woensdag 20 september 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Judith - De blokhut
Gepubliceerd op: 21-05-2011 Aantal woorden: 2599
Laatste wijziging: 07-09-2017 Aantal views: 1526
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De blokhut

Judith


De kamer in de blokhut, waarin de net getrouwde Danny en Carry hun intrek hadden genomen, was ruim, maar karig gemeubileerd. De blokhut lag midden in het bos aan het Deense Skanderborgmeer. Ze waren er al eens eerder geweest, in de herfst van 1990 om precies te zijn. In die periode had Danny er overigens twee vriendinnen op na gehouden: zijn huidige bruid en zijn vorige vriendin Tanja. Hij keek niet altijd met plezier op die periode van polygamie terug. Zijn twee vrouwen hadden op seksueel gebied dan ook het uiterste van hem gevergd. Gelukkig voor hem had hij zich in die periode meestal maar met één vrouw tegelijk moeten bezig houden. De enige keer, dat de dames hem in een wat lang uitgesponnen triootje hadden getrokken, was, toen ze in 1990 drie dagen lang met zijn drieën in deze blokhut hadden verbleven.
In de herfst van 1975 had hij ook drie dagen in deze hut gelogeerd: samen met Mylène, een mollige, uit Frans-Vlaanderen afkomstige Française. Ze waren drie dagen gezamenlijk opgetrokken. Ze hadden elke morgen samen ontbeten, samen de omgeving verkend, samen een uitstapje naar Silkeborg gemaakt, samen gekookt, samen 's avonds naar de Deense televisie gekeken en ze hadden natuurlijk ook samen gevrijd. Zij was min of meer de voorloopster van zijn huidige vrouw geweest. Zij had in alle opzichten sterk op Carry geleken. Hij koesterde de herinneringen aan Mylène, die overigens niet tot hun verblijf in Skanderborg beperkt waren gebleven. Zij had hem in de drie jaren daarna nog regelmatig in Amsterdam opgezocht, ook toen zij allang in een niet al te gelukkig huwelijk was verzeild geraakt.
Hij hoopte, dat dit derde verblijf in deze blokhut, een van de onderdelen van de plaatselijke jeugdherberg, een sterke gelijkenis met het eerste verblijf zou vertonen. Carry was hem in dit opzicht ook wel welgezind geweest; zij had vanmorgen voor hun ontbijt in de ontbijtzaal van het huiselijke 'Dittmers Gasthof' in Flensburg een zelfde soort ensemble aangetrokken, dat Mylène in 1975 had gedragen. Zij droeg een beige, wollen trui, een bruine, tot aan haar knieën reikende rok en zwarte nylonkousen.
Zij had na de drie kilometer lange wandeling van het station naar de jeugdherberg haar schoenen uitgetrokken en alleen de aanblik van haar poezelige kousevoetjes was al genoeg om Danny een flinke erectie te bezorgen. Mylène was jonger geweest dan Carry, toen hij hier met haar was, maar Carry was mooier. Haar gezichtje was wat verfijnder dan dat van de ietwat pokdalige Mylène, haar borsten waren nog wat groter en voller, haar benen en billen nog wat molliger en haar voetjes nog wat kleiner dan die van Mylène. Zij was, kortom, een plaatje en zij was wèl helemaal van hem.
Hij stond van het bed op, waarop hij sinds hun aankomst had gezeten en liep naar haar toe. Zij zat op een van de kleine fauteuils in het zitje langs de wand, waar geen stapelbed stond, met een dromerige blik in haar ogen en met licht gespreide benen. Hij vroeg zich af, waar zij aan dacht. Dacht zij aan hun trouwdag? Of was ook zij in gedachten teruggegaan naar die wilde herfstdagen van 1990? Dacht zij ook aan Tanja, die op de laatste kerstavond de relatie met Danny had verbroken, omdat zij een heel jong vriendje aan de haak had geslagen? Eigenlijk was hij Tanja al helemaal vergeten. Er was ook tamelijk veel gebeurd in de voorbije twee maanden. Hij was op die kerstavond bij Carry ingetrokken, op dezelfde avond hadden ze zich verloofd, een paar dagen later waren ze in ondertrouw gegaan en eergisteren, op haar achtentwintigste verjaardag, waren ze in het stadhuis van Zandvoort getrouwd. In die paar, o zo enerverende maanden leek Tanja geheel uit zijn leven te zijn verdwenen. Hij had helemaal niets meer van haar gehoord en hij had haar ook niet meer gezien. Dat was best wel opmerkelijk, omdat zij naar alle waarschijnlijkheid nu weer in Zandvoort woonde.
