vrijdag 21 juli 2017
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
Judith - De kaasfondue
Gepubliceerd op: 18-04-2011 Aantal woorden: 1720
Laatste wijziging: 29-01-2017 Aantal views: 1811
Easy-print versie Aantal reacties: 0 reacties

De kaasfondue

Judith


De tafel in mijn eetkamer was overvloedig gedekt: met drie borden, bestek, een mandje met stokbrood, een bak met sla en komkommer en twee zilveren kandelaars, met in totaal vier witte kaarsen. Rory, mijn mooi, achtjarig dochtertje, stond naast de tafel en bekeek die feestelijk gedekte tafel met een wat verbaasd gezicht. We waren in afwachting van de komst van mijn date met wie we zouden gaan kaasfonduen. Ik had hem een dagje eerder via een e-mailtje uitgenodigd en na zijn enthousiaste en dus positieve reactie had ik hem de keus gegeven tussen een etentje met mij en Rory en een etentje met zijn tweetjes. Hij had per omgaande voor de eerste mogelijkheid gekozen.
Na de mail waarin ik het tijdstip voor de aanvang van het etentje had voorgesteld waren we nog een poosje door blijven mailen. In één van zijn allengs wat ondeugender wordende mailtjes had hij mij de belofte ontfutseld om tijdens deze avond een speciaal jurkje te dragen: een rood-zwart gestreept mini-jurkje. Ik had dat jurkje in de herfst van 1989 gekocht en nu, eenentwintig jaar later, hing het inderdaad nog steeds in mijn klerenkast. Hij was er in 1989 al weg van geweest, zoals hij eigenlijk al sinds oktober 1988 weg van mij was geweest. Hij had die liefde en die passie nooit onder stoelen of banken gestoken, maar toch was het nooit wat geworden tussen ons. Rory was ook niet van hem, maar van de man met wie ik in die tweeëntwintig jaar wél een relatie had gehad.
Mijn broer was degene geweest, die mij er uiteindelijk toe heeft gebracht om die uitnodigingsmail naar mijn date te sturen. Peter had een avondje op mij in zitten praten, nadat ik mij tegenover hem had laten ontvallen, dat ik mijn date nooit uit mijn hoofd had kunnen zetten. Dat kon ik mijzelf ook niet echt verwijten, omdat we nog steeds bij hetzelfde bedrijf werkten. Vanaf 1998 tot en met 2006 hadden we in verschillende gebouwen gewerkt en had er een brede straat tussen onze werkplekken gelopen; nu zaten we in één modern gebouw met een schrijnend gebrek aan muren en een al even schrijnende overvloed aan glas.
Elke ochtend zag ik hem achter zijn pc zitten als ik naar mijn werkplek liep en elke ochtend merkte ik, dat hij naar mij keek, hopend op een wuifgebaar of een glimlach van mijn kant. Ik moest hem elke ochtend teleurstellen: ik durfde het gewoon niet. Ook al wist ik heel goed, dat hij nog steeds vrijgezel was, ook al wist ik heel goed, dat hij nooit een relatie en zelfs nooit seks had gehad. Dat had hij mij zelf namelijk een keer verteld, toen hij mij, na heel lang aarzelen, voor een lunch in de kantine had uitgenodigd.
"Ik heb de levenservaring van een vent van vijfenvijftig en de liefdeservaring van een jochie van elf!", had hij, een beetje vergoelijkend, gezegd.
"En drieëndertig ligt dus precies in het midden!", had ik opgewekt aangevuld.
Ik had daarbij op zijn toenmalige leeftijd gedoeld. In 1989 was hij inderdaad een knappe man van drieëndertig geweest, nu was hij een knappe, goed geconserveerde man van bijna vijfenvijftig en had ik op advies van Peter uiteindelijk dus toch maar zelf het initiatief genomen om aan die lunch in de kantine een vervolg te geven.
