Klik hier om terug te gaan naar de web-site versie.

Weer zo'n dag

Weer zon dag

Alle personen en gebeurtenissen in het onderstaande zijn fictief. Overeenkomsten met bestaande personen of historische gebeurtenissen zijn zuiver toeval.

Het is weer zon dag. De wekker gaat. Ik hr de wekker wel. De wil is er niet. Mijn hand drukt m uit; ik draai me om. Slaap overmeesterd me weer en het gevoel van onwil doet mijn hand ook een tweede keer de wekker tot stilte manen hou toch op! Twee keer wordt drie keer wordt vier keer wordt vijf keer wordt een half uur, een uur. Het is weer zon dag. Ik moet er toch uit. Dat moet. (Waarom is mij nooit verteld.) Ik draai me nog een keer om. De slaap wil me niet meer overmeesteren, is er moe van geworden. Nog een keer draai ik me om. Ik wil niet. Wr zon dag. Angst bekruipt me. Dat het een dag is, dat de zon schijnt, dat de vogels fluiten, dat er een briesje blaast en de bomen buigt, dt is ok, dt is geen probleem. Als dat een dag zou zijn was er niets, als een dag gewoon zou zijn dat ik doe wat ik moet doen, dat het dan voorbij is. Maar nee. De lucht is blauw en rozen zijn rood, mensen hebben ogen en kunnen je zien of net zien, of bewust wegkijken. Er zijn vlinders, er is dat lachje, dat gebaar waarvan ik niet weet of het nou oprecht was. Er zijn verwachtingen, eisen. Mensen hebben oren ze kunnen luisteren, niet luisteren, f je gewoon niet horen (alsof zien nog niet genoeg was). En dan is er de poezie, en de proza. Er zijn de woorden, lege woorden die ooit betekenis hadden, ooit mooi waren. Ooit was er liefde, ooit was er schoonheid. Nu is er make-up, is er verleiding. De dood van alle gedachten. Angst bekruipt me: de dag.

Je kunt echter niet blijven liggen. Dat mag niet. Dat hoort niet. Je moet toch eten? Dingen doen? Gelukkig zijn? Iemand zijn? Iets betekenen? Iets creeeren? Wat doe je dan nog in je bed? Kom eruit! Wees niet bang. Je weet, het kost even moeite, maar als de dag een maal begonnen is dan gaat het wel weer, dan gaat het wel goed, dan is er niets te vrezen. Misschien heb ik vandaag wel een goede dag. Hier liggen helpt niets, niemand iets kop op! In bed liggen maakt het alleen maar erger. Als je hier maar blijft liggen woelen en dit weet je, dit zou je anderen ook vertellen, met overtuiging en klem gebeurt er niets, helpt niets. Geef de dag een kans. Gisteren hoopte je nog dat vandaag beter zou zijn. En er s altijd die hoop.
Misschien dus. Misschien is vandaag wel goed. Misschien zijn de mensen wel aardig (of zie ik dat ze aardig zijn). Misschien is de spanning weg. Misschien geniet ik wel weer, lacht het leven me toe, gaan we ervoor, vol enthousiasme, barstensvol levensenergie, dat dan stroomt als een wilde rivier, bruist, geen rust kent. Dat heerlijke leven! Leven! Diep inademen. Ver voor je uitkijken. Dan zon serieus gezicht opzetten waar dan een lichte glimlach op verschijnt (en dan hopen dat iemand dat opmerkte!). Het zal m zijn. Ik zal mn bed uitgaan en mn best doen. Vandaag wordt een goede dag; gewoon weer een goede dag.

Dus. Ik stap mijn bed uit. Het is een beetje een klimtocht. Zon toch die moeite kost. Je weet echter dat het de moeite waard zal zijn, dat het niet vergeefs is, dat het uitzicht zal lonen, ondanks de hindernissen en de inspanning. Gerezen sta ik dan. Ik twijfel even: is het me echt gelukt? Ben ik mn bed uit? Ja! En ik strek mijn armen uit en adem diep in om me even heerlijk uit te strekken en een nieuwe, frisse dag te beginnen.

Mislukt. Half in de lucht en met mn longen half gevuld. Het diepe inademen stokt en mn armen hebben de energie niet. Alea iacta est. Of, was de moeite dan echt vergeefs? Twijfelend kijk ik om me heen. De gordijnen zijn nog dicht. De kamer ruikt muf. Met een zucht, deels om de mufheid uit mn neus te krijgen, beweeg ik me met tegenzin naar mijn raam. Ik open het gordijn en duw het raam omhoog. Zou het dan nu komen? Het uitzicht? Zou het t nu waard zijn?

Mislukt. Zo voel ik me. Het uitzicht blijft uit. Het gordijn is open, maar het blijft muf; het blijft donker ondanks het open raam. Hoe ben ik hier toch beland? Wie ben ik waar ik ben? En waarom is het teruggekomen? En ook een goede vraag wat is het precies?

Het is weer zon dag. Zulke dagen waren er al zoveel. Hoeveel er nog komen weten we niet. Dat kan ook niemand zeggen. Het liefst zo min mogelijk. Soms denk ik maar hardop mag ik het niet zeggen dat ik er wel een einde aan zou kunnen maken. Er schieten dan impulsieve gedachten door mijn hoofd over hoe het einde zou kunnen zijn. Maar die mag ik niet hebben, dat hr niet. Je met ze net hebben. Als je met de psycholoog praat, kijkt ze je bezorgd aan nee, ik meen het niet echt, het is eng, het is voor mij een alarmbel dat er iets mis is, dat zeg ik haar. Maar je weet heel goed dat het meer is, dat het stiekem, eigenlijk niet slechts impulsief is. (Om eerlijk te zijn: dat is gewoon ook een leugen die ik mezelf vertel, om te doen alsof ik nog normaal ben.) De gedachte niet wr zon dag te hebben.

En dan de fantasie. Ze zouden me vinden. Misschien na een uur. Nee, zo snel wordt ik niet gemist. Tegen de avond zou iemand zich afvragen waarom ik nog niet gezien ben misschien. Misschien. Wat zouden ze denken? Zouden ze cht verdrietig zijn? Wie zou het iets uitmaken eigenlijk? Zou er emand verdrietig zijn? Vast wel. Want er zijn zeker wel mensen die van me houden. Ja, dat is ook al zoiets. Dan houden ze van je maar wie is die jij waarvan ze houden? Wie willen ze dat ik ben?

Zon dag is het weer. Precies z een dag. Het doet pijn. Het geeft niet. Ik geef niet op. Nog niet. Misschien ja er is hoop misschien gaat morgen de wekker en spring ik uit mn bed, zing ik met de vogels mee, vlieg ik met de vogels mee. Als het niet mislukt, misschien.

Deze tekst is toegevoegd op 18-05-2014 door .