Hij was inmiddels aan Carry's voeten gaan zitten. Het ontging haar natuurlijk niet. Zij streelde hem even over zijn haren en zij wierp hem daarbij een wat moederlijke blik toe. Hij vroeg zich af, hoe zij de volgende uren zouden gaan doorbrengen. Het was een uur in de middag; ze hadden dus de hele middag en de hele avond nog voor zich. Veel was er niet te beleven in Skanderborg en omgeving. Het stadje zelf was niet bijzonder gezellig of bezienswaardig; het meer kon slechts als lieflijk worden omschreven. Ze konden een poosje op een van de lange steigers gaan liggen, maar het weer maakte dat vooruitzicht ook niet erg aanlokkelijk. Het was op deze tweede woensdag in maart namelijk heel kil. De temperatuur schommelde rond het vriespunt en er stond een gure wind.
''Wat wilt u straks eten, meneer Harberts?'', vroeg zij grinnikend.
''Een vegetarische lasagna, mejuffrouw van der Steeg!'', antwoordde hij, ''En ik wil er ditmaal graag een Carlsberg bij.''
''Stoort het je eigenlijk niet, dat ik mijn eigen naam blijf gebruiken, nu we getrouwd zijn?''
''Ach, welnee, malle meid! Dat moet je toch lekker zelf weten?''
''Hm, als ik met een van de Rotterdamse advocatenzoontjes was getrouwd aan wie mijn moeder mij dolgraag had willen koppelen, dan had ik nu toch echt geen Carry van der Steeg meer geheten.''
''Ik vind het echt niet erg, lieverd! Ik heb in mijn leven honderden keren mijn naam moeten spellen, omdat het zo'n zeldzame en moeilijk uit te spreken naam is. Ik ben alleen maar blij voor je, dat je jezelf dat ongemak hebt bespaard.''
''Ach, wat ben je toch een lief, verstandig en plooibaar mannetje!''
''Ja, hè?''
"Ik vind je zelfs zo lief, verstandig en plooibaar, dat ik nu meteen met je wil gaan vrijen!", zei zij, met een ietwat gemene grijns.
"O, mijn God!", riep hij, "Dit gaat weer net zo'n krankjorume seksorgie als in 1990 worden, hè?"
"Ja, jeetje! Wat wil je dan gaan doen?"
"We zouden weer naar het station kunnen lopen en dan op de trein naar Aarhus kunnen stappen en dan weer eens dat mooie 'Gamle By' kunnen bezoeken."
"Bedoel je dat saaie openluchtmuseum in die buitenwijk van Aarhus?"
"Yeah!"
"Dus jij verwacht van mij, dat ik vandaag nog zeker tien kilometer op deze kutschoenen ga lopen?"
"Tien kilometer?"
"Heen en weer naar het station van Skanderborg is zes kilometer! Heen en weer van het station van Aarhus naar 'Den Gamle By' is zeker vier kilometer! Bij elkaar is dat dus tien kilometer!"
"We kunnen die afstanden natuurlijk ook met de bus afleggen!"
"Nee, ik heb hele zere voeten! Ik wil vandaag niet meer weg! En jij gaat dus ook niet meer weg!"
"Wat wil je dan wel gaan doen?", vroeg hij grinnikend.
"Straks, om een uur of vier, gaan we saampjes in de campingwinkel de boodschappen doen, waarmee we straks in dat piepkleine keukentje een overheerlijke vegetarische lasagna zullen gaan maken, maar tot die tijd wens ik, naakt en met jou in mijn armen, in het bovenste bed van dat stapelbed te liggen."
"Welk stapelbed?"
"Dat stapelbed!", antwoordde zij, wijzend op het bed, links van het zitje.
"Waarom dat stapelbed?"
"Omdat dat het stapelbed is, waar je in 1975 met Mylène en in 1990 met Tanja hebt liggen vrijen."
"Jij hebt in dat stapelbed ook best wel veel tijd doorgebracht, hoor!"
"Dat is niet belangrijk! Ik wil nu alleen met jou in dat bed liggen!"
"Het wordt dus een ereronde voor je."
"Precies! Ik heb de jackpot gewonnen en ik wil hem nu in ontvangst gaan nemen."