Intussen stond ik een beetje wezenloos naar mijn mooie dochtertje te kijken. Zij was er misschien niet geweest als ik dit etentje tweeëntwintig jaar eerder had georganiseerd. De gedachte aan een leven zonder Rory was natuurlijk een ondraaglijke gedachte voor mij en ik vroeg mij af, of mijn date er ook zo over dacht. Die voorbije tweeëntwintig jaren waren misschien wel verloren jaren voor ons geweest als ik haar niet ter wereld had gebracht. Zij maakte in mijn ogen alles goed. Al onze stommiteiten, al onze dwaasheden en, dat vooral, onze spijt over alles, wat we hadden moeten doen en over alles, wat we hadden moeten nalaten. Rory leek mijn gedachten te raden. Zij liep naar mij toe en sloeg haar armen rond mijn middel.
"Zal ik toch maar niet naar Papa gaan?", vroeg zij.
"Nee, schatje, je moet er echt bij zijn, hoor!", antwoordde ik, met een lichtelijk overslaande stem, "Zonder jou zal ik het echt niet aandurven. Dan laat ik hem echt voor de deur staan als hij zometeen aanbelt."
"Dus ik moet zometeen de deur open doen?"
"Ja, doe dat maar!", zei ik, terwijl ik haar met trillende handen over haar haren streelde.
Op de radio was tot mijn grote verrassing ineens een nummer van The Walker Brothers te horen. Het was 'Hurtin each other', het origineel van een hit van The Carpenters. Deze versie dateerde zo ongeveer uit mijn geboortejaar en ik kende het, omdat mijn moeder een grote fan van The Walker Brothers was geweest. Ik had haar laatst hevig geschokt door haar een filmpje op Youtube te laten zien van een stokoude John Walker, die met een hele breekbare, schorre stem de klassieker 'My ship is comin in' zong. Mijn arme moeder had de aanblik van de oude John Walker heel deprimerend gevonden. Het contrast tussen de jonge god uit de jaren '60 en de oude, kale vent van negenenzestig op de videoclip was ook wel heel groot voor haar geweest.
Nu voorzag de jonge god uit de jaren '60, tezamen met zijn nepbroers, de laatste minuten voor het begin van de fondue-maaltijd van een passend achtergrondmuziekje. Ik werd er niet echt rustiger door. Mijn zorgen over mijn reactie op de komst van mijn date werden in sterkte eigenlijk nog overtroffen door mijn zorgen over het eten, dat ik hem zou gaan serveren. Ik had deze middag een paar uur in de keuken gestaan en ik had er ontzettend mijn best op gedaan om de kaas smakelijk te maken en vloeibaar te houden. De smaak was in ieder geval prima. Ik had voor een klassieke, Zwitserse kaasfondue gekozen en de Gruyère, de Emmenthal, de Appenzeller, de vacherin Fribourg, de witte wijn, het citroensap, de kirsch, de zwarte peper, de nootmuskaat en de maizena hadden hun werk goed gedaan. Toch bleef ik mij zorgen maken over de vloeibaarheid van de kaas. Ik was heel bang, dat het één grote kaasklomp zou worden.
Rory liet mij onderwijl los en bekeek het ensemble, dat ik daarnet had aangetrokken, met een kritische blik. Ik had het rood-zwart gestreepte mini-jurkje met een dikke, zwarte panty aangevuld en ik had na lang aarzelen mijn schoenen maar uitgelaten.
"Is het jurkje niet te kort?", vroeg ik, mij tegelijkertijd realiserend, dat ik een dergelijke vraag nooit aan mijn moeder zou hebben gesteld.
"Neuh!"
"Wat vind je van mijn panty?"
"Moewah..."
"Dit is wel de soort panty, die hij mooi vindt, hoor!"
