zondag 5 september 2010
Snel naar rubriek:
Inloggen      Registreren
sprakeloos - Kerst 2004
Gepubliceerd op: 16-12-2004 Aantal woorden: 977
Laatste wijziging: 19-12-2004 Aantal views: 911
Easy-print versie Aantal reacties: 4 reacties

Kerst 2004

sprakeloos


Keuvelend gebruiken de twee oudere dames hun reis om eens lekker bij te kletsen. Het is alsof ze thuis aan de keukentafel zitten in plaats van in een treinwagon. Zonder zich echt bewust te zijn van hun omgeving, praten ze elkaar geanimeerd bij.
“Goh, wat is het toch een lange tijd geleden dat we samen de stad in zijn geweest.” zegt de tengere van het stel.
De andere dame, forser van gestalte en iets stiller, bevestigt het.
Dan mindert de trein vaart en stopt bij een landelijk stationnetje, niet meer dan een winderige vlakte met een geel kaartjesautomaat, wat ijzer straatmeubilair en een klein modern gebouwtje waar enkele jaren geleden nog kaartjes werden verkocht. De enige kleur komt van het waterige winterzonnetje en de schreeuwerige bilboards die in het hele land gelijk zijn. Meestal stapt niemand in buiten de spitstijden. Nu staat er een eenzame man met een opvallende gele koffer.

Langzaam komt de trein weer op gang. De man met de gele koffer is ingestapt. Door het openen van de deur heeft de felle wind eventjes vrij spel in het gedeelte van de wagon waar de oude dames ophouden met hun gesprek. Ook de man neemt een koude geur mee in zijn kielzog. Hij kijkt even rond en neemt de eerste plaats die vrij is. Dat is de rij stoelen direct naast de ingang bij de dames, die hem nauwkeurig in de gaten houden. Zijn koffer plaats hij tussen zijn benen en zijn handen op de koffer. Het zijn grote werkhanden, die weliswaar schoon ogen, alleen zijn nagels, weliswaar netjes geknipt, zijn duidelijk waarneembaar niet schoon. De handen passen bij de man. De man is ongeveer vijftig jaar, gekleed in een spijkerbroek en een houthakkersblouse met daarover heen een legergroene dikke canvas bodywarmer. Hij heeft oude schoenen aan die niet voldoen aan de laatste mode en bovendien draagt hij witte sokken. De man heeft halflang golvend grijs haar en een eveneens typische grijze hangsnor. De hangsnor past bij het gezicht van de man, een droevig gezicht. De groenige ogen met rondom de pupil bruine accenten kijken in zich zelf gekeerd uit het raam. Hoewel de man een frisse uitstraling heeft, is het goed mogelijk dat hij in het recente verleden vrij stevig dronk, gezien de wallen onder zijn ogen. Zijn gezicht maakt helemaal een wat opgeblazen indruk en is voorzien van kleine rode adertjes.
De man bekijkt zijn handen, die nog steeds op de koffer leunen.
“Gaat u op vakantie?” vraagt de tengere dame naast hem. De vraag is helemaal niet absurd, want aan het handvat van de koffer is heel duidelijk een labeltje zichtbaar van een reisorganisatie.
Er komt geen antwoord. De dames hebben door dat de man geen zin heeft in een praatje, al kunnen ze zijn gezicht niet echt zien. Toch blijven ze de man nauwlettend in de gaten houden. Niet uit angst, want er gaat helemaal geen dreiging uit van de man, eerder uit medelijden waaraan ze geen uiting kunnen geven. De man wrijft even met zijn grote handen in zijn ogen, die wat waterig zijn geworden. Dat komt vast van dat oneindig in de verte kijken.

De man was ingestapt op een plek waar ’s morgens om tien uur normaal niemand instapt. Mensen die op dit tijdstip instappen moeten wel uit de strafinrichting komen, die twintig minuten lopen van de het stationnetje lag, midden tussen de weilanden.

Klaarblijkelijk heeft de man zijn straf er op zitten en mag een paar dagen voor de kerst naar huis. Met zijn enkeltje van Rijkswegen gekregen, mag hij naar zijn vrouw en kinderen, of naar zijn moeder. Maar aan de droeve uitstraling te oordelen geen van beide. De verwachting dat de vrijlating hem zou opluchten en blij maken, gaat bij de man niet op. Hij maakt de indruk zielsalleen op de wereld te zijn.