Hij deed een greep naar haar linkervoetje, bracht het naar zijn mond en drukte er een kus op. De rode lak op de kleine, rechthoekige nagels onder de zwarte teenstukjes deed een golf van weemoed door hem heengaan. Wat hij nu met Carry deed, had hij namelijk ook met Mylène gedaan en ook bij haar had de aanblik van die roodgelakte teennageltjes onder die zwarte teenstukjes hem danig ontroerd.
Hij liet Carry's voetje los en keek weer naar haar benen. Zij had hem vanochtend beloofd, dat hij vandaag die eerste keer met Mylène zou mogen herbeleven en die belofte was zij nagekomen. De rode nagellak was namelijk niet het enige, wat hij herkende. Hij herkende ook het rode slipje, de rode jarretelles en de brede, gitzwarte kouseboorden. Hij genoot van de ribbelige structuur van de hier en daar wat uitgerekte kousen en was voor de zoveelste keer in de wolken over de erotische kracht van een paar mooie nylonkousen. Er was echt niets erotischer dan twee, vrijwel geheel in ragfijn nylon gehulde vrouwenbenen en hij was ook al jaren van mening, dat de uitvinder van de voetloze legging standrechtelijk zou moeten worden geëxecuteerd.
Hij wilde haar het liefst op de vloer trekken, maar daar was het toch te koud voor: hij stond dus op en trok haar, zonder iets te zeggen, uit de stoel omhoog. Zij liet zich daarna gewillig naar het door haarzelf uitgekozen stapelbed leiden. Het trapje naar het bovenste bed was snel beklommen, zowel door haar als door hem, en in de volgende minuut vielen vrijwel al hun kleren van het bed. Carry hield weliswaar haar kousen aan, maar Danny, in normale omstandigheden dus een kousenfetjist zonder weerga, had op dat moment alleen maar oog voor haar forse, en o zo stevig ogende borsten. Ze waren in alle opzichten werkelijk volmaakt en ze waren misschien ook wel de voornaamste reden, dat ze sinds het begin van hun concubinaat elke avond seks hadden. Voor Danny was een avond zonder een langdurige stoeipartij met die twee machtige borsten toch echt een verloren avond en hij handelde daar ook naar, zonder er al teveel over na te denken.
Die dagelijkse vrijpartij was ook geen gespreksonderwerp voor hen. Het gebeurde elke avond weer, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Ze hadden ook een andere, ietwat halfhartige verklaring voor hun moordende seksritme bedacht. Ze waren allebei van mening geweest, dat ze elkaar zeven jaar te laat hadden ontmoet en om die reden hadden ze volgens hem dus het volste recht om de schade in de komende jaren in te halen. Uitgaande van een gemiddelde van twee keer seks per week hadden ze in die zeven jaar dus een achterstand van zevenhonderdenachtentwintig vrijpartijen opgelopen. De teller van de heroïsche inhaalrace stond inmiddels op zevenenzestig. Ze konden dus nog wel een poosje vooruit...
Hij zag onderwijl, dat zij rilde van de kou en trok haar resoluut onder de dekens. Met kleren aan was het best wel uit te houden in de blokhut; zonder kleren was het toch echt een beetje te koud.
"Nou zie je helemaal niets meer van mijn mooie kousen?", zei zij, terwijl zij zich lachend in zijn armen nestelde.
"Ach, ik kan er mijn hele leven nog naar kijken."
"Ik ben nog steeds niet helemaal aan die malle nylons gewend."
"Dat komt wel, kindje, dat komt wel!"
"Ik zie ook altijd die hemelse, lange stelten van Tanja voor mij als ik ze aantrek."
"Ik niet! Ik denk helemaal niet meer aan Tanja en haar lange stelten en zeker niet als jij je kousen aantrekt."
"Ben je haar echt helemaal vergeten?"
"Ja, ik wens haar het allerbeste toe en ik hoop dat zij heel gelukkig met haar nieuwe vriend is, maar ik hoop ook, dat we haar nooit meer zullen zien."
"Tja..."
Iets in haar stem en gelaatsuitdrukking alarmeerde hem. Hij had het heel plezierig gevonden, dat Tanja smoorverliefd op iemand anders was geworden, maar hij kreeg het gevoel, dat Carry daarover iets wist, wat hij beter niet kon weten.
"Wat is er?", vroeg hij.
"Ach, ik kan het je nu wel vertellen. Er is op die laatste kerstavond iets met Tanja's vriend gebeurd, wat ik je nog niet heb verteld."
