dinsdag 25 september 2018
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Manon - De bamboefluit (2/11) - een poëtische thriller
Gepubliceerd op: 19-05-2011 Aantal woorden: 1408
Laatste wijziging: 19-05-2011 Aantal views: 1926
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De bamboefluit (2/11) - een poëtische thriller

Manon


(Wat voorafging: Tijdens een avondwandeling komt Marianne voorbij het huis van Bert en Mart, waar ook een kennel is. Ze hoort echter niet de klanken van blaffende honden, wel die van een bamboefluit...)



Abrupt bleef Marianne staan. Vlak voor het huis van Bert en Mart. Ze luisterde. En bleef luisteren. Soms stopte de fluit. Dan volgde een stilte en vervolgens begon het opnieuw. Samen met de klank van de fluit ving Marianne een glimp op van de wiegende, jonge bomen rond de kennel, en verderop, van de vijver.
Hoe zou dit instrument klinken, vlak bij de vijver, vroeg ze zich af. Samen met de echo van het rimpelende water en de opspattende spetters boven de springende kikkers? In koor met de stille, donkere eiken aan de rand van het bos, die zwijgend luisterden naar tonen van de bamboefluit vermengd met de geluiden van wind en vogelgetjilp, zonder een woord te uiten...?
Toen ze klein was had ze even muziekles gevolgd. Eerst had ze blokfluit gespeeld, zoals zoveel kinderen. Daarna had ze klarinet en dwarsfluit geleerd. Even speelde ze met de gedachte... zou ze deze mooie bamboefluit kunnen leren bespelen?

oOo


Sylvester liet zijn bruine haar groeien. Het reikte nu al tot aan zijn schouders, en meestal had hij stoppeltjes op zijn kin. Het kriebelde als ze hem kuste, en dat vond Marianne fijn. Ze keken elkaar aan en lachten. Ze kenden elkaar nog niet lang, maar ze waren elke dag opnieuw ontzettend blij geweest met elkaars gezelschap. Ze woonden nog een beetje in een soort lat-situatie, maar het was zo leuk om samen te zijn - het was wel duidelijk dat ze weldra gewoon zouden samenwonen.
‘Uitnodigend, die zwaluwnestkastjes,’ zei hij.
‘Ze kunnen het gebruiken. In de natuur vinden ze onvoldoende materiaal om hun nesten mee te bouwen. En er zijn ook niet veel oude schuren meer waar ze een plaatsje mogen opeisen.’
‘Behalve hier. In de tuin staat toch een tuinhokje. Dat kan doorgaan voor een schuur.’
Dat was waar. Daar zouden ook zwaluwen kunnen wonen. ‘Dat is nodig. Ze leven in kolonies. Als er enkele in het tuinhokje kunnen, en nog een paar in die nestkastjes vlakbij de keuken waar ze de hele tijd rond mijn hoofd zouden fladderen, zou ik dat prima vinden, en zij ook. En stilletjes hoop ik dat er in de schuur ook vleermuizen komen.’
‘Je tuin is echt een open volière,’ lachte Sylvester.

Marianne was blij. Ze had niets tegen het samenleven van mens en hond, en begreep dat het nodig kon zijn om honden te trainen zoals Bert dat deed, maar ze verkoos hoe de dieren bij haar hun volledige vrijheid behielden en helemaal zichzelf bleven. Zingend bracht ze de tafel buiten in gereedheid, aan de rand van het gras, op een plekje waar ze vrij goed beschut waren tegen de hevige avondwind. Ondertussen knipte Sylvester op het laatste nippertje nog allerlei kruiden uit de tuin om ze toe te voegen aan de sudderende saus.

Ze zocht een stemmige cd uit. Nog onder de indruk van de prachtige klanken die ze daarnet gehoord had was er voor Marianne geen twijfel mogelijk over wat ze wilde beluisteren. Er waren niet veel cd’s met de sobere muziek van de bamboefluit in de handel, maar Marianne had ze allemaal.

Terwijl ze aten met zicht op de wilde tuin weerklonken rondom hen de tonen van de fluit. Daardoor leek het alsof er achter hen geen huis stond, geen keuken was, maar een eeuwenoud oerwoud met een wijsheid waaruit die prachtige harmonie van klanken voortkwam.