Een verdere discussie bleef uit, want buiten op straat werd een fiets op slot gezet. Ik had zo het vermoeden, dat mijn date was gearriveerd. Rory deelde mijn vermoeden. Zij rende naar het raam en keek nieuwsgierig naar buiten.
"Het is een grote, blonde vent in een zwart colbertje!", riep zij.
"Dat zou hem wel eens kunnen zijn", mompelde ik.
"Hij ziet er helemaal niet uit als een vent van vijfenvijftig!"
"Dat kan ook wel kloppen."
"En hij heeft twee bossen bloemen bij zich."
"Hè?"
Op dat moment ging de bel en had ik het gevoel, dat ik in een hele steile en dus hele enge achtbaan was gestapt. Rory rende giechelend langs mij heen, op weg naar het trappenhuis om met het lange koord de deur open te trekken. Ik was blij, dat zij die taak voor mij waarnam: ik was er, ondanks de vrolijke e-mailuitwisseling van gisteravond, niet toe in staat geweest. Met de grootste moeite kon ik mijzelf er toe dwingen om ook in de richting van het trappenhuis te lopen, waar de deur inmiddels was dichtgeslagen en ik meteen als het lijdende voorwerp in een korte, maar vrolijke dialoog werd getrokken.
"Ben jij de nieuwe vlam van mijn moeder?", vroeg Rory, opnieuw giechelend.
"Nou, nieuw... Nieuw..."
Ondanks dat gevatte antwoord duurde het een poosje, voordat hij de trap had beklommen. Het leek erop alsof ook zijn benen aan een langzaam-aan-actie waren begonnen. Toen in de eetkamer het geluid van 'Can't find the time to tell you' van Hootie and The Blowfish was te horen, werd het knappe, vuurrode gezicht van mijn date eindelijk zichtbaar. Hij droeg inderdaad een zwart, maar niet al te nieuw colbertje, met daaronder een rood T-shirt, blauwe jeans en nette, bruine schoenen. De laatste treden leken hem heel veel moeite te kosten, maar uiteindelijk stonden we dan toch met zijn drietjes in het gangetje. Noch hij, noch ik was in staat om iets te zeggen. Gelukkig nam Rory opnieuw de honneurs voor ons waar.
"Voor wie zijn die bloemen?", vroeg zij.
"Voor jou en voor je moeder!", antwoordde hij, terwijl hij mij heel even aankeek.
"Welke is voor mij?"
"Eh... Wil je de grootste of de kleinste?"
"De grootste natuurlijk!"
Hij duwde de bos rozen in haar handen en scheepte mij af met een snoezig bosje fresia's.
"O, dank je wel!", riep Rory opgetogen, "Dit is de eerste keer, dat ik bloemen krijg."
"Het zal vast niet de laatste keer zijn!", zei hij galant.
"Geef de rozen ook maar aan mij, Rory!", zei ik, "Dan zal ik ze wel even in een vaas zetten."
"Goed!"
Zij gaf de rozen aan mij, greep mijn date bij de hand en trok hem de eetkamer in. Zelf glipte ik, nog steeds op onvaste benen, de keuken binnen. Ik legde de bloemen op het aanrecht en wierp een blik in pan met de kaas. De kaas rook nog steeds heerlijk, maar ik was toch niet tevreden over de vloeibaarheid. Ik had vermoedelijk iets te weinig maizena toegevoegd, waardoor de kaas wel heel erg vloeibaar was geworden. Rory was intussen bezig om mijn date verder uit te horen: zij deed dat met opvallend weinig discretie:
"Hoe lang ben jij al verliefd op mijn moeder?"
"Al meer dan eenentwintig jaar!" antwoordde hij, met een zekere fierheid.
De rest van de spannende conversatie ontging mij. Ik roerde opnieuw in de kaas, die nog het meest op een hele dunne kaassoep leek, maar deed dat nu met een opgelucht gemoed. Het was goed zo. De avond was al geslaagd, voordat hij goed en wel was begonnen.

Er zijn geen reacties op deze tekst.


Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2017 Geoffrey Reemer en René Claessens