"Wat dan?"
"Hij was degene, die op de boulevard van Zandvoort onder een auto liep, vlak nadat ik bijna zelf onder een auto was gelopen."
"Hè? Was hij dat?"
"Ja, en zoals je weet, was dat eigenlijk mijn schuld. Hij werd afgeleid door het woeste getoeter van de automobilist, die mij op die avond bijna aanreed."
"Jezus!"
"Ja, ik ben dus niet alleen de vrouw, die jou van Tanja heeft afgepakt. Ik ben ook nog eens de aanleiding geweest voor de dood van je opvolger."
"O, mijn God! Dat was ik even vergeten!"
"Wat, lieverd?"
"Dat die jongen is doodgegaan!"
"Ja, lieverd, dat is zo! Hij heeft nog wel het ziekenhuis in Haarlem gehaald, maar daar is hij dus overleden."
"En dit is dus allemaal op de dag gebeurd, dat zij het met mij uitmaakte."
"Precies!"
"Maar hoe weet je dat allemaal? Zij had toch tegen je gezegd, dat zij met jou ook geen contact meer wilde hebben?"
"Ik weet er van, omdat zij na het ongeluk Hans heeft gebeld!", antwoordde zij, doelend op een vriend van hen, "En Hans heeft het dus aan mij verteld. Hij heeft Tanja ook bijgestaan in die eerste uren en dagen na het ongeluk."
"Aardig van hem!", zei hij, met een wat raadselachtige glimlach.
"Dat was het ook. Daar ben ik hem ook heel erg dankbaar voor. Als hij er niet was geweest, waren we nog niet van haar af geweest. Hij heeft haar er van weten te overtuigen, dat zij ons verder met rust moest laten."
"Dat was inderdaad heel fideel van hem!"
"Ja, hè?"
"Weet hij, hoe het nu met haar is?"
"Ja, hij heeft nog regelmatig contact met haar. Het gaat nu wel redelijk goed met haar. Zij heeft ook weer contact gezocht met haar oude vriendje in Heemskerk."
"Mijn voorganger?"
"Ja, en ze schijnen ook weer bij elkaar te zijn."
"Eind goed, al goed dus!"
"Ja, behalve dan voor dat eenentwintigjarige ventje, dat nu in Zandvoort begraven ligt. Hij heeft jou van Tanja verlost en heeft dat vervolgens met de dood moeten bekopen."
"Tja."
"O, verdomme!", riep zij, ineens woedend uit, "Waarom is dat stomme teringwijf nou niet meteen naar die gozer uit Heemskerk teruggegaan. Dan had dat arme ventje nu gewoon nog geleefd."
"Je voelt je toch niet schuldig over zijn dood, hè?"
"Nee..." antwoordde zij aarzelend, "Ik ben de aanleiding voor zijn dood geweest, niet de oorzaak. De oorzaak was zijn eigen onoplettendheid."
''Zo is het maar net! Je bent overigens maar één van de aanleidingen voor zijn dood geweest.''
''Hoe bedoel je?''
''Hij heeft Tanja versierd, zij heeft hem geaccepteerd, zij heeft die dag om hem met mij gebroken, jij was zo bezorgd over de impact, die dat op mij zou kunnen hebben, , dat je een beetje te snel de weg overstak, de automobilist, die jou daarna bijna overreed, toeterde te lang en te hard en Tanja's vriendje was tenslotte zo dom om zich daardoor te laten afleiden. Jouw aandeel in zijn dood is dus echt te verwaarlozen.''
"Je hebt gelijk, lieverd!'', zei zij, terwijl zij hem ineens heel gelukkig aankeek, ''Ik moet het echt van mij afzetten."
"Ja, dat moet je echt doen! We moeten ons geluk ook maar gewoon blijven koesteren. Hij van daarboven is ons op die kerstavond heel gunstig gezind geweest en we zijn dus ook aan Hem verplicht om zo lang mogelijk en zo intensief mogelijk van elkaar en van het leven te blijven genieten."
"Daar zal ik je aan houden, hoor!"
Hij voelde zich ineens heel moe worden. Van zin in vrijen was ook geen sprake meer. Hij deed dus, wat Gerald Crich na de begrafenis van zijn vader in de armen van Gudrun Brangwen had gedaan: hij liet zijn gezicht tussen haar prachtige borsten zakken, klemde zich nog wat steviger aan haar vast en liet zich daarna zoetjes door haar in slaap wiegen.

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens