens te citeren, 'happy-attack' en ditmaal was het ook echt een happy-attack-zonder-weerga. Hij had het op zijn achtendertigste toch maar mooi voor elkaar. Hij was gezond, hij was knap, hij was gelukkig getrouwd, zijn ouders leefden nog, hij en Carry hadden goede banen en verdienden meer geld dan ze op konden maken en ze hadden een mooi flatje in Zandvoort met uitzicht op zee. Beter kon het in de komende jaren niet worden, wel slechter.
"Als ik later dood ben", zei hij, meer tegen zichzelf dan tegen haar, ''En ik daarboven samen met Jim Croce en Maury Muehleisen op mijn gitaar zit te spelen, dan zal ik mij deze avond vast nog heel goed kunnen herinneren
"Wat is er zo mooi aan, dan?", vroeg zij glimlachend.
"Jij, mijn lief! Dat ik hier met jou zit, in deze gekke, leuke stad, waar ik in mijn vorige levens met een heleboel van je voorgangsters ben geweest."
"Noem eens wat jaren en namen!"
"In 1972 met Loes, in 1978 met Gabriëlle en in 1992 met Tanja en Suzanne."
"En met mij!"
"En met jou!"
"Alleen heb ik toen in 1992 niet veel van je gezien, omdat je het nodig vond om al na één dag met die nare Suzanne en haar lieve dochtertje naar Stockholm af te reizen."
"Mea dinges, mijn lief, mea dinges! Maar nu, in 1994, heb jij mij echt helemaal voor jezelf."
"Voor altijd?", vroeg zij, met een genotvol stemmetje.
"Tot mijn dood ons scheidt, mijn lief! Tot mijn dood ons scheidt."
Zij glunderde stilletjes voor zich heen en Danny besefte eens te meer, dat hij echt nooit meer naar een andere vrouw zou omzien. Hij liet zijn handen nu ook onder de tafel glijden en streelde haar kalmpjes over haar dijen. Zijn liefkozingen leverden hem meteen al twee verrassingen op. Haar jarretelles bleken nog steeds los te zitten en tot zijn verbijstering bleek haar slipje te ontbreken. Zij had het slipje waarschijnlijk uitgetrokken, toen zij tien minuten geleden even naar het toilet was gegaan. Over de reden van die handeling tastte hij in het duister, maar hij maakte er niet echt een probleem van. Als zij zo nodig zonder slipje op een terrasje wilde zitten, dan moest zij dat vooral doen.
De obers in het café bleken onderwijl een heuse Ray Parker jr.-manie te hebben ontwikkeld. Het onbekende nummer van Ray Parker jr. had voor een ander onbekend Ray Parker jr.-nummer plaatsgemaakt. Terwijl hij aan een stuk door vol verlangen in Carry's billen kneep, droomde hij weer helemaal weg. Als ze terug in Zandvoort zouden zijn, zou hij toch maar eens in die steengoede platenzaak in de Kerkstraat gaan rondsnuffelen. Misschien hadden ze daar wel een leuke verzamel-cd van Ray Parker jr. in de schappen liggen.
"Ga je lekker?", vroeg Carry lachend.
"Wat bedoel je?", was de ietwat wazige wedervraag.
"Jezus! Volgens mij merk je niet eens, dat je mijn kont aan het fijnknijpen bent."
"Doe ik dat dan?"
"Ja, je gedraagt je als een hongerige kannibaal, die in zijn buurtsupermarkt zijn vlees voor die avond aan het uitzoeken is."
"Ja, hoor eens! Dan moet je maar niet stiekem je slipje uittrekken."
"Ik dacht, dat jij een benengek was!"
"Dat ben ik ook, maar sinds ik jou ken, ben ik ook een billen- en een borstengek. Als vrouw vorm je nu eenmaal een totaalpakket. Alle onderdelen van je lichaam zijn even aantrekkelijk en niet te versmaden.''
"Mijn mama heeft gelijk!", zei zij grinnikend, "Mannen deugen niet! En jij al helemaal niet!"
"En dat zegt zij ook tegen jou?"
"Ja, zij heeft ook al een paar keer tegen mij gezegd, dat ons huwelijk zeker op een scheiding zal gaan uitdraaien. En zij zegt dus niet, dat zij denkt, dat het gaat gebeuren. Nee, zij zegt gewoon, dat het gaat gebeuren en dat ik mij daar vooral niet tegen moet verzetten."
"Jezus!"
"En ik geloof, dat zij het nog meent ook. Mijn moeder is echt een van die, niet eens zo zeldzame mensen, die van alle leuke dingen in het leven alleen de keerzijde ziet."