En toch is hij niet het type dat zonder vrienden hoeft te zitten. Een stoere man die in zijn jonge jaren waarschijnlijk altijd te vinden was met een groep maten in het café en in het weekend naar de discotheek. De hele week hard werken en in het weekend de remmen los. Met een paar biertjes op langs de kant van de dansvloer staan en luide grappen maken met zijn vrienden, kijkend naar de dansende meisjes die hij waarschijnlijk niet durfde aan te spreken. Mogelijk dat uiteindelijk altijd wel een meisje naar hem toe kwam, die in de ruwe bolster de blanke pit wist te vinden? Misschien ook wel niet?

“Wij naderen nu de eindbestemming van deze trein. Wij wensen u een prettige voortzetting van uw reis. Wilt u bij het verlaten van de trein letten op uw eigendommen. Eindbestemming van deze trein.”
Terwijl de metalen stem de passagiers attent maakt dat de provinciestad nadert, zijn de meeste mensen al geprepareerd om de trein te verlaten.
De beide dames kijken nog een keer naar de man met de gele koffer en besluiten dat zij verder niets kunnen doen.

Heel langzaam staat de man op en verlaat ook de trein, zijn gele koffer met wieltjes achter zich aan trekkend. Hij kijkt om zich heen en tast dan met zijn vrije hand in zijn broekzak. Met het geld dat hij er uit vist, koopt hij een rimpelige stationsfrikadel. Vreugdeloos neemt hij een hap en blijft dan weer voor zich uitstaren. Zijn gele koffer blijft hij in zijn andere hand houden. Als de snack na vijf minuten op is, graait hij nog een keer in zijn broekzak. Hij kijkt naar de opbrengst. Het blijkt zijn laatste muntje te zijn. Hij gooit het in de lucht en bekijkt het resultaat.
“Kop, ik ga.” zegt hij hardop.

Met een stevige looppas verdwijnt hij in de mensenmassa op het perron. Naar zijn gezin of naar zijn moedertje? Of toch naar de maten in de kroeg?


sprakeloos @ 19-12-2004 22:30:57
de fout zal ik inderdaad gaan herstellen. Twee keer over commentaar op de beschrijving van de man geeft natuurlijk stof tot nadenken, en dat zal ik ook zeker gaan doen, maar voorlopig verander ik niets. Ik verwijs daarbij even naar mijn cv bij de schrijverslijst. De man in de trein was zo levensecht, de rest is er natuurlijk bij verzonnen. Voorlopig weet ik niet anders dan die levensechtheid vanuit mijn (beroeps)optiek zo neer te zetten. Nogmaals bedankt voor het commentaar en ik zal er over nadenken.
(over kerstverhalen gesproken, ik heb mijn bijdrage geleverd aan de wedstrijd waar Lady Beth ons op attendeerde, onder hetzelfde pseudoniem te vinden met als titel: Papa is dood, eindelijk.........


René @ 19-12-2004 22:18:19
Spakeloos,

Wat die man betreft, ben ik het met Adriaan eens: te uitgebreid en wat nog belangrijker is: het heeft niet direct een functie (al zijn het leuke observaties). Zo ook dat hij een koude geur meeneemt, is mooie informatie, maar heeft geen functie.
Wat ik belangrijker vindt, is dat ik een gesprek verwachtte tussen die twee dametjes, maar dat komt helemaal niet uit de verf. Misschien had je kunnen beschrijven hoe zij hem verder bekeken (maw: lees hun gedachten).

Nog ff een taalkundig aspect (al hou ik daar niet zo van; komt zo beleerderig over). Je hebt een contaminatie in je tekst: 'een frisse uitstraling maakt'. Je maakt indruk of je hebt een uitstraling.


sprakeloos @ 17-12-2004 21:17:31
dank, het kerstelement is eigenlijk het waarschijnlijke ontbreken ervan en hoe triest dat kan zijn, al houd je er helemaal niet van


Adriaan @ 17-12-2004 18:51:00
Goed geschreven tekst al heeft het maar weinig echte kerstelementen. Verder vind ik de beschrijving van de man iets te uitgebreid. Dit is onnodig.
'Ook de man nam een koude geur mee in zijn kielzog' staat in de verleden tijd terwijl de rest van de tekst in de tegenwoordige tijd staat.



Het plaatsen van reacties kan alleen als u ingelogd bent. Klik hier om naar de inlogpagina te gaan.


Copyright © 2002-2010 Geoffrey Reemer en René Claessens