Het was helemaal niet hetzelfde als wat Marianne twee uur geleden gehoord had, vlakbij de vijver en de velden, bij het huis van Bert. Wat ze bij Bert gehoord had was stuntelig geweest. Niet verschrikkelijk onhandig, niet zoals van een beginner, maar hij kon onmogelijk tippen aan de perfectie van de uitvoering op de cd. Het vertolkte stukje muziek had ook niet helemaal harmonieus geklonken. Eerder als het geïmproviseer van iemand die nog geen zicht had op de opeenvolging van de tonen, het juiste ritme en de klankkleur.
‘Toch klonk het al bij al niet slecht,’ vertelde Marianne. ‘Het was stuntelig, maar het was live, zie je. De klank van de bamboefluit was echt. En als er één instrument is dat daar baat bij heeft, dan is het de bamboefluit wel.’
‘Bert experimenteert graag met instrumenten, dat weet ik,' zei Sylvester. 'Voor zover ik weet kent hij geen enkel instrument echt goed, maar hij heeft basgitaar gespeeld in een band, en slagwerk. Bij de blaasinstrumenten is hij blijven hangen. Schuiftrompet. Daardoor verwondert het mij ook niet echt dat hij nu weer iets nieuws doet.'
‘Hoewel, schuiftrompet en basgitaar... als ik dat vergelijk met de ongekunstelde klanken van de bamboefluit... Het is wel héél iets anders.'
'Bert verkent graag nieuwe gebieden. Doet hij ook voor zijn hondendressuur. Altijd weer past hij zijn methodes aan,’ zei Sylvester. 'En het werkt. Als ze bij hem weggaan, kunnen ze luisteren. Dan weten ze wanneer ze moeten lossen of vasthouden, zwijgen of blaffen.'
'Maar als ze bij hem binnenkomen blaffen ze allemaal heel hard. En sommige baasjes vragen dat de hond wordt opgeleid om te blaffen. Die maken steeds veel kabaal als ik langs de kennel kom,' zei Marianne. 'Mij hindert het niet, maar sommige buren zijn daar natuurlijk niet zo tevreden mee.'

De klanken van het laatste nummertje op de cd fladderden langzaam hun richting uit. De bries rond hun hoofd fluisterde mee met de uitstervende, wegzakkende bamboefluit. Bijna ongemerkt stopte de muziek. De avondbries ging verder. Sylvester werd er creatief van. Hij nam de lege fles wijn en blies in de opening. Een mysterieus, hol geluid dat verdween in de wind was het resultaat.

‘Ook ik heb nog verschillende blaasinstrumenten bespeeld, weet je. Ze hebben me zelfs gevraagd om mee te spelen in de fanfare, met de klarinet. Maar ik heb geweigerd,’ zei Marianne.
Sylvester opende een volgende fles en probeerde toch maar niet of hij uit een volle fles ook een mooi blaasgeluid kon krijgen. Het was aantrekkelijker om eerst de wijn te drinken en daarna nog eens te blazen.
‘Heb je geweigerd? Wat stom! Het is stukken beter dan zingen in een koor. Je hebt geen last van wierookwalmen en preken,’ vond hij.
‘Ik zing ook niet in een koor, gekkie. Maar al die grote, blazende mannen in een fanfare... en de muziek die ze voortbrengen... het klinkt té ritmisch. Te strak. Het marcheert. En dat is niet genoeg.’
‘Het kan niet vliegen, is dat het?’
Ze keek hem aan alsof hij een genie was. ‘Precies. Dat is het waar ik naar op zoek ben in de muziek. Klanken die kunnen vliegen. Blaasinstrumenten, maar dan geen blazers die marcheren. Blazers die klinken als vogels.’

Ze glimlachte. Misschien was het dat wat altijd ontbroken had. Ze had wel gehouden van de blokfluit, en de dwarsfluit kwam al mooi in de buurt van vliegende klanken, maar wanneer ze het instrument bespeelde vond ze het steeds net niet mooi genoeg. Er was iets. Dat ontbrak. Of dat teveel was, te zwaar.
De muziek kon niet vliegen.

Op een dag was ze niet meer naar de muzieklessen gegaan. Vanaf dan was het spelen van de instrumenten gewoon uitgedoofd. De klarinet en de dwarsfluit lagen nog altijd bij haar cd’s. Elke week stofte ze ze af, een vrij grote inspanning voor instrumenten die ze nooit gebruikte en die daar lagen te verpulveren. De blokfluit lag op zolder, tussen oude rommel, isolatiemateriaal, oude tekeningen en vergane foto’s.
‘Misschien moet ik die instrumenten toch eens weggooien,’ mijmerde ze. ‘Al wat niet kan vliegen, vliegt buiten.’
‘Vogels kunnen niet vliegen en vliegen hier ook buiten.’
‘En dan, misschien... ‘
‘De klank van de bamboefluit?’
Er verscheen een dromerige blik in haar ogen. Volgens wat ze ervan gehoord had was het een erg, erg moeilijk instrument. Er werd gezegd dat het haast onmogelijk was om er de juiste toon uit te krijgen.

Maar misschien, met de ervaring die ze had, kon ze het proberen. Bert kende er iets van. Niet veel, maar in ieder geval zou hij haar kunnen informeren waar ze zo’n fluit kon kopen, hoe duur ze waren, en waar ze op moest letten als ze er een aanschafte.
Misschien zou hij haar zelfs enkele lessen kunnen geven.

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2018 Geoffrey Reemer en René Claessens