"En die voor elke oplossing een probleem verzint?"
"Ook, ja! En zij heeft, geloof ik, ook niet eens door, dat zij mij met dat domme, pessimistische geleuter van haar voortdurend een depressie inlult. Zij keert zich ook tegen alles, waar ik warm voor loop en belangrijk voor mij is, zij vindt alles leuk, waar ik een gruwelijke hekel aan heb, zij kamt alles af, wat ik in mijn leven heb bereikt en zij vindt het dus maar niks, dat ik zo gelukkig met jou ben en dus nooit meer naar Rotterdam en die o zo benauwende moederschoot zal terugkeren. Zij ontzegt mij dat geluk ook echt en het maakt mij razend, dat zij dus voortdurend filosofeert over het komende Danny-loze tijdperk en dat zij ook voortdurend lijkt te denken, dat alleen zij weet, wat goed voor mij is. En ik ben zelf dus veels te lief en veels te zachtmoedig om tegen die pessimisme-terreur van haar in opstand te komen. En dus... laat ik mij steeds maar weer kwellen en in de grond stampen. Nee, liefje, ik zal het het je maar ronduit zeggen: ik heb af en toe echt een gruwelijke hekel aan die moeder van mij. Vooral als ik haar vergelijk met dat lieve, zachtmoedige moesje van jou. Als mijn lieve, altijd verstandige papa er niet was geweest, had ik mijzelf waarschijnlijk allang opgeknoopt! Ik word soms echt hartstikke gek van haar!"
"Ik snap het, liefje! Het lijkt mij ook echt vreselijk voor je."
"Dat is het ook! Dus laten we het maar snel over iets anders hebben!"
"Waar wil je het dan over hebben?"
"Hm, we kunnen het eigenlijk nog wel even over dat gemene geknijp in mijn arme, dikke billen hebben!"
"Wat wil je daarover weten?"
"Waarom je het doet!"
"Sinds wanneer moet ik een reden opgeven om in je arme, dikke billen te knijpen?"
"Tja, waarom vraag ik dat eigenlijk?"
"Ja, dat is voor mij een vraag en voor jou een weet."
"Ja, gooi er maar weer een omgekeerd cliché tegen aan!"
"Moet ik ermee stoppen?", vroeg hij, op een overdreven gedienstige toon, "Met dat knijpen in je arme, dikke billen, bedoel ik."
"Je moet stoppen met het spuien van die domme, omgekeerde cliché's, maar je mag doorgaan met het gemene knijpen in mijn arme, dikke billen. Mits ik dat gemene geknijp in mijn arme, dikke billen als een wat eentonig voorspel voor de seks in onze hotelkamer mag opvatten."
"Hm, ik dacht eigenlijk, dat je nu al naar het hotel wilde."
"Nee, ik wil nog even blijven zitten. Ik vind het toch wel heel erg gezellig hier en je hebt mij weer eens aangestoken met die malle happy-attacks van je!"
"Ha, ik heb mijn plicht dus weer gedaan!", zei hij voldaan.
"Ja, dat heb je! En wil je alsjeblieft nooit veranderen? Wil je alsjeblieft altijd die vrolijke, levenslustige idioot blijven, die je nu al bent?"
"Dat beloof ik je! Je zult je tot het einde van mijn leven elke morgen weer mogen afvragen, wat voor idiote streken ik nou weer zal gaan uithalen."
"Daar zal ik je aan houden, hoor!"
"Dat mag! Dat is ook de bedoeling!"
Op dat moment begon Ray Parker jr. voor de tweede maal aan het nummer, dat hij daarnet al voor het voetlicht had gebracht. Danny had het onmiddellijk door en schoot in de lach. Iemand had daarbinnen vermoedelijk op de 'repeat'-knop gedrukt in plaats van op de 'random'-knop. Hij was er wel blij mee; als hij het nummer nog een paar keer zou mogen horen, wat inderdaad zou gaan gebeuren, zou hij de melodie vast nooit meer vergeten.
Toch was hij wel een beetje geschrokken van Carry's onthulling over haar doemdenkerige moeder. Hij zou het probleem overmorgen toch maar eens aansnijden in het Hennessy-gesprek met zijn schoonvader. Hij had heel veel vertrouwen in de overtuigingskracht van zijn verstandige schoonvader; de oude Van der Steeg zou zijn vrouw vast wel in toom kunnen houden. Een aantal jaren later zou blijken, dat Danny het overwicht van zijn schoonvader op zijn schoonmoeder schromelijk had overschat...

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens